Da Costastraat 1930

Gezicht in de Da Costastraat met op de voorgrond het P.C. Hooftplein, 1930.

Isaäc da Costa (Amsterdam, 14 januari 1798 – aldaar, 28 april 1860) was een Amsterdams dichter en historicus. Da Costa kwam uit een welgesteld joods bankiersgezin. Hij volgde de Latijnse school en werd op vijftienjarige leeftijd lid van het Israëlitisch genootschap Concordia Crescimus.

Zijn leraar Hebreeuws Mozes Lemans bracht hem in contact met Willem Bilderdijk, wiens leerling hij werd. Hij schreef liederen en politieke poëzie; zo heeft hij ook geschreven voor ‘Nederlandsche Stemmen’, een tijdschrift van Het Réveil. Zelf meende hij dat zijn levensroeping het bestuderen van theologie, letterkunde en geschiedenis was. Hij promoveerde in 1818 in de rechten en in 1821 in de letteren.

Hij was vurig in het belijden van zijn godsdienst. Eerst was hij orthodox-joods maar later is hij orthodox protestants christen geworden. Dat maakte hij pas in 1822, na de dood van zijn ouders bekend, om zijn ouders niet te kwetsen. Hij vormde later met een groepje Het Réveil, die de samenleving wilden terugbrengen onder de heerschappij van Christus. Hij opende samen met z’n jonge vrienden een nieuwe wereld voor de jongeren van toen. Onder zijn medestanders telde hij onder meer de reiziger Johannes Haefkens. Een belangrijke tegenstander was de katholieke historicus, dichter en apologeet Joachim le Sage ten Broek die hem in een openbare brief opriep zijn heil te zoeken bij de kerk van Rome.

Zijn bekendste werk is de (geruchtmakende) brochure ‘Bezwaren tegen den geest der Eeuw’ (1823). In een voor- en nawoord en tien hoofdstukken over diverse onderwerpen bepleit hij een dominantie van het (protestantse) christendom in het openbare leven en betreurt hij – zoals hij die ziet – de dominantie van de Verlichting.

Pieter Corneliszoon Hooft (Amsterdam, 16 maart 1581 – Den Haag, 21 mei 1647) was een Nederlandse dichter, toneelschrijver en historicus, alsmede drost van Muiden en baljuw van Naarden. Hooft werd de meest karakteristieke exponent van de renaissance in Nederland en introduceerde de renaissancistische vormen in de Nederlandse literatuur. In het eerste kwart van de zeventiende eeuw schiep Hooft zowel in de lyriek als in het drama de modelwerken waaraan de andere literatoren zich zouden optrekken. Literatuurcriticus Kees Fens noemde hem ‘de eerste moderne dichter’ in de Nederlandse taal.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen