Wolphaertsbocht 1957

De Wolphaertsbocht met op de achtergrond een schip in een dok, oktober 1957.

Wolphaert Jansz. was één van de mannen, die in 1410 van de heer van Putten verlof kregen om Katendrecht te bedijken. Samen met Jan Wolphaertsz. werd hij tevens tot ambachtsheer aangesteld. Vóór de vereniging van Charlois met Rotterdam droeg de Wolphaertstraat de naam Groote Singel.

De Doklaan herinnert aan de hier gelegen voormalige Dokhaven. De haven werd in 1881 gegraven en ongeveer een eeuw later gedempt. Ze dankte haar naam aan de gemeentelijke dokken en veren, die hier lagen. Op het gedempte terrein zijn woningen gebouwd en is het Dokhavenpark aangelegd. Vóór de demping lag ten zuiden van de haven de Dokhavenkade.

Charlois (spreek uit: sjaarloos) en de Riederwaard (Reijerwaard) behoorden vroeger tot het land van Putten, een geheel onafhankelijk gebied met een eigen regering en een eigen recht. In 1456 ging dit gebied over van de heren van Gaesbeek op de hertog van Bourgondië, die er zijn zoon Karel de Stoute, graaf van Charollois (een graafschap in Bourgondië), mee beleende. Door de vele hoge vloeden in de 14de en 15de eeuw liep dit gebied regelmatig onder water. Karel de Stoute wilde in 1460 ‘die lande, slijck, uterwairt ende Rietbroek, geheiten Riderwairt’ laten bedijken. Als voorwaarden werden daarbij gesteld dat dit land niet meer Riederwaard, doch Charlois zou heten, en dat er een kerk gesticht zou worden, gewijd aan Sint Clemens.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen