Tag Archives: 1900

Oostzeedijk en de Oostzeedijk Beneden ,1900

De Oostzeedijk en de Oostzeedijk Beneden vanuit het oosten bij de Gemeentelijke Gasfabriek, 1900. Op de achtergrond molen de Noord aan het Oostplein.

Dit deel van Schielands Hoge Zeedijk ligt ten oosten van de oude stad. De dijk is rond het midden van de 13de eeuw aangelegd. Het gedeelte van de dijk, dat als Hoogstraat, Schiedamsedijk en Vasteland bekend is, verbindt de Oostzeedijk met de Westzeedijk, die ten westen van de oude stad ligt. Voor 1895, het jaar waarin Kralingen met Rotterdam werd verenigd, heette Oostzeedijk-Beneden ‘Lage Dijk’.

Korenmolen De Noord was een stellingmolen aan het Oostplein in Rotterdam. De molen werd in 1711 gebouwd ter vervanging van een standerdmolen. Vanaf de bouw tot in de negentiende eeuw werd de Noord gebruikt als moutmolen; later werd overgeschakeld op het malen van graan voor veevoer. In 1919 dreigde sloop, wat ternauwernood voorkomen kon worden door ingrijpen van de gemeenteraad. De Noord werd gerestaureerd en verhuurd aan de firma van Vliet uit Goidschalxoord. Tijdens het bombardement op Rotterdam stond de omgeving in lichterlaaie. De molenaars lieten de wieken draaien om overslaan van de brand naar de molen te voorkomen.

In de nacht van 27 op 28 juli 1954 brandde de molen door onbekende oorzaak uit. De molenromp, die te slecht was om gebruikt te kunnen worden voor herbouw, werd in het najaar van hetzelfde jaar afgebroken. Een plan voor herbouw werd door de gemeenteraad afgekeurd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Admiraliteitskade,1900

Gezicht op de Admiraliteitskade met oliemolen ‘De Reus’ op de hoek van de Infirmeriestraat, 1900.

De Admiraliteitskade is vernoemd naar de admiraliteit op de Maze, sinds 1586 een van de vijf admiraliteitscolleges in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Deze colleges waren onder het opperbewind van de admiraal-generaal belast met het bestuur van de zeemacht en tevens met het ontvangen van de in- en uitvoerrechten (convooien en licenten). Het admiraliteitscollege kocht voor haar werven in 1689 van de stad aan het Reuzeneiland in het Buizengat. In 1849 werd de Marinewerf, zoals de naam van de werf luidde nadat in 1795 de admiraliteiten waren ontbonden, aldaar opgeheven. Het gebouw van de admiraliteit werd in 1855 ingericht als Rijksentrepot. In 1891 werd het door brand verwoest.

De Infirmeriestraat dankt haar naam aan de Infirmerie of het Ziekenhuis van de Marine, die na de opheffing van de daargelegen Marinewerf in 1849 verviel. Voorzover de opstal betreft, werd het geheel in 1854 door de gemeente van het rijk aangekocht. Vóór 1900 droeg de straat, die langs de Infirmerie liep de naam Olieslop, naar de omstreeks 1905 afgebroken oliemolen ‘de Reus’. De molen lag vlak tegenover de Infirmerie. Het Olieslop was de toegang tot de molen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Eendrachtsweg, 1900

Een paardentram op de Eendrachtsweg in de richting van het Willemsplein, 1900.

Waarschijnlijk dankt deze weg zijn naam aan een nabijgelegen herberg of blekerij ‘De Eendracht’. De Eendrachtsstraat heette vóór 1871 Eendrachtslaan. Ze werd omstreeks 1600 aangelegd. In 1667 komt ze voor onder de naam Nieuwe Eendrachtslaan. De laan komt ook voor onder de naam Stuivers- of Stuivertjeslaan, vermoedelijk naar een blekerij of herberg met de naam ‘de Stuiver’ of ‘het Stuivertje’. De Eendrachtsweg werd in de jaren zestig van de 19de eeuw aangelegd langs de Westersingel, een onderdeel van het waterproject van architect Rose. Het Eendrachtsplein vormde vóór 1961 een onderdeel van de Eendrachtsweg en de Westersingel.

De Willemskade werd in 1847 aangelegd op slikken in het zogenaamde Tweede Nieuwewerk. De erven aldaar werden in 1848 uitgegeven. Kade en plein heetten oorspronkelijk, volgens besluit B&W 3 mei 1850, Westerkade en Westerplein. Naar aanleiding van het bezoek van Koning Willem III op 28 juli 1851, werden de namen gewijzigd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam

Met medewerking van Rotterdam van toen

Couwenburgseiland, 1900

Een sluisje met hoge brug vormt de verbinding van de binnenstad (rechts) met het zogenaamde Couwenburgseiland, 1900. Het Couwenburgseiland was een driehoekig gebied, begrensd door de stadsvest, de Rotte en de Karnemelkshaven. Op de achtergrond de kerk aan het Boschje.

In 1541 verkochten de bestuurders van de Sint-Sebastiaanskapel een stuk land, geheten Couwenburch. Het werd ten oosten begrensd door de Botersloot (later Karnemelkshaven), ten westen en noorden door de Rotte en ten zuiden door de stadsvest, dus aan alle zijden door water omringd. In de jaren 1643 en 1644 werd dit eiland door Cornelis Eeuwoutsz. Cirre in erven uitgegeven. Later staat het bekend als ‘eiland Vishoeck’ of ‘het Hoeckgeseiland’, misschien naar een houtkoperij van die naam, die daar van ca. 1690 tot 1850 was gevestigd. Het huidige Couwenburg vormt een onderdeel van het vroegere Hofplein.

De naam van de Karnemelkshaven herinnert aan de zuivelproducten van de dorpen aan de Rotte die vroeger via deze haven naar de stad werden vervoerd. Zij herinnert bovendien aan het water en de brug die vroeger in deze buurt lagen. De Karnemelkshaven was oorspronkelijk de verbinding tussen de Rotte en de stadsvest (Goudsesingel). De oude naam was Buitenbotersloot of Dwarsrottekade. De haven is in 1861 gedempt. De Karnemelksbrug lag over de Rotte in het verlengde van de gedempte haven. De huidige brug van die naam ligt in de Goudsesingel over het Stokviswater. De huidige Karnemelkshaven is een watertje dat ligt tussen het huizencomplex bij Hofdijk en Admiraal de Ruyterweg en dat in de Rotte stroomt.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Persoonsstraat, Steven Hogendijkstraat 1900

Gezicht in de Persoonsstraat (rechts) en de Steven Hogendijkstraat (links), vanaf de Oranjeboomstraat, 1900.

Deze straatnaam herinnert aan de stadsarchitecten Claes Jeremiasz. Persoons en zijn zoon Johannes Persoons. Zij volgden elkaar van 1660 tot 1692 op als architect van Rotterdam. De eerste was stadsarchitect en is bekend geworden door het recht zetten van de Laurenstoren,en de bouw van de Oosterkerk aan de Hoogstraat. Met het graven van de Persoonshaven werd eerst in 1901 een begin gemaakt.

Deze straat is vernoemd naar Steven Hoogendijk, 1698-1788, Rotterdams natuurkundige en horlogemaker. Stichtte in 1769 te Rotterdam het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte. Hij liet op eigen kosten in de polder Blijdorp een stoomgemaal bouwen dat in 1787 in werking werd gesteld.

De Oranjeboomstraat heet naar bierbrouwerij ‘d’Oranjeboom’, die aan deze straat was gevestigd. De brouwerij dateert uit 1671 en is ontstaan uit de samenvoeging van de brouwerijen ‘De Dissel’ en ‘van den Oranjeboom’. De eerste was gevestigd aan de Coolvest, de laatste aan de Nieuwehaven. In 1885 werd de brouwerij van de Coolvest naar Feijenoord overgeplaatst en in 1902 werd de Naamloze Vennootschap Brouwerij d’Oranjeboom opgericht. In 1990 vertrok de brouwerij naar Breda.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Beursplein 1900

Het Beursplein met het Beursgebouw vanuit het zuidwesten met rechts station Beurs, 1900.

Het Beursplein dankte zijn naam aan het oude beursgebouw alhier. Op 9 februari 1635 besloot de vroedschap de vismarkt op het oosteinde van de Noordblaak tot beursgebouw in te richten ter vervanging van de oude Beurs aan het Haringvliet. In de jaren 1722-1736 werd ze verbouwd naar een ontwerp van de beroemde schilder en bouwmeester ridder Adriaan van der Werff (1569-1722). Ze zou ruim twee eeuwen het commerciële centrum van de stad vormen. In het begin van de negentiende eeuw werd de binnenplaats van de Beurs overdekt met een gietijzeren koepeldak.

Na de voltooiing van de Beurs in 1736 werd de oude Gapersbrug over de Blaak vervangen door een nieuwe brug. In 1826 werd deze gesloopt. Hiervoor in de plaats kwam een breed overwelfd brugplein, dat beursbrug en later Koninginnebrug heette. Het pleintje aan de voorzijde van het beursgebouwkreeg de naam Beursplein. Toen door de aanleg van het spoorwegviaduct en de bouw van het Beursstation de brug in 1872 werd afgebroken, ontstond op deze plaats een groot plein dat onder de naam Beursplein bekend werd. Het plein kwam in het begin ook voor onder de naam Dam. De Beurssteeg lag achter het beursgebouw en liep van de Vissersdijk naar het Beursplein. De Beurs werd verwoest tijdens het bombardement van 14 mei 1940. Bij besluit B. 30 juni 1942 zijn de namen Beursplein en Beurssteeg ingetrokken.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kolkkade 1900

De Kolkkade met tram lijn 1 rijdend van de Honingerdijk naar het Park, 1900-1910. Rechts Plan C.

De Kolk herinnert aan het water van die naam, dat vóór het bombardement in mei 1940 in deze buurt lag. Dit water heette oorspronkelijk Haven, doch kwam al in de 17de eeuw voor onder de naam Kolk. De naam Kolk spreekt voor zichzelf; het was een gegraven waterloop, die de Oude Haven met de Steigersgracht verbond. Ten zuiden van de Kolk lag een straat, die sinds 1884 Kolkkade heette.Voorheen was dit een gedeelte van de Kleine Draaisteeg. Na het bombardement werd de Kolk gedempt. Op deze plaats ligt nu het plein, waarop tweemaal per week markt wordt gehouden.

Plan C was een bedrijfsverzamelgebouw in Rotterdam. Het is in 1880 ontworpen door architect Constantijn Muysken en werd op 4 maart 1889 geopend. Bij het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 is Plan C verloren gegaan.

Plan C was een onderdeel van een stedenbouwkundige ingreep van de directeur van Gemeentewerken Rotterdam, G.J. de Jongh. Het gebied tussen de Kolk en de Oude Haven werd opnieuw ingericht in verband met de verkeersproblemen (op het land én het water) in dit gebied. Plan A en B waren twee bruggen die deel uitmaakten van het plan, Plan C was het bedrijfsverzamelgebouw.

Plan C had een vierhoekige plattegrond. Op de begane grond waren winkels gevestigd. Aan de kant van de Oude Haven en de Kolk waren arcades waardoor mensen bij regen droog konden winkelen. Er was een expeditiehof voor de bevoorrading van winkels. In de twee verdiepingen erboven waren kantoren en woningen. De gevels van Plan C waren opgetrokken in natuursteen en baksteen in Beaux-Arts-stijl.

Onder Plan C waren twee doorgangen voor de scheepvaart tussen de Kolk en de Oude Haven.

Aan de noordzijde van de Oude Haven is nog steeds de balustrade van Plan C te zien. De onderdoorgangen zijn na het bombardement afgesloten.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Burgemeester Hoffmanplein, 1900

Gezicht op het Burgemeester Hoffmanplein vanaf de Van der Takstraat, 1900.

Johan Frederic Hoffmann (Rotterdam, 7 januari 1791 – aldaar, 16 augustus 1870) was van 1825 tot 1870 directeur van de Maatschappij van Rotterdamsche Assurantiën, en van 1845 tot 1866 burgemeester van Rotterdam.

Hoffmann heeft diverse belangrijke openbare functies bekleed in Rotterdam. Hij was, evenals zijn vader, onder andere wethouder van Rotterdam, lid Vergadering van Notabelen voor het departement Monden van de Maas, en lid Provinciale Staten van Zuid-Holland. Hij was ook directeur van de firma Hoffmann en Doorepaal, reders en zeehandelaren te Rotterdam, en directeur Maatschappij van Rotterdamsche Assurantiën.

Hij heeft een zeer belangrijke rol gespeeld in de annexatie van het dorp Feijenoord op de zuidoever van de Nieuwe Maas. Er werd besloten om de eerste grote havens en een vaste oeververbinding, de Willemsbrug, aan te leggen. Onder zijn bewind is het bestuur van de Gemeente Rotterdam sterk verbeterd. Onder zijn bewind werd de dienst Gemeentewerken en het Gemeentearchief opgericht. Burgemeester Hoffman trad in 1866 tegelijk met hoofdcommissaris A.J.C. Janssens af na zware klachten over het functioneren van de politie, met als dieptepunt de arrestatie in de Schouwburg van een landgenoot door een geüniformeerde Duitse agent, zonder dat de Rotterdamse politie ingreep.

Het Burg. Hoffmannplein, op het Noordereiland is naar hem vernoemd. Hij was Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw en Grootofficier in de Orde van de Eikenkroon.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Grote Draaibrug over de Scheepmakershaven, 1900

Gezicht op de Grote Draaibrug over de Scheepmakershaven, 1900. Op de achtergrond de Grote Draaisteeg.

Deze steeg werd vernoemd naar de nabijgelegen Groote Draaibrug over de Scheepmakershaven. Ze dateerde uit 1613 en werd afgebroken in 1902 nadat de westelijker gebouwde Rederijbrug werd geopend. De Draaibrugsteeg of Groote Draaisteeg lag in het verlengde van de brug en verbond deze met de Boompjes. De steeg stond onder verschillende namen bekend, zoals Scheepstimmermansstraat, Scheepmakersstraat, Scheepmakersbrugstraat, Oostscheepmakersstraat en Middelstraat (aan de Draai). Bij besluit B&W 28 januari 1949 werd de naam Groote Draaisteeg ingetrokken.

De Scheepmakershaven ligt ten noorden van de Boompjes. In het begin van de 17de eeuw waren er scheepstimmerwerven gevestigd. In 1613 werd besloten deze scheepstimmerwerven van de zuidzijde van de Blaak over te brengen naar de Boompjes en naar de nieuw ‘geraemde Scheepstimmershaven’ en wel van de ‘Schipstimmermansstrate oostwaarts tot aan het oudt Westersche Hooft’. De erven aan de Scheepmakershaven werden uitgegeven en in 1616 werden de kaden ten noorden van de haven aangelegd. De vroedschap besloot in 1703 de scheepstimmerwerven te verplaatsen naar een terrein bij de Zalmhaven. Na de Tweede Wereldoorlog werden ten behoeve van de binnenvaart twee insteekhavens in de Leuvehaven gegraven ten noorden van de Scheepmakershaven. Een van de loskaden ontving de naam Scheepmakerskade.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bergweg 1900

Gezicht op de Bergweg, 1900. Het pand rechts staat (nog steeds) op de hoek van de Zwartjanstraat.

De Bergweg dankt zijn naam aan het voormalige dorp Hillegersberg, ook wel Den Berg genoemd, dat in 1941 door Rotterdam werd geannexeerd. De Bergweg heette vóór 1897 Oost-Blommersdijkschenweg. De Bergweg maakte deel uit van de oude 12de eeuwse zeedijk. De naam ‘Berchwech’ komt in 1387 voor het eerst voor. In de 19de eeuw treft men ook de naam Blommersdijksche Straatweg aan. Hillegersberg is een voormalig dorp dat in 1941 door Rotterdam werd geannexeerd. Nu is het een deel van de bestuurseenheid Hillegersberg-Schiebroek. Over de herkomst van de naam is veel gefantaseerd. Bekend is de legende van de reuzin Hillegonda (zie Hillegondaplein). Voorts gaat het verhaal dat Hillegersberg zijn naam te danken zou hebben aan Hildegard, echtgenote van graaf Dirk II van Holland. Deze was in de 10de eeuw eigenaar van Bergan, een versterkte plaats of gehucht op de berg ter plaatse van het huidige Hillegersberg. De historicus L.J. Rogier veronderstelt dat Hildeger de bouwheer van het kasteel is geweest. De relatie die wel gelegd is tussen de naam Hillegersberg en de heilige Hildegardis van Bingen wijst Rogier van de hand.

De Zwartjanstraat is vernoemd naar de smid ‘Swart Jan’, die als eerste door de Spaanse soldaten onder Bossu op 9 april 1572 bij de Oostpoort werd vermoord. De naam werd in 1887 door de bouwondernemer gegeven, zeker in aansluiting bij Burgemeester Roosstraat.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen