Tag Archives: 1932

Bergpolderplein, 1932

Het Bergpolderplein met links de Kleiweg en rechts de Juliana van Stolberglaan, 1932 (geschat).

Dit plein ligt in de voormalige Bergpolder. De naam van de polder is afgeleid van Hillegersberg. Het Bergpolderplein heette voordien respectievelijk Noordplein en Ruiterplein.

De Kleiweg werd vroeger wel beschouwd als een onderdeel van een oude zeedijk, die door de Romeinen zou zijn aangelegd. De vroegst bekende dijk dateert echter van de 12de eeuw en bevindt zich bovendien ten zuiden van de Kleiweg. Deze dankt haar naam aan de Kleiweg in het veen (oeverwal van een stroom) waarop zij is gelegen. De naam ‘Cleyweg’ komt voor zover bekend voor het eerst in 1419 voor. De wijk Kleiwegkwartier wordt thans ook aangeduid met Hillegersberg Zuid.

Deze laan draagt de naam van Juliana van Stolberg (1506-1580), echtgenote van Willem de Rijke, graaf van Nassau, en moeder van prins Willem van Oranje. De laan met de drie zijstraten, genoemd naar de graven Adolf, Jan en Lodewijk van Nassau, werd in 1922 aangelegd door de NV tot Exploitatie van Onroerende Goederen ‘Aan- en Verkoop’. De directeur van de NV kende de namen toe, die in 1925 door de gemeente Hillegersberg werden overgenomen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Korte Hoogstraat 1932

De Korte Hoogstraat met links het Schielandshuis, 1932. In het midden op de hoek van de Boijmansstraat, is een sigarenwinkel van Weinthal gevestigd. Het gebouw met het torentje op de hoek van Hoogstraat en Rodezand op de achtergrond, is van concurrent C & A.

Het grootste deel van de Hoogstraat loopt oost-west, een klein gedeelte noord-zuid. Dit laatste gedeelte wordt Korte Hoogstraat genoemd. De naam Hoogstraat komt voor het eerst in 1396 voor. Hieronder verstond men het gedeelte van de Schielands Hoge Zeedijk, dat tot dusver Oosteinde (1338), Middeldam (1357) en Westeinde (1359) had geheten. Deze namen hadden echter niet alleen betrekking op de Hoogstraat, maar ook op de straten in het Oost-, Midden- en Westvak gelegen. De Middeldam, die in 1351 nog Dam heette, is rond het midden van de 13de eeuw aangelegd in de Rotte. Deze mondde met enkele duikersluizen uit in de Maas. De Middeldam strekte zich uit van de oosthoek van de Kerkstraat en de Grotemarkt tot de Lamsteeg. In 1533 besloot de vroedschap de Hoogstraat (in de resolutie Dijkstraat geheten) te verhogen van de Schiedamsepoort tot de Oostpoort. Ook de naam Hooge Dijkstraat komt voor. De Korte Hoogstraat heette vroeger ook wel Schiedamsedijk. De huidige Korte Hoogstraat ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. De huidige Hoogstraat heeft van de Korte Hoogstraat tot de Botersloot haar oorspronkelijke ligging behouden. Vanaf laatstgenoemde straat tot het Oostplein is ze in noord-oostelijke richting omgebogen.

Het Schielandshuis is een gebouw uit de 17e eeuw in het Rotterdamse centrum aan de Korte Hoogstraat. Het werd gebouwd tussen 1662 en 1665 in opdracht van het hoogheemraadschap Schieland.

Het gebouw met de allure van een stadspaleis zou bijna anderhalve eeuw dienstdoen als onderkomen van het polderbestuur. De architect was vermoedelijk Pieter Post, een autoriteit op het gebied van het Hollands classicisme. Post is onder meer verantwoordelijk voor het stadhuis van Maastricht, de Waag van Leiden en de Waag van Gouda. Samen met Jacob van Campen ontwierp hij het Mauritshuis en Huis ten Bosch.

Er zijn aanwijzingen dat Jacob Lois (ca. 1620-1676), blauwverver van beroep en gepassioneerd amateur-bouwkundige, ‘als opsiender van de nieuwe timmeragie’ het concept van Post heeft uitgewerkt. Het beeldhouwwerk is uitgevoerd door de uit Brugge afkomstige Rotterdamse beeldhouwer Pieter Rijcx (ca. 1630-1674). Hoe het precies zit, is niet meer te achterhalen: bij een uitslaande brand in 1864 zijn belangrijke documenten verloren gegaan.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Lichthal van de Bijenkorf aan de Schiedamse Vest, 1932.

De Bijenkorf in Rotterdam van 1930 was een warenhuisgebouw van de Bijenkorf ontworpen door de architect Willem Dudok. Het stond aan Schiedamse Vest, de zuidkant van het toenmalige Van Hogendorpsplein (ten westen van het Schielandshuis), op de plek van het huidige Churchillplein.

Tijdens het bombardement van 14 mei 1940 werd het gebouw grotendeels verwoest. Het deel dat behouden was gebleven (ongeveer een derde) deed tot de opening van het huidige gebouw van de Bijenkorf in 1956 nog dienst als warenhuis, hierna nog drie jaar als opslagruimte. In 1960 werd het op last van de gemeente, feitelijk net dertig jaar oud, gesloopt in verband met de aanleg van de Westblaak en de Rotterdamse metro naar Rotterdam-Zuid.

De grondwerkzaamheden begonnen in 1929 en de eerste paal werd geslagen op 13 juni van dat jaar. De opening op 16 oktober 1930 was een gebeurtenis waar 70.000 mensen op afkwamen. De Bijenkorf van Dudok was voor de oorlog het eerste gebouw in Rotterdam dat de beschikking had over roltrappen en een elektrische vloermat voor het automatisch vegen van den schoenzolen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Putselaan 1932

Gezicht in de Putselaan vanaf de kruising met de Hillevliet, 1932.

De Putselaan dankt zijn naam aan het land van Putten Overmaze. Charlois was oorspronkelijk een deel van het land ‘Putten over die Maze’. Putten behoorde van 1361 tot 1456 aan de heren van Gaesbeek en is daarna aan de hertog van Bourgondi gekomen. Een gedeelte van de Putsebocht heette voor 1902 Tolbocht.

De benaming ‘hille’ komt in oorkonden betreffende Holland, Zeeland, Voorne en Putten in het bijzonder voor als door water omringde buitendijkse gronden. De benaming ‘hille’ komt behalve in de betekenis van hoogte en duin ook voor als eiland. Op 17 maart 1447 werden de hillen van Katendrecht door de heer van Gaesbeek en Putten aan Jacob Pot en zijn echtgenote in leen uitgegeven. Op 20 februari 1525 werden de uitergorzen, genaamd de Hille, aan de oostzijde van Charlois ‘met alle slikken, aanwassen, visscherijen, vogelarijen, jaerschot, nat ende drooge dijcken enz.’ door de uitgevers van Charlois verhuurd. Deze Hillepolder, waarvan de grondverkaveling op 23 augustus 1529 plaats vond, was 240 morgen groot en kreeg toen een sluis en een sluisvliet. De Brede Hilledijk beschermde de polder aan de Maaszijde, de Hilledijk aan de zijde van het Zwanegat, de Groene Hilledijk scheidde de Hillepolder van Karnemelksland. De twee wegen, later als Korte- en Langeweg bekend, worden eveneens in 1529 genoemd. De Langeweg heet sinds 1895 Lange Hilleweg, terwijl op de plaats van de Korteweg of Korte Hilleweg thans de Paul Krugerstraat ligt. Vroeger was er ook een Smalle Hilledijk; deze vormt thans een onderdeel van de Brede Hilledijk. Deze Smalle Hilledijk kwam in 1895 in de plaats van de Vildersteeg.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Telefoonkantoor aan de Gedempte Botersloot 1932

Het oude Telefoonkantoor aan de Gedempte Botersloot gezien vanaf de Nieuwemarkt, 1932-1939.

Meer dan honderd jaar lang was de (Gedempte) Botersloot het centrum van de Rotterdamse telefonie. De gemeente Rotterdam exploiteerde vanaf 1896 eerst zelf het telefoonnet via de Gemeentelijke Telefoondienst. Verbindingen tussen de ongeveer 1000 abonnees werden handmatig door telefonisten gelegd, zodat je toen nog letterlijk verkeerd verbonden kon worden. Het was het handigst als het centrale bureau in het centrum van de stad was gelegen. Men vond een geschikte plaats in een verdieping boven de Vleeshal aan de Botersloot. Door enkele kamers te verbouwen en twee extra verdiepingen erbij te bouwen was er voldoende ruimte voor een zaal met schakeltafels. Het aantal abonnees groeide gestaag met ongeveer 500 aansluitingen per jaar en al in 1905 werd het gebouw opnieuw verbouwd om plaats te bieden aan een nieuw batterijsysteem van het Zweedse Ericsson met een maximale capaciteit van 18.000 nummers. Er kwamen hulpbureaus aan de Hoflaan, de Bergweg, de Korenaarstraat en de Vlaggemanstraat. In 1927 werd met de montage van een automatische centrale in het gebouw aan de Botersloot aangevangen.

In 1930 startte een uitbreiding van het gebouw. Half 1932 was de volledige automatisering gereed en verlieten de telefonistes de ‘seinzaal’. Het heeft heel lang geduurd en verschillende plannen zijn in de portefeuille gegaan alvorens men tot bouwen besloot, doch thans zal ons gemeentelijk telefoonbedrijf toch eindelijk een betere en ruimere huisvesting krijgen, want gisteren werden -zooals gemeld- verbouwing en vergrooting aanbesteed. Tegelijk zal dan de bestaande gevel die nog was geïnspireerd op de kwasi-renaissance van de voormalige vleeschhal, waarboven het kantoor het eerst werd gevestigd, worden afgebroken en vervangen door één, die architectonisch beter aansluit bij den gevel van het nieuwe gedeelte, al zal dit hooger worden dan het oude stuk. Het geheele kantoorfront zal dan 56.50 M. lengte hebben en uiterlijk dus meer in overeenstemming zijn met de omvang welke het gemeentelijk telefoonbedrijf inmiddels heeft gekregen. Rotterdamsch Nieuwsblad 14-08-1930.

Tijdens het bombardement bleef het telefoongebouw gedeeltelijk gespaard, net als de nabijgelegen bibliotheek en een deel van de spaarbank. Al tijdens de oorlog werd een gedeelte hersteld voor het zo belangrijke telefoonverkeer, dat verder ook via de bijkantoren verliep. In 1942 was het ontwerp van gemeentearchitect Koops voor de uitbreiding gereed. Gezien de periode dat het gebouw is ontworpen is het niet verwonderlijk dat het aansluit bij de traditionalistische ideeën over architectuur en stedenbouw van stadsbouwmeester W.G. Witteveen en met name supervisor A. van der Steur, die een zwaar stempel op de architectuur drukte.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van de mooie pagina wederopbouwrotterdam.nl. Lees verder op https://www.wederopbouwrotterdam.nl/nl/tijdlijn/ptt-kantoor/

Met medewerking van Rotterdam van toen

Strandleven aan de Waalhaven 1932

Het zogenaamde crisisstrand aan de Waalhaven, 1932 (geschat).

Het crisisstrand is de naam die de volksmond in de jaren dertig, de ‘crisistijd’, gaf aan de zandstrook langs de Waalhaven. De bewoners van Charlois brachten op dit ‘recreatieterrein’ de zomermaanden door. Men had er tenten en houten huisjes neergezet.

De Waalhaven is vernoemd naar de rivier de Waal. Op 13 juni 1907 werd besloten tot aanleg van de haven. Bij deze aanleg verdween het grondgebied van de polders Robbenoord en Plompert. Ten zuiden van de Waalhaven werd in 1922 een vliegveld in gebruik genomen. Dit werd op 10 mei 1940 door de Duitsers gebombardeerd. Op deze plaats ligt thans een bedrijventerrein. De namen van de hier aangelegde straten zijn vernoemd naar personen, die op enigerlei wijze iets met de luchtvaart te maken hadden.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Prinsenkerk, Statensingel 1932

De aanbouw van de Prinsekerk bij de Statensingel, gezien vanuit noordoostelijke richting, 1932-1933.

De Prinsekerk werd gebouwd naar een ontwerp van de architecten Meischke en Schmidt en dit fraaie gebouw werd gesitueerd op de hoek van de Statensingel en de Schepenstraat. De eerste steen werd gelegd door Mr. Abm. van der Hoeven op 17 December 1932. Op 13 december 1933 werd de kerk door ds. A.C.G. den Hertog in gebruik genomen.

De naam Prinsekerk ontleende men aan het feit dat het in 1933 vier honderd jaar geleden was dat Willem de Zwijger werd geboren.

Toen in 1933 de laatste dienst plaats vond in de Hervormde Oosterkerk te Rotterdam, gebouwd in 1682 en gesloopt in 1933/1934, besloot men het orgel en het merendeel van het meubilair over te brengen naar de toen nieuw gebouwde Prinsekerk. Mede hierdoor is het interessant om deze kerk eens van binnen te bezichtigen. Zo zijn er bijzonder fraaie meubelstukken bewaard gebleven, t.w.: de vierkanten eiken preekstoel met drie weelderig met lover gesneden rechthoekige panelen. Het voorste toont een opengeslagen bijbel als symbool van het geloof. Het linker paneel heeft het anker als teken van de hoop. De liefde en barmhartigheid wordt op het rechterpaneel gesymboliseerd door een gevleugeld en brandend hart. Het ruggeschot toont een ovalen spiegel als symbool van de voorzichtigheid; erboven een gesneden lijst. Genoemde symbolen zijn gevat in de ouroboros, een slang die zichzelf in de staart bijt, het symbool van de eeuwigheid. Het rechthoekige klankbord heeft een gesneden lijst en rust op twee grote takken en wijd geopende bloemen, de bollen zijn nieuw. In de Oosterkerk had de preekstoel de trap aan de achterzijde. De twee leuningen werden in de Prinsekerk verzet naar de zijkanten omdat het meubel aldaar tegen de muur is geplaatst. De panelen zijn rijkelijk versierd met acanthusbladeren. Op de twee gebogen leuningen groeien takken en bladeren, die bij de eerste traptrede beginnen met wortels. Hoger opgaand ontluiken de knoppen en bloemen

De Statensingel is vernoemd naar de Staten van Holland. Dit college ontstond in de middeleeuwen als samenwerkingsorgaan van de schillende staten (standen). In Holland waren hierin de ridderschap en de steden vertegenwoordigd. De staten werden oorspronkelijk door de landsheer (in Holland de graaf) bijeengeroepen indien deze geld nodig had voor het overheidsapparaat of het voeren van oorlog. Dit geld werd hem dan verstrekt tegen toekenning van privileges (voorrechten). Sinds 1572 kwamen de Staten van Holland op eigen gezag bijeen. In 1581 werd de landsheer (koning Filips II) afgezworen. Tot 1795 vormden de Staten de regering over het autonome gewest Holland.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van reliwiki.nl. Lees verder op: http://reliwiki.nl/…/Rotterdam,_Schepenstraat_69_-_Prinseke…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Electroweg 1932

De Electroweg, vanaf het Bergpolderplein, 1932-1937. Geheel op de achtergrond voorbij de Ceintuurbaan en de spoorbaan een aantal woningen aan de Delfgaauwstraat in het Liskwartier.

De Electroweg is vernoemd naar de aan deze straat gelegen N.V. Electriciteits Maatschappij Electrostroom. Op 5 december 1913 verleende de gemeenteraad van Hillegersberg vergunning aan de N.V. Rotterdamsche Steenhouwerij om langs haar werkplaats een koolasweg aan te leggen. Aan deze weg verrees in 1914 het gebouwencomplex van de N.V. Electriciteits Maatschappij Electrostroom. Naar dit bedrijf ontving de weg zijn naam. In 1930 werd deze verbreed en bestraat. De naam was oorspronkelijk Electroweg; bij besluit B&W 11 maart 1964 werd de naam gewijzigd in Elektroweg.

Het Bergpolderplein ligt in de voormalige Bergpolder. De naam van de polder is afgeleid van Hillegersberg. Het Bergpolderplein heette voordien respectievelijk Noordplein en Ruiterplein.

De naam Ceintuurbaan is ontleend aan de nabijgelegen spoorbaan (Ceintuurbaan).

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Mathenesserplein1932

De naam van dit plein is ontleend aan de ambachtsheerlijkheid Mathenesse die al in 1276 voorkomt. De naam zal een samenvoeging zijn van de woorden made (weide) en nes (aangeslibd land). Als oudste ambachtsheer wordt genoemd Dirk Bokel, wiens kleinzoon zich Dirk van Mathenesse noemde. Het Slot Mathenesse of Huis te Riviere, waarvan nog een ruïne aanwezig is, lag aan de Schiedamse Schie ten noordwesten van Schiedam. Binnen de ambachtsheerlijkheid lagen de polder Nieuw- en Oud-Mathenesse.

De Mathenesserdijk, vroeger Schiedamsedijk geheten, maakt deel uit van Schielands Hoge Zeedijk. De dijk heette vroeger ook Groenedijk. De Mathenesserbrug ligt over de Delfshavense Schie en verbindt het Mathenesserplein en de Mathenesserlaan met de Mathenesserweg. De eerste brug van die naam werd in 1923 in gebruik genomen. In 1983 is ze vervangen door de huidige brug. De Mathenesserhof, die op 11 december 1926 officieel werd geopend, is een stichting uit de nalatenschap van Henrica van Rossum, +1922, om aan bepaalde personen een goedkope en doelmatige woning te verschaffen. De naamgeving van de Nieuw-Mathenesserstraat, die grotendeels op Schiedams grondgebied ligt, geschiedde in 1946 door de gemeente Schiedam. In 1951 kwam een gedeelte van de straat door annexatie op het grondgebied van Rotterdam te liggen.

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen