Conclusies na start schaatsseizoen: Ter Mors dominant op ‘anderhalf been’

Met het World Cup Kwalificatie Toernooi ging het schaatsseizoen afgelopen weekend officieel van start. Vijf conclusies na een enerverende driedaagse in Thialf, van de dominantie van Jorien ter Mors naar bijzondere baanrecords begin november.

1. Jorien ter Mors wint drie keer, en kan nog veel beter

Martin ten Hove heeft slechts zes woorden nodig om de rentree van Jorien ter Mors samen te vatten: “Dit slaat eigenlijk helemaal nergens op.”

Natuurlijk weet ook de coach van Team IKO hoe goed zijn pupil kan schaatsen, met drie olympische en drie wereldtitels als ultiem bewijs. Maar het afgelopen jaar moest de 29-jarige Ter Mors wéér terugkomen na een zware tegenslag, dit keer door een operatie aan haar al langer gekwetste rechterknie.

“Mentaal was het de afgelopen maanden heel zwaar voor Jorien. Het was bijna niet op te brengen om elke dag weer vol goede moed naar de training te komen. Ze had vaak pijn, voelde dat haar knie er nog niet klaar voor was. Het was elke dag een strijd, een ontdekkingstocht met vallen en opstaan. Dus dat ze dit toernooi zo goed heeft gereden, is een grote verrassing.”

Ter Mors begon het kwalificatietoernooi vrijdag met een afgetekende zege op de 1.500 meter, in haar snelste tijd ooit in Thialf (1.54,22). Een dag later won ze de 500 meter in 37,99, terwijl ze nog amper op het starten heeft kunnen trainen. En zondag sloot ze af met de snelste tijd op de 1.000 meter, de afstand waarop ze regerend olympisch kampioene is.

“Ik wist dat ik er fysiek goed voor stond, maar ik wist ook dat mijn rechterknie nog niet 100 procent is”, zegt Ter Mors. “Dus ik zag het niet aankomen dat ik zo goed zou zijn in vergelijking met de concurrentie. En het waren echt nog geen vlekkeloze races, het kan nog veel harder.”

Die voor de concurrentie beangstigende conclusie trok ook Ten Hove. “Jorien reed hier op anderhalf been, dus wij zijn heel benieuwd waar haar plafond gaat liggen. Zeker is dat we daar nog lang niet zijn aanbeland.”

2. Patrick Roest is de beste Nederlander op de lange afstanden

De winnaar van de 5 en 10 kilometer bij het kwalificatietoernooi lacht even als hij de vraag krijgt of hij vanaf nu een stayer genoemd moet worden. “Misschien wel”, zegt Patrick Roest. “Maar liever niet, want ik wil ook gewoon mee blijven doen op de 1.500 meter.”

De 1.500 meter is van oudsher de specialiteit van de wereldkampioen allround. Maar voor het tweede jaar op rij liet Roest bij het World Cup Kwalificatie Toernooi zien dat hij – en niet meer Sven Kramer – de te kloppen man is op de lange afstanden.

Op de 5 kilometer bleef de 23-jarige schaatser vrijdag na een “onhandige rit” nog net boven het baanrecord. Twee dagen later maakte hij geen fout meer in zijn raceopbouw en dook hij op de 10 kilometer een seconde onder het baanrecord van Jorrit Bergsma.

De vraag is nu of Roest zijn absolute topvorm dit seizoen kan bewaren voor februari, wanneer de WK afstanden op het programma staat in Salt Lake City. In de vorige winter was de Lekkerkerker door zijn sterke voorseizoen bij de WK in Inzell de favoriet op de 5 en 10 kilometer, maar werd het twee keer zilver.

“Ik heb er vertrouwen in dat het schema van mijn coach Jac Orie goed werkt en dat ik op het goede moment zal pieken”, aldus Roest. “Het is zaak om de voorsprong die ik dit weekend had vast te houden, want ik wil dit seizoen natuurlijk goud winnen bij de WK afstanden.”

3. Sven Kramer en Ireen Wüst domineren niet meer, maar niemand schrijft ze af

Sven Kramer en Ireen Wüst zijn de succesvolste Nederlandse schaatsers ooit. Ze zijn ook 33, en kenden beiden geen geweldige voorbereiding op (de start van) het seizoen. Kramer liep drie weken voor het kwalificatietoernooi een knieblessure op, terwijl Wüst in de zomer het verlies van haar beste vriendin Paulien van Deutekom moest verwerken en minder kon trainen dan ze wilde.

De oud-ploeggenoten, samen goed voor 9 olympische en 47 wereldtitels, boekten dit weekend geen zege, maar het werd ook geen dramatisch toernooi. Kramer pakte wereldbekertickets op de 1.500 (vijfde) en de 5.000 meter (derde), terwijl Wüst in de top vijf eindigde op de 1.000 (tweede) en 1.500 meter (derde).

De tijd van domineren lijkt voor Kramer en Wüst verleden tijd, ook omdat er bij de mannen en de vrouwen een jonge generatie klaarstaat om de rol van topfavoriet over te nemen. Maar niemand durft de ‘oude garde’ al af te schrijven. “Kramer is nog nooit zo goed geweest als Roest nu, dus het zou heel knap zijn hij Roest nog weet te verslaan”, analyseert Kai Verbij, de winnaar van de 1.000 meter in Thialf. “Maar het blijft Kramer, je weet het nooit.”

4. Kai Verbij doet definitief een aanval op de 1000 meter-troon van Kjeld Nuis

De eerste flinke scheur in het 1000 meter-bolwerk van Kjeld Nuis kwam vorig seizoen, toen Kai Verbij hem in Inzell zijn wereldtitel afpakte. De regerend olympisch kampioen sloeg aan het einde van de winter terug met een fraai wereldrecord in Salt Lake City (1.06,18), al bleef Verbij toen wel in de buurt met 1.06,34.

Bij het kwalificatietoernooi bevestigden de twee Nederlandse toppers dat er momenteel weinig mooiere duels in het topschaatsen zijn dan Nuis-Verbij op de 1.000 meter. En de 25-jarige Verbij bevestigde dat hij definitief van plan is om de troon van de vier jaar oudere Nuis aan te vallen.

In een rechtstreeks gevecht met Nuis reed Verbij naar de winst op de kilometer, en als extra tikje verbeterde hij ook nog het baanrecord van zijn rivaal. “Ik vind het altijd extra spannend om tegen Kjeld te rijden”, zegt de winnaar. “Hij is zo’n sterke en constante schaatser, die de afgelopen vier à vijf jaar de 1.000 meter gedomineerd heeft. Dus het was een fijn gevoel dat ik hem weer kon verslaan.”

Nuis, die net als op de 1.500 meter van zaterdag een grote misser maakte tijdens zijn 1.000 meter, is op zijn beurt lovend over zijn potentiële troonopvolger. “Natuurlijk doet het me pijn dat ik niet van hem kon winnen, maar ik kan er echt van genieten hoe mooi Kai rijdt. Hij maakte het prachtig af op de 1.000 meter, diep respect voor een technisch geweldige schaatser.”

5. Koen Verweij en Jan Blokhuijsen hebben nog een flinke weg te gaan

Koen Verweij en Jan Blokhuijsen zullen altijd aan elkaar gelinkt zijn. Generatiegenoten, Noord-Hollanders, olympisch kampioenen ploegenachtervolging in 2014. Maar vooral ook een lange erelijst zonder de heilige graal: een olympische titel op een individueel nummer.

De weg naar die gouden medaille in 2022 in Beijing begon voor Blokhuijsen (30) en Verweij (29) afgelopen weekend in Heerenveen, waar ze beiden hun eerste wedstrijd reden sinds de voor hen teleurstellend verlopen Spelen van 2018.

Beiden grepen in Thialf op hun favoriete afstand net naast een wereldbekerticket; Blokhuijsen werd zesde op de 5 kilometer en Verweij eindigde op diezelfde plaats op de 1.500 meter. En beiden merkten dat er nog veel werk te verzetten is. “Fysiek ben ik al best weer in orde”, aldus Verweij. “Maar technisch is het nog niet goed genoeg.”

Bron: NU.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *