De Lange Lijnstraat, 1910

Deze straat dankte haar naam aan de lijnbanen of touwslagerijen die hier sinds het midden van de 15de eeuw voorkwamen. De Lange Lijnstraat liep van de Goudsesingel naar de Bredestraat, de Korte Lijnstraat in het verlengde daarvan vanaf laatstgenoemde straat naar de Hoogstraat. Oorspronkelijk was de naam Lijnstraat, de scheiding in ‘korte’ en ‘lange’ is van later datum. Bij besluit B. 30 juni 1942 werden de namen ingetrokken

De touwslager deed zijnĀ werk in de open lucht, overdekt of in een tentachtig geheel, op een touwslagerij of lijnbaan: een soms wel 300 meter lange, smalle strook grond waarboven vele door een spinner aangeleverde garens, werden uitgeschoren (uitgelopen). Het touw kwam terecht in een “kuil”, een nog steeds bestaande lengtemaat voor touw.

Aan een van de uiteindes van de lijnbaan werden de garens in groepjes aan de haken van een wiel of slagmechanisme (slinger) bevestigd, aan iedere haak een groepje garens. Daar stond ook een teer- en drooghuis.

Aan de andere zijde van de lijnbaan werden de garens allemaal aan de ene haak, de lammeroen, van de lopende bok vast gemaakt. Deze lopende bok was een karretje met twee wielen en een over de grond slepend uiteinde waarop gewichten konden worden gezet, om zodoende de kracht waarmee de garens in elkaar werden gedraaid te kunnen regelen. Zo kon de kracht waarmee de garens tot strengen worden gedraaid worden bepaald en daarmee de uiteindelijke trekkracht en de stijfheid van het touw. Ook bevond zich aan dit uiteinde van de lijnbaan de klos: een taps toelopend en voor iedere groepje garens ingekerfd stuk hout dat hier de garens uit elkaar moest houden.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen