De Goudse Rijweg, 1937

De Goudse Rijweg, gezien vanaf de Boezembrug, in de richting van de Vlietlaan, 1937. Rechts op de hoek van de Vredenoordkade een benzinestation van Standard. Geheel links de Sophiakade.

De Goudse Rijweg, de Goudseweg en de (vooroorlogse) Goudsewagenstraat vormden een onderdeel van de oude weg naar Gouda.De Goudsewagenstraat wordt al in 1366 in bronnen vermeld. Na 1358, toen er grachten om de stad gemaakt mochten worden, zal ook bij deze ‘rijweg’ aan de stadsvest een poort gebouwd zijn en kon men van Gouda daardoor met wagens in de stad, d.w.z. op de Hoogstraat, komen. Later was hier het beginpunt van het Goudse Wagenveer.

De Boezembrug ontleent haar naam aan de Hoge Boezem. Op 14 januari 1769 werd door de Staten van Holland en West-Friesland octrooi verleend om, tot ontlasting van de gemeene boezem de Rotte, een tweede boezem te maken in de polder Rubroek. Het overtollige water kon door een sluis bij de Oostpoort ontlast worden in de Nieuwe Maas. De aanbesteding van de hoge en de lage boezem en de watermolens vond plaats op 25 april 1772. In 1854 werd nog een Reserveboezem gegraven. In 1897 werden de Hoge en Lage Boezem gedeeltelijk en de Reserveboezem geheel gedempt.

De Vlietlaan is ontstaan door demping van de Vliet tussen de Jaffabrug bij de Oudedijk en de Groene Wetering (de latere Weteringstraat). De oostzijde van de laan heette voor de demping Molenkade naar de Kralingse molens, die langs het water stonden. De westzijde vormde een onderdeel van de Goudse Rijweg. Het water met de daarlangs staande molens komt reeds voor op een kaart van 1615 en heette al in 1612 ‘De Vliet’.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen