Diergaarde Blijdorp 1971

De uitkijktoren van Diergaarde Blijdorp met op de voorgrond een ijsbeer, geschat 1971.

In 1855 werd in de Rotterdamse binnenstad, bij de Kruiskade, een tuin ingericht voor fazanten en watervogels. De vogeltuin was eigendom van de spoorwegbeambten F. van der Valk en G.M. van den Bergh. Dit werd een groot succes, en op 18 mei 1857 werd de Rotterdamsche Diergaarde geopend. De eerste directeur was de toentertijd in geheel Europa beroemde dompteur Henri Martin. Op 15 september werd de ‘Vereniging Rotterdamsche Diergaarde’ opgericht. Alleen leden van de vereniging, vooraanstaande burgers, mochten de dierentuin bezoeken. Later mochten Rotterdamse niet-leden gedurende enkele dagen in augustus de diergaarde bezoeken, maar wel via een aparte ingang. De dierentuin was in de eerste halve eeuw van zijn bestaan een groot succes en groeide meer en meer.

In 1924 raakte de dierentuin echter in financiële problemen. De negentiende-eeuwse dierentuin raakte met de komst van de Hagenbeckstijl uit de mode, en met het drukker wordende verkeer had de gemeente de locatie op het oog om een weg aan te leggen tussen het Hofplein en Spangen, Tussendijken en Blijdorp. Ook werd de grond van de binnenstad veel te duur. De dierentuin probeerde het tij te keren door lidmaatschap goedkoper te maken, tentoonstellingen en kermissen te organiseren op het terrein en verlichting aan te brengen, zodat de dierentuin ook ‘s avonds te bezoeken was.

In 1932 werd er besloten om de dierentuin te reorganiseren. Eerst werd er besloten om vaker niet-leden toe te laten en het lidmaatschap aantrekkelijker te maken, maar het mocht niet baten. In 1937 werd er besloten om de dierentuin te verhuizen naar een nieuwe locatie. De dierentuin ruilde grond met de gemeente: de gemeente kreeg een deel van de oude diergaarde gratis, de rest moesten ze betalen. In ruil daarvoor werd de dierentuin eigenaar van twee derde van een nieuwe 13 hectare grote locatie in de wijk Blijdorp, terwijl over een derde van de nieuwe locatie pacht van één gulden moest worden betaald. Met financiële hulp van de Stichting Volkskracht werd een nieuwe dierentuin gefinancierd. De Volkskracht stelde echter een voorwaarde: voortaan moest de dierentuin voor iedereen toegankelijk zijn. Op 26 oktober 1938 werd de Vereniging opgeheven, en de Stichting Rotterdamsche Diergaarde (vanaf 1957 Stichting Koninklijke Rotterdamse Diergaarde) opgericht.

Het ontwerp van de nieuwe dierentuin is van Sybold van Ravesteyn, waarbij traliewerk en hekken zo veel mogelijk zijn vermeden en vervangen door greppels en grachten. De verwarmde binnenverblijven en ruime leefweiden waren toentertijd uniek in de wereld.

Op 7 juli 1940 werd het noordelijk gedeelte geopend en op 7 december 1940 was de nieuwe diergaarde geheel open. Van Ravesteyn had de dierentuin zo ontworpen dat er een symmetrieas door het park liep, waarop de betonnen gebouwen lagen: de Rivièrahal, de 47 meter hoge uitkijktoren, het roofdiergebouw, de grote vijver en het theehuis. Aan weerszijden van deze as lagen grote weiden voor hoefdieren als bizons en zebra’s.

Ter gelegenheid van het jubileum in 1957 werden tegels met gestileerde dierenfiguren vervaardigd door Groeneveldt aardewerkfabriek. In 1963 werd de Vereniging Vrienden van Blijdorp opgericht. Deze vereniging ondersteunde de diergaarde financieel, waardoor onder ander in 1965 het Henri-Martinhuis kon worden gebouwd, een gebouw voor kleine apen en nachtdieren. In 1972 werd de markante uitkijktoren wegens bouwvalligheid afgebroken. In 1984 werd in Blijdorp het eerste olifantje geboren, een Aziatische olifant met de naam Bernhardine, vernoemd naar Prins Bernhard. Bernhardine is voor zover bekend de eerste olifant die werd geboren in een Nederlandse dierentuin. Inmiddels zijn er zo’n tien olifantjes geboren in Blijdorp.
De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia

Met medewerking van Rotterdam van toen