Category Archives: Alexander

Melkboer aan huis in de nieuwbouwwijk Prins Alexander, 1964

Melkboer aan huis in de nieuwbouwwijk Prins Alexander, 9 juli 1964.

Tot eind 19e eeuw werd melk door of namens de melkveehouder op melkmarkten verkocht of aan huis gebracht. De melk werd vervoerd in houten vaten, die vaak met slootwater werden schoongemaakt. Het rondventen van de melk ging in de stad vaak met een transportfiets met een houten bak en soms een laag plateau waarop twee melkbussen konden staan. Er werd ook gevent met paard en wagen en hondenkarren. Later kwam de bakfiets en daarna de ijzeren hond. De gemotoriseerde SRV-wagen markeerde de laatste fase van bezorging aan huis, toen was de melkboer inmiddels gepromoveerd was tot ‘melkman’.

Er was veel concurrentie. Vaak verscheen in een trappenhuis meer dan een melkboer en na een verhuizing stonden meerdere melkboeren op de stoep om hun diensten aan te bieden. De melkboer had soms een ‘loper’; een sleutel die op alle deuren paste, of de keukendeur was open zodat een klaarstaande pan met melk kon worden gevuld. Vaak werd aan klanten krediet verleend, het zogenoemde poffen.

Sommige werkloze boerenzoons trokken naar de stad en begonnen een winkel waar ze melk, boter, kaas en eieren verkochten. Melkwinkels waren vaak echte buurtzaken. De klanten namen niet altijd pannen mee. Er bestond een systeem van groenteblikken met hengsel, die de melkboer schoonmaakte.

De overheid legde in de loop van de twintigste eeuw steeds meer regels op om de gezondheid en de kwaliteit van de melk te waarborgen. Al in de 19e eeuw werd duidelijk dat melk de veroorzaker was van veel epidemieën (tyfus, difterie, tbc) door de slechte hygiëne op de boerderijen en in de melkwinkel. In 1925 werd de melkkeuring verplicht. De Zuivelwet van 1932 regelde het vaststellen van de melkprijzen, stelde eisen aan de vakbekwaamheid van de melkboer en introduceerde een uitgebreid stelsel van vergunningen met premies voor een hygiënische bedrijfsvoering. In 1935 kwam er een ventverbod voor de zondag. De litermaten die de melkboer gebruikte moesten regelmatig worden geijkt. Sommige melkboeren waren berucht vanwege hun geknoei.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Winkelcentrum Van Bilderbeekplaats ingang Duikerstraat, 1966

Winkelcentrum Van Bilderbeekplaats in de Prins Alexanderpolder (Het Lage Land), ingang Duikerstraat, 1966 (geschat).

De Van Bilderbeekplaats is vernoemd naar Bernardus van Bilderbeek (1876-1955), architect. Van Bilderbeek werd opgeleid en gevormd tot architect in Amsterdam waar hij met name bij het architectenbureau van de gebroeders Van Gendt de kneepjes van het vak leerde. In Dordrecht kreeg Van Bilderbeek tal van mogelijkheden om zijn liefde voor het vak en voor behoud van historisch erfgoed tot uitdrukking te brengen. Naast het realiseren van nieuwe werken nam hij zitting in diverse beroeps- en culturele commissies in Dordrecht waarbij onder meer aandacht werd gevraagd voor de oude stad. Ook was hij betrokken bij de restauraties van diverse monumentale kerken, kerktorens en poortgebouwen in den lande.

Jan Duiker (ook Johannes Duiker) (Den Haag, 1 maart 1890 – Amsterdam, 23 februari 1935) was een Nederlands architect met een vrij korte beroepscarrière. Gedurende vijftien jaar, van ongeveer 1920 tot 1935, het jaar van zijn vroegtijdige dood, behoort het werk van Duiker, naar het oordeel van velen, tot het beste wat in de Nederlandse architectuur tot stand kwam. Aldo van Eyck plaatst hem bij de meest vindingrijke architecten ooit. Duiker was een belangrijke vertegenwoordiger van de Nieuwe Zakelijkheid of het Nieuwe Bouwen van de jaren ’20-’40.

Duiker werd geboren te Den Haag, als zoon van de hoofdonderwijzer Fokke Duiker en Frederika Rosenveldt. Hij volgde de HBS en deed in 1907 eindexamen, waarna hij twijfelde tussen bouwkunde en muziek. In 1908 begon hij aan zijn studie bouwkunde aan de Technische Hogeschool Delft, waar hij bevriend raakte met Bernard Bijvoet. In 1913 studeerden beiden af. Ze werkten enkele jaren op het bureau van prof. Henri Evers, die onder andere toezicht hield op de bouw van het door hem ontworpen stadhuis van Rotterdam. In 1916 begonnen Duiker en Bijvoet in Den Haag hun eigen architectenbureau. In 1918 vond er een prijsvraag plaats voor een nieuw ontwerp voor het gebouw van de Rijksacademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam, waar de inzending van Duiker en Bijvoet weliswaar de eerste prijs wonn en ze daarmee de opdracht binnensleepten, maar waarvan de uitwerking op niets uitliep; in 1921 trok de regering de opdracht terug. Van het geldbedrag dat ze met deze prijsvraag wonnen, begonnen ze in 1919 in Zandvoort een nieuw architectenbureau.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam, van Wikipedia en uit het Nieuwe Instituut. https://zoeken.hetnieuweinstituut.nl/…/fd33c2d2-d3af-560d-a…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Marinus Bolkplein 1968

Winkelcentrum in het Lage Land op het Marinus Bolkplein in de Alexanderpolder met supermarkt VIVO, 1968 (geschat).

De wijk ontstond in het begin van de jaren zestig van de 20e eeuw. De wijk werd zeer ruim opgezet (45 huizen per ha). Later heeft er enige verdichting plaatsgevonden. Toch blijft het een zeer ruime wijk met veel laagbouw. In de beginjaren werd het Lage Land vooral bewoond door oud-inwoners van de wijken Kralingen en Delfshaven.

De naam van de wijk is ontleend aan de polder welke omstreeks 1860 door bemaling is ontstaan. Tot 1995 werd verondersteld dat het laagste punt van Nederland in deze polder lag: 6,67 meter beneden NAP. Door bebouwing vanaf de zestiger jaren was dat echter niet meer het geval. De gemeente Rotterdam heeft langs de Prinsenlaan, een van de grote ontsluitingswegen van de wijk, een monument aangelegd, omgeven door een vijverpartij.

In 1995 bleek uit een officiële meting echter, dat hier niet het laagste punt van Nederland ligt. Het allerlaagste punt van Nederland is een weiland in de Zuidplaspolder ten noordoosten van Nieuwerkerk aan den IJssel op een diepte van 6,76 meter onder NAP. Aan de rand van dit weiland, langs de snelweg A20, staat inmiddels ook een monument.

Dit plein draagt de naam van Marinus Bolk, 1904-1942, verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was eigenaar van een drukkerij, waar hij al eind 1940 het illegale blad ‘Vrij Nederland’ drukte. Op 25 juni 1941 werd hij gearresteerd en op 23 februari 1942 gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Prinsenlaan 1965

Gezicht op de ‘ster-flats’ aan de Prinsenlaan vanuit het zuiden, 10 februari 1965.

Prinsenland is een wijk in het Rotterdamse stadsdeel Prins Alexander.

De wijk grenst in het noorden bij de Prinsenlaan aan het Lage Land en wordt verder begrensd door de Prins Alexanderlaan in het oosten, de Calandlijn van de metro in het zuiden en de A16 in het westen.

Het noorden van de wijk is gebouwd in de jaren zestig, tegelijk met de bouw van het Lage Land. De rest van de wijk is in verschillende deelplannen gerealiseerd in de jaren negentig. Bij de nieuwbouw zijn de oude structuren van het gebied (Kralingseweg, Ringvaartweg, ‘s-Gravenweg) gehandhaafd. Ook de oude begraafplaats Oud Kralingen maakt deel uit van de wijk.

Aan de noordrand van de wijk ligt het Prinsenpark. In dit park bevinden zich een aantal speelweiden, een skatepark, de avonturen-speeltuin Pietje Bell en een grote vierkante vijver waar middenin een betonnen schotel staat als aanduiding van het laagste punt van Nederland. Achteraf bleek dit laagste punt niet in Prinsenland te zijn, maar iets verder naar het noordoosten, in Nieuwerkerk aan den IJssel.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen