Category Archives: Centrum

Aert van Nesstraat, 1910

Gezicht op het winkelhuis van J.C. de Lange, bloemenkiosk op de hoek van de Aert van Nesstraat en de Nieuwe Kerkstraat, 1910-1914.

Aert werd in 1626 geboren als zoon van de marinekapitein Jan Jacobse van Nes de Jonge (bijgenaamd “De Jonge Boer Jaap”) en gedoopt op 13 april. Hij was de kleinzoon van marinekapitein Jacob Jansen van Nes, de neef van Jan Jacobse van Nes de Oude (“De Oude Boer Jaap”) met wie hij nog weleens verward wordt en de oudere broer van vice-admiraal Jan Jansse van Nes (1631-1680) en luitenant-ter-zee Cornelis Jansse van Nes. Aert zelf werd kennelijk ook de “Jonge Boer” genoemd, maar kreeg later in lofdichten de krijgshaftiger bijnaam “De Hollandse Ajax”.

Aert ging op zijn elfde naar zee. Bij het begin van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog van 1652-1653 had Van Nes zich opgewerkt tot schipper (de hoogste onderofficier) van een gewapende koopvaarder onder bevel van zijn vader. Op 23 augustus 1652 werd Van Nes door de Staten van Holland als directe vervanger van zijn overleden vader tot kapitein van de Gelderland benoemd, toen dat schip enige tijd door de Fransen geïnterneerd was in de haven van La Rochelle. Hij vocht in de Driedaagse Zeeslag, de Zeeslag bij Nieuwpoort en de Slag bij Ter Heijde. Ook deed hij mee aan het ontzet van Danzig in 1656 en aan de expeditie tegen Portugal in 1657. Daarbij won hij twee ‘prijzen’, dat wil zeggen dat hij twee schepen buitmaakte.

De Nieuwe Kerkstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Kruiskade naar de Van Oldenbarneveltstraat. Bij besluit B&W 16 juni 1950 werd de naam ingetrokken. Op 10 maart 1626 werd een stuk land in het ambacht Cool aan de Singel gekocht door kerkmeesters van de stad Rotterdam. Ten westen van dit land werd in het daaropvolgende jaar een gemeenschappelijke laan gemaakt. In een akte van 13 januari 1629 wordt gesproken van Kerklaan. Een gedeelte heet thans Ammanstraat.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schavensteeg, 1908

In de Schavensteeg, 1908. De Schavensteeg liep van de Leeuwenlaan naar de Hofstraat.

De Schavensteeg droeg in de loop der tijd verschillende namen. In 1743 is Dirk Schaaf eigenaar van een huis in de steeg. De steeg stond daarom ook wel bekend als Schaafsteeg. Zij liep van de Leeuwenlaan naar de Hofstraat ter plaatse waar thans het beursgebouw staat. Het terrein waarop de steeg werd aangelegd was het zogenaamde Susterenveld, dat behoorde tot het Sint Agathaklooster. In 1576 werd dit door kerkmeesters als bouwgrond uitgegeven. Verschillende erven aan deze nieuwe straat werden in 1579 gekocht door Pieter Pietersz. In datzelfde jaar wordt gesproken van de nieuwe straat van Pieter Pietersz. Bisschop apothecaris. De straat heette in de 16de en 17de eeuw Pieterstraat of Pietersteeg. In het begin van de 18de eeuw komt de naam Schavensteeg voor het eerst voor. Teuntje Dircx. Schaaff werd op 4 augustus 1712 eigenares van een huis aldaar; eerst in 1763 ging het door koop in andere handen over. Bij besluit B&W 26 maart 1937 werd de naam ingetrokken.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Steiger, 1910

Het Steiger met de Sint Dominicuskerk, 1910-1940.

Wegens de goede diensten door de stad aan hertog Willem V van Beieren verleend, gaf hij de stad in 1351 het recht tot vrij gebruik van de steiger, die al in 1334 wordt genoemd.Deze aanlegplaats lag aan de Middeldam, vlak tegenover de ingang van de Oudehaven. Ze werd later gewoonlijk de Dordtsche Steiger genoemd. Nog later werden bij de uitbreiding van deze gracht verschillende gedeelten van de kaden als volgt onderscheiden: Smal Steiger, Kleine Steiger en Boerensteiger. In 1905 werd het gedeelte van het Steiger tussen het spoorwegviaduct en de Hoofdsteeg gedempt. Dit gedempte gedeelte ontving de naam Middensteiger. Tengevolge van deze demping kwam de Hoenderbrug te vervallen. Op 11 januari 1911 werd besloten het gedeelte dat bekend stond als Boerensteiger, te dempen. Voorts liep van de Korte Hoogstraat naar het Steiger een klein straatje, dat de naam Toe-Steiger droeg. ‘Toe’ betekent in dit geval: dicht, gesloten, aan twee zijden bebouwd. De Steigersgracht, die waarschijnlijk van oorsprong niet meer dan een buitendijksloot was, liep van de Soetensteeg tot het Groenendaal, grotendeels langs het hierboven genoemde Steiger. In onze oudste bronnen noemde men dit water steeds haven. Aan de ene kant stond deze in verbinding met de Leuvehaven, aan de andere kant kwam ze, voor de demping van het Groenendaal, uit op de Nieuwehaven.

Het Steiger is een rooms-katholieke parochiekerk en aangrenzend dominicanerklooster in de binnenstad van Rotterdam. Officieel is de kerk gewijd aan Dominicus en het klooster aan Petrus van Verona. Vanwege de ligging van kerk en klooster aan de Steigersgracht is het beter bekend als de Steigerkerk, de Steigersekerk, Citykerk Het Steiger of kortweg Het Steiger.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

ter meulen aan de Binnenweg (Binnenwegplein),1964

In de rij voor opruiming in warenhuis ter Meulen aan de Binnenweg, 16 juli 1964.

Ter Meulen is een voormalig warenhuis, van 1951 tot de sluiting in 1993 gevestigd aan het Binnenwegplein. Hein ter Meulen opende op 26 september 1897 een manufacturenwinkel aan de Nieuwe Markt, hoek Halstraat. De zaak ontwikkelde zich tot een goedlopend warenhuis en stond bekend om zijn scherpe prijzen en goede kwaliteit.

Ter Meulen verhuisde in 1903 naar de Gedempte Slaak, in 1912 naar de Hoogstraat en in 1921 Hoogstraat, hoek Sint Janstraat. Bij het bombardement van 14 mei 1940 bleef van de winkel alleen een staketsel van constructiebalken over. In 1948 kregen architecten J.H. van den Broek en J.B. Bakema de opdracht tot de bouw van een nieuw gemeenschappelijk winkelcomplex aan de Binnenweg voor de firma’s H. ter Meulen, N.V. Kledingbedrijven Wassen, N.V. van Vorst schoenmagazijnen en Martin’s Tearoom Restaurant. Van den Broek en Bakema waren ook de ontwerpers van de Lijnbaan (1948-1952), het eerste autovrije winkelgebied in Europa, en andere winkelpanden in het centrum, zoals schoenmagazijn Huf. Het nieuwe winkelcomplex werd op 1 maart 1951 geopend door K.P. van der Mandele, voorzitter van de Kamer van Koophandel en Fabrieken. Ter Meulen telde toen ruim vierhonderd personeelsleden.

Het Ter Meulengebouw vormt een stedenbouwkundige verbinding tussen de vooroorlogse winkelstraat de Binnenweg en de nieuwe winkelstraten de Lijnbaan en de Coolsingel. Het bijzondere van het honderd meter lange en dertig meter brede gebouw was dat het, hoewel het drie winkels herbergde, één geheel was. De afscheidingen tussen de winkels bestonden slechts uit drie grote glaswanden. De ruimtes waren vrij indeelbaar en daardoor flexibel. De overgang van buiten naar binnen was uitnodigend. Verticale glasvlakken in het horizontale gebouw markeerden de drie entrees. De transparante gevel op de begane grond was één grote etalage waarvan de ruiten in de vloer konden verzinken. Bij mooi weer kreeg men de illusie van een overdekte markt. Behalve de begane grond dienden ook de kelder en de eerste verdieping als verkoopruimten. Martin’s Tearoom Restaurant was op de entresol gevestigd. De verdiepingen bereikte men via in het midden aangebrachte roltrappen. Op de tweede verdieping bevonden zich de kantoor-, administratie- en personeelsruimten.

In het hele land was Ter Meulen vooral bekend vanwege zijn in 1954 opgerichte postorderbedrijf. Eind jaren tachtig bleek de Ter Meulen-formule uitgewerkt en in 1993 ging het bedrijf failliet.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bredestraat, 1929

Menigte in de Bredestraat vanwege brand bij meubelmagazijn Van Reeuwijk aan de Kipstraat, 1929.

Uit Voorwaarts: sociaal-democratisch dagblad van 29 april 1929: „VAN REEUWIJK” TOTAAL VERWOEST. Zware brand in de Kipstraat. Groot aantal perceelen, waaronder de volgeladen magazijnen van Piet van Reeuwijk, door den vuurdemon verslonden. Heldendaad van een brandweerman. Schade pl.m. 1 millioen. Meer dan veertig stralen hebben het vuur ten langen leste bedwongen. De oorzaak ligt in het duister.

Van 1595 tot 1598 werden allerlei huizen aangekocht om de Prinsenstraat te verbreden en te verlengen tot de Oostwagenstraat (Goudsewagenstraat). De straat, die tot het bombardement bekend stond als Prinsenstraat, heeft echter nooit verder gelegen dan de Lange Baanstraat. De Bredestraat, die van de Lange Baanstraat naar de Goudsewagenstraat liep, heette in het begin ook Nieuwe, Brede of Oost-Prinsenstraat, terwijl de Prinsenstraat eertijds Oude of West-Prinsenstraat genaamd werd.

De oorsprong van de naam Kipstraat ligt in het duister. Deze staat in ieder geval niet in verband met de dieren van die naam. Gedacht zou kunnen worden aan een huisnaam. De Kipstraat liep vóór in mei 1940 het bombardement van de Botersloot naar de Goudsewagenstraat. Na de oorlog is de naam Kipstraat gegeven aan een straat die van de Goudsesingel naar het Groenendaal loopt.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam en van Delpher.nl. Lees verder op: https://www.delpher.nl/nl/kranten/view…

Met medewerking  van Rotterdam van toen

Blaak en de Noordblaak, 1873

De betekenis van de naam Blaak is niet geheel zeker. Het is heel goed mogelijk dat de naam is afgeleid van het Zuidnederlandse woord ‘blak’, dat stil rustig water betekent. Ook kan gedacht worden aan het Middelnederlandse ‘blec’, dat de betekenis heeft van ‘Land, dat even boven het water uitkomt’.

De Blaak was de oude vest voor de uitleg van de stad in het laatst van de 16de eeuw. In de stadsrekeningen van 1480/81 en 1481/82 wordt deze vest ‘die Blake’ genoemd. Sinds 1577 werden erven aan de Zuidblaak door de stad verkocht als bouwgrond, sinds 1581 ook aan de Noordblaak. Tot 1613 werd de vest voor scheepstimmerwerven gebruikt.

In 1867 is een gedeelte van de Blaak gedempt ten behoeve van de bouw van een nieuw postkantoor. Het resterende gedeelte is in 1940 gedempt met het puin van de huizen uit de verwoeste binnenstad. De namen Noord- en Zuidblaak voor de straten ter weerszijden van het water zijn toen vervallen. Sindsdien geldt de naam Blaak voor de brede verkeersweg die door de demping is ontstaan.

Later werd de Blaak in westelijke richting doorgetrokken. De nieuwe weg ontving de naam Westblaak. De Overblaak is de straat die over de Blaak heenloopt, en is een onderdeel van het zogeheten paalwoningencomplex. In de volksmond is hieraan de naam Blaakse Bos gegeven.

De fotograaf is Henri de Louw en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Grand Hotel Moderne-hotel Atlanta Coolsingel, 1930

De bouw van Grand Hotel Moderne, later hotel Atlanta op de hoek Coolsingel – Aert van Nesstraat, 1930. Werkzaamheden op het dak.

Hotel Atlanta is een viersterrenhotel in het centrum van Rotterdam, op de hoek van de Coolsingel en de Aert van Nesstraat. De officiële naam van het hotel luidt NH Atlanta Rotterdam.

Het hotel is gebouwd tussen 1929 en 1931 naar een ontwerp van architect F.A.W. van der Togt. Het gebouw had 8 hotelverdiepingen en een café-restaurant op de begane grond. Met een hoogte van 36 meter torende het gebouw aan de toenmalige Coolsingel uit boven de overige bebouwing. Het hotel werd uitgevoerd met een betonnen skelet, bekleed met baksteen en natuurstenen plinten.

In 1938 kwam de Oekraïense nationalist Jevhen Konovalets door een bomaanslag op de Coolsingel om het leven, nadat hij in Hotel Atlanta van NKVD-lid Pavel Soedoplatov een bompakket in de vorm van een doos chocolade had gekregen.

Hotel Atlanta overleefde het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940. In 1950 werd het hotel aan de kant van de Aert van Nesstraat uitgebreid met een nieuwe vleugel die harmonieerde met de rest van het gebouw. In 1965 werd wederom een uitbreiding gebouwd en de begane grond aan de Coolsingel werd verbouwd. Deze uitbreiding werd uitgevoerd met grove betonnen panelen en contrasteert sterk met de rest van het gebouw.

In 1998 werd het gebouw aangewezen als gemeentelijk monument.

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Hofplein met rechts de Delftse Poort, (jaartal onbekend)

Een blik richting Hofplein met rechts de Delftse Poort. Op de achtergrond cafe-restaurant Loos en cafe-restaurant De Kroon.

Het Hofplein herinnert aan de ridderhofstad Weena, die noordoostelijk van het huidige Hofplein was gelegen. De Hofdijk komt al in 1397 in bronnen voor. Het slot wordt reeds in 1306 vermeld. De oorspronkelijke Hofdijk stamde uit de 13de eeuw en strekte zich langs de Rotte uit tot het Zwaanshals en de Oudedijk. Het Hofplein ontstond in de eerste helft van de 19de eeuw nadat de Kolk of Gracht tussen de Delftse Poort en de Hofpoort was gedempt. Van 1853 tot 1875 was het plein als veemarkt ingericht. De oudste naam is Hofpoortplein naar de Hofpoort die daar stond en in 1833 is afgebroken. In 1908 werd aan het plein het station van de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij, de lijn Rotterdam-Scheveningen, geopend. Bij besluit B&W 13 september 1949 ontving het verkeersplein op het kruispunt Coolsingel, Weena, Schiekade, Pompenburg de naam Hofplein.

De Delftsche Poort in Rotterdam was een stadspoort waarvan de laatste in 1764 werd gebouwd naar een ontwerp van architect Pieter de Swart. Het was reeds de derde poort op die plaats: de voorgaande twee waren wegens bouwvalligheid gesloopt. De eerste poort werd in de Middeleeuwen gebouwd en kreeg de naam de Noorderpoort en had een voorpoort. De tweede St. Joris- of Delftsche Poort werd in 1545 gebouwd.

In de jaren 30 van de 20e eeuw stond de poort in de weg: Rotterdam wilde een betere doorstroming van het toenemende verkeer. Men besloot de poort zo’n honderd meter te verplaatsen (afbreken stuitte op te veel weerstand). In 1939 begon men met de verplaatsing van het geheel. De onderbouw was in 1940 gereed, tijdens het bombardement werden zowel dit gedeelte als de opgeslagen beeldhouwwerken beschadigd. Een jaar later werd besloten dat “naar het inzicht van de meerderheid van de geraadpleegde deskundigen de poort niet meer afgebouwd kon worden en moest zij geheel verdwijnen”. Enkele sierwerken werden gered en opgenomen in de muren van de gebouwen op de hoek van het Stadhuisplein.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Hofplein-Raampoortstraat, 1918

Het Hofplein met onder andere Café Centraal, rechts de Raampoortstraat, 1918-1922.

De Raampoortstraat herinnert aan de lakenindustrie, in vroeger tijd een belangrijke bron van bestaan in Rotterdam. Het laken werd om te drogen en uit te rekken op ramen gespannen. In het oudste keurboek van ca. 1410 werd bepaald dat alle lakenramen uit de kerk verwijderd moesten worden. Voor die tijd schijnt het dus gewoonte te zijn geweest ze daar te plaatsen. Het einde van de Lombardstraat werd toen door de stad aangewezen voor het plaatsen van de ramen.

Op 3 november 1508 besloot de vroedschap om land voor de ramen aan te kopen op het einde van de Westewagenstraat bij de Sint Jorisdoelen. Het Hof van Holland had enige jaren daarvoor, in 1504, toestemming verleend om een laan te maken van de Westewagenstraat naar de Coolvest. Dit was de latere Raamstraat. Ten noorden daarvan werden nu geleidelijk aan de ramen geplaatst. Het terrein werd door een raamsloot of -singel gescheiden van het land van de Witte Zusters. Er werd een raamhuis voor de wachter gebouwd, alsmede een raampoort die toegang gaf tot het terrein. Eerst in 1544 blijken alle lakenramen overgebracht te zijn; omstreeks die tijd werd de nieuwe Raamburg over de Delftsevaart, die de Raamstraat met de Sint Jacobssteeg (Sint Jacobstraat) verbond, gebouwd.

Tot ca. 1591 zijn de ramen op deze plaats gebleven. Daarna zijn ze verplaatst naar een terrein buiten de Hofpoort, het voormalige Hof van Weena. Dit nieuwe terrein werd op dezelfde wijze ingericht als het oude. Ook hier werd een raampoort gebouwd. Er werd daar een laan aangelegd, die in 1656 onder de naam Raampoortlaan voorkwam. Andere namen voor deze laan waren Raamlaan, Raampad en Raamweg. In 1854 zijn de laatste ramen verkocht en daarna werden op dit terrein straten aangelegd. In 1896 werd de naam Raampoortlaan gewijzigd in Raampoortstraat. Het grootste gedeelte van de Raamstraat werd rond 1910 gesloopt ten behoeve van de bouw van het nieuwe stadhuis. Ongeveer op de plaats van het resterende deel van de Raamstraat liggen thans het Raam en het Raamplein.

De foto komt uit de collectie Topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Binnenwegplein, 1976

Op de Coolsingel bij het Binnenwegplein staat een mobiele kraam met Berliner bollen, 27 februari 1976.

Het verlengde van de Oude Binnenweg tussen Coolsingel en Karel Doormanstraat heet sinds 1971 Binnenwegplein. Al in 1454 liep door de Coolpolder een binnenweg van Rotterdam naar Schoonderloo met een afslag naar Delfshaven. Deze heette Coolsche weg of Binnenweg; het laatste gedeelte komt voor als Schoonderloosche of Delfshavensche weg of Binnenweg, maar heet na 1610 gewoonlijk Geldelooze pad. Hier vandaan liep een uitpad over een vonder of passerel naar de Ossewei en daarover naar het Lage Erf. De bebouwing aan de Binnenweg bij Rotterdam had in de 17de eeuw de tegenwoordige Mauritsstraat bereikt; in 1706 werd dit gedeelte bestraat en met bomen beplant. Pas het graven van de Westersingel bracht hierin verandering. Ten westen daarvan op Delfshavens grondgebied kwamen toen ook straten en sinds 1852 bestaan er plannen om de Binnenweg te verbeteren en een betere verkeersweg te maken tussen Rotterdam en Delfshaven.

Berlinerbollen, Berlijnse bollen, Berliner bollen of Boules de Berlin (vooral in Vlaanderen gangbaar) zijn ronde lekkernijen die van gefrituurd gistdeeg gemaakt zijn en met confituur en/of banketbakkersroom worden gevuld. Ook de meeste Duitsers kennen het gebak als Berliner, behalve in Saksen en in Berlijn zelf, waar ze Pfannkuchen (pannenkoeken) worden genoemd en in Zuid-Duitsland, waar ze Krapfen heten. Deze laatste naam wordt ook in Oostenrijk en Italië gebruikt.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden deze bollen in België niet Berlijnse Bollen maar Boules de l’Yser (Bollen van de IJzer) genoemd, naar de rivier de IJzer waarachter het Belgische leger zich teruggetrokken had.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen