Hofplein met rechts de Delftse Poort, (jaartal onbekend)

Een blik richting Hofplein met rechts de Delftse Poort. Op de achtergrond cafe-restaurant Loos en cafe-restaurant De Kroon.

Het Hofplein herinnert aan de ridderhofstad Weena, die noordoostelijk van het huidige Hofplein was gelegen. De Hofdijk komt al in 1397 in bronnen voor. Het slot wordt reeds in 1306 vermeld. De oorspronkelijke Hofdijk stamde uit de 13de eeuw en strekte zich langs de Rotte uit tot het Zwaanshals en de Oudedijk. Het Hofplein ontstond in de eerste helft van de 19de eeuw nadat de Kolk of Gracht tussen de Delftse Poort en de Hofpoort was gedempt. Van 1853 tot 1875 was het plein als veemarkt ingericht. De oudste naam is Hofpoortplein naar de Hofpoort die daar stond en in 1833 is afgebroken. In 1908 werd aan het plein het station van de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij, de lijn Rotterdam-Scheveningen, geopend. Bij besluit B&W 13 september 1949 ontving het verkeersplein op het kruispunt Coolsingel, Weena, Schiekade, Pompenburg de naam Hofplein.

De Delftsche Poort in Rotterdam was een stadspoort waarvan de laatste in 1764 werd gebouwd naar een ontwerp van architect Pieter de Swart. Het was reeds de derde poort op die plaats: de voorgaande twee waren wegens bouwvalligheid gesloopt. De eerste poort werd in de Middeleeuwen gebouwd en kreeg de naam de Noorderpoort en had een voorpoort. De tweede St. Joris- of Delftsche Poort werd in 1545 gebouwd.

In de jaren 30 van de 20e eeuw stond de poort in de weg: Rotterdam wilde een betere doorstroming van het toenemende verkeer. Men besloot de poort zo’n honderd meter te verplaatsen (afbreken stuitte op te veel weerstand). In 1939 begon men met de verplaatsing van het geheel. De onderbouw was in 1940 gereed, tijdens het bombardement werden zowel dit gedeelte als de opgeslagen beeldhouwwerken beschadigd. Een jaar later werd besloten dat “naar het inzicht van de meerderheid van de geraadpleegde deskundigen de poort niet meer afgebouwd kon worden en moest zij geheel verdwijnen”. Enkele sierwerken werden gered en opgenomen in de muren van de gebouwen op de hoek van het Stadhuisplein.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Hofplein-Raampoortstraat, 1918

Het Hofplein met onder andere Café Centraal, rechts de Raampoortstraat, 1918-1922.

De Raampoortstraat herinnert aan de lakenindustrie, in vroeger tijd een belangrijke bron van bestaan in Rotterdam. Het laken werd om te drogen en uit te rekken op ramen gespannen. In het oudste keurboek van ca. 1410 werd bepaald dat alle lakenramen uit de kerk verwijderd moesten worden. Voor die tijd schijnt het dus gewoonte te zijn geweest ze daar te plaatsen. Het einde van de Lombardstraat werd toen door de stad aangewezen voor het plaatsen van de ramen.

Op 3 november 1508 besloot de vroedschap om land voor de ramen aan te kopen op het einde van de Westewagenstraat bij de Sint Jorisdoelen. Het Hof van Holland had enige jaren daarvoor, in 1504, toestemming verleend om een laan te maken van de Westewagenstraat naar de Coolvest. Dit was de latere Raamstraat. Ten noorden daarvan werden nu geleidelijk aan de ramen geplaatst. Het terrein werd door een raamsloot of -singel gescheiden van het land van de Witte Zusters. Er werd een raamhuis voor de wachter gebouwd, alsmede een raampoort die toegang gaf tot het terrein. Eerst in 1544 blijken alle lakenramen overgebracht te zijn; omstreeks die tijd werd de nieuwe Raamburg over de Delftsevaart, die de Raamstraat met de Sint Jacobssteeg (Sint Jacobstraat) verbond, gebouwd.

Tot ca. 1591 zijn de ramen op deze plaats gebleven. Daarna zijn ze verplaatst naar een terrein buiten de Hofpoort, het voormalige Hof van Weena. Dit nieuwe terrein werd op dezelfde wijze ingericht als het oude. Ook hier werd een raampoort gebouwd. Er werd daar een laan aangelegd, die in 1656 onder de naam Raampoortlaan voorkwam. Andere namen voor deze laan waren Raamlaan, Raampad en Raamweg. In 1854 zijn de laatste ramen verkocht en daarna werden op dit terrein straten aangelegd. In 1896 werd de naam Raampoortlaan gewijzigd in Raampoortstraat. Het grootste gedeelte van de Raamstraat werd rond 1910 gesloopt ten behoeve van de bouw van het nieuwe stadhuis. Ongeveer op de plaats van het resterende deel van de Raamstraat liggen thans het Raam en het Raamplein.

De foto komt uit de collectie Topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Binnenwegplein, 1976

Op de Coolsingel bij het Binnenwegplein staat een mobiele kraam met Berliner bollen, 27 februari 1976.

Het verlengde van de Oude Binnenweg tussen Coolsingel en Karel Doormanstraat heet sinds 1971 Binnenwegplein. Al in 1454 liep door de Coolpolder een binnenweg van Rotterdam naar Schoonderloo met een afslag naar Delfshaven. Deze heette Coolsche weg of Binnenweg; het laatste gedeelte komt voor als Schoonderloosche of Delfshavensche weg of Binnenweg, maar heet na 1610 gewoonlijk Geldelooze pad. Hier vandaan liep een uitpad over een vonder of passerel naar de Ossewei en daarover naar het Lage Erf. De bebouwing aan de Binnenweg bij Rotterdam had in de 17de eeuw de tegenwoordige Mauritsstraat bereikt; in 1706 werd dit gedeelte bestraat en met bomen beplant. Pas het graven van de Westersingel bracht hierin verandering. Ten westen daarvan op Delfshavens grondgebied kwamen toen ook straten en sinds 1852 bestaan er plannen om de Binnenweg te verbeteren en een betere verkeersweg te maken tussen Rotterdam en Delfshaven.

Berlinerbollen, Berlijnse bollen, Berliner bollen of Boules de Berlin (vooral in Vlaanderen gangbaar) zijn ronde lekkernijen die van gefrituurd gistdeeg gemaakt zijn en met confituur en/of banketbakkersroom worden gevuld. Ook de meeste Duitsers kennen het gebak als Berliner, behalve in Saksen en in Berlijn zelf, waar ze Pfannkuchen (pannenkoeken) worden genoemd en in Zuid-Duitsland, waar ze Krapfen heten. Deze laatste naam wordt ook in Oostenrijk en Italië gebruikt.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden deze bollen in België niet Berlijnse Bollen maar Boules de l’Yser (Bollen van de IJzer) genoemd, naar de rivier de IJzer waarachter het Belgische leger zich teruggetrokken had.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Grotemarkt, 1878

De Grotemarkt met in het midden het standbeeld van Erasmus, 1878-1882.

Dit plein was oorspronkelijk een gedeelte van de Steigersgracht. In 1556/1557 werd een gedeelte van deze gracht overwelfd en tot Marktveld gemaakt. Eerst noemde men dit overwelfde plein Nieuwe Brug, later Westbrug. In de 18de en 19de eeuw komt ook de naam Erasmusmarkt voor naar het beeld van de grote humanist, dat eeuwenlang op de markt stond. De huidige Grotemarkt vormt slechts het noordelijke gedeelte van het plein dat vóór het bombardement in 1940 deze naam droeg.

Het Erasmusbeeld is een standbeeld van Desiderius Erasmus dat is ontworpen door beeldhouwer Hendrick de Keyser. Het is voor zover bekend het oudste bronzen standbeeld van Nederland.

Het beeld werd in 1622 door de Rotterdamse bronsgieter Jan Cornelisz. Ouderogge gegoten en geplaatst op de Grotemarkt. De plaatsing van het bronzen beeld werd bekritiseerd door Calvinistische predikanten die Erasmus een libertijn en bespotter van religie noemde.

In mei 1940 kwam het ongeschonden uit het bombardement op Rotterdam en werd het door de gemeentelijke dienst Kunstbescherming van zijn sokkel gehaald en onopvallend naar het Museum Boijmans Van Beuningen gebracht. Daar werd het op de binnenplaats onder betonplaten en zandzakken verborgen.

In juli 1945 kreeg het beeld een plaats op de Coolsingel, maar het moest in september 1963 wijken voor de metro. Uiteindelijk heeft het beeld in 1964 een plaats gekregen op het Grotekerkplein voor de Grote of Sint-Laurenskerk.

Het beeld staat op een kopie van de sokkel uit 1677. De oude sokkel is op 23 februari 1965 naar het Erasmiaans Gymnasium vervoerd. In 1996 werd het beeld door onbekenden omver getrokken. In 1997 werd het beeld gerestaureerd waarna het in 1998 weer op zijn sokkel werd gehesen.

De fotograaf is Henri de Louw en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Oudehavenkade, 1907

Oudehavenkade met links Plan C, 1907. Op de achtergrond de Hoofdsteeg en de Mosseltrap.

De kade tussen de Mosseltrap en de Geldersekade ontving in 1884 de naam Oudehavenkade. De huidige Oudehavenkade ligt op dezelfde plaats als haar voorganger. In het charter van 25 juli 1328 is sprake van het maken van een haven te Rotterdam en in 1351 vindt men hier reeds een steiger. Deze haven was toen het water, van de Blaak tot het Moriaansplein (de vroegere Kolk), waar zich de Dordtsche Steiger bevond. De uitbreiding van de stad naar het zuiden had ook tengevolge, dat de haven in zuidelijke richting werd verlengd.

De Hoofdsteeg of Hoofdstraat behoorde tot de oudste straten van de stad. Al in 1359 wordt haar bestaan bewezen. De oudste benaming was ‘dijck’, daarna sprak men van ‘de strate, die men gaet int Oostnieuwland’, en in 1373 van ‘Oostnieuwelantsbrugghe’. Sinds het midden van de 15de eeuw vinden we Mandemakersstraat of Hordemakersstraat. Eerst in de 16de eeuw is er sprake van Hoofdsteeg. Een enkele maal vinden we ‘Mandemakersstraat, dat men upt thoeft gaet’. Deze laatste plaatsaanduiding kreeg langzamerhand de overhand. Het hoofd, met de Hoofdpoort, was toen bij de Nieuwehavensteeg en is pas bij de nieuwe uitleg na 1574 naar het einde van de Spaansekade verlegd. Het gedeelte van de Hoogstraat naar de Steigersgracht (Middensteiger) stond bekent als de Korte Hoofdsteeg. Hoofdsteeg en Korte Hoofdsteeg zijn in mei 1940 verdwenen. Van 1942 tot 1972 heeft een straat ten westen van deze straten nog de naam Hoofdsteeg gedragen. Een zijstraat van deze nieuwe Hoofdsteeg kreeg de naam Hoofdsteeghof.

De Mosseltrap herinnert aan de mosselmarkt die vroeger in deze buurt werd gehouden en aan de trappen, die naar het water van de Nieuwehaven leidden om de mosselen te lossen. Reeds in 1539 had men het ‘Tonis de Mosselmanshuus an de Poort int Oestnieuwland’. De poort was gelegen bij de Nieuwehavensteeg. Ook de naam Mosselkaey komt voor. De huidige Mosseltrap ligt wat noordelijker dan de vroegere straat van die naam.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Jeugdland in de Energiehal, 1959

Jongens bij een pick-up draaitafel op Jeugdland in de Energiehal, 11 juli 1959.

Wie heeft er nou niet geëmailleerd, getuinierd, gemetseld of gemacrameed? Jeugdland was hét vakantiefestijn voor de Rijnmondse jeugd.

Hoewel, Rijnmondse jeugd, de kinderen kwamen van heinde en verre, blijkt uit de brief van Nolleke Boll uit Oud-Beijerland. Ze woonde destijds op de Veluwe en bezocht het evenement toen het nog in de Energiehal werd gehouden. ,,Als jong, verlegen Veluws meisje mocht ik mee naar Jeugdland met mijn begeleider, ook verlegen, maar wel stads.

Door die verlegenheid kwamen we nergens bij, maar we hebben wel het krentenbolletje, het pakje melk en de andere versnaperingen opgehaald. We hebben een toneelstukje gezien en gekeken bij het pannenkoeken bakken. We waren veel te vroeg weer thuis, vond mijn tante, die een vermogen had neergeteld om ons te laten gaan. Maar ik kan wél zeggen: ik ben er ooit geweest.’’

Jeugdland. Je kon er met je knuffel naar de poppendokter. Je kon er figuurzagen, bloemschikken, tekenen en schilderen, kleien en later zelfs een rondje pony sjokken.

Nolleke Boll schrijft het al: een flinke dot haar op je tanden, geduld én onverzettelijkheid waren een must, want overal waren de rijen lang, langer, langst.

Rob van Steenbergen uit Den Hoorn kwam er medio jaren zeventig geregeld over de vloer. ,,Wat me vooral is bijgebleven, is dat er zoveel te doen was dat je bewust keuzes moest maken. Tijdens mijn allereerste bezoek had ik, net als het jongetje op de foto, plaats genomen in het figuurzaagpaviljoen. Na twee uur zagen en vijlen had ik mijn werkstuk klaar en leverde ik het in bij de leiding om mee te dingen naar de dagprijs.

Toen ik het paviljoen had verlaten, zag ik pas wat er allemaal nog meer te doen was. Ik had direct spijt van mijn tijdvretende geknutsel. Gelukkig bleek ik aan het eind van de dag wel de dagprijs te hebben gewonnen.’’

Arthur Baier speelde winkeltje, trapte zich een ongeluk in de RET- skelterbus en deed de Roteb Quiz. ,,Ik ben een paar jaar geleden met mijn eigen zoon naar de nieuwere versie geweest. Weinig aan!’’

Ook trouw bezoeker Martin Sips vond Jeugdland heerlijk. ,,Met mijn buurjongen heb ik op de jeugdredactie gewerkt als Jeugdlandreporter. Dan gingen we met z’n allen naar de drukkerij om te kijken hoe dat ging, zo’n krantje maken.’’

Tim Sikkema wist niet wat hij zag toen hij vorige week de krant opensloeg. ,,Verleden week nog had ik toevallig met een kennis een gesprek over de bezoekjes die we vroeger aan Jeugdland brachten. Wat ons het meest was bijgebleven, was de filmvoorstelling die je in een locomotief van de NS kon bekijken. Die film was opgenomen vanaf de ’bok’ van een rijdende trein. Je zag eigenlijk alleen maar het uitzicht van de machinist tijdens een treinreis. Maar we vonden de attractie zo leuk, dat we de film wel vier keer hebben gezien. Ik kwam ook vaak thuis met een verftekening, gemaakt in een soort centrifuge. Je legde een wit vel op de bodem en goot door de open bovenkant verf in de draaiende ton. Zo kreeg je hele mooie artistieke schilderijen.’’

Sikkema bezocht Jeugdland ongeveer vier keer. Het evenement vond destijds nog plaats in de tijdelijke Ahoyhal aan de Hofdijk in het centrum van de stad.

,,Ik stond dan al ver voor de opening buiten te wachten. En ik niet alleen. Er stonden altijd lange rijen en als de deuren eindelijk opengingen, steeg er een luid gejuich op.’’

De Energiehal was een sport- en evenementenhal in de Blijdorpse polder in Rotterdam. De Energiehal is gebouwd voor de tentoonstelling E55 die van mei tot september 1955 in Rotterdam werd gehouden. De Energiehal had een oppervlakte van 6000 m². Deze tentoonstelling werd gehouden in de wijk Dijkzigt waar nu de Medische faculteit van de Erasmus Universiteit staat.

De Energiehal is na de tentoonstelling verplaatst naar de Blijdorpse polder, dicht bij het Kleinpolderplein en heeft jarenlang als sporthal dienstgedaan. In de jaren negentig werden in de Energiehal vrijwel maandelijks grote hardcore-feesten gehouden. Enkele grote feesten die er gehouden zijn zijn A Nightmare in Rotterdam, Terrordome, Megarave, Eurorave, Raver’s Night. De energiehal stond in de hardcore underground wereld bekend om zijn kwalitatief zeer goede geluidsinstallatie. Eind jaren negentig is de Energiehal afgebroken om plaats te maken voor een parkeerplaats voor Diergaarde Blijdorp en een vestiging van hotel Domina, thans een hotel van het Van der Valk-concern.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het AD van 23 juli 2007 en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Beukelsdijk, 1964

Een groep kinderen en enkele ouders kijken in de speeltuin ‘t Kinderhoekje aan de Beukelsdijk naar een poppenkastvoorstelling van de Amstelveense poppenkunstenaar Leo Nelissen, 1964 (geschat).

De naam van de Beukelsdijk is ontleend aan het geslacht Bokel of Beukel. Het ambacht Beukelsdijk van heer Ghisebrecht Bokel (Buekel) wordt reeds in 1281 genoemd. De Beukelsdijk, maakt deel uit van de oude zeedijk, die in de 12de eeuw werd aangelegd. Daartoe behoorden ten westen van de Rotte de Blommersdijk en ten oosten van de Rotte de Oudedijk. In 1200 wordt Theodericus Bokel vermeld als getuige voor de graaf van Holland.

Door het voltooien van de Rotterdamse Schie na 1340 werd Blommersdijk verdeeld in een oostelijk en westelijk gedeelte. De Beukelsdijksche of West-Blommersdijkscheweg sloot zich bij de voormalige Heulbrug aan bij de Oost-Blommersdijksche- of Bergweg. Een gedeelte van de oude Beukelsdijk heet thans Walenburgerweg. Van 1916 tot 1922 heette de Van Cittersstraat eveneens Beukelsdijk. De huidige Beukelsweg is een deel van de oude Beukelsdijk. De Beukelsbrug is de verkeersbrug over de Delfshavense Schie, die de verbinding vormt tussen de Beukelsweg en de Horvathweg. Deze heette enige tijd Westlandsebrug.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schiedamsesingel, 1959

Voetbalwedstrijd op stuk grond aan de Schiedamsesingel, links schoolgebouw van de Rotterdamse Schoolvereniging RSV, 1959 (geschat).

De Schiedamsesingel is de naam van de in 1608 ten westen van de Schiedamsevest aangelegde en met bomen beplante weg. De Schiedamsedijk vormt een onderdeel van Schielands Hoge Zeedijk, aangelegd in het midden van de 13de eeuw. Een strook grond langs dit gedeelte van de dijk werd in 1598 als bouwgrond uitgegeven. In oude bronnen komt de straat afwisselend voor als Hoogstraat en Schiedamsedijk. In 1610 werd dit gedeelte van de dijk bestraat. Over de Schiedamsedijk en verder over de Schielands Hoge Zeedijk (de latere Westzeedijk) liep de weg naar Schiedam. Het zuidelijke gedeelte van de Schiedamsedijk heette in de 17de en 18de eeuw ook heel vaak Schotschedijk vanwege het grote aantal Schotten dat zich daar had gevestigd.

Eveneens in het laatst van de 16de eeuw werd begonnen met het graven van de stadsvest, van de Binnenweg naar het Vasteland. De Schiedamsesingel tussen Binnenweg en Witte de Withstraat werd rond 1900 gedempt. Tot 1930 heette dit gedeelte Schiedamsevest. Daarna sprak men van Schiedamsesingel. De demping van het resterende gedeelte volgde in 1940. In 1949 werd de naam Schiedamse Vest gegeven aan de Schiedamsesingel tussen Binnenweg en Witte de Withstraat alsmede aan de in het verlengde aangelegde weg in zuidelijke richting. Het gedeelte tussen Binnenweg en Westblaak is thans een deel van de Coolsingel.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Straatweg, 1972

Café-restaurant Lommerrijk aan de Straatweg 99, winter 1972-1973 (geschat).

Adriana Romein start in 1880 in de achtertuin van haar man een theetuin met kinderspeelplaats. Ze noemt het Plaats Lommerrijk, vanwege de schaduwrijke omgeving onder de kastanjebomen. Gezinnen genieten in haar tuin van het weidse uitzicht over de Bergse Plas. Ze serveert hen melk, limonade, bier en sneetjes boerenbrood met zoetemelksche kaas.

Al snel wordt Lommerrijk een café waar jolige Rotterdammers dansen en drinken. Op feestavonden in de tuin zingen bezoekers een loflied: ‘Komt, jool’ge schaar, vooruit nu maar, we gaan naar Vrouw Romein.’

Vrouwe Romein verkoopt in 1894 haar geliefde Lommerrijk aan de gebroeders Stal. Deze twee broers bouwen een grote zaal voor dansfeesten, congressen, vergaderingen en sportevenementen. Lommerrijk blijft groeien en uitbreiden.

Dan breekt de oorlog uit. Lommerrijk biedt in 1940 onderdak aan gezinnen die zijn getroffen door het bombardement. Ook is Lommerrijk het onderkomen van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. In de tuin aan de plas geven de orkestleden geregeld een concert.

Na de oorlog in 1968 komt Lommerrijk in handen van Sporthuis Centrum, het huidige Center Parcs. Een ongewisse periode breekt aan voor Lommerrijk. Wel weekendhuisjes, geen weekendhuisjes? Met als dieptepunt de brand. In 1976 brandt Lommerrijk af en een jaar later brandt ook het koetshuis af.

Lommerrijk lijkt verdwenen, maar in 1978 herrijst Lommerrijk uit haar as. Er komt een restaurant, vier zalen en twaalf bowlingbanen. Het huidige Lommerrijk zoals we het gebouw nu kennen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van de site lommerrijk.nl https://www.lommerrijk.nl/…/over-lommerri…/onze-geschiedenis

Met medewerking  van Rotterdam van toen

Ikazia ziekenhuis, Montessoriweg, 1967

Exterieur van het Ikazia Ziekenhuis Rotterdam aan de Montessoriweg 1, 1967. Het ronde gebouw is het zusterhuis.

In het begin van de 50-er jaren gingen er stemmen op om in Rotterdam-Zuid een Protestants Christelijk ziekenhuis op te richten, waar ook patiënten van de Zuid-Hollandse eilanden terecht konden. In 1961 werd aanvang gemaakt met de bouw, mogelijk gemaakt door de opbrengsten van een inzamelingsactie, georganiseerd door de stichting InterKerkelijke Actie Ziekenhuis In Aanbouw (Ikazia).

In 1965 werd de polikliniek van het Ikazia-ziekenhuis aan de Montessoriweg in Rotterdam-Zuid opgeleverd en werd de eerste patient opgenomen. Afdeling na afdeling ging open tot op 1 oktober 1968 de aanloopfase werd afgesloten met de officiële opening.

Architecten zijn Joh. H. Groenewegen, H. Mieras, B.J.K. Cramer en J.E. Kruisheer. Het grondplan bestaat uit een stervormige hoogbouw in drie vleugels. Omdat met de ruimte gewoekerd moest worden, werd besloten voor een bezoekersentree op een verhoging met daaronder, buiten het gezicht van de bezoekers, een verdiepte inrit voor ziekenauto’s. De buitenkant was lichtgekleurd met prefab-betonnen gevelplaten waartussen blauwe stroken de ramen scheiden. De polikliniek kreeg vanwege haar aparte functie een eigen vorm: een langwerpige vleugel met een dak van gebogen schalen, waardoor het licht naar binnen valt.

Naast de polikliniek zijn er nog aparte gebouwen voor, een kapel (met gekleurde glaswanden naar ontwerp van glazenier Berend Hendriks), en een verpleegstershuisvesting. Deze typische ronde woontoren was al van verre hét kenmerk van het ziekenhuis.

De ingang van de polikliniek wordt gevormd door een grote, brede trap. Die wordt gemarkeerd met een groot betonplastiek van beeldhouwer Rudi Rooijackers (*Djakarta 1920) en getiteld ‘Overdracht van kennis’. De plastiek is over twee verdiepingen aangebracht, vanaf het trottoir tot aan de bovenzijde van de polikliniek. ‘Overdracht van kennis’ vormt samen met ‘Drie figuren’ aan de Spaanseweg de enige twee werken van Rooijackers in Rotterdam. Rooijackers, die studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, behoorde omstreeks 1950 tot de artistieke werkgroep ‘De Nieuwe Ploeg’ bestaande uit vooruitstrevende kunstenaars.

In 1997 werd het zodanig ingrijpend gerenoveerd dat er voorlopige onderkomens werden gebouwd voor poliklinieken, verpleegafdelingen en administratie. Om patiënten dicht bij huis te kunnen helpen, heeft Ikazia twee buitenpoliklinieken. De buitenpolikliek Carnisselande in Barendrecht en de buitenpolikliniek Klaaswaal, in Klaaswaal. In 2009 stond het Ikazia op de lijst van de beste ziekenhuizen in Nederland.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.