Jonker Fransstraat 1921

Gezicht in de Jonker Fransstraat, 9 augustus 1921.

Frans van Brederode bijgenaamd Roofridder Frans (Kasteel Batenstein te Vianen, 4 februari 1465 – Dordrecht, 11 augustus 1490) was een hoofdrolspeler in de naar hem vernoemde Jonker Fransenoorlog tijdens de Hoekse en Kabeljauwse Twisten.

Hij was een zoon van Reinoud II van Brederode en Yolande van Lalaing. Frans van Brederode werd geboren in Vianen op kasteel Batenstein. Vanaf zijn zevende levensjaar begon zijn opleiding tot ridder en begon daarmee in de functie van schildknaap, hij moet rond zijn zeventiende geridderd zijn (circa 1481). Vervolgens vertrok Frans naar Brabant waar hij de Leuvense universiteit bezocht. In 1488 werd hij opgezocht door een delegatie van Hoekse voorstanders, deze groepering zocht nog naar een laatste strohalm om macht te vergaren in vooral Holland. Frans besloot om met deze mannen mee te reizen naar Sluis in Zeeuws-Vlaanderen waar het een heenkomen was van Hoekse bannenlingen. Hij werd uiteindelijk op 3 april 1488 in Sluis door een commissie van drie mannen (waaronder zijn broer Walraven II van Brederode, die later zou overlopen naar de Kabeljauwen) gekozen tot leider van de Hoeken, dit nadat de Hoeken niet akkoord gingen met de benoeming van Maximiliaan I van Oostenrijk tot regent voor zijn minderjarige zoon Philips de Schone, Hertog van Bourgondiƫ en Graaf van Holland.

Op 18 november van dat jaar lukte het Frans van Brederode om Rotterdam in te nemen. Vanuit Rotterdam ondernam hij pogingen om omliggende steden, als Schiedam, Delft, Gouda, Dordrecht en Schoonhoven in te nemen. Hij kreeg hierbij hulp van een ervaren veldheer uit Gelre namelijk Reynier van Broeckhuysen, die tevens een oudere neef van hem was. Deze pogingen mislukten allemaal. Hij en zijn aanhangers plunderden regelmatig de omgeving van Rotterdam. Hierbij werden de steden Woerden en Geertruidenberg wel veroverd.

In 1489 kwam langzaam een einde aan de heerschappij van Frans van Brederode. Zijn medestanders, waaronder de burgemeester van Rotterdam, werden in Delft berecht en in juli 1489 onthoofd. Van Brederode verbleef op dat moment nog in Rotterdam, maar in samenspraak met de bevolking van Rotterdam gaf Frans zich over op voorwaarde voor een veilige aftocht. Hij dook met zijn overige manschappen onder ter hoogte van de Zeeuwse eilanden en voerde daar plundertochten uit. Op 23 juli 1490 raakte Frans van Brederode zwaargewond bij de Slag bij Brouwershaven. Hij werd gevangengenomen en opgesloten in de Puttoxtoren in Dordrecht. Daar overleed hij korte tijd later aan zijn verwondingen voordat hij zou worden opgeknoopt. Frans overleed zonder enig nageslacht op een leeftijd tussen de 22 en 25 jaar.

In Rotterdam groeide Jonker Frans al snel uit tot een held. Door de oorlogen was de positie van Rotterdam in vergelijking met de omliggende steden enorm versterkt. Zo had het nabijgelegen Delft al zijn schepen verloren en Gouda de helft van haar huizen. Dankzij Jonker Frans werd Rotterdam definitief een stad van betekenis in Holland.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen