De Rotterdamsche Schouwburg aan de Aert van Nesstraat, 1952

De Rotterdamsche Schouwburg aan de Aert van Nesstraat, 1952 (geschat).

Uit het Algemeen Handelsblad van 11 januari 1947:
ROTTERDAMS KUNSTTEMPEL INGEWIJD
Shakespeare’s Driekoningenavond

Rotterdam heeft weer een schouwburg. Op dien wonderlijken kloosterlijken bouw temidden van de troostelooze vlakten waaide feestelyk het nationale rood-wit en blauw naast het stedelyk groen-wit-groen. Vlak by de plaats, waar eens de „Groote Schouwburg” stond was het feest bijkans zeven jaar nadat die schouwburg tot asch verpulverde. Want al wat men dan zonder uiterlyk vertoon van feestelykheid byeen gekomen, binnen de wanden van dezen uit puin gebouwden kunsttempel zag men louter verheugde gezichten.

En was het geen festyn toen na de voorstelling het doek weer open ging en burgemeester Oud in een geurige weelde van zacht kleurige bloemen stond met dr. J. Drost den voorzitter van de Rotterdamsche Kunststichting en de leden van de bouwcommissie, welker voorzitter dr. J. Ph. Back den nieuwen schouwburg met eenige Rotterdamsch kernachtige en sobere woorden aan den burgemeester overdroeg? De burgemeester droeg den schouwburg op zijn beurt weer over ter exploitatie aan den voorzitter van de Rotterdamsche Kunststichting. Er volgde nog een rij van sprekers en toen was deze voor de Maasstad zoo uiterst verbiydende avond voorby: een avond waaraan de Koningin luister bijzette, door zich te doen vertegenwoordigen door haar kamerheer in buitengewonen dienst, mr. K. P. van Der Mandele, terwijl tevens de minister-president, dr. L. J. M. Beel met verscheidene leden en tal van andere autoriteiten tegenwoordig waren.

Op dit gedenkwaardige feest was het een byzondere vreugde Marie van Eysden-Vink aanwezig te zien en den krassen Bouwmeester van Rotterdam’s verwoesten schouwburg, den architect J. Verheul Dzn. Rotterdam’s schouwburg is ingewyd met een sprankelende, fonkelende vertooning van Shakespeare’s Driekoningenavond. Het leek wel of de Start haar beste nummer voor dezen avond had bewaard, want deze voorstelling was een verrassing voor het oog en voor zoover de nog niet geheel perfecte acoustiek toeliet dit te beoordeelen. evenzeer voor het oor. Het Rotterdamsch Philharmonisch Orkest, dat onder leiding van Piet van Mever voor den officieelen overdracht Johan Wagenaar’s ouverture Cyrano de Bergerac verklonkte, omlystte het kleurenspel der tafreelen onder aanvoering van Maurice van Ijzer met Humperdinck’s dartele muziek. Gaby Destree verbond de schets met speelsche dansen, terwyl de changementen bij open doek werden verricht. Het geheel werd gevangen in even ingenieuze als smaakvolle décors van Wim Vesseur, die met zijn achterdoeken Tintoretto-verschieten opende of, by de tuinscènes, doeken die kennelijk zyn geïnspireerd op de tapyten a fonds de fleurettes. Het spel localiseerde zich in hoofdzaak binnen een sierlyke collonade. De voorstelling als geheel was uitgelaten dartel, Mary Smithuyzen speelde Olivia met den juisten toets. Annie de Lange verraste als Viola en Marie Hamel was een schalksche Maria, die niettemin

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Algemeen Handelsblad van 11 januari 1947.

Met medewerking van Rotterdam van toen