Tag Archives: 1908

Nieuwemarkt, 1908

De Nieuwemarkt met het monument ‘Maagd van Holland’, 1908. In het midden het mosselvrouwtje Jannetje Cornelia Visser.

De Nieuwemarkt ligt voor een groot gedeelte op het oude terrein van het Sint Agnietenconvent, dat in 1575 bijna geheel eigendom van de stad werd. In dat jaar werd het ingericht als woning voor de Prins van Oranje en ontving daarbij de naam Prinsenhof. Tot 1645 hield ook de Admiraliteit op de Maze hier haar zittingen. Kort daarop werd hier het plein aangelegd. Op een plattegrond van 1649 komt dit plein reeds voor. In 1660 werd besloten alle huizen ten oosten van het plein af te breken om zodoende het plein te vergroten en tot een grote kaasmarkt in te richten. Als zodanig heeft het plein nooit dienst gedaan. Wel vond op de Nieuwemarkt, zoals het plein werd genoemd, tot 1853 de veemarkt plaats. Een enkele maal wordt het plein onder de naam Prinsenmarkt vermeld.

De Maagd van Holland is een standbeeld in het centrum van Rotterdam op de Nieuwemarkt aan de Gedempte Botersloot. Het is een monument opgericht ter ere van de inneming van Den Briel door de Watergeuzen op 1 april 1572. Het beeld, onthuld in 1874 en officieel bijgenaamd het Vrijheidsbeeld, was bedoeld als centraal decor bij de uitbundige jaarlijkse 1-aprilvieringen. Het werd gemaakt door Joseph Graven.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Vogelenzang, 1908

Gezicht op de Vogelenzang, die liep van de Korte Pannekoekstraat naar de Korte Baanstraat, 1908.

De Vogelenzang wordt al genoemd aan het einde van de 15de eeuw. In 1507 werd de stad eigenares van een steeg, lopende van de Pannekoekstraat naar een lijnbaan, waarmee klaarblijkelijk deze steeg bedoeld was. De naam Vogelenzang mag misschien in verband worden gebracht met Jacob Pieter Nachtegaelsz., die in 1507 ten noorden van genoemde lijnbaan woonde. Daar er omstreeks deze tijd slechts lijnbanen en tuinen in dit stadsgedeelte gevonden werden, kunnen we echter ook denken aan de zangvogels die daar in struiken en bomen genesteld zullen hebben. Een andere veronderstelling is dat de straat haar naam dankte aan de daar verblijf houdende vrouwen, die het minder nauw namen met de goede zeden.

Voor de Tweede Wereldoorlog vond men in deze omgeving ook een straat die de naam Nieuwe Vogelenzang droeg. De straat dateerde van 1597. Toen werd de sloot ten oosten van de Pannekoekstraat, naar de mindere frisheid van het water Stinksloot geheten, gedempt. De daardoor ontstane straat bleef in de volksmond Stinksloot, Stinkslootsteeg of Stinksteeg heten. Daarnaast werd ze Nieuwe Vogelenzang genoemd. Ook kwam ze nog voor als Vogelenzangsteeg, omdat ze uitliep op de Vogelenzang. De vooroorlogse Vogelenzang lag ten zuiden van de huidige straat van die naam. Ze liep van de Korte Pannekoekstraat naar de Korte Baanstraat.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Haagseveer 1908

De hoek van het Haagseveer en het Gedempte Doelwater (rechts) met links de Delftsevaart, 1908-1912.

Het schippersveer op Den Haag was aan deze kade gelegen evenals het kantoor van het wagenveer. Een huis ”s-Gravenhage’ trof men hier al in 1596 aan. In het midden van de 17de eeuw is er sprake van ‘het Haagscheveer’ op de Delftsevaart, in 1707 is er bijgevoegd ‘naest het Coolhuys’ (de Sint Jorisdoelen). Delftsevaart was vroeger de gewone naam van deze straat. Later sprak men van Delftsevaart, anders genaamd Haagseveer. De laatste naam kwam in de 19de eeuw steeds meer in zwang. Na het bombardement werd het Haagseveer in zuidelijke richting verlengd met een gedeelte van de Westewagenstraat.

Het Doelwater dankt haar naam aan de Sint Jorisdoelen, het gebouw dat op deze plaats voor de voetboogschutters was opgericht. Wanneer dit gebouw gesticht is, valt niet na te gaan. Wel is bekend dat de stadsregering in 1418 aan 40 schutters verschillende voorrechten toekende en dat hun onder meer de ‘Doele’ weer werd afgestaan, die zij vroeger gekocht en bezeten hadden. Het gebouw is in 1821 aan zijn oude bestemming onttrokken. De Sociëteit Harmonie vestigde zich erin. Er werden feesten van allerlei aard in gehouden. Als concertzaal kreeg het zekere bekendheid. Het Doelwater of de Doelsloot was misschien nog een overblijfsel van het Zijltje, een riviertje dat ten zuiden van de Doelen, van de Delftsevaart naar de Coolvest stroomde en reeds in 1571 voorkomt. In het midden van de 17de eeuw werd ‘de opslag’ van de Doelsloot bebouwd en Doelwater of Doelsteeg genoemd. Het gedeelte van het Haagseveer, dat gelegen was tussen de Raambrug en de Doelen, werd ook wel Doelweg genoemd. In 1859 is het Doelwater gedempt.

De foto komt uit de collectie topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Warmoeziersstraat, 1908

De Warmoeziersstraat met op de achtergrond de rooms-katholieke kerk aan het Boschje, 1908.

De straat liep voor het bombardement in mei 1940 van de Kortebrantstraat naar de Goudseweg. Ze vormde een onderdeel van het vroegere lanengebied ten noorden van de Goudsesingel. De Warmoezierslaan, die door de gemeente in 1863 van de eigenaars was overgenomen, dankte haar naam aan de vele warmoezerijen, die men hier vroeger aantrof. Reeds in het midden van de 18de eeuw wordt de naam genoemd. Bij bovengenoemd besluit werd de benaming laan in straat veranderd. De laan kwam in de 17de en 18de eeuw voor onder de namen Tuynderslaan in Rubroek en Tuynmanslaan bij de Goudseweg, die ontleend waren aan hetzelfde bedrijf. Ook de naam Moordenaarslaan voor deze laan kwam voor, waarschijnlijk naar een moord die in deze buurt is gepleegd. Bij besluit B. 21 april 1942 werd de naam ingetrokken.

De Sint-Antonius van Paduakerk, beter bekend als de Bosjeskerk (of Boschjeskerk), was een rooms-katholieke kerk in Rotterdam.

De Bosjeskerk werd in 1866 gebouwd aan het Boschjet in Rotterdam. Het was de eerste kerk die door Evert Margry, een leerling van Pierre Cuypers, werd gebouwd. Margry ontwierp een grote driebeukige kruiskerk in de voor deze tijd kenmerkende neogotische stijl. Het oorspronkelijke ontwerp had ook een hoge klokkentoren, maar die is nooit gebouwd.

Bij het bombardement op Rotterdam in mei 1940 werd de Bosjeskerk verwoest.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Looijerstraat 1908

De Looijerstraat, een zijstraat van de Heerenstraat, 1908.

De naam van de Looijerstraat is ontleend aan de leerlooierijen aan de vroegere binnenvest.

Al in 1522 komt er een ‘Heerstraat’ bij de Lombardstraat voor. Dat zegt overigens niets omdat in 1568 eveneens een ‘Heerstraat’ met de bijvoeging ‘genaemt de Meent’ wordt aangetroffen. De meeste nieuwe straten en stegen, die van stadswege werden aangelegd en niet aan particulieren toebehoorden, werden, voor ze een eigen naam kregen gewoonlijk zo aangeduid. De heren waren in dit geval de stadsbestuurders. De in de stadsrekening van 1426/27 vermelde Lammitgenssteeg, op het einde waarvan toen een brug bij de nieuwe vest werd gemaakt, was vermoedelijk een oudere naam voor deze straat. Zeker is, dat daar vroeger reeds een weg gelopen heeft als een verbinding van de Meent met zowel de stadsvest als de Pannekoekstraat. Aangenomen mag worden dat de naam Meent in de 16de eeuw ook wel voor de Heerenstraat voorkomt. Misschien is na 1587 laatstgenoemde naam in zwang gekomen. De straatnaam herinnert aan de Heerenstraat, die vóór het bombardement in mei 1940 in deze buurt lag. Ze lag in het verlengde van de Meent en liep van de Botersloot naar de Goudsesingel.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met  medewerking van Rotterdam van toen

Goudsewagenstraat 1908

De visvrouw toont haar koopwaar op de hoek van de Goudsewagenstraat, 1908-1912 (geschat).

De Goudse Rijweg, Goudseweg en (vooroorlogse) Goudsewagenstraat vormden een onderdeel van de oude weg naar Gouda. De Goudsewagenstraat wordt reeds in 1366 in bronnen vermeld. Na 1358, toen er grachten om de stad gemaakt mochten worden, zal ook bij deze ‘rijweg’ aan de stadsvest een poort gebouwd zijn en kon men van Gouda daardoor met wagens in de stad, d.w.z. Hoogstraat, komen. Later was hier het beginpunt van het Goudse Wagenveer.

De Goudsewagenstraat heette oorspronkelijk Oostwagenstraat, in tegenstelling tot de Westewagenstraat. De brug over de Goudsevest heette ook nog op het einde van de 17de eeuw Oostwagenbrug. In de 18de eeuw zijn beide namen verdwenen.

De Goudse Wagenstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Goudsesingel naar de Hoogstraat. Ze lag iets westelijker dan de huidige straat van die naam. Het gedeelte tussen de Kipstraat en de Hoogstraat heette Korte Goudsewagenstraat. Onder de Goudse Rijweg verstond men in de 16de eeuw ook de straat die thans Goudseweg heet. Tot 1900 droeg de westzijde van de Vlietlaan eveneens deze naam.

De Goudsesingel was oorspronkelijk de buiten de stad gelegen vestkade. In 1481 wordt de singel genoemd van de Oostpoort naar het kleine Goudse Poortje. Deze singel moet even ten noorden van de huidige Warande en het Ammanplein hebben gelegen. Na 1505, toen de stad in de zuidelijke richting was ingekrompen, verstaat men onder de Goudsesingel de weg van de Goudse poort tot Couwenburgseiland (ter hoogte van het huidige Pompenburg). Ten oosten van de Goudse Poort heette hij Oostsingel.

De Goudsesingel en Oostsingel waren de kaden ten noorden van de Goudsevest en de Oostvest. Het eerste gedeelte van de Oostvest werd in 1871 gedempt. Dit gedeelte heette sindsdien Gedempte Oostvest. In 1888 volgde de demping van het tweede gedeelte. Op deze plaats ontstond het Oostvestplein. Ook de Goudsevest en de Luthersche Vest werden gedempt. Nadat de demping was voltooid, ontving de nieuw gevormde brede weg vanaf het Boschje tot aan het Oostplein de naam Goudsesingel

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lusthofstraat 1908

De Lusthofstraat gezien vanaf de Rozenburgstraat tijdens een buurtfeest, 1908-1912.

De Lusthofstraat ontleent haar naam aan de vroegere buitenplaats Lusthof. Ze lag ten oosten van de Adamshoflaan aan de Beneden-Oostzeedijk en strekte zich uit tot aan de Groene Wetering. Deze grote buitenplaats komt reeds voor in de 18de eeuw.

Deze straat, die voor het bombardement in mei 1940 van de Lusthofstraat naar de Oudedijk liep, dankt zijn naam aan de buitenplaats Rozenburg aan de Oudedijk. Deze werd in 1895 door de gemeente Rotterdam aangekocht. Het terrein van de vroegere buitenplaats werd bij raadsbesluit van 9 maart 1911 tot openbaar park en voor villabouw bestemd. In het park lag tot 1950 de Rozenburgbrug. Bij besluit B&W 21 november 1952 werd de straatnaam ingetrokken.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bagijnenstraat 1908

Gezicht in de Bagijnenstraat in de richting van de Krattenbrug, 1908. Rechts de Bagijnenhofstraat.

Al in 1397 wordt een Bagijnenstraat, waarop de poort van het Bagijnhof uitkwam, vermeld. Kort vóór of in 1379 moet in deze omgeving een Bagijnhof zijn gesticht. De Bagijnenstraat liep van de Delftsevaart naar het Grote Kerkplein. Vóór mei 1940 bevond zich in deze omgeving een straat die eveneens Bagijnenstraat heette. De Bagijnenhofstraat liep van de Bagijnenstraat naar de Wijde Broedersteeg.

Begijnen en begarden (ook wel bogaarden of beggaarden) waren respectievelijk vrouwen en mannen die leefden als alleenstaanden en deel uitmaakten van een soort vrije lekengemeenschap binnen de Rooms-Katholieke Kerk en meestal in een begijnhof verbleven. Anders dan een lid van een kloosterorde legden begijnen en begarden geen eeuwige geloften af, maar alleen tijdelijke geloften. Ze legden ook enkel de geloften van gehoorzaamheid en kuisheid af, niet van armoede. Zij mochten geldelijk en onroerend eigendom behouden.

De naam van de Krattenbrug verwijst naar de vroegere Krattensteeg en herinnert aan de oude brug van deze naam die voor de Tweede Wereldoorlog over de Delftsevaart lag. De brug moet er in de 15de eeuw al gelegen hebben, evenals een straat die Krattensteeg heette. In 1468 wordt namelijk gesproken van een straat ‘die men coemt uten beghinenstraet over de bruchghe’. Op 9 december 1542 kocht Arie Cornelisz. Crat een huis en erve in de Westbagijnenstraat over de Vaart, aan beide zijden en aan de achterzijde belend door hemzelf. De wielmaker Dirck Jansz. Crat kocht 21 maart 1566 de helft van een steeg, die in 1565 reeds als Krattensteeg bekend was. Zijn huis heette ‘de vergulde cratte’, waarmee het losse achterschot van een wagen kan zijn bedoeld. De steeg kwam ook als Dirck Crattensteeg voor. In het midden van de 17de eeuw is deze ook bekend onder de naam May Baxsteeg naar de vrouw, die in 1634 eigenares van het hoekhuis was. De steeg liep van de Westewagenstraat naar de Delftsevaart in het verlengde van de Leeuwenstraat. De Krattenbrug heette oorspronkelijk Bagijnenbrug.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Haringvliet 1908

Gezicht op de Engelse Episcopale kerk aan het Haringvliet, 1908.

Al in de 16e eeuw waren grote aantallen Britten woonachtig in Rotterdam, toen zelfs Klein Londen genoemd, zoals wolhandelaren, militairen en vluchtelingen voor het katholiscisme. In 1699 hebben 17 kooplieden het verzoek om een kerk te mogen bouwen ingediend bij de Vroedschap van Rotterdam. Het verzoek werd ingewilligd en een stuk grond aan het Haringvliet werd in bruikleen gegeven. De toenmalige priester Dr Thorold heeft in 1706 geld ingezameld voor de bouw van de kerk. Queen Anne en de Hertog van Marlborough (John Churchill) hebben een aanzienlijk bedrag geschonken en als dank daarvoor werd hun wapen in de kerkgevel geplaatst.

St. Mary’s Church is op 22 april 1708 gewijd en heeft vele tegenslagen gehad. In de Napoleontische tijd is het gebouw geconfisqueerd en gebruikt als gevangenis voor Engelse en Russische krijgsgevangenen, later als graanopslag en als laatst door de Russen als stallen en opslag. Het interieur was volledig verwoest maar dankzij giften van de Engelse regering en Koning Willem 1 kon het gebouw weer hersteld worden. In 1864 werd de toren door de bliksem getroffen en moest verwijderd worden. In 1873 deelde de Britse regering mee dat vanaf dat moment geen enkele financiële steun gegeven kon worden. En dus, door gebrek aan financiën, raakte de kerk verder in verval. In 1878 verscheen de Colonial and Continental Church Society ten tonele en werd eigenaar van het gebouw.

Tijdens de gloriejaren van de scheepvaart en handel aan het einde van de 19e eeuw werd door toenemende internationale activiteiten in de havens van Rotterdam een gelegenheid voor de opvang en geestelijke verzorging van buitenlandse zeelui noodzakelijk. St. Mary’s nam deze taak op zich samen met de Schotse kerk, in een gebouw aan de Boompjes. In 1893 nam de Mission to Seamen, een wereldwijde christelijke organisatie deze taak over en zij werkt nog steeds samen met St. Mary’s Church, onze priester verdeelt zijn tijd over beide organisaties.

In het begin van de 20e eeuw bleek de kerk te zeer verzakt om nog veilig te kunnen gebruiken als godshuis, de stukken kalk vielen regelmatig naar beneden.

In 1909 dienden St. Mary’s Church en de Mission to Seamen een verzoek in bij het Rotterdamse gemeentebestuur om een stuk grond voor een nieuwe kerk en zeemanshuis. Een stuk grond aan de Pieter de Hoochweg in Delfshaven werd geschonken in ruil voor de grond aan het Haringvliet. De kerk aan het Haringvliet werd afgebroken en op die plaats verrees het Ooglijdersinstituut dat weer tijdens het bombardement vernietigd werd. Het interieur van de kerk werd verkocht en is nu nog te vinden in Eton College (orgelkast), St. Giles Church, Cambridge (altaar, banken en doophek) en in Lincoln Cathedral (preekstoel) Architect van het nieuwe complex in Neo-gotische stijl was J. Verhuel Dzn.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van reliwiki.nl http://reliwiki.nl/…/Rotterdam,_Pieter_de_Hoochweg_131_-_St…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Beursplein 1908

Zicht vanonder het spoorwegviaduct op het Beursplein met het postkantoor, 1908-1912.

Het Beursplein dankte zijn naam aan het oude beursgebouw alhier. Op 9 februari 1635 besloot de vroedschap de vismarkt op het oosteinde van de Noordblaak tot beursgebouw in te richten ter vervanging van de oude Beurs aan het Haringvliet. In de jaren 1722-1736 werd ze verbouwd naar een ontwerp van de beroemde schilder en bouwmeester ridder Adriaan van der Werff (1569-1722). Ze zou ruim twee eeuwen het commerciële centrum van de stad vormen. In het begin van de negentiende eeuw werd de binnenplaats van de Beurs overdekt met een gietijzeren koepeldak.

Na de voltooiing van de Beurs in 1736 werd de oude Gapersbrug over de Blaak vervangen door een nieuwe brug. In 1826 werd deze gesloopt. Hiervoor in de plaats kwam een breed overwelfd brugplein, dat beursbrug en later Koninginnebrug heette. Het pleintje aan de voorzijde van het beursgebouw kreeg de naam Beursplein. Toen door de aanleg van het spoorwegviaduct en de bouw van het Beursstation de brug in 1872 werd afgebroken, ontstond op deze plaats een groot plein dat onder de naam Beursplein bekend werd. Het plein kwam in het begin ook voor onder de naam Dam. De Beurssteeg lag achter het beursgebouw en liep van de Vissersdijk naar het Beursplein. De Beurs werd verwoest tijdens het bombardement van 14 mei 1940. Bij besluit B. 30 juni 1942 zijn de namen Beursplein en Beurssteeg ingetrokken.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen