Veerhaven,1923

Overzicht van de Veerhaven met onder andere Maritiem Museum Prins Hendrik, 1923.

De Veerhaven is een haven op de Rechter-Maasoever waar voorheen het veer op Katendrecht aanlegde. In 1599 kreeg de stad dit veer tussen Katendrecht en Coolhoek voor 10 gulden per jaar in erfpacht van de Ridderschap, Edelen en Steden van Holland en West-Friesland. De stad kocht in 1849 voor 150 gulden die recognitie af. Coolhoek was het gedeelte van Schielands Hoge Zeedijk, waar deze zich bij het Vasteland ombuigt naar het westen. Het veer is later zuidelijker verplaatst, toen het Nieuwewerk bij de stad is getrokken. In 1708 werd gesproken van de nieuwe pont op het tolhuis. Het werd toen Ponteveer genoemd en het haventje aldaar, dat door de aanleg van het Tweede Nieuwewerk naar het zuiden verlegd moest worden, eerst Pontegat, later Veerhaven. In 1827 werd het maken van de Veerdam en het graven van de Kleine Veerhaven of Nieuwehaven aanbesteed. Deze haven is in 1910/11 gedempt. De Veerhaven is in de jaren 1852-1854 gegraven. De Linker Veerdam en Linker Veerhaven ontvingen deze bijvoeging omdat ze op de Linker Maasoever liggen. De Veerlaan loopt over het schiereiland Katendrecht naar de Linker Veerdam.

Het was de wens van de Prins om oprichting van roei- en zeilverenigingen te bevorderen. Aanvankelijk had hij als doelstelling hiervoor een nationale organisatie op te richten met leden uit het hele land. Dit plan was te ambitieus, met als gevolg dat er lokale initiatieven volgden voor de oprichting van plaatselijke verenigingen. In 1845 werd in Rotterdam de Koninklijke Nederlandsche Yacht-Club opgericht, waar vele vooraanstaande Rotterdammers lid van werden. Prins Hendrik werd gekozen tot voorzitter voor het leven van de club, met de titel Stichter.

Op 20 juli 1851 kon de Yacht-Club zijn nieuwe clubgebouw betrekken aan de Maas, op de hoek van de Veerkade en de Willemskade. In 1852 werd in dit clubgebouw de Modelkamer van de vereniging ingericht. Enkele leden van de Yacht-Club evenals de Prins zelf schonken verschillende scheepsmodellen aan de Modellenkamer, waarmee de basis werd gelegd voor de modellencollectie van het museum. Financieel gezien ging het niet goed met de Yacht-Club, waardoor de vereniging besloot de Modellenkamer, op 15 februari 1874, open te stellen voor het publiek. In dit eerste jaar kwamen er meer dan tweeduizend betalende bezoekers kijken naar iets meer dan honderd maritieme voorwerpen. Ondanks deze openstelling kon de Yacht-Club het niet redden en werd deze in mei 1880 opgeheven.

Na opheffing van de Yacht-Club in 1880 werd in 1885 de gemeente Rotterdam eigenaar van de collectie. De gemeente kocht zowel het clubgebouw als de museale activiteiten, waarna de museale activiteiten werden voortgezet onder de naam Maritiem Museum ‘Prins Hendrik’.

De foto is gemaakt door KLM Aerocarto en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen