Tag Archives: 1917

Coolvest, 1917

Bloemenmarkt op de Coolvest, 1917-1921. Bloemenmarkten vonden vaak plaats tijdens Pinksterdrie. Op de achtergrond winkelgalerij de Passage.

Het ambacht Cool komt reeds voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Bij Koninklijk Besluit van 20 september 1809 werd het ambacht Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Cool, tot een zelfstandige gemeente verheven. In 1811 werd Cool door Rotterdam geannexeerd. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht.

De Passage (1879-1940) in Rotterdam was een overdekte winkelgalerij tussen de Coolvest en de Korte Hoogstraat. De Passage werd in 1879 in gebruik genomen naar ontwerp van J.C. van Wijk.

Bij de opening in 1879 bestond de Passage uit twee niveaus. In de benedenverdieping zat echter te weinig ‘loop’. Sinds 1905 was hier een badinrichting gevestigd, die onder meer door de mariniers van het Oostplein werd bezocht.

In 1882 was de Passage het eerste gebouw in Rotterdam dat elektrisch werd verlicht. De Passage werd in mei 1940 tijdens het bombardement op Rotterdam verwoest.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Pieter de Hooghweg 1917

Gezicht op het gebouw van de Nederlandse Economische Hogeschool (voorheen Hogere Handelschool) aan de Pieter de Hoochweg, 1917. Links staat de Hogere Zeevaartschool en rechts een gedeelte van de Anglicaanse Sint Mary’s church.

Rotterdam had als haven- en handelsstad aan het eind van de negentiende eeuw een sterke groei doorgemaakt. Een instelling voor hoger onderwijs, speciaal gericht op de handel, bestond in de stad echter nog niet. In 1906 begon de Rotterdamsche Vereeniging voor Voortgezet Handelsonderwijs met het organiseren van avondcursussen in navolging van een Amsterdams voorbeeld. Voorzitter en secretaris van deze vereniging waren de heren C.A.P. van Stolk en J.A. Ruys. Beiden heren waren het eens over de noodzaak van een handelshogeschool en gaven met mr. W.C. Mees, de oprichter van een scheepshypotheekbank, de eerste aanzet tot oprichting van de Nederlandsche Handelshoogeschool te Rotterdam. Dit initiatief werd in hoge mate gesteund door vertegenwoordigers van de Rotterdamse handel.

Op 28 februari 1913 werd een comité gevormd wat op 29 april 1913 leidde tot de oprichting van een vereniging die als doel had te komen tot een Nederlandsche Handelshoogeschool. De drie genoemde heren werden tot voorzitter en secretarissen benoemd. De definitieve vereniging, waarvan de statuten werden vastgesteld op 23 juli van dat jaar, kreeg de naam Nederlandsche Vereeniging voor Hooger Handelsonderwijs (Nederlandsche Handels-Hoogeschool, NHH). De statuten verkregen op 20 september 1913 Koninklijke goedkeuring.

De avondcursussen, gegeven door de Rotterdamsche Vereeniging voor Voortgezet Handelsonderwijs sinds 1906, werden in 1913 door de zojuist opgerichte Nederlandsche Handelshoogeschool overgenomen. Om financiële redenen kwam hieraan in 1921 een einde. De Nederlandsche Vereeniging voor Hooger Handelsonderwijs besloot echter eind 1922 deze avondcursussen weer te hervatten, echter apart van de Hoogeschool. De organisatie werd opgedragen aan een nieuw gevormde commissie voor Voortgezet Handelsonderwijs. De commissie werd opgeheven in 1983.

De feestelijke opening van de hogeschool vond plaats op zaterdag 8 november 1913 in de Grote Zaal van de Sociëteit ‘Harmonie’. Op maandag 10 november startten de colleges voor vijfenvijftig voltijd studenten. Gedurende de eerste jaren vond het onderwijs plaats in een tijdelijk onderkomen, maar in 1916 werd een nieuw gebouw aan de Pieter de Hoochweg, in Delfshaven, in gebruik genomen. De diploma’s van de NHH werden niet wettelijk erkend. In 1917 werd de eerste poging ondernomen om dit te veranderen. Het zou echter nog tot 1939 duren voordat de wettelijke erkenning er zou komen. In verband met deze erkenning werd toen de naam van de hogeschool gewijzigd in Nederlandsche Economische Hoogeschool (NEH) en de nieuwe naam voor de vereniging werd: Nederlandsche Vereeniging voor Hooger Handelsonderwijs in de Economische Wetenschappen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam. http://www.stadsarchief.rotterdam.nl/nederlandse-economisch…

Met medewerking van Rotterdam van toen