Zaagmolendrift 1930

De Zaagmolenbrug over de Rotte met op de achtergrond de Zaagmolendrift, 1930.

Vernoemd naar de houtzaagmolens, die vroeger aan de Rotte stonden. In 1671 kwam de houtzaagmolen bij de buitenplaats ‘Woelwijk’, genaamd ‘de twee Zwanen’ al voor. Verder was hier in 1784 een houtkoperij met twee zaagmolens, ‘de Ooievaar’ en ‘de Zwaan’ geheten. De Zaagmolendrift heette van 1910 tot 1912 Zaagmolenstraat en van 1912 tot 1926 Nieuwe Zaagmolenstraat. De Zaagmolenstraat droeg voor 1897 de naam Van Bommelstraat naar Cornelis van Bommel, die hier o.a. in 1869 bezittingen had. De Zaagmolenbrug was oorspronkelijk een ijzeren ophaalbrug, die in 1895 was gebouwd en tot 1910 ter hoogte van het Noordplein en de Crooswijksesingel over de Rotte lag. Daarna werd ze verplaatst naar de Zaagmolendrift en de Crooswijksestraat. Ze ontving toen de naam Zaagmolenbrug. In 1956 werd ze vervangen door de huidige brug van die naam.

De Rotte is een veenrivier in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. De rivier doet dienst als boezem die het teveel aan water uit de polders ten noorden van Rotterdam afvoert onder beheer van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. De stad Rotterdam ontleent haar naam aan deze rivier.

De oorspronkelijke naam van de rivier is vermoedelijk Rotta, afkomstig van “rot” dat modderig of troebel betekent, en “a” dat water betekent. (zie Aa). Ook wordt wel verondersteld dat de naam zou zijn ontleend aan Roode A (vergelijk Goude A, waaraan Gouda zijn naam ontleent) of zou zijn afgeleid van Rotte of Rootte waarmee een stilstaand water werd aangeduid waarin de boeren de hennep te rotten of te roten legden.

In het verleden, vermoedelijk al in de Romeinse tijd, heeft de Rotte in verbinding gestaan met de Oude Rijn over de Hildam via het riviertje de Wilck. Dit riviertje tussen Moerkapelle en de Oude Rijn is in 1759 verdwenen. Een deel van de omgeving van de oude Rotteloop is gebruikt voor vervening, waaruit een moerassig plassengebied is ontstaan: de Wilde Veenen. Deze hebben gefungeerd als een soort nieuwe ‘bron’ van de Rotte. Deze plassen zijn in de 17de eeuw echter weer drooggemalen. Vanaf dat moment heeft de Rotte geen echte bron meer.

Ook de Rotteloop tussen oorsprong en monding heeft zich in de loop der tijd veranderd. Het gedeelte ten noorden van de Rottemeren heette vroeger (in 1373) de Leede en lag langs de westzijde van de tegenwoordige loop. Op een kaart van het Hoogheemraadschap Schieland van 1765 is het oude, droge bed naast de tegenwoordige loop te zien. Ook bij Oud Verlaat liep de Rotte vroeger vermoedelijk anders. Omstreeks 1280 boog hier de Rotte niet rechtsaf maar liep rechtdoor, om de Nessepolder (vroeger de Nes genoemd) heen. Dus langs de Vlietkade, Ommoordsekade en Rijskade. Deze lus in de Rotteloop is later afgesneden. Op de kaart Holland tusschen het IJ en de groote rivieren in 1300 in de Geschiedkundige atlas van Nederland (Nijhoff, 1916) is de lus aangegeven.

In de middeleeuwen vormde zich aan de monding van de Rotte de nederzetting Rotta. Door overstromingen van de Rotte in de twaalfde eeuw werd het gebied echter onbewoonbaar. In 1270 werd nabij de monding van de Rotte een 400 meter lange dam in de rivier gelegd, om het Maaswater buiten te houden. Het Rottewater kon via sluizen in de dam vrij uitstromen. De dam, die vrijwel onmiddellijk bebouwd werd, vormt de oorsprong van Rotterdam. Na verloop van tijd werd deze dam Hoogstraat genoemd.

Tegenwoordig is de Rotte onderdeel van de vaarweg van Rotterdam binnendoor naar Gouda, waardoor vooral kleine pleziervaartuigen de drukke Nieuwe Maas kunnen vermijden. Vanuit Rotterdam vaart men dan door het Zevenhuizer Verlaat verder via de Hennipsloot en de Ringvaart van de Zuidplaspolder.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen