Bierhaven, 1883

De Bierhaven met links de Oranjestraat en op de achtergrond de Wijnhaven, 1883-1887.

De oorspronkelijke Bierhaven lag ter plaatse van de huidige Jufferstraat. Nadat deze haven gegraven was, werden in mei 1614 de erven aan de oost- en westzijde uitgegeven. De naam Bierhaven komt reeds kort na dat jaar voor. Het is mogelijk dat de haven oorspronkelik als ligplaats voor bierschepen bestemd was. Een andere naam was Oostersche Dwarshaven, zo genoemd vanwege haar ligging ten opzichte van Glas-, Wijn- en Scheepmakershaven. In de eerste helft van de 17de eeuw kwam ook de naam Schijtebotershaven voor, naar kapitein Gillis Gillisz., bijgenaamd ‘Schijteboter’, eigenaar van enige huizen en erven aan de haven. Nadat de haven in 1898 was gedempt ontving deze de naam Gedempte Bierhaven. Oostelijk van de haven werd in het begin van de 17de eeuw een straat aangelegd, die onder de naam Bierstraat bekend werd. Deze straat ligt nog op dezelfde plaats, terwijl de Bierhaven thans een insteekhaven van de Leuvehaven is.

De foto komt uit de collectie topografie en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Vogelenzang, 1908

Gezicht op de Vogelenzang, die liep van de Korte Pannekoekstraat naar de Korte Baanstraat, 1908.

De Vogelenzang wordt al genoemd aan het einde van de 15de eeuw. In 1507 werd de stad eigenares van een steeg, lopende van de Pannekoekstraat naar een lijnbaan, waarmee klaarblijkelijk deze steeg bedoeld was. De naam Vogelenzang mag misschien in verband worden gebracht met Jacob Pieter Nachtegaelsz., die in 1507 ten noorden van genoemde lijnbaan woonde. Daar er omstreeks deze tijd slechts lijnbanen en tuinen in dit stadsgedeelte gevonden werden, kunnen we echter ook denken aan de zangvogels die daar in struiken en bomen genesteld zullen hebben. Een andere veronderstelling is dat de straat haar naam dankte aan de daar verblijf houdende vrouwen, die het minder nauw namen met de goede zeden.

Voor de Tweede Wereldoorlog vond men in deze omgeving ook een straat die de naam Nieuwe Vogelenzang droeg. De straat dateerde van 1597. Toen werd de sloot ten oosten van de Pannekoekstraat, naar de mindere frisheid van het water Stinksloot geheten, gedempt. De daardoor ontstane straat bleef in de volksmond Stinksloot, Stinkslootsteeg of Stinksteeg heten. Daarnaast werd ze Nieuwe Vogelenzang genoemd. Ook kwam ze nog voor als Vogelenzangsteeg, omdat ze uitliep op de Vogelenzang. De vooroorlogse Vogelenzang lag ten zuiden van de huidige straat van die naam. Ze liep van de Korte Pannekoekstraat naar de Korte Baanstraat.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Grotekerkplein met het duivenvrouwtje Hanneke van Ham, Ong.1910

Een bekend figuur op het Grotekerkplein was Hannetje van Ham, bijgenaamd het ‘Duivenvrouwtje’. Dagelijks kwam zij daar duiven voeren. De prentbriefkaart komt uit 1900.

Van Rijnmond.nl het volgende stuk:
Hendrikja Tijntje van Ham is geboren in 1870 en begint rond 1910 met het voeren van verwilderde duiven. Dat doet ze op het Grote Kerkplein aan de voet van de Laurenskerk. Duiven nestelen zich in die toren en in de kerk. Het heeft in die tijd zin om vaste voederplaatsen te maken om dat de duiven dan in de stad blijven. Als ze geen eten meer zouden vinden, dan zouden ze de boer op gaan en bijvoorbeeld postduiven in gevaar brengen.

Wilma van Giersbergen van het Stadsarchief Rotterdam heeft zich in ‘het duivenvrouwtje’ verdiept: “Iedere dag, door weer en wind, trok zij met een speciaal karretje langs de graankantoren om graan in te kopen en soms krijgt ze het ook. Het geld dat ze kreeg van de ‘steun’ besteedde ze grotendeels aan het voer. Ze had niet alleen mededogen met de duiven maar ook met allerlei loslopen dieren als honden en katten.”

Kinderen vinden haar vooral heel raar. Trijntje van Ham is toch een beetje raar figuur in de binnenstad van Rotterdam. Ze wordt door de kinderen uitgejouwd en de ruiten van haar huis worden regelmatig ingegooid.

In 1938 moet het duivenvrouwtje stoppen met het voeren van de duiven. Op verzoek van het gemeentebestuur krijgt ze geen voer meer van de dierenbescherming. De uitwerpselen van de dieren veroorzaken schade aan gebouwen en monumenten. De duiven worden langzamerhand een plaag. De gemeente wil ze laten verhongeren om zo van ze af te komen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van https://www.rijnmond.nl/…/Vergeten-Verhalen-het-duivenvrouw…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bergse Dorpsstraat hoek Argonautenweg, 1972

De bouw van een nieuwe autosalon voor Toyotadealer Spiering aan de Bergse Dorpsstraat 150 en de hoek Argonautenweg in Hillegersberg, 1972.

Een van de bekendste verhalen uit de Griekse mythologie is dat van Jason en de Argonauten.

Jason was de zoon van koning Aeson die regeerde over Iolkos. Jason was troonopvolger, echter zette Pelias, de halfbroer van de koning, deze af nog voor Jason geboren was. De moeder van Jason deed alsof hij bij zijn geboorte was gestorven en bracht hem in het geheim naar de centaur Chiron. Daar werd hij opgevoed door diens vrouw Chariclo en diens moeder Philyra. Chiron zelf leerde hem veel over medicijnen.

Alhoewel Pelias niets van Jason wist, kon hij niet rustig slapen, doordat een orakel hem had gewaarschuwd dat hij vermoord zou worden door een familielid en dat hij zichzelf moest beschermen tegen een man met één sandaal.

Na 20 jaar verscheen er op de markt van Iolkos een knappe jongeman met gouden krullen. Hij droeg een huid van een luipaard en had één sandaal aan, de andere had hij verloren bij het dragen van een oude vrouw over een rivier. Deze vrouw was in werkelijkheid Hera. Hierdoor wist Pelias dat dit de man was waarvoor hij gewaarschuwd was.

Toen Pelias de vreemdeling met de ene sandaal zag, werd hij bang. Dit moest de man zijn waar het orakel hem voor had gewaarschuwd. Jason verbleef vijf dagen in het huis van zijn vader, op de zesde dag ging hij naar Pelias om zijn troon op te eisen. Koning Pelias vroeg de vreemdeling zijn naam en waarom hij naar zijn koninkrijk was gekomen. Deze vertelde wie hij was en dat hij de troon kwam opeisen, omdat hij de rechtmatige koning van het land was.

Koning Pelias antwoordde, dat hij afstand zou doen als Jason het Gulden Vlies terug zou halen van het koninkrijk Colchis. Het hangt aan een boom, bewaakt door een draak die nooit slaapt. Alleen een sterk en moedig man kon het Vlies terugbrengen.

Het Gulden Vlies was van de goddelijke ram die Phrixus van Orchomenus een generatie daarvoor naar Colchis had gebracht.

Pelias was zeker dat niemand deze gevaarlijke reis zou overleven. Jason aanvaardde de opdracht die hij als een avontuur en een uitdaging zag.

Jason vroeg aan Argos, een groot scheepsbouwer, hem een schip te maken met 50 roeispanen. Daarna stuurde hij afgezanten naar elk paleis in Griekenland, die vrijwilligers moesten vragen. Het schip werd Argo genoemd. Ter bescherming werd de boeg gemaakt uit een stuk van de Sprekende Eik van Dodona, en bezield door Pallas Athena.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking Rotterdam van toen

Zwembad het Zwarte Plasje aan de Oude Raadhuislaan, 1974

Dit watertje is rond het midden van de 19de eeuw ontstaan. In verband met de noodzakelijke ophoging van de Kerkstraat in Hillegersberg werd een gedeelte van het land, dat ten noorden van de straat was gelegen, uitgegraven. Zo ontstond een drassig plasje, dat vanwege zijn kleur het Zwarte Plasje werd genoemd. In de loop van de jaren ontstonden in dit plasje kleine bronnen, die het water geleidelijk aan zuiverden. In hetbegin van de 20ste eeuw kwam het plasje in trek bij de zwemlustige Hillegersbergse jeugd. Sinds 1914 fungeert het als zwembad van de Sportvereniging Hillegersberg.

De Oude Raadhuislaan is vernoemd naar het voormalige raadhuis van Hillegersberg op de hoek van deze laan en de Kerkstraat. Dit raadhuis werd in 1752 gebouwd op de plaats van het oude 16de eeuwse rechthuis naar plannen van Bart Overgauw. Het bleef tot 1921 als zodanig in gebruik, toen het nieuwe raadhuis aan de Straatweg werd geopend. Deze laan heette van 1916 tot 1926 Raadhuislaan en van 1926 tot 1932 Oude Raadhuisstraat.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schere, 1958

Opening winkels aan de Schere in Zuidwijk, 21 november 1958.

De straatnaam Schere is ontleend aan een oude havezate in Salland.

Een havezate (of havezathe of havesate) is een versterkt huis (burcht), hofstede, hof of hoeve. Oorspronkelijk was het een benaming voor een grote boerderij met land. In de 17e eeuw was de havezate een riddermatig goed. Het bezit hiervan was een voorwaarde voor lidmaatschap van een ridderschap.

Havezaten kwamen voor in het graafschap Zutphen (in de 13e eeuw circa 40), in Overijssel (circa 122) en Drenthe (circa 18).

In het graafschap Zutphen moest een stemgevende havezate verdedigbaar zijn en een bepaalde omvang hebben, wat in de praktijk betekende dat er een slotgracht moest zijn. In Overijssel waren de havezathen het talrijkst. In Drenthe werd als havezate beschouwd een adellijk huis waarvoor eerder edelen tot de ridderschap waren toegelaten. In 1698 werden de achttien havezaten definitief en limitatief opgesomd. In de provincie Utrecht wordt een havezate met ridderhofstad aangeduid. Vergelijkbare huizen heten in Friesland stins en in Groningen borg, maar in deze gewesten was er geen limitatieve opsomming en de bijhorende rechten waren van huis tot huis verschillend.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Benfica traint naast het Feyenoordstadion, 1963

Benfica traint naast het Feyenoordstadion in de voorbereiding op Feyenoord-Benfica, april 1963. Op de achtergrond de werf van Piet Smit.

Uit het Limburgsch dagblad van 9 april 1963:
De komende dagen zal evenals die vorige keer betrekkelijk licht worden getraind. Het oog zal bijzonder worden gericht op de souplesse en de gezelligheid, die moet beletten, dat de spelers zich te intens met de komende match bezighouden. Daarom ‘s morgens bijtijld op, een paar uurtjes oefenen en voorts volgens het schema: hou je gemak.

Maandagavond werd in de grote zaal van het hotel de film van de finale Real Madrid-Benfica vertoornd en vanavond krijgt het gezelschap twee leuke rolprentjes te zien welke de eigenaar van „Boshek” verwierf. Werd de vorige keer een bezoek aam het bowlingcentrum gebracht, daarvan is ditmaal afgezien omdat men deze sport minder geschikt acht voor voetballers:
het maakt de armen stijf, was de conclusie van de technische heren van Feijenoord.

Spelers en officials van Feijenoord zullen in Breda blijven tot en met woensdagnamiddag ongeveer zes uur. Dan vertrekken zij per bus naar het Rotterdamse Stadion dat die avond een strijdtoneel zal doen aanschouwen, als nooit tevoren.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Limburgsch Dagblad (via delpher.nl).

Met medewerking van Rotterdam van toen

Blaak, 1963

De Blaak met links de afslag naar de Boompjes-Maasboulevard-Willemsbrug en op de achtergrond het kantoor van de Twentsche Bank, 1963 (geschat).

De betekenis van de naam Blaak is niet geheel zeker. Het is heel goed mogelijk dat de naam is afgeleid van het Zuidnederlandse woord ‘blak’, dat stil rustig water betekent. Ook kan gedacht worden aan het Middelnederlandse ‘blec’, dat de betekenis heeft van ‘Land, dat even boven het water uitkomt’.

De Blaak was de oude vest voor de uitleg van de stad in het laatst van de 16de eeuw. In de stadsrekeningen van 1480/81 en 1481/82 wordt deze vest ‘die Blake’ genoemd. Sinds 1577 werden erven aan de Zuidblaak door de stad verkocht als bouwgrond, sinds 1581 ook aan de Noordblaak. Tot 1613 werd de vest voor scheepstimmerwerven gebruikt. In 1867 is een gedeelte van de Blaak gedempt ten behoeve van de bouw van een nieuw postkantoor. Het resterende gedeelte is in 1940 gedempt met het puin van de huizen uit de verwoeste binnenstad. De namen Noord- en Zuidblaak voor de straten ter weerszijden van het water zijn toen vervallen. Sindsdien geldt de naam Blaak voor de brede verkeersweg die door de demping is ontstaan. Later werd de Blaak in westelijke richting doorgetrokken. De nieuwe weg ontving de naam Westblaak.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Weena – Karel Doormanstraat, 1960

Verkeersborden met omleidingen wegens de metrobouw, op of nabij het Weena en de Karel Doormanstraat, 1960-1965 (geschat).

De eerste metrolijn, Noord-Zuidlijn genoemd, was tevens de eerste van Nederland, en bij de opening een van de kortste metrolijnen ter wereld: slechts 5,9 kilometer tussen het station Rotterdam Centraal en het station Zuidplein op de linker Maasoever. Op 9 februari 1968 openden prinses Beatrix en prins Claus in het bijzijn van toenmalig burgemeester Wim Thomassen en RET-directeur drs. C.G. van Leeuwen de metrolijn op het Centraal Station met een rit naar Zuidplein. Met de bouw van de lijn, die ruim zeven jaar duurde, was een bedrag van 170 miljoen gulden (ruim 77 miljoen euro) gemoeid, plus twintig miljoen gulden (negen miljoen euro) aan bijkomende werken. Om de Rotterdammers kennis te laten maken met dit nieuwe vervoermiddel, mocht iedere inwoner eenmaal een gratis ritje maken met de metro. De Rotterdamse metro had zijn eerste grote presentatie aan het publiek al in 1960 op de Floriade in de vorm van een 38 meter “bewegende” maquette met modeltreinen.

Het belangrijkste kunstwerk was de tunnel onder de Nieuwe Maas. Deze tunnel (de tweede ondertunneling van de Maas na de Maastunnel voor het auto-, fiets- en voetgangersverkeer) werd gebouwd door middel van geprefabriceerde tunnelstukken die werden afgezonken. Het traject van Rotterdam Centraal tot aan de Maas werd in openbouwputten gerealiseerd. Weena, Hofplein en Coolsingel waren hierdoor jarenlang onbegaanbaar.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Slachthuiskade – Sophiakade, 1953

Pontje over de Boezem tussen de Slachthuiskade en de Sophiakade, 1953-1957.

De Slachthuiskade is vernoemd naar het Rotterdams Openbaar Slachthuis dat in 1897 werd gebouwd aan de Boezemstraat in Crooswijk. In de volksmond stond het al gauw bekend als het ‘abattoir’. Het lag dicht in de buurt van de veemarkt. In de loop van de jaren is herhaaldelijk gepoogd het slachthuis naar een ander deel van Rotterdam te verplaatsen. Tot 1981 bleef het echter op de oude plaats in gebruik. In dat jaar verhuisde men naar een nieuw slachthuis in de Spaansepolder. Het oude complex in Crooswijk werd kort daarop gesloopt. Van 1900 tot 1987 had een zijstraat van de Slachthuiskade de naam Slachthuisstraat. Deze straat heet thans Keurmeesterstraat.

De Sophiakade draagt de naam van H.M. Koningin Sophia (1818-1877), eerste echtgenote van Z.M. Koning Willem III. De Sophiakade heette eerst Boezemkade, daarna Rustwatkade naar de uitspanning ‘Rustwat’, gelegen op de hoek van de kade en de Goudse Rijweg bij de Boezembrug.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen