Achterhaven 1975

oormalig pand van de Verenigde Oostindische Compagnie aan de oostzijde van de Achterhaven, 29 mei 1975.

Aan het begin van de zeventiende eeuw huurde de VOC een werf in Delfshaven voor de bouw en het onderhoud van schepen. Door de verwerving van omliggende percelen beschikte de VOC op den duur over een groot terrein. Hier werden honderdelf retourschepen voor de VOC gebouwd. Het waren kleine schepen van de 2e en 3e klasse. De beperkte lengte van de scheepshellingen en de destijds smalle toegang tot de Buizenwaal maakte het bouwen van grotere VOC-schepen onmogelijk.

Om alle voorraden voor de bouw van deze schepen te kunnen opslaan, werd in 1672 het grote Zeemagazijn gebouwd. Voor 17e eeuwse begrippen had dit gebouw een imposante afmeting.

De compagnieswerf van de Kamer Delft lag in Delfshaven, al vanaf de veertiende eeuw de haven van deze Hollandse stad. Hier werden de retourschepen voor de
VOC gebouwd. Om alle voorraden voor de bouw van deze grote schepen te kunnen opslaan, werd in 1672 een groot Zeemagazijn gebouwd. Het imposante gebouw was getooid met een klokkentoren, vier schijnschoorstenen met hemelglobes en met een gevelsteen met het bekende VOCD-monogram. De hemelglobes en andere uitbundige versiering op het pakhuis waren aangebracht om de status en de welvarendheid van de VOC te benadrukken.

Het zeemagazijn ging op 13 september 1746 in vlammen op. Ondanks dat het pakhuis uit steen was opgetrokken brandde het geheel af. Het blussen werd aanvankelijk vertraagd omdat men bang was dat er buskruit in het pand lag. Het belang van het zeemagazijn was voor de VOC-heren dermate groot dat ze binnen twee maanden na de brand besloten om het pakhuis te herbouwen. Het nieuwe pand werd opgetrokken op de restanten van de oude bouwmuren. De oorspronkelijke gevelindeling bij de herbouw van het zeemagazijn bleef gehandhaafd. De vroegere schijnschoorstenen en gevelverfraaiingen aan de voorgevel kwamen echter niet meer terug. Ook werd het oorspronkelijk rijk versierde monogram van de VOC vervangen door een simpeler gevelsteen met daarop de letters VOCD en over de vier hoeken van de steen verdeeld: Anno 1747.

Het pand is in de vorige eeuw lang in gebruik geweest door de Chemicali├źnfabriek Kortman & Schulte (en later het chemiebedrijf Akzo). Achter het gebouw stond een petrochemische kraakinstallatie. Op deze plaats is in de jaren vijftig de Biotex ontwikkeld, die wonderzeep met enzymen, daarom heet de locatie ook wel het Biotexplein.

Na sluiting van de fabriek in 1996 werd het bedrijfsterrein ontmanteld en zijn de omringende bedrijfsgebouwen en installaties gesloopt. Het VOC-magazijn was het enige gebouw dat werd behouden. Het fabrieksterrein is daarna met het magazijn verkocht aan de gemeente Rotterdam.

Van het rijksmonument resteerde inmiddels niet meer dan een ruw, ruïneus casco met een interieur van afgebikte bakstenen wanden en ruwe houtconstructies. WORM, podium voor avant-gardemuziek en -film kreeg van 2005 tot 2014 het gebouw tijdelijk ter beschikking in afwachting van definitieve herbestemming.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van http://voczeemagazijn.nl/gescheidenis/ Het artikel is afgeleid van: Kroniek van Delfshaven: Erfgoed – Zeemagazijn der VOC kamer Delft.

Met medewerking van Rotterdam van toen