Grondherendijk, 1934

Gezicht op de Grondherendijk bij de Rietdijk, 1934.

De Grondherendijk Is vernoemd naar de grondheren (grondeigenaars) van Charlois. Vóór 1895 droeg de Grondherendijk de naam Hooge Dijk. De Grondherenstraat ligt op het terrein van de vroegere Kerkegrient.

Een verklaring van de naam Rietdijk wordt gezocht in een belofte van Jan van Almonde en Joris de Bije om de Riethille, ten noorden van de Robbenoordse polder te bekaden. Zij hadden in 1525 Robbenoord en deze Riethille in pacht. Een reeds in 1482 genoemd stuk land, ‘dat rietblok’, zal ook wel in deze buurt gezocht moeten worden.

Charlois (spreek uit: sjaarloos) en de Riederwaard (Reijerwaard) behoorden vroeger tot het land van Putten, een geheel onafhankelijk gebied met een eigen regering en een eigen recht. In 1456 ging dit gebied over van de heren van Gaesbeek op de hertog van Bourgondië, die er zijn zoon Karel de Stoute, graaf van Charollois (een graafschap in Bourgondië), mee beleende. Door de vele hoge vloeden in de 14de en 15de eeuw liep dit gebied regelmatig onder water. Karel de Stoute wilde in 1460 ‘die lande, slijck, uterwairt ende Rietbroek, geheiten Riderwairt’ laten bedijken. Als voorwaarden werden daarbij gesteld dat dit land niet meer Riederwaard, doch Charlois zou heten, en dat er een kerk gesticht zou worden, gewijd aan Sint Clemens. Dit land omvatte de latere polders Karnemelksland, de Hille, Charlois, Robbenoord en Plompert. Door de goede bedijking en de gunstige ligging werd het gebied spoedig bebouwd. Charlois was zowel een ambachtsheerlijkheid als een grondheerlijkheid. Bij eerstgenoemde berustte de jurisdictie, terwijl aan het bestuur van laatstgenoemde de zorg voor waterstaatszaken was opgedragen. In 1895 is Charlois door Rotterdam geannexeerd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen