Category Archives: Centrum

Botersloot, 1910

Gezicht op viering van het Koninginnefeest aan de Botersloot, op de achtergrond het stadhuis, 31 augustus 1910-1912.

Koningsdag (sinds 2014), eerder Prinsessedag (1885-1890) en Koninginnedag (1891-2013), is een nationale feestdag in het Koninkrijk der Nederlanden ter ere van het staatshoofd. In alle delen van het Koninkrijk geldt dit voor de meeste werknemers als vrije dag en wordt het gevierd met verschillende festiviteiten, waaronder de vrijmarkten en het dragen van oranje kleding. Traditioneel brengt de vorst op deze dag ook een ceremonieel bezoek aan een of meer gemeenten van het land. 2013 was het laatste jaar waarin de feestdag op 30 april gevierd werd als Koninginnedag. Sinds 2014 heet de dag Koningsdag en wordt hij gevierd op 27 april, de verjaardag van koning Willem-Alexander.

In de 19e eeuw was ‘Waterloodag’, 18 juni, jarenlang de nationale feestdag. Tegen het einde van de eeuw vervaagde de herinnering aan de veldslag en het feest ging min of meer onopgemerkt voorbij.

Nog voor de ‘echte Koninginnedag’ werd op 31 augustus 1885 de eerste ‘Prinsessedag’ georganiseerd, de vijfde verjaardag van de toen jonge prinses Wilhelmina. Het initiatief hiertoe werd genomen door de hoofdredacteur van een lokale krant met als doel de nationale eenheid te benadrukken. Deze eerste editie vond plaats in de stad Utrecht. De initiatiefnemer was J.W.R. Gerlach van het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad. De belangrijkste activiteit bij de eerste Prinsessedag vond plaats in het Utrechtse Oranjepark in Wijk C. (Minstens) een jaar eerder waren in de stad Utrecht al activiteiten rond de verjaardag van prinses Wilhelmina, maar die gingen nog niet onder de noemer Prinsessedag. In de jaren erna namen andere plaatsen dit over. Na de dood van koning Willem III in november 1890, werd Prinsessedag in 1891 opgevolgd door de viering van ‘Koninginnedag’. Deze dag ontwikkelde zich tot een feestdag voor kinderen. Op haar achttiende verjaardag, 31 augustus 1898, werd Wilhelmina regerend vorstin. De inhuldiging vond op 6 september plaats. Tot en met 1948, toen koningin Wilhelmina troonsafstand deed, werd Koninginnedag op 31 augustus gevierd.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schiedamsesingel, 1946

De Schiedamsesingel met de Waalse Kerk en daarachter het oogziekenhuis, 1946. Gezien vanaf de Baan.

De Schiedamsesingel tussen Binnenweg en Witte de Withstraat werd rond 1900 gedempt. Tot 1930 heette dit gedeelte Schiedamsevest. Daarna sprak men van Schiedamsesingel.De demping van het resterende gedeelte volgde in 1940. In 1949 werd de naam Schiedamse Vest gegeven aan de Schiedamsesingel tussen Binnenweg en Witte de Withstraat alsmede aan de in het verlengde aangelegde weg in zuidelijke richting. Het gedeelte tussen Binnenweg en Westblaak is thans een deel van de Coolsingel.

De Waalse Kerk met aangrenzende kosterswoning in Rotterdam is gelegen in het Centrum aan de Schiedamse Vest en is een rijksmonument, de kerk en de kosterswoning zijn in 1923-1925 gebouwd in een traditionalistische stijl, enigszins in de trant van Kropholler, naar ontwerp van J. Verheul Dzn. en J. van Wijngaarden.

De kerk vervangt de oude zeventiende-eeuwse Waalse kerk aan het noordwest-einde van de Hoogstraat, waaruit het vrijwel originele Bätz-Witte orgel uit omstreeks 1865 is overgenomen. De nieuwe Waalse kerk was oorspronkelijk gesitueerd aan een restant van de oorspronkelijke westelijke stadsvest, die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gedempt. Het interieur is voorzien van smeedijzeren/bronzen lichtarmaturen, plafondlampen, gezangborden en elektrische kachels naar ontwerp van W.H. Gispen.

De fotograaf is Gerard Roos en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het parkeerterrein aan het Beursplein en de Blaak, 1937

Dit plein dankte zijn naam aan het oude beursgebouw alhier. Op 9 februari 1635 besloot de vroedschap de vismarkt op het oosteinde van de Noordblaak tot beursgebouw in te richten ter vervanging van de oude Beurs aan het Haringvliet. In de jaren 1722-1736 werd ze verbouwd naar een ontwerp van de beroemde schilder en bouwmeester ridder Adriaan van der Werff (1569-1722). Ze zou ruim twee eeuwen het commerciële centrum van de stad vormen. In het begin van de negentiende eeuw werd de binnenplaats van de Beurs overdekt met een gietijzeren koepeldak.

Na de voltooiing van de Beurs in 1736 werd de oude Gapersbrug over de Blaak vervangen door een nieuwe brug. In 1826 werd deze gesloopt. Hiervoor in de plaats kwam een breed overwelfd brugplein, dat beursbrug en later Koninginnebrug heette. Het pleintje aan de voorzijde van het beursgebouw kreeg de naam Beursplein. Toen door de aanleg van het spoorwegviaduct en de bouw van het Beursstation de brug in 1872 werd afgebroken, ontstond op deze plaats een groot plein dat onder de naam Beursplein bekend werd. Het plein kwam in het begin ook voor onder de naam Dam. De Beurssteeg lag achter het beursgebouw en liep van de Vissersdijk naar het Beursplein. De Beurs werd verwoest tijdens het bombardement van 14 mei 1940. Bij besluit B. 30 juni 1942 zijn de namen Beursplein en Beurssteeg ingetrokken.

De betekenis van de naam Blaak is niet geheel zeker. Het is heel goed mogelijk dat de naam is afgeleid van het Zuidnederlandse woord ‘blak’, dat stil rustig water betekent. Ook kan gedacht worden aan het Middelnederlandse ‘blec’, dat de betekenis heeft van ‘Land, dat even boven het water uitkomt’. De Blaak was de oude vest voor de uitleg van de stad in het laatst van de 16de eeuw. In de stadsrekeningen van 1480/81 en 1481/82 wordt deze vest ‘die Blake’ genoemd.

De foto is gemaakt door de Gemeentelijke Technische Dienst en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht op de Blaak in 1948

De betekenis van de naam Blaak is niet geheel zeker. Het is heel goed mogelijk dat de naam is afgeleid van het Zuidnederlandse woord ‘blak’, dat stil rustig water betekent. Ook kan gedacht worden aan het Middelnederlandse ‘blec’, dat de betekenis heeft van ‘Land, dat even boven het water uitkomt’.

De Blaak was de oude vest voor de uitleg van de stad in het laatst van de 16de eeuw. In de stadsrekeningen van 1480/81 en 1481/82 wordt deze vest ‘die Blake’ genoemd. Sinds 1577 werden erven aan de Zuidblaak door de stad verkocht als bouwgrond, sinds 1581 ook aan de Noordblaak. Tot 1613 werd de vest voor scheepstimmerwerven gebruikt.

In 1867 is een gedeelte van de Blaak gedempt ten behoeve van de bouw van een nieuw postkantoor. Het resterende gedeelte is in 1940 gedempt met het puin van de huizen uit de verwoeste binnenstad. De namen Noord- en Zuidblaak voor de straten ter weerszijden van het water zijn toen vervallen. Sindsdien geldt de naam Blaak voor de brede verkeersweg die door de demping is ontstaan. Later werd de Blaak in westelijke richting doorgetrokken. De nieuwe weg ontving de naam Westblaak. De Overblaak is de straat die over de Blaak heenloopt, en is een onderdeel van het zogeheten paalwoningencomplex. In de volksmond is hieraan de naam Blaakse Bos gegeven.

De foto is gemaakt door de Gemeentelijke Technische Dienst Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Haagseveer 1908

De hoek van het Haagseveer en het Gedempte Doelwater (rechts) met links de Delftsevaart, 1908-1912.

Het schippersveer op Den Haag was aan deze kade gelegen evenals het kantoor van het wagenveer. Een huis ”s-Gravenhage’ trof men hier al in 1596 aan. In het midden van de 17de eeuw is er sprake van ‘het Haagscheveer’ op de Delftsevaart, in 1707 is er bijgevoegd ‘naest het Coolhuys’ (de Sint Jorisdoelen). Delftsevaart was vroeger de gewone naam van deze straat. Later sprak men van Delftsevaart, anders genaamd Haagseveer. De laatste naam kwam in de 19de eeuw steeds meer in zwang. Na het bombardement werd het Haagseveer in zuidelijke richting verlengd met een gedeelte van de Westewagenstraat.

Het Doelwater dankt haar naam aan de Sint Jorisdoelen, het gebouw dat op deze plaats voor de voetboogschutters was opgericht. Wanneer dit gebouw gesticht is, valt niet na te gaan. Wel is bekend dat de stadsregering in 1418 aan 40 schutters verschillende voorrechten toekende en dat hun onder meer de ‘Doele’ weer werd afgestaan, die zij vroeger gekocht en bezeten hadden. Het gebouw is in 1821 aan zijn oude bestemming onttrokken. De Sociëteit Harmonie vestigde zich erin. Er werden feesten van allerlei aard in gehouden. Als concertzaal kreeg het zekere bekendheid. Het Doelwater of de Doelsloot was misschien nog een overblijfsel van het Zijltje, een riviertje dat ten zuiden van de Doelen, van de Delftsevaart naar de Coolvest stroomde en reeds in 1571 voorkomt. In het midden van de 17de eeuw werd ‘de opslag’ van de Doelsloot bebouwd en Doelwater of Doelsteeg genoemd. Het gedeelte van het Haagseveer, dat gelegen was tussen de Raambrug en de Doelen, werd ook wel Doelweg genoemd. In 1859 is het Doelwater gedempt.

De foto komt uit de collectie topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Station Delftsche poort 1904

Gezicht op de restauratie wachtkamer 1e en 2e klas van het station Delftse Poort, 1904.

Station Rotterdam Delftsche Poort was een spoorwegstation aan de Oude Lijn van Amsterdam naar Rotterdam. Het station lag ten oosten van het huidige station Rotterdam Centraal.

Het eerste station Delftsche Poort werd geopend in 1847 bij de voltooiing van de spoorlijn Amsterdam – Rotterdam. Het station werd ontworpen door Cornelis Outshoorn, een assistent van Frederik Willem Conrad. Hij koos voor een neo-Tudorstijl met drie grote bogen over het spoor waar de stoomtrein onder door kon.

In 1868 werd besloten een spoorwegviaduct (het Luchtspoor) door de stad te bouwen voor de verbinding met Dordrecht. De ligging van het station Delftsche Poort bleek niet te combineren met het aan te leggen viaduct, waarna een nieuw station Delftsche Poort ten noordwesten van het oude station werd gebouwd. Dit station was ontworpen door K.H. van Brederode en werd opgeleverd in 1877. Het eerdere stationsgebouw werd omstreeks 1878 afgebroken.

Door het bombardement van 14 mei 1940 raakte het station Delftsche Poort ernstig beschadigd. Het station werd in 1957 vervangen door het Station Rotterdam CS, dat, behoudens op het stationsgebouw zelf, in de communicatie van de NS sinds 29 mei 2000 Rotterdam Centraal heette.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Westersingel, 1946

Gezicht op de westzijde van de Westersingel, 1946. De foto is genomen vanaf de Oude Binnenweg. Verderop de Nieuwe Binnenweg.

Omstreeks 1850 werd een begin gemaakt met de stadsuitbreiding buiten de Wester-Nieuwe-Hoofdpoort, die ten westen van de Leuvehaven stond, tot aan het Ponteveer (Veerdam). De Westersingel, Westersingelbrug, Westerstraat en Westplein herinneren aan deze westelijke uitlegging, die bekend stond onder de naam Tweede Nieuwewerk, ter onderscheiding van het Eerste Nieuwewerk, dat van 1699 tot 1702 werd aangelegd en waarvan de zuidelijkste dijk feitelijk de Westerstraat was. Van het nieuw ingedijkte gedeelte werd nu de zuidelijkste dijk de Willemskade en de daarvan ten westen gelegen dijk Westerkade.

Al in 1454 liep door de Coolpolder een binnenweg van Rotterdam naar Schoonderloo met een afslag naar Delfshaven. Deze heette Coolsche weg of Binnenweg; het laatste gedeelte komt voor als Schoonderloosche of Delfshavensche weg of Binnenweg, maar heet na 1610 gewoonlijk Geldelooze pad. Hier vandaan liep een uitpad over een vonder of passerel naar de Ossewei en daarover naar het Lage Erf. De bebouwing aan de Binnenweg bij Rotterdam had in de 17de eeuw de tegenwoordige Mauritsstraat bereikt; in 1706 werd dit gedeelte bestraat en met bomen beplant. Pas het graven van de Westersingel bracht hierin verandering. Ten westen daarvan op Delfshavens grondgebied kwamen toen ook straten en sinds 1852 bestonden er plannen om de Binnenweg te verbeteren en een betere verkeersweg te maken tussen Rotterdam en Delfshaven. In 1876 werd daarmee begonnen.

De fotograaf is Gerard Roos en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lijnbaan, 1970

De Lijnbaan ter hoogte van de Van Oldenbarneveltstraat met Gerzon en Sporthuis Centrum, 30 oktober 1970 (geschat). Links het pleintje met de oude plataan.

De Lijnbaan is genoemd naar de in de 17de eeuw hier gelegen lijnbaan of touwslagerij. Op 23 augustus 1666 werd door Jean Hennequin, koopman te Rotterdam, aan de Vroedschap het verzoek gericht om voor de bouw van een overdekte lijnbaan, waar ‘s zomers en ‘s winters gewerkt zou kunnen worden, een stuk land van het Gasthuis te mogen overnemen. Door het Gasthuis werd op 14 maart 1667 voor dit doel afgestaan een stuk land achter de molen ‘de Witte Leeuw’ en lopende van de Coolscheweg of Binnenweg tot de Kruiskade. Het meest westelijke gedeelte daarvan maakte de koper tot een lijnbaan. In 1845 is het laatste gedeelte van die lijnbaan verkocht; het daarbij behorende garenpakhuis werd ingericht als woonruimte. Reeds in 1671 werd op deze plaats een laan aangelegd, die bekend stond als Lijnbaanslaan. later werd deze laan omgedoopt tot Lijnbaanstraat. De huidige Lijnbaan ligt even ten westen van deze Lijnbaanstraat; laatstgenoemde straat kreeg bij besluit van B&W 26 juni 1951 de naam Hennekijnstraat. De Korte Lijnbaan heette van 1951 tot 1952 Crispijnlaan.

Johan van Oldenbarnevelt (Amersfoort, 14 september 1547 – Den Haag, 13 mei 1619), zoon van Gerrit van Oldenbarnevelt en Deliana van Weede, was raadpensionaris van de Staten-Generaal tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Hij werkte lange tijd samen met Maurits van Oranje (de zoon van Willem van Oranje), maar werd het slachtoffer van een door Maurits beheerst politiek proces en daaropvolgende executie.

In 1570 werd Van Oldenbarnevelt advocaat bij het Hof van Holland. In 1572 sloot hij zich aan bij Willem van Oranje in Delft. Hij verhuisde naar Delft en werd advocaat voor het hoogheemraadschap van Delfland. Echt gevochten in de opstand heeft hij niet. Alleen bij het ontzet van Haarlem (1573) zou hij hebben deelgenomen aan een burgermilitie. Hij werd benoemd tot commissaris voor het doorsteken van de dijken in Zuid-Holland om Leiden te ontzetten. Hij trouwde in 1575 met de rijke Delftse (buitenechtelijke) regentendochter Maria van Utrecht, enig erfgename van vijf heerlijkheden. Een jaar later werd hij Pensionaris van Rotterdam, in die tijd een snel groeiende, maar nog kleine stad. Daar viel hij op vanwege zijn werklust en intelligentie. Als pensionaris van Rotterdam nam hij in de Staten van Holland en West-Friesland deel aan verschillende onderhandelingen. In 1579 werd hij gekozen in de commissies van financiën en marine van de Staten. Nadat Van Oldenbarnevelt in 1582 de vertrouwenspersoon van Willem van Oranje was geworden, en de Staten-Generaal met de prins naar Delft waren verhuisd, groeide de macht van Van Oldenbarnevelt.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Oosterkade met een woning en het Havenziekenhuis, 1946

Rotterdam werd als havenstad niet alleen met zeelieden geconfronteerd, maar ook met de exotische ziektes die zij meebrachten. Het 19e-eeuwse Coolsingelziekenhuis had een aparte afdeling voor zieke zeelieden. In Leiden werd op 14 mei 1914 de ‘Leidse Vereniging tot Bevordering van de Studie der Tropische Geneeskunde’ opgericht. Bijna tien jaar later werd dat het ‘Instituut voor tropische geneeskunde’ dat gevestigd werd het herbarium aan het Rapenburg te Leiden. Omdat er in Leiden te weinig aanbod was van patiënten uit de tropen werden in 1925 de Havenpoliklinieken in Rotterdam geopend, die na korte tijd meer dan 2.500 zeelieden per jaar behandelen. Om praktische redenen werd daarom in 1927 het oude hotel Continental en het daarnaast gelegen huis aan de Oosterkade 22 en 24 en het parterregedeelte van nummer 26 omgebouwd tot ‘Ziekenhuis voor Scheeps- en Tropische Ziekten’, dat al snel het ‘Havenziekenhuis’ werd genoemd. Het ziekenhuis kreeg 75 bedden. In 1928 werd een badkamer op de eerste verdieping omgebouwd tot operatiekamer.

Al snel werd besloten tot nieuwbouw van het ziekenhuis op dezelfde locatie tussen het Haringvliet en de Maasboulevard. In december 1934 vertrokken personeel en patiënten naar een noodziekenhuis dat was ingericht in de voormalige kantoorpanden van Unilever aan de Westerlaan. In 1937 wordt het nieuwe ziekenhuis in gebruik genomen. De benaming ‘Ziekenhuis voor Scheeps- en Tropische Ziekten’ is nu officieel vervangen door ‘Havenziekenhuis’. Hoewel het Havenziekenhuis tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940 in de frontlinie lag, werd het niet getroffen. Ook tijdens het bombardement op Rotterdam werd het niet getroffen, alhoewel de brandgrens slechts op enkele tientallen meters was verwijderd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is de ontwikkeling van specialistisch ziekenhuis naar algemeen ziekenhuis ingezet: tijdens de oorlog waren er geen scheepvaartverbindingen met tropische gebieden en het algemene Coolsingelziekenhuis was verwoest.

De fotograaf is Gerard Roos en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Dorus-theater, 1968

Veel mensen voor de ingang van het Dorus-theater, 1968 (geschat). Op de voorgrond het standbeeld van Koos Speenhoff.

Een programma voor alle Rotterdammers. Dat brengt Dorus en zijn jong talent in zijn zaal aan het Doruspleintje naast de Rotterdamse Schouwburg. Een programma waar iedereen twee uur lang volop plezier aan kan beleven. Zonder onderbreking kabbelen de amusementsgolfjes de sfeervolle zaal in, soms cabaretesk, dan weer zuiver muzikaal. Er zijn vele meezingertjes bij en de zaal, zo blijkt elke keer weer, weet dan van wanten. Maar ook bij de praatstukjes van Dorus is wel duidelijk dat de Maasstedelingen „meesmoezers” zijn, zoals Tom Manders zed. En vooral hij weet de sfeer op bijzondere wijze te maken. Meestal door het publiek er direct in te betrekken. Hij maakt een geintje over een man die sigaren rookt, zegt dat hij ze zelf ook graag krijgt en de man is zo goed niet of hij staat er een af. Dorus bekijkt het kleine sigaartje en vraagt: „Ik zou wel eens willen weten wat je met z’n ouders gedaan hebt?”

En wat hem aan Rotterdam bindt, blijkt een vrouw te zijn. „Ik heb al dertig jaar een verhouding met een hele aardige weduwe,” merkt hij op. Een reclamemopje, want hy draait even later een zware weduwe. ‘En met de metro weet hij ook op bijzonder fijne manier de spot te drijven. De tien jeugdige Zuidhollanders die op de planken verschijnen, hebben veel eenvoudige scènes met nogal wat pantomime erin. Vooral het mondharmonikanummertje is aardig. Lidia Oosthoek (uit Rotterdam) en Diny Paerels (Schiedam) maakten een goede indruk, aan het optreden van de overigen zal nog plankenkoorts en onwennigheid kleven. Maar wat dat betreft: met het aantal optredens zal ook dat wel slijten.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Vrije Volk van 26 juni 1967 via delpher.nl

Met medewerking van Rotterdam van toen