Category Archives: Centrum

Station Hofplein, 1960

Het Hofplein met het spoorwegviaduct en café restaurant de Toog, 1960.

Het Hofpleinlijnviaduct (ook wel de De Hofbogen) is een 1,9 kilometer lang buiten gebruik gesteld spoorwegviaduct in Rotterdam-Noord. Op 1 oktober 1908 werd het in gebruik genomen als onderdeel van de eerste elektrische spoorlijn van Nederland, de Hofpleinlijn van Rotterdam Hofplein naar Scheveningen. Tot 16 augustus 2010 reed RandstadRail over het viaduct.

Het Hofpleinlijnviaduct is de eerste grote constructie van gewapend beton in Nederland en werd gebouwd tussen 1904 en 1908. Het viaduct telt 189 bogen die oorspronkelijk open zouden blijven, maar al in 1909 was een goed deel van de ruimtes onder de bogen als bedrijfsruimte verhuurd. In de jaren dertig waren er zelfs plannen om noodwoningen te maken onder de bogen. Nog steeds zijn de meeste bogen in gebruik als opslagruimte en dergelijke. Halverwege het viaduct ligt het opgeheven station Rotterdam Bergweg.

In juni 2006 is de treindienst van de Nederlandse Spoorwegen over het viaduct opgeheven. Tot 16 augustus 2010 reed RandstadRail nog over het Hofpleinlijnviaduct, waarbij op station Bergweg niet meer wordt gestopt. Na die datum werd gereden door een nieuw aangelegd tunneltraject door Blijdorp en had het viaduct geen spoorfunctie meer.

De fotograaf is P. Visser en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel, 1960

De Coolsingel met het kantoorgebouw van de Eerste Nederlandsche Levensverzekering Maatschappij en de Nieuwe Eerste Nederlandsche Verzekeringsbank, 1960.

De Eerste Nederlandsche Verzekering Mij op het leven en tegen invaliditeit en ongelukken werd opgericht te ‘s- Gravenhage in 1882. Vanaf 1903 genaamd Eerste Nederlandsche Verzekering Maatschappij op het leven en tegen invaliditeit. In 1919 werd deze maatschappij ook houdster van de aandelen Levensverzekering Maatschappij Dordrecht (1873). In 1951 werd de Algemene Levensverzekerings Bank te Rotterdam overgenomen, bekend als een belangrijke Volksverzekering-maatschappij. Dit sloot goed aan bij de toenmalige twee hoofdgroepen, de individuele en de collectieve verzekeringen.

In 1969 werden de Eerste Nederlandsche, de Nieuwe Eerste Nederlandsche en de “Nillmij” samengesmeed tot Ennia.
In 1983 kwam het tot een fusie tussen de Onderlinge AGO en de beursgenoteerde Ennia en ging men verder onder de naam AEGON. AEGON heeft vooral veel bekendheid gekregen door de schaatssport.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Bij Koninklijk Besluit van 20 september 1809 werd het ambacht Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Cool, tot een zelfstandige gemeente verheven. In 1811 werd Cool door Rotterdam geannexeerd. Naast het ambacht had men ook nog de polder Cool. Deze lag tussen de Rotterdamse en Delfshavense Schie. Deze werd in 1925 opgeheven. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt.

De fotograaf is P. Visser en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van http://www.vvmbest.nl/verzekeraarsbeschrijving.asp?id=1205 en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rijnhotel, 1970

 

Het Rijnhotel met bloembakken van het Schouwburgplein op de voorgrond, 1970 (geschat).

Het Rijnhotel bestond uit een hoogbouw met 140 hotelkamers, een lager blok met een jeugdhotel (kleinere kamers met gemeenschappelijk sanitair) en een laagbouw met restaurant en congres- en sportaccommodatie. Deze algemene ruimtes zijn in de jaren zeventig in gebruik genomen als kantoorruimte en bioscoop. Het betonskelet is hoofdzakelijk bekleed met een verfijnde aluminium vliesgevel. In de gevel aan de Mauritsweg is vormgegeven aan de confrontatie van een orthogonale hoofdopzet met een stomphoekige stedenbouwkundige situatie. Bij een renovatie in 1988 zijn de hotelkamers in het hoofdgebouw vergroot en is de vliesgevel vervangen door een onderhoudsarme gevel met sandwichpanelen. Het gebouw is tezamen met de naastgelegen Pauluskerk in 2007 gesloopt voor het woongebouw Calypso van William Alsop.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van architectuurgids.nl http://www.architectuurgids.nl/…/list_…/typ_id/19/prj_id/178

Leuvehavenmond, 1930

Gezicht op sleepboten in de Leuvehavenmond, 1930. Op de achtergrond links het Willemsplein en de westzijde van de Leuvehaven.

Deze haven is vernoemd naar de oude kreek ‘de Leuve’ of ‘de Loeve’, zoals de naam meermalen in de stadsrekening van 1426/27 voorkomt. In de 16de eeuw was de stad eigenares geworden van het land aan de Leuve. Op 23 april 1598 werd aan de westzijde van de kreek de grond in erven uitgegeven. Daarna begon men met het graven van de haven die in 1608 gereed kwam.

In het begin sprak men van Nieuwehaven, doch daar dit verwarring kon geven, werd Leuvehaven al spoedig de enige naam. Over de haven lagen twee bruggen, de Leuvebrug en de Nieuwe Leuvebrug. Eerstgenoemde brug, ook wel Oude of Lange Leuvebrug genoemd, dateerde uit 1609 en werd kort na de Tweede Wereldoorlog gesloopt. De straat die op de brug uitliep heette Leuvebrugsteeg, vroeger ook wel Breede Leuvestraat of Brugsteeg geheten. Bij het bombardement in mei 1940 is de steeg verdwenen. De ten zuiden van de Leuvebrug gelegen Nieuwe Leuvebrug was in 1849 gebouwd. In de jaren vijftig van de 20ste eeuw werd ze afgebroken en vervangen door een nieuwe brede brug die eveneens deze naam kreeg. Het havenhoofd bij de Boompjes, waar het koopvaardijmonument ‘De Boeg’ werd geplaatst, ontving tegelijkertijd de naam Leuvehoofd. De daar gebouwde sluis werd Nieuwe Leuvesluis genoemd. Na het bombardement werd ten zuiden van de Steigersgracht de Leuvekolk gegraven. Via een onderdoorgang onder de Blaak stond dit water in verbinding met de Leuvehaven. Door de aanleg van de oost-westlijn van de metro is deze verbinding vervallen.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gedempte Binnenrotte hoek Meent, 1927

De hoek van de Gedempte Binnenrotte en de Meent met rechts het pand van banketbakkerij Excelsior, 1927.

De Binnenrotte, vroeger alleen bekend als Rotte, kreeg deze naam om het gedeelte van de Rotte dat binnen de stad liep aan te duiden. De Binnenrotte, vroeger alleen bekend als Rotte, kreeg deze naam om het gedeelte van de Rotte dat binnen de stad liep aan te duiden. In de oudste bronnen wordt de naam Rotte of Rottesloot in de stad gegeven aan de Binnenrotte, tevens aan de wetering achter de Grote kerk, die de Slikvaart verbond met de Binnenrotte en daarom ook wel Kerkrotte heette en ook wel aan de Kipsloot, en de Achterkloostergracht. In 1868 is ten behoeve van de aanleg van het spoorwegviaduct door de stad een contract met het rijk gesloten tot demping van de Binnenrotte. Dit werk was in 1874 gereed. Daarna sprak men van de Gedempte Binnenrotte. Bij besluit uit 1942 is de toevoeging ‘Gedempte’ vervallen.

De Meent kan men identificeren met de in 1385 genoemde ‘der Stede wech’ en met de ‘Poortweg’, waarvan in 1404 sprake is. De naam Meent als straatnaam treft men niet aan vóór de tweede helft van de 16de eeuw. Aangenomen kan worden dat aan deze straatnaam de betekenis ‘gemeene weide’ ten grondslag lag. Dit blijkt onder meer uit een keur op de twee jaarmarkten uit de eerste helft van de 15de eeuw. De paardenmarkt moest toen gehouden worden ‘in de Lombaertstrate upte meente neffens de capelle ende aldaer omtrent’. In 1531 en later komt ‘Beestenmarkt’ voor, daarna ‘Varckenmart’, ‘Meent ende Varckenmarct’ of ‘Meent bij de Varckenmarct’. Oorspronkelijk liep de Meent van de Botersloot naar de Oppert. Ten behoeve van het toenemende verkeer werd een plan ingediend voor de aanleg van een brede straat door de oude stad, die een verbinding tussen Coolsingel en Goudsesingel zou vormen. De Heerenstraat en de Meent zouden worden verbreed en in westelijke richting worden doorgebroken. Op 19 juni 1913 aanvaardde de raad het doorbraakplan. Toen in mei 1940 de oorlog uitbrak was de nieuwe Meent voor het grootste gedeelte voltooid. In de volksmond heeft de Meent enige tijd de Doorbraak geheten. De huidige Meent ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. Alleen het noordelijke gedeelte tussen de Botersloot en de Goudsesingel, de vroegere Heerenstraat, heeft een iets andere loop gekregen.

De foto komt uit de collectie Topografie van het Stadsarchief Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De aanleg van de Willemsspoortunnel, 1989

De aanleg van de Willemsspoortunnel met rechts het Witte Huis, 27 juli 1989.

Het oostelijke deel van de Willemsspoortunnel werd op 15 september 1993 geopend, na een bouwtijd van ruim zes jaar en als vervanging van het in 1877 geopende Luchtspoor. Na de opening van de eerste twee sporen is het luchtspoor gesloopt en werden de overige twee sporen aangelegd, waardoor het gehele project in 1996 gereed kwam. De tunnel is gebouwd omdat de bruggen technisch aan vervanging toe waren en om de vervoerscapaciteit van de spoorlijn te vergroten. De brug over de Nieuwe Maas (De Hef) moest regelmatig geopend worden en daar moest de spoorwegdienstregeling op afgestemd worden. Deze beperking was zo groot dat de NS de dienstregeling voor de spoorlijnen in Nederland alleen kloppend kon krijgen als de planning bij De Hef begon.

Aan de bouw van de tunnel gingen uitgebreide discussies vooraf. Aanleg van de tunnel was kostbaar en zou een grote ingreep in de stad betekenen. De spoorwegen hebben uitgebreid beargumenteerd dat het een tunnel moest worden, dat hij op dezelfde plek moest komen en dat hij viersporig moest worden. Een van de argumenten was dat de tunnel een hoogfrequente stadsgewestelijke dienst mogelijk zou maken.

Begin 1984 werd definitief het groene licht voor de bouw gegeven en op 28 april 1987, precies 110 jaar na de opening van het Luchtspoor, werd de eerste damwand geslagen door minister van Verkeer en Waterstaat Smit-Kroes. Het was het begin van jarenlange omleidingen en andere bouwoverlast. Zowel ten noorden als ten zuiden van de rivier moesten hulpconstructies worden gebouwd waarover de treinen tijdens de bouw konden doorrijden. Aan de noordkant werd het bestaande viaduct een aantal meters opgeschoven om plaats te maken voor de tunnel. Ten zuiden van de Nieuwe Maas werd een nieuwe hulpspoorbaan aangelegd.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met mdewerking va Rotterdam van toen

Nieuwehaven, 1912

Gezicht op de Nieuwehaven met het Spinolahuisje, 1912. Op de achtergrond de Geldersekade met het Witte Huis.

De Nieuwehaven is de naam van de tot haven gepromoveerde stadsvest uit het begin van de 15de eeuw. In 1412 verleende graaf Willem VI aan Rotterdam vergunning tot een stadsuitbreiding in zuidelijke richting. Er werd een nieuwe stadsvest gegraven, waarvan melding wordt gemaakt in de stadsrekening van 1426/27. Door de uitbreiding van de stad aan de zuid-oostzijde, in het laatste kwartaal van de 16de eeuw, is deze vest als zodanig vervallen. Ze werd tot haven ingericht, terwijl ten zuiden daarvan een nieuwe vest werd gegraven. Daarna sprak men nog wel over de Oude Vest.

De naam Nieuwehaven dankte ze aan de reeds bestaande Oudehaven. Oorspronkelijk liep ze dood tegen de werven van de Admiraliteit, doch ze was door een dwarshaven verbonden met het Haringvliet. In 1689 is de Nieuwehaven doorgegraven en de dwarshaven gedempt. Bij het bombardement in mei 1940 werd de bebouwing langs de haven verwoest. De haven zelf bleef jarenlang in een kale omgeving liggen. In de eerste helft van de jaren zestig van deze eeuw werd ze gedempt. De huidige Nieuwehaven is een straat die even ten zuiden van de vroegere haven van die naam ligt.

Op de punt van de Spaansekade in het verlengde van de Roobrug stond een huisje, waarvan vermoed werd dat de markies hier gelogeerd had. Het werd later het Spinolahuisje genoemd. Een beeld van de markies versierde lange tijd de gevel, op de begane grond is lange tijd Bakkerij Spinola gevestigd geweest. Achter dit huis is later het Hotel Weimar gebouwd.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Laurenskerk, 1952

Tijdens Opbouwdag wordt de eerste steen voor de restauratie van de Laurenskerk gelegd, 9 mei 1952.

Tijdens het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 werd ook de Laurenskerk zwaar beschadigd door bommen op het dwarsschip van de kerk, waarna brand ontstond die leidde naar de in de houten steigers omringde toren. Aanvankelijk gingen er stemmen op om de kerk te slopen, maar dit werd door Hitler verboden: de kerk werd “Auf Befehl des Führers unter Kunstschutz gestellt”. Ook binnen de voorlopige Rijkscommissie voor de Monumentenzorg waren voor- en tegenstanders van restauratie. Met name commissielid architect J.J.P. Oud verzette zich tegen herbouw en bracht in 1950 een alternatief plan in de publiciteit waarbij slechts de toren als herdenkingsplaats zou worden behouden. Daarachter zou een nieuwe, kleinere kerk komen, met ertussenin een vijver. Dit alternatieve plan werd terzijde gelegd, vooral omdat de Laurenskerk te zeer als een symbool van de Rotterdamse gemeenschap werd gezien. In 1952 legde koningin Juliana de eerste steen voor de restauratie, die pas in 1968 werd voltooid.

In 1971 werd door de hervormde gemeente Rotterdam het Laurenspastoraat opgericht, dat sindsdien wekelijks kerkdiensten verzorgt. In 1981 werd de Laurenskerk ook de thuisbasis van de vrijzinnige wijkgemeente Maaskant/Open Grenzen. De Laurenskerk is in Nederland een van de weinige uit de middeleeuwen stammende, bij protestanten in gebruik zijnde, grootstedelijke kerkgebouwen die nog elke zondag voor de eredienst wordt gebruikt.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Vroom & Dreesmann aan de Hoogstraat, 1951

Nieuwbouw van Vroom & Dreesmann aan de Hoogstraat, 26 maart 1951.

Aan het einde van de 19e eeuw waren Willem Vroom en Anton Dreesmann twee succesvolle zakenlieden in Amsterdam. Beiden hadden manufacturenzaken en waren streng rooms-katholiek. Via een neef maakte Vroom kennis met Dreesmann. Ze raakten bevriend en werden zakenpartners. Vroom trouwde in 1883 met Cisca Tombrock, een zuster van Helena Tombrock, de vrouw van Dreesmann, waardoor de zakenpartners dus zwagers werden.

Dreesmann, en later ook Vroom, gebruikte in zijn winkel een voor die tijd ongebruikelijke strategie: lage en vaste prijzen tegen contante betaling. In die tijd was het namelijk gebruikelijk dat men altijd korting kreeg en op rekening kocht.

Aanvankelijk werkten Vroom en Dreesmann alleen samen op het gebied van inkopen, maar in 1887 leidde dit tot een verregaande samenwerking en op 1 mei dat jaar tot de oprichting van het bedrijf Vroom & Dreesmann “De Zon”. Omdat Vroom de oudste van de twee was, kwam zijn naam vooraan te staan. Hun eerste gemeenschappelijke zaak werd op zaterdag 21 mei 1887 geopend aan de Weesperstraat 70 in Amsterdam. Dreesmann leverde het geld. Er kwam drie man personeel en Dreesmanns jongere broer Nicolaas werd bedrijfsleider. Vroom hield zich vooral bezig met de financiële zaken en de administratie, terwijl Dreesmann voornamelijk de inkoop en verkoop leidde. Aan de plaatselijke Vijzelgracht 21 werd op 27 april 1889 een tweede vestiging geopend met zes personeelsleden.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van  Rotterdam van toen

Coolsingel 1937

De Coolsingel met links de hoek van de Aert van Nesstraat, 1937.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt. De naam Coolvest is daardoor verdwenen.

Aert Jansse van Nes (Rotterdam, ged. 13 april 1626 – aldaar, 13 of 14 september 1693) was een Nederlandse marineofficier uit de 17e eeuw.

Aert ging op zijn elfde naar zee. Bij het begin van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog van 1652-1653 had Van Nes zich opgewerkt tot schipper (de hoogste onderofficier) van een gewapende koopvaarder onder bevel van zijn vader. Op 23 augustus 1652 werd Van Nes door de Staten van Holland als directe vervanger van zijn overleden vader tot kapitein van de Gelderland benoemd, toen dat schip enige tijd door de Fransen geïnterneerd was in de haven van La Rochelle. Hij vocht in de Driedaagse Zeeslag, de Zeeslag bij Nieuwpoort en de Slag bij Ter Heijde. Ook deed hij mee aan het ontzet van Danzig in 1656 en aan de expeditie tegen Portugal in 1657. Daarbij won hij twee ‘prijzen’, dat wil zeggen dat hij twee schepen buitmaakte.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen