Achterklooster bij de Vijversteeg, 1929

Gezicht op het Achterklooster bij de Vijversteeg, 1929. Rechts de Galvanische fabriek- Electra- Vernikkelen-verzilveren-Vergulden-Bronzen.

Het Achterklooster dankt zijn naam aan het klooster van de Predikheren of Dominicanen aan de Hoogstraat. Het klooster is in 1444 gebouwd, in 1563 grotendeels door brand verwoest, daarna gedeeltelijk herbouwd, doch na de Reformatie opgeheven. Reeds in 1539 wordt als plaatsbepaling gebruikt: ‘achter ‘t clooster van de prekers’, later bij verkorting ‘achter het klooster’ of kortweg ‘Achterklooster’ genoemd. Hoewel er verschillende andere kloosters waren, kon dit niet tot verwarring aanleiding geven, omdat met het klooster steeds dit convent als het grootste werd bedoeld. De oudste naam is Korte Kipsloot naar de gelijknamige gracht, die ook wel Rotte wordt genoemd. Later vonden we daarvoor de naam Achterkloostergracht, die evenals de Kipsloot, in 1860/61 is gedempt. Dat n 1576 een enkele maal ‘achter het gasthuis’ wordt aangetroffen is alleszins verklaarbaar. Op het terrein van het klooster verrezen na 1572 het Gasthuis, het Pest- en Dolhuis en het Oudevrouwenhuis. Het oorspronkelijke achterklooster liep van de Goudsewagenstraat naar het Oostplein en lag in het verlengde van de (vroegere) Kipstraat.

De Vijversteeg liep van het Achterklooster naar de Goudsesingel. Ze zou haar naam te danken hebben aan een daar gelegen grote visvijver. Deze behoorde volgens verschillende kroniekschrijvers tot het terrein van het Predikherenklooster. Op de oudste stadsplattegrond (1560) is van een vijver op deze plaats niets te bekennen. Van de steeg is voor het eerst sprake in een akte van 10 mei 1576. In 1594 komt ze voor onder de naam Paschier Colijnsteeg naar Paschier Colijn, die daar verschillende erven bezat. Paschier Colijn was gehuwd met Heyltgen Willems van Vijffeycken. Het is ook mogelijk dat de Vijversteeg naar haar vernoemd is. Bij besluit B. 30 juni 1942 werd de naam ingetrokken.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen