Boekendepot “Maasstad”, Graafstroomstraat 1971

Verkoop van het Feyenoordboek Geen Woorden maar Daden in Algemeen Boekendepot ‘Maasstad’ in de Graafstroomstraat met zittend Coen Moulijn en (schrijver) Phida Wolff, staand Wim Jansen en trainer Ernst Happel, oktober 1971.

Moulijn debuteerde op zijn zeventiende voor de Rotterdamse club Xerxes, waar hij in zijn jeugd Faas Wilkes zag voetballen. Hij was 1 meter 72 lang en woog 62 kilo. De toenmalige linksbinnen toonde aan over talent te beschikken. In de zomer van 1955 kocht stadgenoot Feyenoord de dribbelaar voor 28.000 gulden, destijds een groot bedrag. Met dit bedrag kaapte de stadionclub de speler weg voor de neus van rivaal en stadgenoot Sparta.

Bij Feyenoord won Wim Jansen veel prijzen. Hij won er onder andere de Nederlandse beker, werd er drie keer landskampioen en won in zijn topjaar in 1970 ook nog eens de Europacup I plus de wereldbeker. In 1974 werd dat nog eens gevolgd door de UEFA Cup.

Na zijn periode bij Feyenoord speelde hij (samen met Johan Cruijff) nog een seizoen bij de Washington Diplomats en ook nog eens twee seizoenen bij Ajax, de grote rivaal van Feyenoord. Deze overstap werd hem door de Feyenoord-fans niet in dank afgenomen, zo kreeg hij bij zijn debuut voor Ajax in het duel Feyenoord-Ajax (4-2, op 7 december 1980), een sneeuwbal op zijn oog, waardoor hij het duel niet uit kon spelen.

In het jaar 1990 maakte Jansen zijn belangrijkste stap in zijn trainerscarrière. Hij ging naar Feyenoord toe, voor twee seizoenen als coach. Daarna bleef hij nog twee seizoenen technisch directeur. Hij won in die periode twee Nederlandse bekers, in 1991 en 1992. Later als technisch directeur werd hij in 1993 nog eens landskampioen en won in 1994 weer de Nederlandse beker.

Na zeven seizoenen in Den Haag ging Happel aan de slag bij landskampioen en bekerwinnaar Feyenoord, waar hij Ben Peeters opvolgde als hoofdcoach. In Rotterdam kon hij samenwerken met getalenteerde spelers als Willem van Hanegem, Coen Moulijn, Rinus Israël, Ruud Geels, Wim Jansen en de Oostenrijker Franz Hasil, die hij nog kende van zijn periode bij Rapid Wien. Het werd het begin van een gouden tijdperk. Happel, die hamerde op discipline, bekendstond om zijn tactische meesterzetten en zich vaak kort, maar krachtig in het Duits uitdrukte – “Tactiek ist der Rinoes, Wiellem und Coentje” – loodste Feyenoord in 1970 naar de finale van de Europacup I. De Rotterdammers schakelden op weg naar de finale onder meer AC Milan en Legia Warschau uit. In de finale won Feyenoord na verlengingen met 2-1 van Celtic, waardoor het de eerste Nederlandse club werd die de beker met de grote oren in ontvangst mocht nemen. De Schotse trainer Jock Stein loofde na afloop Happels tactiek: “Celtic heeft niet van Feyenoord verloren, ik heb van Happel verloren.”

Phida Wolff was zo’n veertig jaar administrateur van Feyenoord. Vele verhalen en gedichten over onze club werden jarenlang door Wolff aan het papier toevertrouwd en onder meer in het clubblad – De Feyenoorder – gepubliceerd. De schrijfstijl van Wolff was onovertroffen. Poëtisch, mooi en soms wat langdradig, maar recht uit het rood-witte hart. Wolff, die zijn schrijfcarrière begon bij de Telegraaf, schreef maar liefst 61 delen vol met verhalen en gedichten. Zo waren onder meer de eerste jaarboeken (Topclub Feyenoord) onder zijn redactie geschreven.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia. Het Stukje over Wolff komt van Lunatic News. http://www.lunaticnews.nl/feyenoord/clubmensen/phida-wolff/

Met medewerking van Rotterdam van toen