Achterhaven 1928

Achterhaven met op de voorgrond de Buisbrug, gezien vanaf de Buizenwaal, 1928.

De Achterhaven ligt achter, of ten oosten van, de Voorhaven in Delfshaven. De Achterhaven is gegraven volgens een concessie van 3 juli 1451, waarbij de stad Delft van hertog Philips van Bourgondi toestemming verkreeg tot het graven van een ‘nieuwe haven’. Tot de vereniging van Delfshaven met Rotterdam in 1886 werd deze zowel Achterhaven als Nieuwehaven genoemd. De straten langs de haven heetten toen Achterstraat en Achterwater. Omdat in Rotterdam eveneens een Nieuwehaven bestond, besloot men de haven en de erlangs lopende straten de naam Achterhaven te geven. In 1962 werd een gedeelte van de bebouwing van de Havenstraat en het Piet Heynsplein afgebroken ten behoeve van een doorvaartverbinding van de Achterhaven met de Coolhaven.

De Buizenwaal was voorheen in gebruik als ligplaats voor haringbuizen. Op 17 april 1602 werd door heemraden van Schieland aan de regering van Delft verlof gegeven om een nieuwe dijk te leggen van de kromte van de Hoge Zeedijk (de tegenwoordige Havenstraat) tot het Oosterhoofd te Delfshaven. Het daardoor ingesloten water werd Buizenwaal genoemd naar de haringbuizen, waarvoor het was bestemd.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen