Putselaan 1932

Gezicht in de Putselaan vanaf de kruising met de Hillevliet, 1932.

De Putselaan dankt zijn naam aan het land van Putten Overmaze. Charlois was oorspronkelijk een deel van het land ‘Putten over die Maze’. Putten behoorde van 1361 tot 1456 aan de heren van Gaesbeek en is daarna aan de hertog van Bourgondi gekomen. Een gedeelte van de Putsebocht heette voor 1902 Tolbocht.

De benaming ‘hille’ komt in oorkonden betreffende Holland, Zeeland, Voorne en Putten in het bijzonder voor als door water omringde buitendijkse gronden. De benaming ‘hille’ komt behalve in de betekenis van hoogte en duin ook voor als eiland. Op 17 maart 1447 werden de hillen van Katendrecht door de heer van Gaesbeek en Putten aan Jacob Pot en zijn echtgenote in leen uitgegeven. Op 20 februari 1525 werden de uitergorzen, genaamd de Hille, aan de oostzijde van Charlois ‘met alle slikken, aanwassen, visscherijen, vogelarijen, jaerschot, nat ende drooge dijcken enz.’ door de uitgevers van Charlois verhuurd. Deze Hillepolder, waarvan de grondverkaveling op 23 augustus 1529 plaats vond, was 240 morgen groot en kreeg toen een sluis en een sluisvliet. De Brede Hilledijk beschermde de polder aan de Maaszijde, de Hilledijk aan de zijde van het Zwanegat, de Groene Hilledijk scheidde de Hillepolder van Karnemelksland. De twee wegen, later als Korte- en Langeweg bekend, worden eveneens in 1529 genoemd. De Langeweg heet sinds 1895 Lange Hilleweg, terwijl op de plaats van de Korteweg of Korte Hilleweg thans de Paul Krugerstraat ligt. Vroeger was er ook een Smalle Hilledijk; deze vormt thans een onderdeel van de Brede Hilledijk. Deze Smalle Hilledijk kwam in 1895 in de plaats van de Vildersteeg.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen