Category Archives: Crooswijk

Crooswijksesingel 1891

De Heineken Bierbrouwerij aan de Crooswijksesingel, uit het zuidoosten, 1891.

Heinekens Bierbrouwerij Maatschappij is een van origine Amsterdams bedrijf. In 1873 opende het een vestiging in Rotterdam, op de hoek van de Linker Rottekade en de Crooswijksesingel. Daarin had de Rotterdamse ondernemer en politicus Lodewijk Pincoffs de hand, die brouwer Heineken wist over te halen zich ook in Rotterdam te vestigen. Heineken floreerde in Rotterdam en het complex werd regelmatig uitgebreid. Aangezien eenheid ver te zoeken was, werd architect Willem Kromhout gevraagd voor verdere uitbreiding. Tussen 1922 tot 1932 realiseerde hij de 15 meter hoge imposante ziederij, de brouwerij, de betonnen kolentransporteur, de graansilo en een kantoorgebouw van 52 meter lang met een 28 meter hoog trappenhuis. De ziederij en de graansilo voorzag hij van een bijzondere dakkoepel.

In 1968 verhuisde Heineken naar Zoeterwoude en de fabrieksgebouwen maakten plaats voor woningen. De gevel van het markante ziederijgebouw werd in 1980 gereconstrueerd. Het enig overgebleven gebouw van Kromhout is het kantoorgebouw, een rijksmonument met het art déco-interieur uit 1932. Het werd in 2000 gerestaureerd en na de restauratie het Heinekenhuis genoemd. De restauratie werd begeleid door NV Stadsherstel Historisch Rotterdam die eigenaar werd en het gebouw aan verschillende bedrijven verhuurde.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rechter Rottekade 1972

De Rechter Rottekade met drie van rond het jaar 1700 daterende panden, september 1972. Links op de achtergrond het gebouw van de RAC-garage, later na renovatie het gemeentearchief aan de Hofdijk 651.

Deze kade heet naar het riviertje de Rotte, waaraan de stad Rotterdam zijn naam te danken heeft. De Rotte wordt in 1242 voor het eerst genoemd. Ze moet echter eeuwen oud zijn, want in een oorkonde uit 1028 is er sprake van een nederzetting ‘Rotta’. De Rotte werd voor 1200 ter hoogte van Crooswijk voor het eerst afgedamd in het kader van de aanleg van een dijk vanwege de grote 12de-eeuwse overstromingen. De aanleg van Schielands Hoge Zeedijk meer naar het zuiden rond het midden van de 13de eeuw, betekende een tweede afdamming. In deze dam, het midden van de latere Hoogstraat, bevonden zich enkele uitwateringssluizen waardoor de (Binnen-)Rotte in verbinding beelf staan met de Maas. De beide kaden langs de Rotte ten noorden van de oude stad ontvingen de namen Rechter en Linker Rottekade. Waar deze kaden door Hillegersberg en Terbregge lopen kregen ze na de annexatie de plaatsnamen als toevoegsel. De Rottebrug verbindt over de Rotte de Gordelweg met de Boezembocht. De Rottestraat ontving haar naam omdat ze op de Rotte uitloopt. Zie ook Binnenrotte.

De Hofdijk herinnert aan de ridderhofstad Weena, die noordoostelijk van het huidige Hofplein was gelegen. De Hofdijk komt al in 1397 in bronnen voor. Het slot wordt reeds in 1306 vermeld. De oorspronkelijke Hofdijk stamde uit de 13de eeuw en strekte zich langs de Rotte uit tot het Zwaanshals en de Oudedijk. Het Hofplein ontstond in de eerste helft van de 19de eeuw nadat de Kolk of Gracht tussen de Delftse Poort en de Hofpoort was gedempt. Van 1853 tot 1875 was het plein als veemarkt ingericht. De oudste naam is Hofpoortplein naar de Hofpoort die daar stond en in 1833 is afgebroken. In 1908 werd aan het plein het station van de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij, de lijn Rotterdam-Scheveningen, geopend. Bij besluit B&W 13 september 1949 ontving het verkeersplein op het kruispunt Coolsingel, Weena, Schiekade, Pompenburg de naam Hofplein. Zie ook Weena.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rubroekstraat 1958

Start Ronde van Crooswijk in de Rubroekstraat, juli 1958.

Deze straat heet naar het vroegere ambacht Rubroek, dat reeds omstreeks 1283 wordt vermeld. De oudste vorm is Rubroke, later komt ook voor Ruychbroek en Ruychpolder. Ruw en ruig zijn verwanten woorden. Rubroek moet verklaard worden als woest, nog niet ontgonnen moerasland. De polder Rubroek, bestaande uit Achter- of Oud-Rubroek en uit Voor-Rubroek of Vorenbroek werd vroeger, wat betreft waterschapszaken, bestuurd door ambachtsheren of molenbewaarders. Deze werden reeds in het midden van de 16de eeuw door Rotterdam aangesteld. Achter- of Oud-Rubroek behoorde tot de jurisdictie van Hillegersberg, Voor-Rubroek tot die van Rotterdam. Beide gedeelten waren gescheiden door de Oude Zeedijk. Van 1897 tot 1949 had men in deze buurt ook het Rubroekspad.

Omstreeks 1337 komt de heer Van Voorne voor als eigenaar van het huis of de hofstede te Crooswijk. Dit huis kwam later aan de graaf van Holland. Het stond waarschijnlijk op de plaats van het oude Duifhuis, een toltoren die door de Romeinen was gesticht. Het huis komt voor op een kaart van 1567 van Jan Potter. In 1828 kocht de stad de buitenplaats ‘het Huis te Crooswijk’, ook bekend onder de naam van Duifhuis, met de daarbij behorende grond. Het huis werd gesloopt en op het terrein werd een begraafplaats aangelegd. De Crooswijkseweg wordt reeds in 1489 genoemd. Deze liep van de huidige Goudse Rijweg naar de vroegere Oudedijk. Ze kwam ook voor onder de namen Crooswijksche Binnenweg, Goudscheweg, Rubroekscheweg, Oudelandscheweg, Schinkelweg en Gerrit Berchmansweg. De Crooswijksebocht werd voor 1948 alleen aangeduid met de naam Crooswijk.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Spiegelnisserkade 1913

De heer van Mil, een ouderwetse Rotterdamse melkboer in een wit jasje, met een hondenkar waarop de zorgvuldig gepoetste melkbussen met volle melk, taptemelk en karnemelk staan te blinken, bij de Spiegelnisserkade, 1913.

Tot eind 19e eeuw werd melk door of namens de melkveehouder op melkmarkten verkocht of aan huis gebracht. De melk werd vervoerd in houten vaten, die vaak met slootwater werden schoongemaakt. Het rondventen van de melk ging in de stad vaak met een transportfiets met een houten bak en soms een laag plateau waarop twee melkbussen konden staan. Er werd ook gevent met paard en wagen en hondenkarren. Later kwam de bakfiets en daarna de ijzeren hond. De gemotoriseerde SRV-wagen markeerde de laatste fase van bezorging aan huis, toen was de melkboer inmiddels gepromoveerd was tot ‘melkman’.

Er was veel concurrentie. Vaak verscheen in een trappenhuis meer dan een melkboer en na een verhuizing stonden meerdere melkboeren op de stoep om hun diensten aan te bieden. De melkboer had soms een ‘loper’; een sleutel die op alle deuren paste, of de keukendeur was open zodat een klaarstaande pan met melk kon worden gevuld. Vaak werd aan klanten krediet verleend, het zogenoemde poffen.

Sommige werkloze boerenzoons trokken naar de stad en begonnen een winkel waar ze melk, boter, kaas en eieren verkochten. Melkwinkels waren vaak echte buurtzaken. De klanten namen niet altijd pannen mee. Er bestond een systeem van groenteblikken met hengsel, die de melkboer schoonmaakte.

De overheid legde in de loop van de twintigste eeuw steeds meer regels op om de gezondheid en de kwaliteit van de melk te waarborgen. Al in de 19e eeuw werd duidelijk dat melk de veroorzaker was van veel epidemieën (tyfus, difterie, tbc) door de slechte hygiëne op de boerderijen en in de melkwinkel. In 1925 werd de melkkeuring verplicht. De Zuivelwet van 1932 regelde het vaststellen van de melkprijzen, stelde eisen aan de vakbekwaamheid van de melkboer en introduceerde een uitgebreid stelsel van vergunningen met premies voor een hygiënische bedrijfsvoering. In 1935 kwam er een ventverbod voor de zondag. De litermaten die de melkboer gebruikte moesten regelmatig worden geijkt. Sommige melkboeren waren berucht vanwege hun geknoei.

De Spiegelnisserkade heet naar de Spiegelnisserpolder in Schieland. De polder heette vroeger ook wel Kleyn-polder of het Oudeland. Reeds in 1392 wordt het ambacht Spiegelnisse in het Oudeland vermeld. Dit ambacht was het noordelijkste gedeelte van de polder Achter-Rubroek of het Oudeland.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia. Lees verder op https://nl.wikipedia.org/wiki/Melkboer

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rotte 1908

Gezicht op de Rotte met de Noorderbrug, uit het zuiden gezien, 1908. Op de voorgrond schepen geladen met witte kool. Op de achtergrond de Heineken bierbrouwerij aan de Crooswijksesingel.

In 1860 werd ter hoogte van het latere Noordplein een hoge houten brug over de Rotte gemaakt, die de naam Rottebrug ontving. Deze werd in 1895 vervangen door een ijzeren ophaalbrug, die Noorderbrug werd genoemd omdat ze toegang gaf tot het Noordplein. In 1909 kwam hiervoor een vaste stenen brug in de plaats. De ophaalbrug werd verplaatst en kwam iets noordelijker over de Rotte te liggen ter hoogte van de Crooswijksestraat en de (Nieuwe) Zaagmolenstraat. Hier deed de Zaagmolenbrug, zoals ze sindsdien genoemd werd, dienst tot 1956.

Het riviertje de Rotte, waaraan de stad Rotterdam zijn naam te danken heeft, wordt in 1242 voor het eerst genoemd. Ze moet echter eeuwen oud zijn, want in een oorkonde uit 1028 is er sprake van een nederzetting ‘Rotta’. De Rotte werd voor 1200 ter hoogte van Crooswijk voor het eerst afgedamd in het kader van de aanleg van een dijk vanwege de grote 12de-eeuwse overstromingen. De aanleg van Schielands Hoge Zeedijk meer naar het zuiden rond het midden van de 13de eeuw, betekende een tweede afdamming. In deze dam, het midden van de latere Hoogstraat, bevonden zich enkele uitwateringssluizen waardoor de (Binnen-)Rotte in verbinding beelf staan met de Maas. De beide kaden langs de Rotte ten noorden van de oude stad ontvingen de namen Rechter en Linker Rottekade. Waar deze kaden door Hillegersberg en Terbregge lopen kregen ze na de annexatie de plaatsnamen als toevoegsel. De Rottebrug verbindt over de Rotte de Gordelweg met de Boezembocht. De Rottestraat ontving haar naam omdat ze op de Rotte uitloopt. Zie ook Binnenrotte.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rechter Rottekade 1910

Gezicht op de Rechter Rottekade met op de achtergrond de huizen aan de Linker Rottekade en de rooms-katholieke kerk aan het Bosje, uit het noordwesten, 1910.

Deze kade heet naar het riviertje de Rotte, waaraan de stad Rotterdam zijn naam te danken heeft. De Rotte wordt in 1242 voor het eerst genoemd. Ze moet echter eeuwen oud zijn, want in een oorkonde uit 1028 is er sprake van een nederzetting ‘Rotta’.

De Rotte werd voor 1200 ter hoogte van Crooswijk voor het eerst afgedamd in het kader van de aanleg van een dijk vanwege de grote 12de-eeuwse overstromingen. De aanleg van Schielands Hoge Zeedijk meer naar het zuiden rond het midden van de 13de eeuw, betekende een tweede afdamming. In deze dam, het midden van de latere Hoogstraat, bevonden zich enkele uitwateringssluizen waardoor de (Binnen-)Rotte in verbinding bleef staan met de Maas. De beide kaden langs de Rotte ten noorden van de oude stad ontvingen de namen Rechter en Linker Rottekade. Waar deze kaden door Hillegersberg en Terbregge lopen kregen ze na de annexatie de plaatsnamen als toevoegsel. De Rottebrug verbindt over de Rotte de Gordelweg met de Boezembocht. De Rottestraat ontving haar naam omdat ze op de Rotte uitloopt. Zie ook Binnenrotte.

Voormalige R.K. parochiekerk St. Antonius van Padua in Rotterdam, gelegen aan het Bosje, ter hoogte van het begin van de Goudsesingel nabij de Pompenburg. Vanwege de ligging aan het genoemde, thans niet meer bestaande straatje, werd de kerk ook wel Bosjeskerk genoemd. Het was de eerste kerk van de bekende architect E.J. Margry (1841-1891), leerling van P.J.H. Cuypers, tot stand gekomen in 1863-’66.

Het was een driebeukige neogotische kruisbasiliek, gebouwd in de trant van de vroege Franse gotiek, onder duidelijke invloed van het vroege werk van Margry’s leermeester Cuypers. De uiteinden van het transept werden geflankeerd door traptorens, dakruiter op de viering. Hoofdportaal later aangebouwd. De ooit wel geplande hoge toren werd niet uitgevoerd. Rijk gedecoreerd interieur in neogotische stijl.

De kerk werd verwoest bij het bombardement op 14 mei 1940. Ter vervanging werd een nieuwe kerk gebouwd, de H.H. Antonius en Rosalia aan de Hofdijk, ingewijd in 1954. Deze kerk, met ook dezelfde bijnaam als de vooroorlogse kerk, is begin jaren 1990 gesloopt.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van reliwiki.nl http://www.reliwiki.nl/…/Rotterdam,_Bosje_8_-_Antonius_van_…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Snellemanstraat 1966

Nieuwe Noorderkerk aan de Snellemanstraat, links metaalhandel Hulsmit en rechts garage Auto Gero, geschat 1966.

De Nieuwe Noorderkerk was een grote stadskerk in neoromaanse stijl, met toren en, aan weerszijden van de voorgevel, twee zijtorentjes. De kerk werd buiten gebruik gesteld in 1966. Daarna was het een opslagruimte. De Nieuwe Noorderkerk is gesloopt in 1977. Het door W.H. Kam in 1863 gebouwde orgel kreeg in 1968 een nieuwe bestemming in de Salvatorkerk te Bodegraven, waarbij helaas de fraaie kas verloren ging.

Deze straat heet naar touwslager Jacobus Snelleman (1818-1890). Hij had een touwbaan in het Zwaanshals. De Snellemanstraat heette vóór 1894 Laan van Snelleman.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van reliwiki.nl

Met medewerking van Rotterdam van doen