Tag Archives: 1930

Regentessebrug – Posthoornsteeg met de Lutherse kerk, 1930

Uitzicht vanaf een huis aan de zuidzijde van de Wijnhaven op de Regentessebrug en de Posthoornsteeg met de Lutherse kerk, 1930.

Deze brug is vernoemd naar Koningin Emma, 1858-1934, die van 1890 tot 1898 het regentschap voor haar minderjarige dochter Wilhelmina voerde. Tijdens het officiële bezoek van de beide vorstinnen aan Rotterdam op 9 juni 1899 is de brug voor het publiek geopend.

Deze steeg draagt de naam van de 17de-eeuse brouwerij De Posthoorn. Van deze steeg, waarvan de erven in 1611 werden uitgegeven, heette eertijds het gedeelte van de Zuidblaak naar de Wijnstraat ‘Keizerstraat’, ‘Zuid-Keizerstraat’ of ‘Keizersbrugstraat’. Naar de brouwerij ‘de Oranjeboom’ die ten oosten van deze steeg, tussen de Wijnhaven en de Wijnstraat, lag, komen omstreeks 1620 de namen Oranjestraat, Oranjeboomstraat en Oranjebuurt voor. Tengevolge van de naamsverandering van de brouwerij omstreeks 1636 in ‘de Posthoorn’, kreeg de steeg kort daarna de naam Posthoornsteeg. In de 19de eeuw werd er echter nog steeds gesproken van Oranje- of Posthoornsteeg.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Café Sport aan de IJsselmondse Dordtsestraatweg , 1930

Café Sport aan de IJsselmondse Dordtsestraatweg vanuit het oosten, 1930.

De Dordtsestraatweg loopt in de richting van de stad Dordrecht. De Dordtsestraatweg is de oude Charloisse Zeedijk, de noordoostelijke grens van de voormalige polder Charlois. Ze stond vroeger bekend onder de naam Oudeweg. De weg is onder keizer Napoleon bestraat. Vanwege deze betere bestrating heette hij ook wel Koninklijke Straatweg. In 1960 ontving het gedeelte van de Dordtsestraatweg, dat door de wijk Lombardijen loopt, de namen Spinozaweg en Pascalweg. De loop van dit gedeelte van de weg werd enigszins gewijzigd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Katendrechtse Lagedijk, 1930

De Katendrechtse Lagedijk bij het kruispunt met de Boergoensestraat, 1930.

Over het ontstaan van de naam Katendrecht zijn de meningen verdeeld. Deze zou zijn afgeleid van een Duitse volksstam, de Catten, of van het geslacht Cats. De naam Katendrecht of Kattendrecht zou, volgens sommigen, zijn afgeleid van de Katten (Catten), een Duitse volksstam die omstreeks het begin van onze jaartelling in dit gebied zou hebben gewoond. Volgens anderen moet de naam in verband worden gebracht met het Zeeuwse geslacht Cats, dat hier veel bezittingen zou hebben gehad. Ook wordt het woord in verband gebracht met caten (koten, eenvoudig of klein huis). Drecht betekent veer of waterloop. In 1199 is voor het eerst sprake van een ambacht Katendrecht, dat behoorde aan de heer van Putten. Bij dijkdoorbraken in 1373 en 1374 overstroomde geheel Katendrecht. In 1375 gaf hertog Aelbrecht van Beieren opdracht aan de ambachtsheer om het land opnieuw te bedijken. Jacob van Gaesbeek, heer van Putten, verleende in 1410 aan Wolphaert Jansz. en Jan Wolphaertsz. vergunning om een nieuw zomerland in Katendrecht te bedijken. Dit wordt later vermeld als Jacob Potsland of Oud-Katendrecht.

Boergoens is een verbasterde afleiding van Bourgondië. Karel de Stoute (1433-1477) was hertog van Bourgondië en heer van Charlois. Bourgondië is een Franse streek waar goede wijnen worden geproduceerd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Grand Hotel Moderne-hotel Atlanta Coolsingel, 1930

De bouw van Grand Hotel Moderne, later hotel Atlanta op de hoek Coolsingel – Aert van Nesstraat, 1930. Werkzaamheden op het dak.

Hotel Atlanta is een viersterrenhotel in het centrum van Rotterdam, op de hoek van de Coolsingel en de Aert van Nesstraat. De officiële naam van het hotel luidt NH Atlanta Rotterdam.

Het hotel is gebouwd tussen 1929 en 1931 naar een ontwerp van architect F.A.W. van der Togt. Het gebouw had 8 hotelverdiepingen en een café-restaurant op de begane grond. Met een hoogte van 36 meter torende het gebouw aan de toenmalige Coolsingel uit boven de overige bebouwing. Het hotel werd uitgevoerd met een betonnen skelet, bekleed met baksteen en natuurstenen plinten.

In 1938 kwam de Oekraïense nationalist Jevhen Konovalets door een bomaanslag op de Coolsingel om het leven, nadat hij in Hotel Atlanta van NKVD-lid Pavel Soedoplatov een bompakket in de vorm van een doos chocolade had gekregen.

Hotel Atlanta overleefde het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940. In 1950 werd het hotel aan de kant van de Aert van Nesstraat uitgebreid met een nieuwe vleugel die harmonieerde met de rest van het gebouw. In 1965 werd wederom een uitbreiding gebouwd en de begane grond aan de Coolsingel werd verbouwd. Deze uitbreiding werd uitgevoerd met grove betonnen panelen en contrasteert sterk met de rest van het gebouw.

In 1998 werd het gebouw aangewezen als gemeentelijk monument.

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bisonpoort, 1930

Bezoek van de Joegoslavische gezant aan de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, RDM, en Heijplaat, 21 juni 1930. Het gezelschap bij de Bisonpoort.

Het bijzondere van Heijplaat is niet alleen zijn afgelegen ligging, maar vooral de combinatie van tuindorp en scheepswerf is karakteristiek. De wijk, die nog geen 2.000 inwoners telt, ligt ingeklemd tussen Waalhaven, Heysehaven en Eemhaven. De enige toegang is de Waalhavenweg. Heijplaat is als woonwijk opgezet voor de werknemers van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM), die in 1902 begon met de bouw en het onderhoud van schepen.

Het RDM-complex bestaat uit in staal opgetrokken werkplaatsen naast kantoren van baksteen in een massieve expressionistische stijl, ontworpen door architect H.A.J. Baanders. Hij ontwierp in 1914 ook het dorp. Gebouwd op een L-vormige kavel grenst Heijplaat aan de hallen van de RDM. De grens tussen werf en dorp werd opgelost door een soort ‘gebouwenmuur’ met een fraai poortgebouw.

Het dorp kent een gevarieerd grondplan met verspringende rooilijnen en krommingen in de centrale route. De huizen werden opgetrokken in verschillende stijlen met in het oog springende details. Bij oplevering in 1920 telde het dorp ongeveer 400 woningen, drie kerken, twee scholen en een bibliotheek, een vergadergebouw met winkels, een was- en een badgebouw en een ontspanningsgebouw met café (zonder alcohol) en theater. Voor iedere rang was een huizenblok beschikbaar.

Na enkele jaren werd in zuidelijke richting uitgebouwd en in 1930 verrees op de zo geschikt afgelegen plek ook een gemeentelijk quarantaineterrein. Het was bedoeld voor bestrijding van besmettelijke ziekten van schepelingen. Het is echter nooit zodanig gebruikt, wel voor verpleging van tbc-patiënten. De streng geometrische inrichting werd in expressionistische stijl gebouwd door J.G. Snuif van Gemeentewerken. Het complex telde tien gebouwen, waaronder een reinigingsgebouw, een isoleerbarak en een zusterhuis, waarvan er nog negen over zijn. Sinds begin 1980 is het complex in gebruik als atelierruimte voor kunstenaars, die ijveren voor de monumentenstatus van de unieke gebouwen.

RDM ging failliet en in 1990 kwam Heijplaat onder vuur te liggen toen b&w bekend maakte dat het dorp na 2005 zou worden gesloopt om plaats te maken voor havenbedrijven. Na een handtekeningenactie en een protestmeeting werd van sloop afgezien. De wijk werd ingrijpend gerenoveerd. In 2008 werd de veerdienst met Rotterdam, die in 1968 was gesloten, weer hervat in de vorm van de Aqualiner.

Heijplaat zal komende jaren een metamorfose ondergaan. Het hoofdkantoor is inmiddels omgevormd tot onderwijs- en congresgebouw. Momenteel wordt op het RDM-terrein een RDM-campus ontwikkeld: een samenwerkingsverband tussen onderzoeksinstellingen, Havenbedrijf Rotterdam, Hogeschool Rotterdam en het Albeda-college, die havengerelateerd onderwijs aanbieden. RDM staat daarom tegenwoordig voor Research, Design & Manufacturing.

De foto komt uit de collectie RDM en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Leuvehavenmond, 1930

Gezicht op sleepboten in de Leuvehavenmond, 1930. Op de achtergrond links het Willemsplein en de westzijde van de Leuvehaven.

Deze haven is vernoemd naar de oude kreek ‘de Leuve’ of ‘de Loeve’, zoals de naam meermalen in de stadsrekening van 1426/27 voorkomt. In de 16de eeuw was de stad eigenares geworden van het land aan de Leuve. Op 23 april 1598 werd aan de westzijde van de kreek de grond in erven uitgegeven. Daarna begon men met het graven van de haven die in 1608 gereed kwam.

In het begin sprak men van Nieuwehaven, doch daar dit verwarring kon geven, werd Leuvehaven al spoedig de enige naam. Over de haven lagen twee bruggen, de Leuvebrug en de Nieuwe Leuvebrug. Eerstgenoemde brug, ook wel Oude of Lange Leuvebrug genoemd, dateerde uit 1609 en werd kort na de Tweede Wereldoorlog gesloopt. De straat die op de brug uitliep heette Leuvebrugsteeg, vroeger ook wel Breede Leuvestraat of Brugsteeg geheten. Bij het bombardement in mei 1940 is de steeg verdwenen. De ten zuiden van de Leuvebrug gelegen Nieuwe Leuvebrug was in 1849 gebouwd. In de jaren vijftig van de 20ste eeuw werd ze afgebroken en vervangen door een nieuwe brede brug die eveneens deze naam kreeg. Het havenhoofd bij de Boompjes, waar het koopvaardijmonument ‘De Boeg’ werd geplaatst, ontving tegelijkertijd de naam Leuvehoofd. De daar gebouwde sluis werd Nieuwe Leuvesluis genoemd. Na het bombardement werd ten zuiden van de Steigersgracht de Leuvekolk gegraven. Via een onderdoorgang onder de Blaak stond dit water in verbinding met de Leuvehaven. Door de aanleg van de oost-westlijn van de metro is deze verbinding vervallen.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Westzeedijk, 1930

De Westzeedijk vanuit het westen, bij de Scheepstimmermanslaan, 1930.

De ligging van deze dijk ten westen van de oude stad verklaart de naam. De dijk zal rond het midden van de 13de eeuw zijn aangelegd. Tot 1927 liep de Westzeedijk ter hoogte van het oude kerkhof van Schoonderloo met een bocht naar de Havenstraat. Dit gedeelte ontving daarna de namen Kapelstraat, Pieter de Hoochstraat en Heiman Dullaertplein. De Westzeedijk werd ten zuiden van deze straten in westelijke richting doorgetrokken tot aan het Hudsonplein over het trac van de oude Ruigeplaatweg. De dijk schijnt vroeger ook de naam Groenedijk gedragen te hebben.

Deze laan heet naar de scheepstimmerwerven tussen Boompjes en de Scheepmakershaven, die in 1703 verplaatst werden naar de Zalmhaven. De laan liep daar langs. De laan was oorspronkelijk een dwarsdijk, lopende van Schielands Hoge Zeedijk (Westzeedijk) naar de Maas. Sinds het laatst van de 17de eeuw stond ze bekend als de Keerberglaan naar Daniel van Keerberge, die daar toen bezittingen had. Omdat ze op de Maas uitliep heette ze ook wel 1ste Maaslaan. Verder kwam ze als Pontelaan voor omdat ze naar het Ponteveer leidde. Op 3 december 1708 besloot de vroedschap de dijk te bestraten.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Prins Hendriklaan, 1930

De Prins Hendriklaan gezien vanaf de Prins Hendrikstraat, 1930. Links in het midden de toren van Rooms-Katholieke Onze Lieve Vrouwe van Lourdeskerk.

Deze laan heet naar Prins Hendrik Willem Frederik, 1820-1879, zoon van Koning Willem II en Koningin Anna Paulowna, en broer van Koning Willem III, bijgenaamd de Zeevaarder.

De Onze Lieve Vrouw van Lourdeskerk was een rooms-katholieke kerk aan de Prins Hendriklaan 29 op het Noordereiland in Rotterdam.

In de tweede helft van de negentiende eeuw groeide de bevolking van Rotterdam-Zuid sterk. De in 1886 ingewijde Stieltjeskerk aan het Stieltjesplein werd aan het einde van die eeuw te klein. Op 25 juni 1912 werd een stuk grond aangekocht aan de Prins Hendriklaan, waarop een door de architecten Jos Margry en Paul Biesta ontworpen kerk werd gebouwd. De eerste steen werd gelegd op 8 december 1913 door de deken van Rotterdam P.A.F. Thier en op 24 september 1914 werd de Lourdeskerk ingewijd.

Op 12 mei 1940 werd de kerk bij beschietingen van en bombardementen op Duitse stellingen op het Noordereiland in de Slag om Rotterdam onherstelbaar beschadigd. De kerk is nooit herbouwd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Bijenkorf in aanbouw, 1929-1930

De Bijenkorf in Rotterdam van 1930 was een warenhuisgebouw van de Bijenkorf ontworpen door de architect Willem Dudok. Het stond aan Schiedamse Vest, de zuidkant van het toenmalige Van Hogendorpsplein (ten westen van het Schielandshuis), op de plek van het huidige Churchillplein.

Tijdens het bombardement van 14 mei 1940 werd het gebouw grotendeels verwoest. Het deel dat behouden was gebleven (ongeveer een derde) deed tot de opening van het huidige gebouw van de Bijenkorf in 1956 nog dienst als warenhuis, hierna nog drie jaar als opslagruimte. In 1960 werd het op last van de gemeente – feitelijk net dertig – jaar oud – gesloopt in verband met de aanleg van de Westblaak en de Rotterdamse metro naar Rotterdam-Zuid.

De grondwerkzaamheden begonnen in 1929 en de eerste paal werd geslagen op 13 juni van dat jaar. De opening op 16 oktober 1930 was een gebeurtenis waar 70.000 mensen op afkwamen. De Bijenkorf van Dudok was voor de oorlog het eerste gebouw in Rotterdam dat de beschikking had over roltrappen en een elektrische vloermat voor het automatisch vegen van den schoenzolen.

De fotograaf is Andor von Barsy en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Groene Hilledijk, 1930

De Groene Hilledijk vanuit het noorden met links kantoorboekhandel Dikken & Lubberink, 1930.

De benaming ‘hille’ komt in oorkonden betreffende Holland, Zeeland, Voorne en Putten in het bijzonder voor als door water omringde buitendijkse gronden. De benaming ‘hille’ komt behalve in de betekenis van hoogte en duin ook voor als eiland.

Op 17 maart 1447 werden de hillen van Katendrecht door de heer van Gaesbeek en Putten aan Jacob Pot en zijn echtgenote in leen uitgegeven. Op 20 februari 1525 werden de uitergorzen, genaamd de Hille, aan de oostzijde van Charlois ‘met alle slikken, aanwassen, visscherijen, vogelarijen, jaerschot, nat ende drooge dijcken enz.’ door de uitgevers van Charlois verhuurd. Deze Hillepolder, waarvan de grondverkaveling op 23 augustus 1529 plaats vond, was 240 morgen groot en kreeg toen een sluis en een sluisvliet. De Brede Hilledijk beschermde de polder aan de Maaszijde, de Hilledijk aan de zijde van het Zwanegat, de Groene Hilledijk scheidde de Hillepolder van Karnemelksland.

De twee wegen, later als Korte- en Langeweg bekend, worden eveneens in 1529 genoemd. De Langeweg heet sinds 1895 Lange Hilleweg, terwijl op de plaats van de Korteweg of Korte Hilleweg thans de Paul Krugerstraat ligt. Vroeger was er ook een Smalle Hilledijk; deze vormt thans een onderdeel van de Brede Hilledijk. Deze Smalle Hilledijk kwam in 1895 in de plaats van de Vildersteeg.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen