Category Archives: Feijenoord

Stadion Feijenoord 1962 Feijenoord N.A.C. (4-1)

Publiek in Stadion Feijenoord tijdens Feyenoord-NAC, 15 april 1962.

Uit het Vrije Volk van 16 april 1962:
Gerard Bergholz, op de rechtsbuitenplaats vervangen door de jonge Hordijk, maar na een kwartier invaller voor een door rugklachten gepijnigde Cor v.d. Gijp, heeft een groot stempel gedrukt op Feijenoord-NAC. Bergholz kwam na één kwartier het veld op en scoorde nauwelijks twintig seconden later een magnifiek doelpunt. Twintig minuten later herhaalde hij die prestatie nog eens. Omdat verder Bouwmeester en Schouten voor Feijenoord scoorden en Visschers voor NAC werd het tenslotte 4-1, een resultaat, dat de verhouding in het veld voortreffelijk weerspiegelde.

Het was een wedstrijd in grote sfeer. NAC werd bij zijn opkomst luid toegejuicht. Feijenoord kreeg een staande ovatie terwijl bij de aanvang het legioen uit volle borst het hand in hand, kameraden zong. Dat heeft de Rotterdammers, die al vijf wedstrijden in successie het zoet der overwinning niet smaakten, gesterkt. Bij vlagen was het spel ouderwets. In weken zag het legioen zijn favorieten niet in zulk een vorm.In het begin leek het daar niet op. NAC gaf fraai partij en kreeg zelfs de beste kansen, vooral via Visschers die als speerpunt van de aanval een voortreffelijke wedstrijd speelde. Pieters Graafland had met zijn schoten de allermeeste moeite, maar klaarde het.

Eerst na het uitvallen van Cor v.d. Gijp kwam er vaart in de Feijenoord-acties. Nauwelijks was Bergholz als midvoor in het veld verschenen, of Bouwmeester mikte de bal uit een corner over de handen van doelman v. d. Merwe in de doelmond. Bergholz stormde toe en kopte de bal schitterend in.

NAC kreeg daarna wel kansen, maar het was Feijenoord dat de zaken ging dicteren. Henk Schouten, grote uitblinker in de aanvalslinie, dirigeerde het aanvalskwintet met slimme acties, waar Kees Kuys c.s. geen vat op hadden. Met man en macht werd Coen Moulijn afgestopt, maar daardoor kwam er ruimte voor de andere aanvallers.

Beautie
In de 20e minuut stuitte een schot van Schouten af op een voet van een verdediger. Bouwmeester kreeg de bal voor zijn voeten en knalde zonder bedenken in (2—0). Fraaier nog was het derde doelpunt, dat Gerard Bergholz na een halfuur op.zijn naam schreef. Hij kreeg de bal van Moulijn toegespeeld, liep langs een paar NAC-verdedigers en loste toen van zeker 25 meter volkomen onverwachts een enorme kogel, die in de uiterste bovenhoek doel trof. Een beautie! (3-0).

Het dolgelukkige Feijenoord, gesteund door een onvermoeid roepende aanhang, had hiermee de overwinning wel veilig gesteld. Kennelijk besloot men het na de rust wat kalmer aan te doen, waardoor NAC een tijdlang sterk in het offensief kon komen. Na drie minuten al leverde dat een doelpunt op, toen Visschers de bal vrij kreeg en een schot loste dat Pieters Graafland zeker zou hebben gehad, als Bennaers er niet op ongelukkige wijze een voet tussen had gezet. De bal veranderde van richting en stuiterde de hoek in (3-1).

NAC bleef gevaarlijk, maar schutter Visschers kreeg geen kans; meer. Omdat de” Feijenoordaanvallen nu zonder tempo werden opgezet verzoende ieder zich al met een tamme afloop, tot in het laatste kwartier de Rotterdammers er nog even een schepje bovenop deden.

Henk Schouten gaf het alarmsein met een grandioze solorush die hem tot vlak voor v.d. Merwe bracht. Cees Kuys kon de bal nog net corner werken, maar het scheelde een haartje. Bouwmeester kreeg een beste kans, maar schoot roekeloos naast. In de 36e minuut ten slotte kon toch nog een keer het legioen overeind komen. Dat dankte het dan weer aan Bergholz, die op rechts een ren ondernam en de bal scherp voortrok. Bouwmeester knalde de bal in, tegen de benen van v.d. Merwe, Hordijk zette zijn voet ertegen, weer tegen de benen van v.d. Merwe, waarna Henk Schouten met de rust van de routinier de bal kalmpjes in de hoek legde (4-1).

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Vrije Volk, via delpher.nl

Met medewerking van Rotterdam van toen

Oranjeboomstraat 1930

De Oranjeboomstraat met de Wilhelminakerk. In het midden de Steven Hoogendijkstraat, 1930.

Deze straat heet naar bierbrouwerij ‘d’Oranjeboom’, die aan deze straat was gevestigd. De brouwerij dateert uit 1671 en is ontstaan uit de samenvoeging van de brouwerijen ‘De Dissel’ en ‘van den Oranjeboom’. De eerste was gevestigd aan de Coolvest, de laatste aan de Nieuwehaven. In 1885 werd de brouwerij van de Coolvest naar Feijenoord overgeplaatst en in 1902 werd de Naamloze Vennootschap Brouwerij d’Oranjeboom opgericht. In 1990 vertrok de brouwerij naar Breda.

De Steven Hoogendijkstraat is vernoemd naar Steven Hoogendijk, 1698-1788, Rotterdams natuurkundige en horlogemaker. Stichtte in 1769 te Rotterdam het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte. Hij liet op eigen kosten in de polder Blijdorp een stoomgemaal bouwen dat in 1787 in werking werd gesteld.

De Wilhelminakerk in Rotterdam werd opgericht als nieuwe wijkkerk van de toenmalige zelfstandige “Nederduitsch Hervormde Gemeente”, afgesplitst van de Hervormde Gemeente IJsselmonde. Evenals de Koninginnekerk in Rotterdam kon deze kerk gebouwd worden dankzij een gift van de gezusters Van Dam. De inwijding volgde op 27 november 1898. Het was een forse zaalkerk op centraliserende plattegrond met uitgebouwde, driezijdig gesloten apsis en fronttoren, geflankeerd door twee lagere traptorens. De apsis werd uitwendig geaccentueerd door topgevels en een eenvoudige dakruiter. Het interieur was voorzien van galerijen en werd gedomineerd door een forse vrijstaande kansel in het koor. Het gebouw was een belangrijk voorbeeld van stilistische vernieuwing in de protestantse kerkbouw van omstreeks 1900, voortkomend uit het eclecticisme, tevens belangrijk werk uit het oeuvre van B. Hooykaas Jr.

De kerk kreeg in de naoorlogse jaren grote bekendheid door de orgelconcerten van de bekende organist en dirigent Feike Asma. Als gevolg van teruglopend kerkbezoek werd de kerk in 1972 buiten gebruik gesteld en in het jaar daarna gesloopt. Een groot deel van de pijpen uit het orgel zijn aangekocht door de Hervormde Gemeente Veenendaal en zijn gebruikt voor het orgel van de Oude Kerk te Veenendaal.

Zowel de Koninginnekerk als de Wilhelminakerk beschikten over 1.600 zitplaatsen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Poortgebouw/Binnenhavenbrug 1960

De Binnenhavenbrug is in verband met onderhoud door een drijvende bok van zijn plaats gehaald, 1 mei 1960. Op de achtergrond is het Poortgebouw zichtbaar.

Over de Binnenhaven ligt de Binnenhavenbrug met daarbij het Poortgebouw. Volgens de overeenkomst van 24 oktober 1873 tussen de gemeente Rotterdam en de Rotterdamsche Handelsvereeniging moesten door laatstgenoemde de Binnenhaven en de Entrepôthaven gemaakt worden. De naam is gegeven omdat de haven niet uitkomt op de Maas, doch op de Koningshaven. De Binnenhavenhof is het binnenterrein tussen de Rosestraat en de Rijtuigweg ten zuiden van de Binnenhaven.

Het Poortgebouw is een gebouw in Rotterdam-Zuid, dat over de Stieltjesstraat heen is gebouwd. Het ligt aan de brug over de Binnenhaven. Sinds 1986 is het opgenomen in het register van rijksmonumenten.

Het Poortgebouw werd in 1879 opgeleverd als hoofdkantoor van de Rotterdamsche Handelsvereeniging (RHV) van Lodewijk Pincoffs. De architect was J.S.C. van de Wall. In 1882 kwam het onroerend goed van de Rotterdamsche Handelsvereeniging, waaronder het Poortgebouw, in handen van de gemeente Rotterdam. Het havencomplex aan de Binnenhaven en de Spoorweghaven werd toen de Gemeentelijke Handelsinrichtingen. De directie ervan werd in het Poortgebouw gevestigd. De ruimte die over bleef, werd aan derden verhuurd. Onder meer aan de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij, nu de Holland-Amerika Lijn, die er tussen 1889 en 1901 onderdak voor de directie en het vrachtbureau vond.

In 1932 werd het na zijn oprichting het hoofdkantoor van het Havenbedrijf der Gemeente Rotterdam, waarin de Gemeentelijke Handelsinrichtingen opgingen. Oorspronkelijk stond er aan de andere zijde van de brug over de Binnenhaven nog een tweede, veel kleiner poortgebouw, dat uitsluitend als poort diende. Deze poort heeft echter een relatief kort bestaan gehad. Het Havenbedrijf der Gemeente Rotterdam, sinds 2004 het Havenbedrijf Rotterdam N.V., bleef er tot 1977 gevestigd.

In 1980 is overwogen een eroscentrum in te richten in het Poortgebouw. Dit plan is echter niet tot uitvoering gekomen. Tussen 1980 en 1982 werd het gebouw gekraakt, waarna er met de krakers een huurovereenkomst werd afgesloten. In 2005 is het slecht onderhouden gebouw aangekocht door een projectontwikkelaar, die het wilde renoveren en omvormen tot kantoorruimte. Op 30 maart 2010 oordeelde de rechtbank in Den Haag dat de eigenaar de huidige bewoners niet mocht uitzetten.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Olympiaweg 1937

De Olympiaweg bij de ingang van Stadion Feijenoord, 1937-1939.

Door Feyenoords successen in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw was het terrein van de voetbalclub aan de Kromme Zandweg veel te klein. Feyenoordvoorzitter Leen van Zandvliet slaagt er, na jaren ijveren, in om met hulp van notabelen – onder wie havenbaron Van Beuningen -, een groot voetbalstadion ‘op Zuid’ te verwezenlijken. Via de oprichting van een NV werd het ambitieuze project gefinancierd. Het complex, met de officiële naam Stadion Feijenoord, werd ontworpen door de architecten Brinkman en Van der Vlugt in de trant van het Nieuwe Bouwen, een zakelijke bouwstijl met veel glas, staal en beton. Vanwege de ovale hoofdvorm stond het complex in de volksmond al snel bekend als De Kuip.

Brinkman en Van der Vlugt, geïnspireerd door het stadion van Arsenal in Londen, maakten een stadion in twee verdiepingen, waarbij het publiek dicht op het veld zat. De tribunes kenden een optimale zichtlijn, mede doordat de constructie-elementen aan de buitenzijde waren geplaatst en de hoeken waren afgerond. Tussen 1935 en 1936 werd het – afgezien van de betonnen tribunes – geheel in staal geconstrueerde gebouw door aannemer J.P. van Eesteren gebouwd. Op 16 september 1935 werd de eerste paal geslagen door Puck van Heel.

De openingswedstrijd tussen Feyenoord en het Antwerpse Beerschot vond plaats op 27 maart 1937. Vertegenwoordiger van de koningin Jhr. De Beaufort opende het stadion en burgemeester Droogleever Fortuyn trapte af. De RET vervoerde die dag vijfentwintigduizend passagiers van en naar het stadion aan de Kreekweg. Feyenoord won onder aanvoerder Puck van Heel de wedstrijd voor circa zevenendertigduizend toeschouwers met 5-2.

Stadion Feijenoord, zoals de officiële naam luidt, telde vijfenzestigduizend plaatsen. Met een spoorweghalte en trams voor de deur bleek het stadion al snel uitstekend te voldoen. In 1957 kreeg De Kuip, met Feyenoord als de vaste bespeler, een lichtinstallatie. In totaal zitten er in de lichtmasten tweehonderdachtentachtig lampen van tweeduizend watt, dat zijn er tweeënzeventig per mast. In 1968 werd de stoeltjes capaciteit verhoogd en vervingen stoeltjes de houten banken. In De Kuip zijn ook vele wedstrijden van het Nederlands Elftal, finales om de KNVB-beker, Europacupfinales en wedstrijden – waaronder de finale – van Euro 2000 gespeeld. De Kuip ontwikkelde zich tot hét interlandvoetbalstadion en vervulde de Rotterdammers, vooral die op de linker Maasoever, met trots.

De inhoud van het Stadion Feijenoord is gelijk aan anderhalf miljoen kubieke meter. Onder meer de Rolling Stones, U2, David Bowie, Bob Dylan, Michael Jackson, Madonna en Bruce Springsteen hebben in De Kuip opgetreden. Bob Dylan was de eerste popmuzikant die er optrad, maar de Jehovagetuigen en Billy Graham gingen hem voor. Ook werden er in het stadion incidenteel bokswedstrijden, speedway- en wielerwedstrijden en turn- en atletiekwedstrijden georganiseerd.

Strengere veiligheidseisen en moderne comforteisen leidden in 1994 tot de renovatie van het stadion en het aanbrengen van een overkapping naar ontwerp van architecten Zwarts & Jansma. De verbouwing hield een aanzienlijke capaciteitsreductie in, in totaal bleven er na de renovatie circa eenenvijftigduizend zitplaatsen over. Voor de grasmat werd zand uit Wassenaar gehaald en er werd speciaal gras geïmporteerd. De Kuip heeft tot op de dag van vandaag een goede staat van dienst voor wat betreft de kwaliteit van de grasmat.

De fotograaf is Adrianus Langejan en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam. Lees verder op http://stadsarchief.rotterdam.nl/de-kuip

Met medewerking van Rotterdam van toen

Entrepothaven 1968

Het entrepotgebouw Vijf Werelddelen aan de Entrepothaven en de Binnenhaven, maart 1968. Op de achtergrond de hervormde Wilhelminakerk aan de Persoonsstraat en de woonhuizen langs de Rosestraat.

Bij een wet van 31 maart 1828 werd Rotterdam verplicht een entrepôt (een publieke opslagplaats van goederen, waarvoor invoerrechten verschuldigd zijn) op te richten. Achtereenvolgens werden hiervoor het oude Oost-Indische Huis aan de Boompjes (1829) en het Admiraliteitsgebouw bij het Boerengat (1855) ingericht. Na de oprichting van de Rotterdamsche Handelsvereeniging in 1872 kreeg de stad de beschikking over een tweede en beter ingericht Vrij-Entrepôt op de Linker-Maasoever. Het entrepôt kwam te liggen bij een haven, die de naam Entrepôthaven ontving.

Voormalig entrepotgebouw ‘De Vijf Werelddelen’ was in oorsprong bestemd voor de belastingvrije opslag van transitogoederen. Tussen 1875-1879 gebouwd in utilitaire eclectische bouwstijl op initiatief van L. Pincoffs en H.A. Then-Bergh, de directeuren van de in 1872 opgerichte Rotterdamsche Handels Vereeniging (R.H.V.), naar ontwerp van architectenbureau G.J. Morre en Co. te Delft. Bij de technische uitvoering van het destijds modernste pakhuis ter wereld waren Th.J. Stieltjes als hoofdingenieur van de R.H.V. en zijn assistent en latere opvolger ir. W.A. Mees nauw betrokken. De onderbouw werd aanbesteed door het aannemersbedrijf Engel & Van Krevelden, de bovenbouw door aannemer D. Warnsink. In verband met de bereikbaarheid vanaf het water werd het gebouw voorzien van een eigen insteekhaven aan de Binnenhaven, de Entrepothaven. Het Vrij Entrepot was bovendien direct bereikbaar voor goederenwagons. Na het faillissement van de R.H.V. in 1882 werd na langdurig onderhandelen tussen de directie, de gemeente en het Rijk besloten dat vanaf 1 mei 1885 de gemeente Rotterdam het Vrij-Entrepot zou exploiteren.

De naam van de Binnenhaven is gegeven omdat de haven niet uitkomt op de Maas, maar op de Koningshaven. Volgens de overeenkomst van 24 oktober 1873 tussen de gemeente Rotterdam en de Rotterdamsche Handelsvereeniging moesten door laatstgenoemde de Binnenhaven en de Entrepôthaven gemaakt worden. Over de Binnenhaven ligt de Binnenhavenbrug met daarbij het Poortgebouw. De Binnenhavenhof is het binnenterrein tussen de Rosestraat en de Rijtuigweg ten zuiden van de Binnenhaven.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van http://rijksmonumenten.nl/…/voormalig-entrepotge…/rotterdam/

Met medewerking van Rotterdam van toen

Oranjeboomstraat 1926

Gezicht op de Nederlandse Hervormde Wilhelminakerk, en een tram van lijn 12, aan de Oranjeboomstraat, 1926. Links de Perssoonsstraat.

De Wilhelminakerk in Rotterdam werd opgericht als nieuwe wijkkerk van de toenmalige zelfstandige “Nederduitsch Hervormde Gemeente”, afgesplitst van de Hervormde Gemeente IJsselmonde. Evenals de Koninginnekerk in Rotterdam kon deze kerk gebouwd worden dankzij een gift van de gezusters Van Dam. De inwijding volgde op 27 november 1898. Het was een forse zaalkerk op centraliserende plattegrond met uitgebouwde, driezijdig gesloten apsis en fronttoren, geflankeerd door twee lagere traptorens. De apsis werd uitwendig geaccentueerd door topgevels en een eenvoudige dakruiter. Het interieur was voorzien van galerijen en werd gedomineerd door een forse vrijstaande kansel in het koor. Het gebouw was een belangrijk voorbeeld van stilistische vernieuwing in de protestantse kerkbouw van omstreeks 1900, voortkomend uit het eclecticisme, tevens belangrijk werk uit het oeuvre van B. Hooykaas Jr.

De kerk kreeg in de naoorlogse jaren grote bekendheid door de orgelconcerten van de bekende organist en dirigent Feike Asma. Als gevolg van teruglopend kerkbezoek werd de kerk in 1972 buiten gebruik gesteld en in het jaar daarna gesloopt. Een groot deel van de pijpen uit het orgel zijn aangekocht door de Hervormde Gemeente Veenendaal en zijn gebruikt voor het orgel van de Oude Kerk te Veenendaal.

Zowel de Koninginnekerk als de Wilhelminakerk beschikten over 1.600 zitplaatsen.

De Oranjeboomstraat heet naar bierbrouwerij ‘d’Oranjeboom’, die aan deze straat was gevestigd. De brouwerij dateert uit 1671 en is ontstaan uit de samenvoeging van de brouwerijen ‘De Dissel’ en ‘van den Oranjeboom’. De eerste was gevestigd aan de Coolvest, de laatste aan de Nieuwehaven. In 1885 werd de brouwerij van de Coolvest naar Feijenoord overgeplaatst en in 1902 werd de Naamloze Vennootschap Brouwerij d’Oranjeboom opgericht. In 1990 vertrok de brouwerij naar Breda.

De Persoonsstraat herinnert aan de stadsarchitecten Claes Jeremiasz. Persoons en zijn zoon Johannes Persoons. Zij volgden elkaar van 1660 tot 1692 op als architect van Rotterdam. De eerste was stadsarchitect en is bekend geworden door het recht zetten van de Laurenstoren,en de bouw van de Oosterkerk aan de Hoogstraat. Met het graven van de Persoonshaven werd eerst in 1901 een begin gemaakt.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Beijerlandselaan 1935

De Beijerlandselaan vanuit het zuiden, 1935.

Boulevard Zuid oftwel de Beijerlandselaan is een langgerekte winkellaan in de wijk Hillesluis in Rotterdam-Zuid. De laan bestaat uit twee gescheiden rijbanen met daartussen deels de tram en deels parkeergelegenheden. Aan beide kanten bevinden zich winkels.

Behalve de Beijerlandselaan valt ook het het noordelijke deel van de Groene Hilledijk onder het winkelgebied dat al sinds de jaren 60 bekendstaat als Boulevard Zuid. De boulevard was destijds een geliefde plek voor jongeren om te flaneren (‘een laantje pikken’). Voorheen liep over deze route ook de stoomtram van de RTM naar onder andere Hellevoetsluis, plaatselijk ook wel bekend als ‘het moordenaartje’. Over de Beijerlandselaan lopen nu de RET tramlijnen 20 en 25.

Vanaf omstreeks 1995 werd er weinig meer geïnvesteerd in de buitenruimte, nam de leegstand toe en nam het veiligheidsgevoel langzaam af. Vanaf 2006 wordt in een samenwerkingsverband tussen ondernemers, eigenaars, het ontwikkelingsbedrijf Rotterdam en de deelgemeente Feijenoord het onderhoud en de ontwikkeling weer opgepakt. De weg en deels de luifels maken de boulevard minder aantrekkelijk en het plan is meer groen en kleur aan te brengen en te investeren in Veilig Ondernemen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia

Met medewerking van Rotterdam van toen

Koningshaven 1929

Veel voetgangers en trams op de hulpbrug over de Koningshaven tijdens de bouw van de nieuwe Koninginnebrug, 1929. De foto is gemaakt vanaf een hoog punt aan de Stieltjesstraat. Op de voorgrond zie je een kiosk.

De Koninginnebrug is een brug over de Koningshaven in Rotterdam, naast de Hef.

De brug verbindt het Noordereiland met de wijk Feijenoord. De eerste Koninginnebrug was een draaibrug en werd aangelegd in 1870. Na vijftig jaar was de brug een belemmering voor zowel de scheepvaart als het wegverkeer. De brug was ook niet geschikt voor trams.

In 1923 werd besloten om een nieuwe Koninginnebrug te bouwen, nu in de vorm van een dubbele basculebrug. Deze brug naar een ontwerp van A.H. van Rood werd in 1929 opgeleverd.

De Koninginnebrug heeft twee beweegbare kleppen van geklonken staal. In de brugkelders bevinden zich de contragewichten van ieder 800 ton. De brug heeft vier brugwachtershuisjes met koperen daken. De brug wordt tegenwoordig echter op afstand bediend. Dit gebeurt in het bedieningshuis van de Erasmusbrug op de Wilhelminapier. Sinds het gereedkomen van de noord-zuidlijn van de Rotterdamse metro in 1968 rijden er geen trams meer over de Koninginnebrug.

Deze straat draagt de naam van Thomas Joannes Stieltjes, 1819-1878, ingenieur en technisch adviseur van de Rotterdamsche Handelsvereeniging. Hij ontwierp de basculebrug over de Binnenhaven en had de leiding van de havenaanleg op Feijenoord. Het Stieltjesplein bestond reeds in 1878, doch ontving eerst later deze naam.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rosestraat 1961

Een stoomtram van de RTM vertrekt vanaf Station Rosestraat, 19 juli 1961.

De N.V. Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM), gevestigd te Rotterdam, is in 1878 opgericht met als doel het verzorgen van tramvervoer in Rotterdam. De maatschappij exploiteerde ook tramlijnen en vervoersdiensten in andere plaatsen, onder meer Dordrecht en Leiden. Het is de eerste voorloper van de Rotterdamse Electrische Tram (RET). Er werd gereden met paardentram, stoomtrams, later dieseltrams en ten slotte, tot 1978, met autobussen. Ook heeft de RTM veerdiensten geëxploiteerd.

Vanaf 1905 ging de Rotterdamsche Electrische Tramweg Maatschappij (RETM) het stadsvervoer verzorgen met elektrische trams, en exploiteerde de RTM uitsluitend de lijnen naar de Zuid-Hollandse Eilanden en Zeeland.

De eerste stoomtramlijn werd geopend op 2 mei 1898 tussen Rotterdam-Zuid en de Hoeksche Waard, op 30 april 1900 gingen de eerste trams rijden op Schouwen-Duiveland. Op 1 oktober 1905 kwam de tram naar Voorne-Putten en vanaf 1 mei 1909 reden de trams ook op Goeree-Overflakkee. Daarnaast was er nog een RTM-tramdienst op Sint Philipsland en in West-Brabant (geopend op 30 april 1900).

Tussen IJsselmonde en Voorne-Putten en tussen IJsselmonde en de Hoeksche Waard reden de trams over respectievelijk de Spijkenisserbrug en de Barendrechtse brug. Tussen de andere eilanden zette de RTM veerdiensten in om de lijnen op elkaar aan te sluiten. Er werd gereden op smalspoor met een spoorwijdte van 1067 mm (Kaapspoor). De totale omvang van het smalspoornet was ongeveer 150 kilometer. De RTM kende naast het personenvervoer een omvangrijk goederenvervoer (kolen, suikerbieten, stukgoed, zuivel). In samenwerking met de NS ontwikkelde de RTM in de jaren twintig van de 20e eeuw een voorloper van het huidige containervervoer waarbij ‘laadkisten’ op eenvoudige wijze van een spoor- op een tramwagon overgezet konden worden.

De stoomtram van de RTM had in de volksmond een lugubere bijnaam. In verband met de vele ongelukken op de routes door druk bevolkte wijken in Rotterdam-Zuid, zoals de Beijerlandselaan en Groene Hilledijk (Hillesluis), de Putselaan (Afrikaanderwijk) en Brielselaan (Tarwewijk) en de kruising Wolphaertsbocht-Boergoensestraat op Charlois, werd hij “het moordenaartje” genoemd. In dit opzicht was de RTM niet uniek in Nederland: ook stoomtramlijnen elders, zoals de Gooische Stoomtram, hadden de bijnaam “moordenaar”.

Na de watersnood van 1953 werden de tramlijnen van de RTM één voor één opgeheven en werd het openbaar vervoer op de eilanden meer en meer verzorgd door busdiensten en later ook door de Rotterdamse metro van de RET. Op Schouwen-Duiveland en in West-Brabant keerde de tram na 1 februari 1953 niet meer terug. De overige lijnen kwamen nog wel in bedrijf, maar in de Hoekse Waard en op Goeree-Overflakkee werden de tramdiensten in 1956-’57 stilgelegd, waarna alleen de trams naar Voorne-Putten nog overbleven, die in 1965-’66 door busdiensten werden vervangen. Op 14 februari 1966 reed de laatste tram tussen Hellevoetsluis en Spijkenisse.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Beijerlandselaan 1956

Feestverlichting in de Beijerlandselaan ter hoogte van bioscoop Colosseum

Tijd: 26 oktober 1956

De Beijerlandselaan is vernoemd naar het dorp Oud-Beijerland in de Hoeksche Waard.

Nadat Carel van Zwanenburg (1875-1930) rond 1926 zijn Luxor-theater aan de Kruiskade verkocht had maakte hij plannen om een bioscoop in Rotterdam-Zuid te openen. Hij gaf opdracht aan de architecten Ten Bosch en Le Grand voor een ontwerp van een complex met woningen, winkels, het theater en een café. Toen de kosten daarvan te hoog waren, werd het aangepast door P.Dick. Vanwege de ovale vorm die het theater zou krijgen werd door de dochter van van Zwanenburg de naam Colosseum verzonnen. Op 19 december 1929 opende Colosseum de deuren aan de Beijerlandselaan.

De zaal had 1034 zitplaatsen (bruin voor de goedkopere stoelen, groen voor de duurdere) en een groot toneel van 9 meter. Toen in 1930 van Zwanenburg overleed, nam zijn vrouw de exploitatie over en in 1933 besloot ze het te verkopen aan de heer C. van Willigen, die enkele verbouwingen liet uitvoeren. Zo werd er neonverlichting aan de buitenkant van het gebouw bevestigd.

Naast bioscoopfilms (meestal twee op een avond) was er in de beginjaren ook regelmatig variété voorstellingen (tot 1935). Tijdens de oorlog was ook deze bioscoop verplicht diverse Duitse films te draaien. In 1942 werd er een cinema-orgel geplaatst.

Na de oorlog nam het bezoekersaantal weer toe, maar de groeiende populariteit van de televisie betekende echter dat er langzaamaan minder bezoekers kwamen. In 1967 werd de exploitatie door het Cineac-concern voor tien jaar overgenomen. Alhoewel er de eerste jaren nog goede films werden vertoond, begon de kwaliteit langzaam slechter te worden en werden er steeds meer karate- en seksfilms getoond. In maart 1977 viel uiteindelijk het doek voor deze bioscoop. De laatste film was “Op de Chinese vuist”. Daarna werd het theater voornamelijk gebruikt door diverse bijeenkomsten.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotta historica