Category Archives: Kralingen

Oudedijk, 1968

De Oudedijk, gezien vanaf de ‘s-Gravenweg met rechts de Kortekade, 1968.

De Oudedijk is een deel van de zeedijk, welke in de 12de eeuw is aangelegd. De Oudedijk sluit aan de oostzijde aan op de ‘s-Gravenweg en vroeger aan de noordzijde op de Crooswijkseweg. De Oudedijk verbond Kralingen met Rotterdam, waarmee de ouderdom van het gezegde ‘zo oud als de weg naar Kralingen’ wordt weergegeven.

De ‘s-Gravenweg was de oude zeedijk, die al in 1383 onder deze naam voorkomt. Deze sluit in het westen aan op de Oudedijk in Kralingen. De naam duidt er op dat deze weg of dijk door één van de Hollandse graven is aangelegd. Nadat Kralingen in 1895 door Rotterdam was geannexeerd, hebben B&W de naam overgenomen. De andere straten liggen in de omgeving van de ‘s-Gravenweg en hebben daaraan hun naam te danken.

De Kortekade dankt haar naam aan haar lengte. Ze was oorspronkelijk de dijk die ten oosten van de Noordplas (nu Kralingseplas) lag. Aan de westzijde van deze plas lag een dijk die de naam Langekade droeg. Beide kaden komen voor op de kaart van Schieland van de kaartmeester Floris Balthazarsz. (1611).

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Molen ‘De Noord’ bij het Oostplein, 1880

Molen ‘De Noord’ bij het Oostplein, 1880-1890.

Tussen 1695 en 1711 is molen ‘De Noord’ herbouwd, hiervoor was het een standerdmolen op een ronde toren die mogelijk was voorzien van een stelling. Deze standerdmolen was gebouwd omstreeks 1562 en was ingericht als moutmolen. Ook De Noord werd oorspronkelijk voor dit doel gebouwd. In de loop van de negentiende eeuw werd De Noord gebruikt als “Meelbloem en mestingmolen” (mesting is een ander woord voor veevoer).

De molen had een eigenaardige slanke vorm, wat te wijten was aan een latere verhoging van de romp vanwege windbelemmering. Na deze verhoging bedroeg de stellinghoogte 16,20 meter.

In 1918 werd de molen verkocht aan de firma van Vliet. In deze periode verscheen een artikel waarin werd gesuggereerd dat de molen zou worden onttakeld. Naar aanleiding van dit verhaal werd op 2 september 1919 een interpellatie in de gemeenteraad gehouden. Hieruit bleek dat de molen in zijn geheel voor sloop was verkocht aan de firma Burg en Romein. Door ingrijpen van de Rotterdamse architect J. Verheul Dzn. werd de koop ongedaan gemaakt. Tevens werd de toezegging gedaan de molen te restaureren. Vervolgens werd de molen verhuurd aan molenaar Arie Kluit. Hij bleef op de molen tot de fatale brand in 1954.

In augustus 1929 werd een nieuwe buitenroede gestoken door molenmaker Dirkse uit Mijnsheerenland. Net na de Tweede Wereldoorlog werd bij De Noord als één van de eerste molens in Nederland het fokwieksysteem van ingenieur Fauël aangebracht. De fokken werden op beide roeden bevestigd en waren voorzien van automatische remkleppen. Toen in de meidagen van 1940 door het Duitse bombardement de binnenstad in brand werd gezet, was de omgeving van het Oostplein in vlammen gehuld. Door de molen toen te laten draaien (het ‘vonken malen’) wist de molenaar de molen voor het vuur te sparen. Het ‘vonken malen’ is een oud en beproefd middel, wat hier ook met succes werd toegepast.

Bij de herbouw van de verwoeste stad, na de oorlog, bleef de molen staan, maar op 27/28 juli 1954 brandde de molen volkomen uit en werd daarna niet meer hersteld. (n.b. de roeden zijn waarschijnlijk door de brand verloren gegaan) Meteen na de brand werd de mogelijkheid tot herbouw overwogen. De molen was voor ƒ 175.000 verzekerd. Een aardig bedrag, zeker voor die tijd. Een tegenvaller was dat de romp (waarvan een gedeelte met het neerstorten van het wiekenkruis mee ging) te slecht was om nog te kunnen gebruiken.

Op 25 september 1954 werd begonnen met het slopen van de overblijfselen. Een kleine maand later, op 22 oktober, was alles weg en stuitte men op de fundamenten van de vroegere standerdmolen. Inmiddels was ook een herstelactie in het leven geroepen. Ten bate van deze actie werd een ansichtkaart van de brandende molen uitgegeven. Totaal werd een bedrag van ƒ 20.000 ingezameld en de architect F. Posthuma kreeg van de
gemeente de opdracht een herbouwplan te maken. Helaas kwam het nooit zo ver, want op 24 november 1954 werd het voorstel tot herbouw door de gemeenteraad verworpen met 22 tegen 18 stemmen.

Op de baard was het onjuiste bouwjaar 1718 vermeld. Het opschrift was bij de opknapbeurt in 1918 gewijzigd door de toenmalige nieuwe huurders om zo hun vroegere molen in Goidschalxoord te eren. Bron: De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 1. Rob Pols.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van molendatabase.org 

Met medewerking van Rotterdam van toen

Koninginnekerk Boezemsingel, 1946

Parkeerdrukte voor de Koninginnekerk, rechts de Slachthuiskade en links de Boezemstraat, 1946.

De protestantse Koninginnekerk aan de Boezemsingel op de grens tussen de wijken Crooswijk en Kralingen in de gemeente Rotterdam werd in 1907 in gebruik genomen. Ze was genoemd naar koningin Wilhelmina.

Begin twintigste eeuw waren veel Rotterdammers naar nieuwe wijken buiten het stadscentrum verhuisd. Sommige in het centrum gelegen kerkgebouwen kampten daardoor met verminderd bezoek en werden gesloten en verkocht. De opbrengst investeerde men in nieuwe kerken in de randwijken. De Koninginnekerk werd op dergelijke wijze gerealiseerd. Bovendien ontving men een belangrijke gift van de gezusters Van Dam, die ook de Wilhelminakerk in Rotterdam-Zuid hadden gefinancierd en de bouw van het Rotterdamse Diaconessenhuis mogelijk maakten. In juli 1904 werd de eerste steen gelegd en op 1 april 1907 kon de nieuwe kerk plechtig worden ingewijd. Het ontwerp was van de architecten Barend Hooijkaas jr. en Michiel Brinkman. Het gebouw telde 1750 zitplaatsen. In de loop der jaren werd de Koninginnekerk een begrip in Rotterdam. Toen eind jaren zestig bekend werd dat het statige gebouw met zijn twee imposante torens afgebroken zou worden leidde dit in de stad tot veel protest. Desondanks werd het godshuis gesloopt nadat er op 31 december 1971 de laatste eredienst was gehouden.

Op de plaats waar de kerk stond verrees een dertien etages hoge verzorgingsflat voor ouderen, woonzorgcentrum Hoppesteyn geheten. Hiernaast kwam in 2001 de Koninginnetoren te staan, een 78 meter hoog gebouw met 85 seniorenappartementen. De bovenste etages zijn groen gemaakt als herinnering aan de kopergroene daken op de torens van de kerk.

De Slachthuiskade is vernoemd naar het Rotterdams Openbaar Slachthuis dat in 1897 werd gebouwd aan de Boezemstraat in Crooswijk. In de volksmond stond het al gauw bekend als het ‘abattoir’. Het lag dicht in de buurt van de veemarkt. In de loop van de jaren is herhaaldelijk gepoogd het slachthuis naar een ander deel van Rotterdam te verplaatsen. Tot 1981 bleef het echter op de oude plaats in gebruik. In dat jaar verhuisde men naar een nieuw slachthuis in de Spaansepolder. Het oude complex in Crooswijk werd kort daarop gesloopt. Van 1900 tot 1987 had een zijstraat van de Slachthuiskade de naam Slachthuisstraat. Deze straat heet thans Keurmeesterstraat.

De Boezemstraat ontleent haar naam aan de Hoge Boezem. Op 14 januari 1769 werd door de Staten van Holland en West-Friesland octrooi verleend om, tot ontlasting van de gemeene boezem de Rotte, een tweede boezem te maken in de polder Rubroek. Het overtollige water kon door een sluis bij de Oostpoort ontlast worden in de Nieuwe Maas. De aanbesteding van de hoge en de lage boezem en de watermolens vond plaats op 25 april 1772. In 1854 werd nog een Reserveboezem gegraven. In 1897 werden de Hoge en Lage Boezem gedeeltelijk en de Reserveboezem geheel gedempt.

De foto is gemaakt door de Dienst Gemeentewerken en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Vredenoordplein 1965

Een hele rij ‘IJzeren honden’ van de RMI voor melkbezorging vanaf het Vredenoordplein, 1965 (geschat).

Als een der oudste en grootste melkinrichtingen hier te lande mag ongetwijfeld “De Rotterdamsche Melkinrichting” (RMI / R.M.I.) genoemd worden. In 1879 is de RMI / R.M.I. op zeer bescheiden schaal opgericht, met een personeel van oorspronkelijk slechts 3 man, maar wist zij zich al spoedig, onder de zeer bekwame leiding van haren in 1910 overleden Directeur, den Heer G. C. van der Leck Sr., tot een zaak van beteekenis op te werken, welke, door het afleveren van een uitstekend product in Rotterdam een zeer goeden naam verkreeg.

De waardeering van het publiek voor dit streven naar een prima product bleek uit de van den aanvang af steeds voortdurende uitbreiding, ondanks felle concurrentie van andere melkinrichtingen, welke meenden door het aanbieden van een minderwaardig en daardoor goedkooper product, de oudere zaak te kunnen verdringen.

Zij kwamen hierin echter bedrogen uit en op dit oogenblik heeft de “Rotterdamsche Melkinrichting” (RMI / R.M.I.) zich ontwikkeld tot één van de grootste, zoo niet de grootste, melkinrichting van ons land.

De omvang van het tegenwoordig bedrijf wordt door de volgende gegevens nader geïllustreerd: De Vennootschap “Rotterdamsche Melkinrichting” (RMI / R.M.I.) beschikt nu over een kantoorgebouw met laboratorium en afleveringslokaal aan het Noordplein 45, een stoomzuivelfabriek en hygiënische melkstal aan den Bergweg, drie afleveringslokalen in het zuiden, oosten en westen van de stad, een boerderij met uitgebreide varkensmesterij in den Prins Alexanderpolder, benevens 21 verkooplokalen door de geheele stad verspreid. Het personeel bedraagt + 280 personen en de jaarlijksche melkomzet momenteel ca 11 millioen Liter.

Naast volle zoete melk worden nog de navolgende producten in den handel gebracht: Gepasteuriseerde merk in flesschen, gezondheidsmelk uit de modelstal, room, karnemelk, karnemelk in flesschen, speciaal voor zuigelingenvoeding, Yoghurt, karnemelk met gort, centrifugemelk, boter, diverse kaassoorten en eieren.

De naam van het Vredenoordplein herinnert aan de vroegere buitenplaats ‘Vredenoord’ aan de Hoge Boezem, daar gelegen in de eerste helft van de 19de eeuw.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van de site van Engelfriet: http://www.engelfriet.net/Alie/Aad/rmi.htm en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De skyline van Rotterdam vanaf de Maasboulevard, 1974

De skyline van Rotterdam vanaf de Maasboulevard, maart 1974. Uiterst links het Witte Huis.

De Maasboulevard is de belangrijkste oostelijke toegangsweg van het centrum van Rotterdam. De Maasboulevard ligt langs de rivier de Nieuwe Maas, op de rechteroever, en strekt zich uit van de Oude Haven tot de Honingerdijk, waar de weg overgaat in de Abram van Rijckevorselweg. De Maasboulevard biedt over de grote bocht in de Maas een goed uitzicht op de skyline van Rotterdam.

Tot 1953 lag op de plaats van de Maasboulevard het spoorwegemplacement van station Rotterdam Maas. Na de Watersnood werd besloten de dijken te verhogen. De hoofdwaterkering in Rotterdam is toen verplaatst van de Oostzeedijk naar de Maasboulevard. De Maasboulevard is op deltahoogte gebracht en in 1964 voor het verkeer geopend. De weg telt 2×2 rijstroken voor het autoverkeer.

Tussen de Maasboulevard en de Nieuwe Maas ligt het zwembad Tropicana, dat tot 2010 als zwembad in gebruik is geweest. Verder is er tussen de Maasboulevard en de rivier geen bebouwing, waardoor een vrij uitzicht geboden wordt.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Aegidiusstraat, 1970

De Aegidiusstraat tussen Siondwarsstraat en Lusthofstraat, 1970.

De Aegidiusstraat heet naar Aegidius of Gillis van Voorschoten, onderbaljuw van Zuid-Holland. Het noordelijke gedeelte van de straat heette voordien Lemmstraat, later Oude Lemmstraat; het zuidelijke gedeelte heette Nieuwe Lemmstraat. De straat was aan beide zijden doodlopend. Ze was genoemd naar Theodorus Lemm (1824-1911) die aan de Oostzeedijk een grote smederij bezat. De naam Lemmstraat wordt in 1876 voor het eerst vermeld.

De Siondwarsstraat heet naar de berg Sion bij Jeruzalem. Dit in aansluiting op in deze buurt al bestaande bijbelse straatnamen. De straat ligt op het terrein van de vroegere buitenplaats ‘Het Paradijs’ in Kralingen. Omdat elders in de stad al een Paradijslaan en een Paradijsstraat waren, moest aan de nieuwe straten een andere naam worden gegeven. Zowel de Sionstraat als de Siondwarsstraat zijn bij het bombardement van mei 1940 grotendeels verdwenen. Vooral de Siondwarsstraat, die vroeger van de Sionstraat naar de Lambertusstraat liep, werd zwaar getroffen.

De Lusthofstraat ontleent haar naam aan de vroegere buitenplaats Lusthof. Ze lag ten oosten van de Adamshoflaan aan de Beneden-Oostzeedijk en strekte zich uit tot aan de Groene Wetering. Deze grote buitenplaats komt reeds voor in de 18de eeuw.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Molen de Ster (kralingsebos) 1970

Bezoekers van het Holland popfestival met op de achtergrond molen ‘De Ster’, 26-28 juni 1970.

De organistoren van het popfestival in Kralingen waren de hippie Berry Visser en Georges Knap. Voor Visser leidde het dubbelconcert van The Doors en Jefferson Airplane in het Amsterdamse Concertgebouw in 1969 tot het idee om zelf een grootschalig muziekevenement te organiseren. Uiteindelijk leverde het Amerikaanse Woodstock de inspiratie voor de organisatie van een openluchtfestival op Nederlandse bodem. Hetzelfde gold voor Georges Knap, die de organisatie van het festival financieel mogelijk maakte. Knap was vijftien jaar ouder dan Visser, galeriehouder en directeur van een handelsfirma in medische apparatuur. Daarnaast deed hij in de avonduren jeugdwerk bij hem in de buurt. Knap en Visser ontmoetten elkaar door een journalist die ze aan elkaar voorstelde.

Hoewel de organisatoren geen politieke agenda hadden, klonken er tijdens het festival regelmatig protestliederen tegen de oorlog in Vietnam. Voor de organisatoren ging het naar eigen zeggen slechts om de muziek. “Popmuziek was een subcultuur, nog geen big business”, aldus Visser. Behalve Santana en bands als Jefferson Airplaine waren onder andere The Birds, Ekseption en Dr. John the Nightripper aanwezig.

De fotograaf is H.B. Piebenga en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van https://isgeschiedenis.nl/…/het-holland-pop-festival-nederl…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het gemaal aan de Admiraliteitskade van het Hoogheemraadschap Schieland 1968

Het gemaal aan de Admiraliteitskade van het Hoogheemraadschap Schieland, 1968 (geschat).

Het gemaal aan de Admiraliteitskade is een voormalige machinekamer met bijbehorend ketelhuis, daterend uit 1898 naar ontwerp van A. Nolen en hoofdonderdeel van het stoomgemaalcomplex Schieland. Op de begane grond bevond zich in oorsprong aan de Admiraliteitskade de machineruimte, hierboven bevonden zich in oorsprong twee dienstwoningen, thans tot een woning samengevoegd. Schuin tegen het hoofdgebouw is onder een kleine hoek het ketelhuis gesitueerd dat met een smal tussenlid verbonden is met de voormalige machinekamer. Aan de Admiraliteitskade bevindt zich ter linkerzijde van het hoofdgebouw een muur met poortpijlers, ter rechterzijde een smeedijzeren hekwerk.

De Admiraliteitskade is vernoemd naar de admiraliteit op de Maze, sinds 1586 een van de vijf admiraliteitscolleges in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Deze colleges waren onder het opperbewind van de admiraal-generaal belast met het bestuur van de zeemacht en tevens met het ontvangen van de in- en uitvoerrechten (convooien en licenten). Het admiraliteitscollege kocht voor haar werven in 1689 van de stad aan het Reuzeneiland in het Buizengat. In 1849 werd de Marinewerf, zoals de naam van de werf luidde nadat in 1795 de admiraliteiten waren ontbonden,aldaar opgeheven. Het gebouw van de admiraliteit werd in 1855 ingericht als Rijksentrepot. In 1891 werd het door brand verwoest.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van rijksmonumenten.nl.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gedempte Slaak 1920

Gezicht op de Gedempte Slaak met links de Vredenoordlaan en rechts de Vredenoordstraat, 1920. Rechtdoor splitst de Slaak zich in links de Vlietkade en rechts de Vlietstraat.

De Slaakvaart is een voormalig boezemwater dat na de definitieve demping in 1901 uiteindelijk de naam Slaak kreeg. Slaak of slac betekende kalm of effen en had betrekking op het water van de vaart. De oudst voorkomende naam voor dit water is Cralingsche Vaart, zoals ook nog op de plattegrond van 1626 staat aangegeven. In het huizenprotocol van Kralingen van 1685 wordt gesproken van Molenkade en Molenvliet naar de Kralingse poldermolens, die langs dit water stonden. Deze vliet, ook wel Boezem genaamd (zodoende sprak men ook van Boezemkade), liep van de Rotterdamse stadsvest tot de Oudedijk bij het Jaffa. Ze stond later door het Kralinger Verlaat in verbinding met de Hoge- en Lageboezem. Gewoonlijk onderscheidde men de gehele vaart in Slaakvaart of Slavaart voor het zuidelijke, en Vliet voor het noordelijke gedeelte.

Toen door het vergraven van de Lageboezem in 1869, waardoor deze in de Slaakvaart uitkwam, het noordelijke deel veel van zijn betekenis verloren had, werd hiervan een gedeelte gedempt. In 1891 besloot de Gemeenteraad eveneens een gedeelte Slaakvaart te dempen. Dit was het zogenaamde dode einde, ook wel Stille Slaakkade genoemd, dat zich uitstrekte ten noorden van de Lageboezem tot de toenmalige grens van de gemeente. Hieraan werd de naam Slaakstraat gegeven. In 1901 werd besloten tot het dempen van het overgebleven gedeelte van de Slaakvaart. In 1902 vervielen de namen Slaakvaart, Slaakkade en Slaakstraat en werd alles ‘Gedempte Slaak’. Deze toevoeging verviel in 1947 toen de naam kortweg Slaak werd.

In de 17de en 18de eeuw werd dit water Sla- of Salavaart genoemd en de kade ”t Slawegje’ en de Saladekade. Het ligt voor de hand de naam in verband te brengen met aan de vaart gelegen slatuintjes, die in deze buurt van warmoezerijen niet ontbroken zullen hebben, al komen zij op geen enkele plattegrond voor. Het is echter even goed mogelijk dat Slaakkade tot Slakade verbasterd is en dit laatste door Slavaart en Slaweg is gevolgd.

De naam van de Vredenoordlaan herinnert aan de vroegere buitenplaats ‘Vredenoord’ aan de Hoge Boezem, daar gelegen in de eerste helft van de 19de eeuw. De oude Vredenoordlaan werd verwoest bij het bombardement in mei 1940. Ze heette van 1879 tot 1892 Admiraal de Liefdekade naar Johan de Liefde, 1619-1673, vice-admiraal bij de Admiraliteit op de Maze. Voor het bombardement in mei 1940 liep de Vredenoordlaan van de Vredenoordkade naar de (Gedempte) Slaak. In het verlengde van de Vredenoordlaan lagen de Vredenoordstraat en het Vredenoordplein. De huizen aan de zuidzijde van het Vredenoordplein zijn bij het bombardement gespaard gebleven en vormen thans een onderdeel van de Vredenoordlaan. Voorts was er voor het bombardement nog een hofje dat de naam ‘Vredenoord’ droeg en dat gelegen was op het terrein van bovengenoemde buitenplaats.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

 

Lusthofstraat 1908

De Lusthofstraat gezien vanaf de Rozenburgstraat tijdens een buurtfeest, 1908-1912.

De Lusthofstraat ontleent haar naam aan de vroegere buitenplaats Lusthof. Ze lag ten oosten van de Adamshoflaan aan de Beneden-Oostzeedijk en strekte zich uit tot aan de Groene Wetering. Deze grote buitenplaats komt reeds voor in de 18de eeuw.

Deze straat, die voor het bombardement in mei 1940 van de Lusthofstraat naar de Oudedijk liep, dankt zijn naam aan de buitenplaats Rozenburg aan de Oudedijk. Deze werd in 1895 door de gemeente Rotterdam aangekocht. Het terrein van de vroegere buitenplaats werd bij raadsbesluit van 9 maart 1911 tot openbaar park en voor villabouw bestemd. In het park lag tot 1950 de Rozenburgbrug. Bij besluit B&W 21 november 1952 werd de straatnaam ingetrokken.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen