Tag Archives: 1920

Bergsingel hoek Bergselaan, 1920

Een nieuw schoolgebouw (de latere H.B.S.) aan de Bergsingel hoek Bergselaan, gezien uit het zuidoosten, 1920.

Deze singel dankt haar naam aan het voormalige dorp Hillegersberg, ook wel Den Berg genoemd, dat in 1941 door Rotterdam werd geannexeerd. De Bergweg heette vóór 1897 Oost-Blommersdijkschenweg. De Bergweg maakte deel uit van de oude 12de eeuwse zeedijk. De naam ‘Berchwech’ komt in 1387 voor het eerst voor. In de 19de eeuw treft men ook de naam Blommersdijksche Straatweg aan.

De hogereburgerschool (ook: hogere-burgerschool, vaker: hogere burgerschool; destijds altijd afgekort tot H.B.S. of HBS, thans ook als hbs) was een Nederlandse onderwijsvorm voor voortgezet middelbaar onderwijs. Met de invoering van de Mammoetwet in 1968 werd de hbs opgevolgd door enerzijds de vijfjarige havo en anderzijds het zesjarige vwo (met daarin, als meer directe opvolger van de HBS, het zesjarige atheneum, naast het vanouds bestaande gymnasium). De laatste eindexamens voor de hbs werden in 1974 afgenomen (voor de zogenaamde “bezemklas” van de zesjarige hbs).

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht op de Grote kerk te Overschie, 1910-1920

Eenbeukige kruiskerk op centraliserende plattegrond met toren, voorzien van een sierlijke spits met uivormige bekroning, gebouwd in 1900-1901 naar ontwerp van Barend Hooijkaas jr. (1855-1943). Het is één van de twee nog bestaande kerkgebouwen uit zijn oeuvre: de andere is de Dorpskerk in Pernis (1926). De vorige kerk ging in 1899 door brand verloren. De toren is een vrije kopie van die van de verbrande kerk. Interieur uit de bouwtijd.

Het orgel is in 1910 gebouwd door de firma J. & G. van der Kley (Rotterdam). In 1949 wijzigt de firma H. Vermeulen (Overschie) de dispositie. Dat gebeurt nogmaals in 1981 door M.C. Tiggelman (Zaltbommel). In 2008-09 wordt het orgel gerestaureerd door de firma Kaat & Tijhuis (Kampen), waarbij de dispositie grotendeels gereconstrueerd wordt. Deels gebeurt dat door gebruik te maken van pijpwerk uit het voormalige Pels-orgel (1931) van de basiliek van de H. Kruisverheffing te Raalte, deels door enkele stemmen van geheel nieuw pijpwerk te voorzien. Adviseur bij deze werkzaamheden is Peter van Dijk (Utrecht).

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Reliwiki. Lees verder op http://www.reliwiki.nl/…/Overschie,_Overschiese_Dorpsstraat…

Halvemaanstraat, 1920

Deze straat heet naar alle waarschijnlijkheid naar een rosmolen in de Westewagenstraat die ‘De Halve Maan’ moet hebben geheten. De straat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Bulgersteynstraat (voormalige Zandstraat), naar de Delftsevaart. In 1599 werd het Stadstimmerhuis, dat in 1564 op een terrein van het Sint Agathaklooster aan de Westewagenstraat was gebouwd, verplaatst naar het Haringvliet. Op het vrijgekomen terrein werden de Halvemaan- of Raamslootstraat en de Peperstraat aangelegd. In 1605 kwam in dezelfde straat even ten noorden van de Trouwsteeg een huis onder die naam voor. De naam Raamslootstraat dankte ze aan vroeger daar gelegen lakenramen. Halvemaanstraat en Peperstraat komen op de plattegronden van 1623 en 1625 onder de naam Boogaertstraat voor. Misschien moet bij de naam gedacht worden aan een vroegere boomgaard op het kloosterterrein of aan de familienaam Boogaert, die veel voorkwam. Bij besluit B. 30 juni 1942 werd de naam ingetrokken.

De fotograaf is Antonie Schaller en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Locomotieven van de RTM, 1920-1930

De N.V. Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM), gevestigd te Rotterdam, is in 1878 opgericht met als doel het verzorgen van tramvervoer in Rotterdam. De maatschappij exploiteerde ook tramlijnen en vervoersdiensten in andere plaatsen, onder meer Dordrecht en Leiden. Het is de eerste voorloper van de Rotterdamse Electrische Tram (RET). Er werd gereden met paardentram, stoomtrams, later dieseltrams en ten slotte, tot 1978, met autobussen. Ook heeft de RTM veerdiensten geëxploiteerd.

Vanaf 1905 ging de Rotterdamsche Electrische Tramweg Maatschappij (RETM) het stadsvervoer verzorgen met elektrische trams, en exploiteerde de RTM uitsluitend de lijnen naar de Zuid-Hollandse Eilanden en Zeeland.

Door de opening van tram- en veerdiensten werden de tot dan toe slecht bereikbare eilanden ten zuiden van Rotterdam uit hun isolement verlost en verkregen betere verbindingen met de stad. De eerste stoomtramlijn werd geopend op 2 mei 1898 tussen Rotterdam-Zuid en de Hoeksche Waard, op 30 april 1900 gingen de eerste trams rijden op Schouwen-Duiveland. Op 1 oktober 1905 kwam de tram naar Voorne-Putten en vanaf 1 mei 1909 reden de trams ook op Goeree-Overflakkee. Daarnaast was er nog een RTM-tramdienst op Sint Philipsland en in West-Brabant (geopend op 30 april 1900).

Tussen IJsselmonde en Voorne-Putten en tussen IJsselmonde en de Hoeksche Waard reden de trams over respectievelijk de Spijkenisserbrug en de Barendrechtse brug. Tussen de andere eilanden zette de RTM veerdiensten in om de lijnen op elkaar aan te sluiten. Er werd gereden op smalspoor met een spoorwijdte van 1067 mm (Kaapspoor). De totale omvang van het smalspoornet was ongeveer 150 kilometer. De RTM kende naast het personenvervoer een omvangrijk goederenvervoer (kolen, suikerbieten, stukgoed, zuivel). In samenwerking met de NS ontwikkelde de RTM in de jaren twintig van de 20e eeuw een voorloper van het huidige containervervoer waarbij ‘laadkisten’ op eenvoudige wijze van een spoor- op een tramwagon overgezet konden worden.

De stoomtram van de RTM had in de volksmond een lugubere bijnaam. In verband met de vele ongelukken op de routes door druk bevolkte wijken in Rotterdam-Zuid, zoals de Beijerlandselaan en Groene Hilledijk (Hillesluis), de Putselaan (Afrikaanderwijk) en Brielselaan (Tarwewijk) en de kruising Wolphaertsbocht / Boergoensestraat op Charlois, werd hij “het moordenaartje” genoemd. In dit opzicht was de RTM niet uniek in Nederland: ook stoomtramlijnen elders, zoals de Gooische Stoomtram, hadden de bijnaam “moordenaar”.

In 1941 werd op last van de Duitse bezetter de tramdienst naar Zwijndrecht gestaakt. De overige lijnen bleven nog tot in de jaren vijftig/zestig in bedrijf. Na de Tweede Wereldoorlog deed de RTM veel moeite om het tramnet in stand te houden en te moderniseren. Er kwamen ‘moderne’ motortrams die de stoomtrams vervingen. Ook veel rijtuigen werden gemoderniseerd. De RTM hield het veel langer vol dan de meeste andere Nederlandse stoomtrambedrijven, die (behalve de Gelderse Tram) aan het einde van de jaren veertig alle door busdiensten waren vervangen. Het beperkte wegennet op de eilanden maakte vervanging door busdiensten lange tijd onmogelijk. Ook het goederenvervoer was van grote omvang.

Na de watersnood van 1953 werden de tramlijnen van de RTM één voor één opgeheven en werd het openbaar vervoer op de eilanden meer en meer verzorgd door busdiensten en later ook door de Rotterdamse metro van de RET.

De fotograaf is Andor von Barsy en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

R.S. Stokvis en Zonen aan de Ruigeplaatweg, 1920

Binnenplaats van het magazijn van R.S. Stokvis en Zonen aan de Ruigeplaatweg, 1920.

R.S. Stokvis en Zonen was een Rotterdamse handelmaatschappij die in 1849 werd opgericht. Het bedrijf handelde in ijzer en staal, ijzerwaren, gereedschappen, automaterialen, schokdempers, bougies, hefbruggen, hang- en sluitwerk, elektrotechnisch materiaal, isolatiemateriaal, pakkingen, plastics, radio’s en tv’s, bromfietsen en fietsen, auto’s, oliën, vetten en chemicaliën, maar ook in koffie. Het was het grootste handelsbedrijf in West-Europa. Het bestond als zelfstandige onderneming tot 1972.

In 1844, begon Rafaël Samuel Stokvis (1807-1889) met een handel in ‘Brabandsche (lees Belgische) gegoten ornamenten en andere ijzerwaren’ aan het Hang. Zijn oudste zoon zat al in deze branche te Brussel en breidde na zijn terugkeer naar Rotterdam samen met zijn vader de zaak uit tot een (zoals het op 1 mei 1849 in de krant werd beschreven) “Handel in Engelsche IJzerwaren, Gereedschappen en Brabantsche Gegoten Ornamenten in het groot”. Op 1 mei 1849 werd de firma voortgezet onder de naam “R.S. Stokvis en Zoon”, nu gevestigd aan de Delftschevaart te Rotterdam. De “zoon” is Samuel Rafaël (1827-1908), bijgenaamd S.R. senior. Zijn jongere broer Salomon Raphaël (1833-1900), die S.R. junior werd genoemd kwam vervolgens de gelederen versterken. Vanaf 1859 gingen de beide broers verder onder de naam “R.S. Stokvis en Zonen”, zonder hun vader. Aan het eind van de 19de eeuw deden zonen van S.R. senior en junior hun intrede in het familiebedrijf dat in 1904 werd omgezet in een naamloze vennootschap: NV Handelmaatschappij van R.S. Stokvis en Zonen. Op het hoogtepunt had het bedrijf in Nederland achttien filialen, later verkoopkantoren genoemd.

De handelmaatschappij importeerde en verkocht tal van technische goederen, uiteenlopend van smeermiddelen tot consumentenproducten als rijwielen en bromfietsen. Voor de afzet en service ontwikkelde Stokvis in de loop van de 20ste eeuw een landelijk net van vestigingen met magazijnen, met daarnaast een aantal regiokantoren. Het bedrijf (met het hoofdkantoor te Rotterdam) zelf telde in de jaren vijftig twintig handelsafdelingen. Stokvis verwierf belangen in vele industriële ondernemingen, waarvan het in Den Haag gevestigde Van der Heem, met het merk Erres  R.S. (Stokvis) wel het bekendste was. Andere Stokvisbedrijven waren EMI, Indola, en ASW van het merk Fasto F(rederik) A(ndré) Sto(kvis) (kleinzoon van S.R. junior). Ook fabriceerde Stokvisbedrijven Solex bromfietsen in licentie en fabriceerde of importeerde ze diverse andere (brom)fietsmerken, zoals Amstel, RAP, Zündapp, Mobylette, Kreidler en Puch en ook het fietsmerk Kroon.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Lugt (Kleinpolderkade)1920

De Lugt, met het Delftse bootje, voor 1920. Links de achterzijde van panden aan de Zestienhovensekade. Op de achtergrond de molen van Hartkoorn.

De Lugt (of Lucht) was een oude ‘trekweg’, een weg langs een trekvaart waarop de paarden liepen die schepen door de vaart trokken. De naam betekent: doorgang of opening in een dijk. De weg van deze naam liep oorspronkelijk ten zuiden langs de Rotterdamse Schie vanaf de Delftse Schie in oostelijke richting. In 1953 ontving deze weg de naam Kleinpolderkade als voortzetting van de reeds bestaande kade van die naam. De naam De Lugt werd toen gegeven aan een zuidelijker gelegen straat.

De Zestienhovensekade is vernoemd naar de polder Zestienhoven. De Staten van Holland en Westfriesland verleenden op 23 augustus 1786 octrooi voor het bedijken en droogmaken van de polders Zestienhoven en Oudendijk. De polder ontleende zijn naam aan het aantal hofsteden dat hier vroeger lag.

De molen van P. Hartkoorn heette de Eendracht of de Gouden Leeuw. De molen werd gebouwd in 1870 en afgebroken in 1920. Het was een korenmolen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van molendatabase.org. http://www.molendatabase.org/molendb.php…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Van Hogendorpsplein 1920

Het Van Hogendorpsplein vanuit het westen met rechts café Fritschij, 1920. Op de achtergrond het Schielandshuis.

Het Van Hogendorpsplein kreeg zijn naam op 26 oktober 1867 bij de onthulling van het standbeeld van mr. Gijsbert Karel graaf van Hogendorp. Op 26 oktober 1867 werd op het Boijmansplein het standbeeld onthuld van mr. Gijsbert Karel Graaf van Hogendorp, 1762-1834, de ontwerper van Nederlands grondwet en pensionaris van Rotterdam 1788-1795. Bij die gelegenheid kreeg het plein de naam Van Hogendorpsplein. Bij besluit B&W 3 november 1939 werd de naam Van Hogendorpsplein ingetrokken. Een gedeelte van dit voormalige plein heet nu Schielandstuin. Ten oosten van het plein ontstond een doorbraak ter plaatse van de Grote Pauwensteeg. De brede straat die op deze plaats kwam te liggen, werd Van Hogendorpstraat genoemd. Bij besluit B. 30 juni 1942 werd laatstgenoemde naam ingetrokken.

De Schielandstuin hoort bij het voormalige Gemeenlandshuis van Schieland, dat later het Historisch Museum zou huisvesten. Voor het gebouw van architect Jacob Lois werd in 1662 de eerste steen gelegd. Het Hoogheemraadschap van Schieland bleef tot 1841 in dit gebouw gevestigd. In dat jaar werd het gebouw door de stad aangekocht en 3 juli 1849 werd het als Museum Boymans geopend. In 1864 is het gebouw door brand vernield, doch reeds spoedig daarna vond de herbouw plaats. In 1868 werd in dit gebouw tevens het oud-archief van de gemeente ondergebracht; deze situatie bleef bestaan totdat in 1900 het nieuwe archiefgebouw aan de Mathenesserlaan werd geopend. Nadat in 1935 het Museum Boymans naar een nieuw gebouw aan de Mathenesserlaan was verhuisd, werd het Schielandshuis volledig als Museum van Oudheden (sinds 1953 Historisch Museum) ingericht. Op deze plaats werd in de 17de eeuw de magere beesten- en paardenmarkt gehouden. In 1635 besloot de vroedschap hierheen ook de varkens- en lammerenmarkt te verplaatsen. Ten behoeve daarvan werden stadserven aldaar uitgegeven op voorwaarde dat de kopers achter hun huizen ‘kotten’ zouden laten maken. Naast elkaar komen sindsdien de namen Nieuwe Beestenmarkt en Paardenmarkt voor. Boommarkt, zoals dit plein ook wel heette, herinnert aan de tijd voor 1670, toen bomen verkocht werden van de Soetenbrug tot de Vest. In genoemd jaar werd deze markt overgebracht naar de Hoogstraat ter hoogte van de Franse kerk en het Spinhuis aan de Hoogstraat. In 1662 werd het marktplein voor het grootste gedeelte ingenomen door het nieuwe Schielandshuis, waarachter een flinke ommuurde tuin lag. In november 1857 besloot de Gemeenteraad deze muur weg te breken en de tuin in een publiek plein te herscheppen. Dit plein ontving 13 december 1860 de naam Boymansplein. Op 26 oktober 1867 werd op deze plaats het standbeeld onthuld van mr. Gijsbert Karel, graaf van Hogendorp (1762-1834), de laatste pensionaris van Rotterdam. Bij die gelegenheid werd aan het plein de naam Van Hogendorpsplein gegeven.
De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gedempte Slaak 1920

Gezicht op de Gedempte Slaak met links de Vredenoordlaan en rechts de Vredenoordstraat, 1920. Rechtdoor splitst de Slaak zich in links de Vlietkade en rechts de Vlietstraat.

De Slaakvaart is een voormalig boezemwater dat na de definitieve demping in 1901 uiteindelijk de naam Slaak kreeg. Slaak of slac betekende kalm of effen en had betrekking op het water van de vaart. De oudst voorkomende naam voor dit water is Cralingsche Vaart, zoals ook nog op de plattegrond van 1626 staat aangegeven. In het huizenprotocol van Kralingen van 1685 wordt gesproken van Molenkade en Molenvliet naar de Kralingse poldermolens, die langs dit water stonden. Deze vliet, ook wel Boezem genaamd (zodoende sprak men ook van Boezemkade), liep van de Rotterdamse stadsvest tot de Oudedijk bij het Jaffa. Ze stond later door het Kralinger Verlaat in verbinding met de Hoge- en Lageboezem. Gewoonlijk onderscheidde men de gehele vaart in Slaakvaart of Slavaart voor het zuidelijke, en Vliet voor het noordelijke gedeelte.

Toen door het vergraven van de Lageboezem in 1869, waardoor deze in de Slaakvaart uitkwam, het noordelijke deel veel van zijn betekenis verloren had, werd hiervan een gedeelte gedempt. In 1891 besloot de Gemeenteraad eveneens een gedeelte Slaakvaart te dempen. Dit was het zogenaamde dode einde, ook wel Stille Slaakkade genoemd, dat zich uitstrekte ten noorden van de Lageboezem tot de toenmalige grens van de gemeente. Hieraan werd de naam Slaakstraat gegeven. In 1901 werd besloten tot het dempen van het overgebleven gedeelte van de Slaakvaart. In 1902 vervielen de namen Slaakvaart, Slaakkade en Slaakstraat en werd alles ‘Gedempte Slaak’. Deze toevoeging verviel in 1947 toen de naam kortweg Slaak werd.

In de 17de en 18de eeuw werd dit water Sla- of Salavaart genoemd en de kade ”t Slawegje’ en de Saladekade. Het ligt voor de hand de naam in verband te brengen met aan de vaart gelegen slatuintjes, die in deze buurt van warmoezerijen niet ontbroken zullen hebben, al komen zij op geen enkele plattegrond voor. Het is echter even goed mogelijk dat Slaakkade tot Slakade verbasterd is en dit laatste door Slavaart en Slaweg is gevolgd.

De naam van de Vredenoordlaan herinnert aan de vroegere buitenplaats ‘Vredenoord’ aan de Hoge Boezem, daar gelegen in de eerste helft van de 19de eeuw. De oude Vredenoordlaan werd verwoest bij het bombardement in mei 1940. Ze heette van 1879 tot 1892 Admiraal de Liefdekade naar Johan de Liefde, 1619-1673, vice-admiraal bij de Admiraliteit op de Maze. Voor het bombardement in mei 1940 liep de Vredenoordlaan van de Vredenoordkade naar de (Gedempte) Slaak. In het verlengde van de Vredenoordlaan lagen de Vredenoordstraat en het Vredenoordplein. De huizen aan de zuidzijde van het Vredenoordplein zijn bij het bombardement gespaard gebleven en vormen thans een onderdeel van de Vredenoordlaan. Voorts was er voor het bombardement nog een hofje dat de naam ‘Vredenoord’ droeg en dat gelegen was op het terrein van bovengenoemde buitenplaats.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

 

Coolhaven 1920

De Coolhaven in aanleg met op de achtergrond panden in aanbouw aan de Rochussenstraat, 1920-1922.

De Coolhaven werd in 1922 gegraven als nieuwe verbinding tussen de Delfshavense Schie en de Nieuwe Maas. Het is behalve een waterweg tevens een boezem van het Hoogheemraadschap Delfland.

De verbinding tussen de Coolhaven en de Nieuwe Maas loopt via de in 1933 geopende Parksluizen en de Parkhaven. Vanaf de Parkhaven kunnen schepen doorvaren naar de Nieuwe Maas. In de Coolhaven ligt het opleidingsschip van het Scheepvaart en Transport College. Door de Coolhaven varen veel zand- en grindschepen uit en naar Delft en Den Haag.

De Rochussenstraat verbindt het centrum bij het Eendrachtsplein met de Aelbrechtskade (aan de rand van historisch Delfshaven). De Rochussenstraat loopt door de wijken Dijkzigt, Middelland en het Nieuwe Westen. Het gedeelte ten westen van de tunneltraverse is tussen 1900 en 1930 aangelegd. Het oostelijke deel van de Rochussenstraat stamt uit de jaren dertig en is aangelegd op basis van het stedenbouwkundige plan van W.G. Witteveen voor het gebied van het vroegere Land van Hoboken.

Charles Rochussen (Kralingen, 1 augustus 1814 – Rotterdam, 22 september 1894) was een Rotterdams kunstenaar en ontwerper.

Charles Rochussen kwam uit een welgestelde familie. Hij was een zoon van de zeep- en zoutfabrikant Hendrik Rochussen, een verzamelaar van kunst en oudheden, en Judith Bethlemine Charlotte Hubert. Zijn broer Henri (1812-1889) was eveneens schilder en tekenaar. Aanvankelijk voor een carrière in de handel bestemd, volgde Charles Rochussen zijn opleiding aan de academie in Den Haag. Na een lange periode van werken in Amsterdam (van 1849 tot 1869) keerde hij terug naar Rotterdam. In het negentiende-eeuwse Rotterdam was Rochussen een toonaangevende persoonlijkheid. De Rotterdamse notabele was zowel kunstenaar en ontwerper (van bijvoorbeeld historische optochten) als bestuurder van de Rotterdamse kunstacademie en diverse organisaties op cultureel gebied.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Voorschoterlaan 1920

Gezicht in de Voorschoterlaan vanaf de Oostzeedijk, 1920.

De Voorschoterlaan is vernoemd naar het geslacht Voorschoten, waaruit de eerste ambachtsheren van Kralingen zijn voortgekomen. De Voorschoterlaan heette van 1884 tot 1897 Avenue Prins Alexander, de Voorschoterstraat heette van 1895 tot 1965 Concordiastraat.

Dit deel van Schielands Hoge Zeedijk ligt ten oosten van de oude stad. De dijk is rond het midden van de 13de eeuw aangelegd. Het gedeelte van de dijk, dat als Hoogstraat, Schiedamsedijk en Vasteland bekend is, verbindt de Oostzeedijk met de Westzeedijk, die ten westen van de oude stad ligt. Voor 1895, het jaar waarin Kralingen met Rotterdam werd verenigd, heette Oostzeedijk-Beneden ‘Lage Dijk’.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen