Charloisse Kerksingel, 1905

De Charloisse Kerksingel gezien vanaf de Grondherendijk en de Kaatsbaan, 1905.

De Charloisse Kerksingel loopt rond de uit de 15de eeuw daterende Sint Clemenskerk in het oude dorp Charlois. Charlois en de Riederwaard (Reijerwaard) behoorden vroeger tot het land van Putten, een geheel onafhankelijk gebied met een eigen regering en een eigen recht. In 1456 ging dit gebied over van de heren van Gaesbeek op de hertog van Bourgondië, die er zijn zoon Karel de Stoute, graaf van Charollois (een graafschap in Bourgondië), mee beleende. Door de vele hoge vloeden in de 14de en 15de eeuw liep dit gebied regelmatig onder water. Karel de Stoute wilde in 1460 ‘die lande, slijck, uterwairt ende Rietbroek, geheiten Riderwairt’ laten bedijken. Als voorwaarden werden daarbij gesteld dat dit land niet meer Riederwaard, doch Charlois zou heten, en dat er een kerk gesticht zou worden, gewijd aan Sint Clemens. Dit land omvatte de latere polders Karnemelksland, de Hille, Charlois, Robbenoord en Plompert. Door de goede bedijking en de gunstige ligging werd het gebied spoedig bebouwd.

De Grondherendijk is vernoemd naar de grondheren (grondeigenaars) van Charlois. Vóór 1895 droeg de Grondherendijk de naam Hooge Dijk. De Grondherenstraat ligt op het terrein van de vroegere Kerkegrient.

De Kaatsbaan was vroeger een open plein voor de kerk in Charlois, waar een balspel werd gespeeld.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht op de Coolhaven, 1938

Gezicht op de Coolhaven, 1938.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Bij Koninklijk Besluit van 20 september 1809 werd het ambacht Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Cool, tot een zelfstandige gemeente verheven. In 1811 werd Cool door Rotterdam geannexeerd.

Naast het ambacht had men ook nog de polder Cool. Deze lag tussen de Rotterdamse en Delfshavense Schie. Deze werd in 1925 opgeheven. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt. De naam Coolvest is daardoor verdwenen.

De Coolsestraat, vroeger Coolweg geheten, liep vóór de vereniging van Delfshaven met Rotterdam juist op de grens tussen beide gemeenten. Ze ligt, evenals de Coolsedwarsstraat, in het oude ambacht Cool of West-Blommersdijk. De Klein-Coolstraat ligt in de voormalige Klein-Coolpolder. De Coolhaven en -straat liggen eveneens in de vroegere Coolpolder. Voor de Coolhaven werd op 27 februari 1923 de eerste spade in de grond gestoken. De beide bruggen liggen over het binnenhoofd van de Parksluizen. Aan het ambacht of de polder Cool herinnerden vroeger ook nog de Coolhoek, de Coolskade en de Coolsche weg of Coolsche Binnenweg. Cool is nu een woonwijk, gelegen tussen Coolsingel en Schiedamsesingel enerzijds en Mauritsweg en Eendrachtsweg anderzijds.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Politiepost aan de Crooswijkseweg, 1913

Een politiepost met drie politiemannen aan de Crooswijkseweg 41, ten oosten van het Excercitieveld, 1913-1917. Op de achtergrond de Rooms-katholieke begraafplaats.

Omstreeks 1337 komt de heer Van Voorne voor als eigenaar van het huis of de hofstede te Crooswijk. Dit huis kwam later aan de graaf van Holland. Het stond waarschijnlijk op de plaats van het oude Duifhuis, een toltoren die door de Romeinen was gesticht. Het huis komt voor op een kaart van 1567 van Jan Potter. In 1828 kocht de stad de buitenplaats ‘het Huis te Crooswijk’, ook bekend onder de naam van Duifhuis, met de daarbij behorende grond. Het huis werd gesloopt en op het terrein werd een begraafplaats aangelegd.

Dit veld heet naar de schutters, die vroeger op het hier gelegen Exercitieveld oefenden. Bij besluit van B&W ontving het Excercitieveld officieel de naam Schuttersveld. Onder deze naam was het veld al jarenlang in de volksmond bekend. De naam Excercitieveld werd bij besluit 1 oktober 1993 ingetrokken.

De foto komt uit de collectie Topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Oostzeedijk en de Oostzeedijk Beneden ,1900

De Oostzeedijk en de Oostzeedijk Beneden vanuit het oosten bij de Gemeentelijke Gasfabriek, 1900. Op de achtergrond molen de Noord aan het Oostplein.

Dit deel van Schielands Hoge Zeedijk ligt ten oosten van de oude stad. De dijk is rond het midden van de 13de eeuw aangelegd. Het gedeelte van de dijk, dat als Hoogstraat, Schiedamsedijk en Vasteland bekend is, verbindt de Oostzeedijk met de Westzeedijk, die ten westen van de oude stad ligt. Voor 1895, het jaar waarin Kralingen met Rotterdam werd verenigd, heette Oostzeedijk-Beneden ‘Lage Dijk’.

Korenmolen De Noord was een stellingmolen aan het Oostplein in Rotterdam. De molen werd in 1711 gebouwd ter vervanging van een standerdmolen. Vanaf de bouw tot in de negentiende eeuw werd de Noord gebruikt als moutmolen; later werd overgeschakeld op het malen van graan voor veevoer. In 1919 dreigde sloop, wat ternauwernood voorkomen kon worden door ingrijpen van de gemeenteraad. De Noord werd gerestaureerd en verhuurd aan de firma van Vliet uit Goidschalxoord. Tijdens het bombardement op Rotterdam stond de omgeving in lichterlaaie. De molenaars lieten de wieken draaien om overslaan van de brand naar de molen te voorkomen.

In de nacht van 27 op 28 juli 1954 brandde de molen door onbekende oorzaak uit. De molenromp, die te slecht was om gebruikt te kunnen worden voor herbouw, werd in het najaar van hetzelfde jaar afgebroken. Een plan voor herbouw werd door de gemeenteraad afgekeurd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Admiraliteitskade,1900

Gezicht op de Admiraliteitskade met oliemolen ‘De Reus’ op de hoek van de Infirmeriestraat, 1900.

De Admiraliteitskade is vernoemd naar de admiraliteit op de Maze, sinds 1586 een van de vijf admiraliteitscolleges in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Deze colleges waren onder het opperbewind van de admiraal-generaal belast met het bestuur van de zeemacht en tevens met het ontvangen van de in- en uitvoerrechten (convooien en licenten). Het admiraliteitscollege kocht voor haar werven in 1689 van de stad aan het Reuzeneiland in het Buizengat. In 1849 werd de Marinewerf, zoals de naam van de werf luidde nadat in 1795 de admiraliteiten waren ontbonden, aldaar opgeheven. Het gebouw van de admiraliteit werd in 1855 ingericht als Rijksentrepot. In 1891 werd het door brand verwoest.

De Infirmeriestraat dankt haar naam aan de Infirmerie of het Ziekenhuis van de Marine, die na de opheffing van de daargelegen Marinewerf in 1849 verviel. Voorzover de opstal betreft, werd het geheel in 1854 door de gemeente van het rijk aangekocht. Vóór 1900 droeg de straat, die langs de Infirmerie liep de naam Olieslop, naar de omstreeks 1905 afgebroken oliemolen ‘de Reus’. De molen lag vlak tegenover de Infirmerie. Het Olieslop was de toegang tot de molen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Shelltoren (Hofpoort) 1974

De bouw van de Shelltoren bij het Hofplein, 1974-1976.

De toren is het voormalig kantoor van oliemaatschappij Shell aan Hofplein 20; kreeg na de uitbreiding in de jaren zeventig van de vorige eeuw de naam ‘Hofpoort’, omdat op deze plek ooit de stadspoort met die naam had gestaan.

De naam ‘Hofpoort’ is in glimmende letters aangebracht boven de ingang van de parkeergarage aan de achterzijde van het gebouw. Ook ‘De nieuwe hoofdpoort’, het gebouw van ‘Stad Rotterdam Verzekeringen’ naast Weena 200 en ‘De Delftse Poort’ van ‘Nationale Nederlanden’ zijn vernoemd naar één van de tien stadspoorten die Rotterdam ooit rijk was.

Het naoorlogse Hofplein kreeg zijn huidige vorm in 1955. Het is gebouwd als een verkeerscirculatieplein en maakt onderdeel uit van een hoofdwegenstelsel in de binnenstad, waarvan ook het Churchillplein en het Oostplein deel zijn. Het eerste naoorlogse gebouw dat aan het Hofplein verrijst, is het Shell-kantoor (1956-1960) van architect C.A. Abspoel. Het vijf verdiepingen tellende gebouw is gelegen tussen Schiekade, Pompenburg en het spoorwegviaduct. Het ontwerp omvat ook een 10 meter brede straat die het Centraal Station met Station Hofplein moest verbinden. Daarom werd het gebouw op 20 granieten kolommen geplaatst, waardoor een doorrijhoogte van 5 meter ontstond. Al tijdens de ontwerpfase werd besloten meerdere organisaties van Shell in het gebouw op te nemen, waardoor het geen vijf maar negen verdiepingen kreeg. Het was de tijd van de wederopbouw met een enorm gebrek aan materialen. De minister van Bouwnijverheid en Wederopbouw eiste dan ook dat in bedrijfsgebouwen zoveel mogelijk materialen moesten worden gebruikt die niet in de woningbouw werden toegepast. Daarom werd voor de vliesgevel gekozen voor een slank aluminium profiel.

Twintig jaar later, tussen 1974 en 1976 werd het Shell-kantoor uitgebreid door ernaast een toren van 26 verdiepingen te realiseren met eronder een parkeergarage. De opvallende spiegelende gevel is uitgevoerd in blauw-groene tinten. Hiermee wilde men aansluiten bij het nieuwe, moderne Rotterdam. De nieuwe toren is ontworpen door ZZDP Architecten en was toen met zijn 95 meter hoogte nummer twee op de lijst van Rotterdams hoge gebouwen. Nummer één was de medische faculteit van de Erasmusuniversiteit met 105 meter. PvdA-wethouder J. Mentink betitelde het gebouw indertijd als ‘de laatste erectie van het grootkapitaal’.

De omgeving van het gebouw bleef nog enige jaren braakliggend terrein. Pas in 1979 werd het terrein rond de voet van de kolos aangekleed met acht winkeltjes, waaronder een autoverhuurbedrijf, een kapsalon, een snackbar en een kiosk. In de jaren ’90 verliet Shell het kantoor aan de Hofplein én Rotterdam. Sinds mei 2012 is de oliemaatschappij weer terug in de stad, niet op de oude locatie maar in een pand aan het Weena.

De fotograaf is Leendert Koote en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Theeschenkerij De Nachtegaal in het Kralingse Bos, 1969

Theeschenkerij De Nachtegaal in het Kralingse Bos, 1969 (geschat).

De directeur Gemeentewerken, G.J. de Jongh, ontwerpt in het begin van de 20e eeuw een plan voor een bos of stadspark langs de Noorderplas, zoals de Kralingse Plas in die tijd wordt genoemd. De oorspronkelijke naam van het park is de Kralinger Hout. In 1911 wordt het plan door de gemeenteraad aangenomen. Men zal de polders ophogen met slib en baggerspecie die men over zal hebben van het graven van de Waalhaven.

Doordat de aanleg van de haven door de Eerste Wereldoorlog vertraging oploopt, duurt het even voordat de plannen van de grond komen. In 1921 maakt de architect Marinus Jan Granpré Molière een nieuw ontwerp. Vanaf 1928 is de grond eindelijk voldoende opgehoogd, en begint men met het planten van speciaal in Noord-Brabant gekweekte eiken. De Rotterdamse schooljeugd wordt hierbij ingezet op speciale boomplantdagen. In de jaren dertig van de 20e eeuw worden er in het kader van de werkverschaffing ook werkelozen ingezet bij de aanleg en beplanting. Een groot deel van deze bomen wordt tijdens de hongerwinter opgestookt in de kachel. Het vele puin, afkomstig uit het centrum van de gebombardeerde stad, wordt gedumpt in de zuidelijke hoek van de Plas. Zo ontstaat een groep kleine eilanden, die ten behoeve van wandelaars worden verbonden met een reeks loopbruggen. In 1953 wordt het Kralingse Bos dan eindelijk officieel geopend.

Het bos verwerft grote bekendheid in de zomer van 1970 vanwege het Holland Pop Festival, het ‘Europese antwoord op Woodstock’. Internationale bands die er optreden zijn onder meer Pink Floyd, The Byrds, Santana en Focus. In totaal zijn er meer dan 100.000 bezoekers.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Strevelsweg, 1934

De Strevelsweg bij het Sandelingplein met rechts de gereformeerde Sandelingpleinkerk, 1934.

De Strevelsweg draagt de naam van het gehucht Strevelshoek in de Zwijndrechtsche Waard. De Strevelswijk is onderdeel van de wijk Bloemhof, gelegen tussen de Strevelsweg en de Lange Hilleweg. De straten in deze buurt zijn genoemd naar dorpen, gehuchten, ambachten en polders uit de vroegere Zwijndrechtsche Waard.

Het Sandelingplein is vernoemd naar het Sandelingenambacht of Adriaan Pietersambacht in de Zwijndrechtse Waard.

De Sandelingpleinkerk was een karakteristiek Gereformeerd kerkgebouw met dakruiter. Buiten gebruik in 1968, sloop in 1970. In dit deel van Rotterdam-Zuid zijn destijds drie Gereformeerde kerkgebouwen in gebruik geweest:

Putsepleinkerk – gesloopt ;
Sandelingpleinkerk – gesloopt ;
Breepleinkerk, architectonisch de interessantste van deze drie, nog wel in gebruik.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Reliwiki. Zie http://www.reliwiki.nl/…/Rotterdam,_Strevelsweg_1_-_Sandeli…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bergsingel hoek Bergselaan, 1920

Een nieuw schoolgebouw (de latere H.B.S.) aan de Bergsingel hoek Bergselaan, gezien uit het zuidoosten, 1920.

Deze singel dankt haar naam aan het voormalige dorp Hillegersberg, ook wel Den Berg genoemd, dat in 1941 door Rotterdam werd geannexeerd. De Bergweg heette vóór 1897 Oost-Blommersdijkschenweg. De Bergweg maakte deel uit van de oude 12de eeuwse zeedijk. De naam ‘Berchwech’ komt in 1387 voor het eerst voor. In de 19de eeuw treft men ook de naam Blommersdijksche Straatweg aan.

De hogereburgerschool (ook: hogere-burgerschool, vaker: hogere burgerschool; destijds altijd afgekort tot H.B.S. of HBS, thans ook als hbs) was een Nederlandse onderwijsvorm voor voortgezet middelbaar onderwijs. Met de invoering van de Mammoetwet in 1968 werd de hbs opgevolgd door enerzijds de vijfjarige havo en anderzijds het zesjarige vwo (met daarin, als meer directe opvolger van de HBS, het zesjarige atheneum, naast het vanouds bestaande gymnasium). De laatste eindexamens voor de hbs werden in 1974 afgenomen (voor de zogenaamde “bezemklas” van de zesjarige hbs).

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Westzeedijk, 1930

De Westzeedijk vanuit het westen, bij de Scheepstimmermanslaan, 1930.

De ligging van deze dijk ten westen van de oude stad verklaart de naam. De dijk zal rond het midden van de 13de eeuw zijn aangelegd. Tot 1927 liep de Westzeedijk ter hoogte van het oude kerkhof van Schoonderloo met een bocht naar de Havenstraat. Dit gedeelte ontving daarna de namen Kapelstraat, Pieter de Hoochstraat en Heiman Dullaertplein. De Westzeedijk werd ten zuiden van deze straten in westelijke richting doorgetrokken tot aan het Hudsonplein over het trac van de oude Ruigeplaatweg. De dijk schijnt vroeger ook de naam Groenedijk gedragen te hebben.

Deze laan heet naar de scheepstimmerwerven tussen Boompjes en de Scheepmakershaven, die in 1703 verplaatst werden naar de Zalmhaven. De laan liep daar langs. De laan was oorspronkelijk een dwarsdijk, lopende van Schielands Hoge Zeedijk (Westzeedijk) naar de Maas. Sinds het laatst van de 17de eeuw stond ze bekend als de Keerberglaan naar Daniel van Keerberge, die daar toen bezittingen had. Omdat ze op de Maas uitliep heette ze ook wel 1ste Maaslaan. Verder kwam ze als Pontelaan voor omdat ze naar het Ponteveer leidde. Op 3 december 1708 besloot de vroedschap de dijk te bestraten.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen