Nenijto 1928

Luchtopname van het terrein en de gebouwen van de Nederlandsche Nijverheidstentoonstelling (Nenijto), 26 mei – 15 september 1928.

In het najaar van 1926 ontstond bij enkele Rotterdamse ondernemers het idee om een nationale tentoonstelling op te zetten waarmee een beeld kon worden gegeven van de jongste verwovenheden van nijverheid en techniek. Dit idee leidde tot het ontstaan van de ‘Nederlandsche Nijverheidstentoonstelling 1928 (internationaal)’, afgekort Nenijto: een tentoonstelling met een gedegen voorbereiding en succesvolle afloop. Meer dan anderhalf miljoen mensen bezochten tussen 26 mei en 30 september 1928 deze tentoonstelling. Sinds de Amsterdamse wereldtentoonstelling van 1883 was in er Nederland geen nijverheidstentoonstelling meer geweest die zo groot van opzet was.

De gedachte om de toestand in de ontwikkeling van de nijverheid weer te geven in de vorm van een tentoonstelling was volstrekt niet nieuw. De negentiende eeuw werd gekenmerkt door nijverheidstentoonstellingen in binnen en buitenland. In Nederland vond de eerste, op initiatief van koning Lodewijk Napoleon, plaats te Utrecht in 1808. Ook in Rotterdam waren al eerder nijverheidstentoonstellingen voorgekomen. Na 1900 was er met regelmaat sprake van een grote bedrijfstentoonstelling. In het ‘Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen’ aan de Schiedamsesingel waren in 1905 Rotterdamse industrieprodukten te zien, in ‘De Vereeniging’ aan de Schiekade had in 1916 een soortgelijk evenement plaats. Nog in 1923 was er ter gelegenheid van het jubileum van de ‘Vereeniging Nederlandsch Frabrikaat’ aan de Coolvest een expositieruimte ingericht voor nijverheidsproducten. Alleen deze laatste was van meer dan lokaal belang , maar ook in vergelijking met de Nenijto was deze maar klein van opzet.

Het verlangen om nijverheidstentoonstellingen te houden had te maken met het doel om de kwaliteit van de nijverheidsproducten te verbeteren en de nationale economie te stimuleren. Daarnaast traden ook steeds meer politieke doelstellingen als het kweken van een nationaal besef op de voorgrond. In 1928 ging het met de Nederlandse economie goed, er was zelfs sprake van een kleine economische bloei. De nijverheidstentoonstelling in Rotterdam gold voornamelijk als een mogelijkheid voor de fabrikant om zijn goederen aan de consument te tonen. Naast dit commerciĆ«le doel speelde een andere belangrijke reden een rol. In 1928 vonden namelijk in Amsterdam de Olympische Spelen plaats. Voor enkele Rotterdamse ondernemers stond het vast dat er geprofiteerd moest worden van de internationale belangstelling die ons land tijdens de Spelen zou krijgen. Een tentoonstelling zou het toeristisch verkeer dat tijdens de Spelen in Amsterdam verbleef over kunnen halen om ook Rotterdam te bezoeken. Dat men met de tentoonstelling Rotterdam in de belangstelling probeerde te zetten, bleek ook wel uit een opmerking van het NRC: ‘In ieder geval kwam (hiermee) de kans om de menschen, die onze havens en het vele andere, dat er hier te bewonderen valt, de reis naar Rotterdam niet waard mochten achten, door wat speciaals te lokken’. En inderdaad trok Rotterdam gedurende de Nenijto veel bezoekers. 1928 zou het jaar van Rotterdam worden want niet alleen vond de Nenijto er plaats, in dat jaar bestond de stad ook nog eens 600 jaar. Al met al was het groot feest dat jaar.

Hoewel de Nenijto oorspronkelijk van nationale opzet was, bleek het vooral een lokaal karakter uit te dragen. Het overgrote deel van de inzendingen was afkomstig van bedrijven uit Rotterdam en omgeving. De nadruk van het tentoongestelde lag dan ook op de handel en industrie die samenhingen met de havenfunctie van Rotterdam. Het woordje ‘internationaal’ achter de naam van de tentoonstelling duidde op buitenlandse inzenders. Aanvankelijk was het alleen de bedoeling geweest om uitsluitend producten uit Nederland en de koloniĆ«n tentoon te stellen. Toen echter bleek dat het aantal inzendingen niet toereikend zou zijn, werd al snel het roer omgegegooid. In januari 1928 werd het woordje ‘internationaal’ aan de naam Nenijto toegevoegd en kwam er een speciale hal op het tentoonstellingsterrein ter beschikking van buitenlandse inzenders.

De foto is gemaakt door KLM Aerocarto en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen