Tag Archives: 1934

Strevelsweg, 1934

De Strevelsweg bij het Sandelingplein met rechts de gereformeerde Sandelingpleinkerk, 1934.

De Strevelsweg draagt de naam van het gehucht Strevelshoek in de Zwijndrechtsche Waard. De Strevelswijk is onderdeel van de wijk Bloemhof, gelegen tussen de Strevelsweg en de Lange Hilleweg. De straten in deze buurt zijn genoemd naar dorpen, gehuchten, ambachten en polders uit de vroegere Zwijndrechtsche Waard.

Het Sandelingplein is vernoemd naar het Sandelingenambacht of Adriaan Pietersambacht in de Zwijndrechtse Waard.

De Sandelingpleinkerk was een karakteristiek Gereformeerd kerkgebouw met dakruiter. Buiten gebruik in 1968, sloop in 1970. In dit deel van Rotterdam-Zuid zijn destijds drie Gereformeerde kerkgebouwen in gebruik geweest:

Putsepleinkerk – gesloopt ;
Sandelingpleinkerk – gesloopt ;
Breepleinkerk, architectonisch de interessantste van deze drie, nog wel in gebruik.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Reliwiki. Zie http://www.reliwiki.nl/…/Rotterdam,_Strevelsweg_1_-_Sandeli…

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Lede, 1934

De Lede bij de Groenezoom met op de achtergrond de toren van de Vredeskerk, 1934.

De Lede is een landelijke naam in Tuindorp Vreewijk, die oorspronkelijk watering betekent.

De Vredeskerk is gebouwd als Hervormde Kerk. Het is een architectonisch zeer belangrijke interbellumkerk. Later een kerk van de Samen-Op-Weg Gemeente. Als kerk van de PKN buiten gebruik gesteld in 2005. Sinds 2005 in gebruik als Servisch Orthodoxe Kerk. Het interieur is sindsdien aangekleed met vele iconen. De oorspronkelijke ruimtewerking van de kerkzaal is vrijwel volledig intact.

De PKN maakt sinds 2005 (weer) gebruik van de houten Vredeskerk, gebouwd als noodkerk vlak ten oosten van de “grote” Vredeskerk.

In 1913 werd de NV Eerste Rotterdamse Tuindorp opgericht door K. P. van der Mandele, J. Mees en L.J.C.J. van Ravesteyn. Het doel van deze NV was “het stichten en exploiteren van een of meer tuindorpen, bijzonderlijk ten behoeve van de minder gegoede bevolkingsklasse”.

Het stratenplan van de wijk is gebaseerd op het oorspronkelijke sloten- en greppelpatroon van de voormalige polder, de singel langs de Langegeer was een brede sloot genaamd de Vliet en de Leede was een hoofdsloot. De vliet ontstond in de 15e eeuw en vormde de grens tussen het baljuwschap Putten in het westen en het baljuwschap Zuid-Holland in het oosten. De Vliet vormde ook de scheiding tussen de heerlijkheden West-IJsselmonde en Charlois en de polders Karnemelksland en Varkensoord.

Vreewijk is opgezet als een dorp en wordt gekenmerkt door veel groen. In het centrum ligt, zoals een clichématig dorp betaamt, De Brink. Het stratenplan werd ontwikkeld door Berlage (westelijk deel) en Granpré Molière (oostelijk deel). De huizen werden ontworpen door Granpré Molière, J.H. de Roos en W.F. Overeijnder.

In 1919 werden de eerste woningen opgeleverd. Het laatste deel, ten oosten van de Dordtsestraatweg, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog opgeleverd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kipstraat 1934

De Kipstraat met rechts de Raadhuisstraat, 1934.

Al in 1373 komt een straat onder de naam Kipsloot voor die langs het water van die naam liep. Nu loopt de Kipstraat van de Goudsesingel naar het Groenendaal. In oude stukken, tot in het midden van de 16de eeuw, komt het water ook wel onder de naam Rotte voor. De naam Dijksloot herinnerde aan de oorspronkelijke bestemming, namelijk die van binnendijksloot langs de Schielands Hoge Zeedijk of Hoogstraat. Het gedeelte van de Oostpoort tot de Binnenrotte onderscheidde men als Kipsloot, het resterende deel van de sloot tot aan de Coolvest had verschillende benamingen. De Korte Kipstraat was de oudste benaming van het Achterklooster. Later werd de naam Korte Kipstraat gegeven aan de latere Kaasmarkt, die voordien Huibrug heette. De Kipsloot werd in 1860 gedempt. De oorsprong van de naam ligt in het duister. Deze staat in ieder geval niet in verband met de dieren van die naam. Gedacht zou kunnen worden aan een huisnaam. De Kipstraat liep vóór in mei 1940 het bombardement van de Botersloot naar de Goudsewagenstraat. Na de oorlog is de naam Kipstraat gegeven aan een straat die van de Goudsesingel naar het Groenendaal loopt.

De Raadhuisstraat is vernoemd naar het nabijgelegen raadhuis. Bij besluit B. 30 juni 1942 werd de naam gewijzigd in Stadhuisstraat.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Zuidhoek 1934

Café de Kruin aan de Zuidhoek vanaf de Grondherendijk, 1934 (geschat). Links de naar beneden lopende Charloisse Kerksingel.

De Zuidhoek is zo genoemd omdat ze zuidwaarts van de voormalige sluis te Charlois loopt. Ook de zuidwesthoek van de polder Charlois heette vanouds Zuidhoek.

De Grondherendijk is vernoemd naar de grondheren (grondeigenaars) van Charlois. Vóór 1895 droeg de Grondherendijk de naam Hooge Dijk. De Grondherenstraat ligt op het terrein van de vroegere Kerkegrient.

De Charloisse Kerksingel loopt rond de uit de 15de eeuw daterende Sint Clemenskerk in het oude dorp Charlois. Charlois en de Riederwaard (Reijerwaard) behoorden vroeger tot het land van Putten, een geheel onafhankelijk gebied met een eigen regering en een eigen recht. In 1456 ging dit gebied over van de heren van Gaesbeek op de hertog van Bourgondië, die er zijn zoon Karel de Stoute, graaf van Charollois (een graafschap in Bourgondië), mee beleende.

Door de vele hoge vloeden in de 14de en 15de eeuw liep dit gebied regelmatig onder water. Karel de Stoute wilde in 1460 ‘die lande, slijck, uterwairt ende Rietbroek, geheiten Riderwairt’ laten bedijken. Als voorwaarden werden daarbij gesteld dat dit land niet meer Riederwaard, doch Charlois zou heten, en dat er een kerk gesticht zou worden, gewijd aan Sint Clemens. Dit land omvatte de latere polders Karnemelksland, de Hille, Charlois, Robbenoord en Plompert. Door de goede bedijking en de gunstige ligging werd het gebied spoedig bebouwd.

Charlois was zowel een ambachtsheerlijkheid als een grondheerlijkheid. Bij eerstgenoemde berustte de jurisdictie, terwijl aan het bestuur van laatstgenoemde de zorg voor waterstaatszaken was opgedragen. In 1895 is Charlois door Rotterdam geannexeerd. De genoemde wegen komen in het begin van de 17e eeuw reeds officieel voor als Kade, Singel of Kerksingel en Lage Dijk. Het Charloisse Hoofd is het landhoofd dat ter hoogte van het voormalige dorp Charlois in de Nieuwe Maas ligt. Voordien was het Charloissche Hoofd de aanlegsteiger aan de westzijde van de Dokhaven. Aan het Hoofd lag de veerboot van Charlois op Schoonderloo. De Kerksingel loopt in de vorm van een halve maan rondom de Oude Kerk. Tot 1963 lag hier ook nog het Charloisse Spui, een besloten water, dat via een spuileiding in verbinding stond met de Dokhaven.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Boergoensevliet 1934

Gezicht op de Boergoensevliet uit het noorden, 1934.

Boergoens is een verbasterde afleiding van Bourgondië. Karel de Stoute (1433-1477) was hertog van Bourgondië en heer van Charlois. Bourgondië is een Franse streek waar goede wijnen worden geproduceerd.

Charlois (spreek uit: sjaarloos) en de Riederwaard (Reijerwaard) behoorden vroeger tot het land van Putten, een geheel onafhankelijk gebied met een eigen regering en een eigen recht. In 1456 ging dit gebied over van de heren van Gaesbeek op de hertog van Bourgondië, die er zijn zoon Karel de Stoute, graaf van Charollois (een graafschap in Bourgondië), mee beleende.

Door de vele hoge vloeden in de 14de en 15de eeuw liep dit gebied regelmatig onder water. Karel de Stoute wilde in 1460 ‘die lande, slijck, uterwairt ende Rietbroek, geheiten Riderwairt’ laten bedijken. Als voorwaarden werden daarbij gesteld dat dit land niet meer Riederwaard, doch Charlois zou heten, en dat er een kerk gesticht zou worden, gewijd aan Sint Clemens. Dit land omvatte de latere polders Karnemelksland, de Hille, Charlois, Robbenoord en Plompert. Door de goede bedijking en de gunstige ligging werd het gebied spoedig bebouwd.

Charlois was zowel een ambachtsheerlijkheid als een grondheerlijkheid. Bij eerstgenoemde berustte de jurisdictie, terwijl aan het bestuur van laatstgenoemde de zorg voor waterstaatszaken was opgedragen. In 1895 is Charlois door Rotterdam geannexeerd. De genoemde wegen komen in het begin van de 17e eeuw reeds officieel voor als Kade, Singel of Kerksingel en Lage Dijk. Het Charloisse Hoofd is het landhoofd dat ter hoogte van het voormalige dorp Charlois in de Nieuwe Maas ligt. Voordien was het Charloissche Hoofd de aanlegsteiger aan de westzijde van de Dokhaven. Aan het Hoofd lag de veerboot van Charlois op Schoonderloo. De Kerksingel loopt in de vorm van een halve maan rondom de Oude Kerk. Tot 1963 lag hier ook nog het Charloisse Spui, een besloten water, dat via een spuileiding in verbinding stond met de Dokhaven.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel 1934

De Coolsingel met rechts café-restaurant-dancing Pschorr, 17 augustus 1934.

Via top010.nl: Het in mei 1940 verwoeste café restaurant Pschorr jaren 30 en dancing Pschorr staat nog steeds symbool voor het vooroorlogse uitgaansleven in Rotterdam. De in 1922 geopende uitgaansgelegenheid aan de Coolsingel van de Rotterdamse horecatycoon Dirk Reese werd in 1924 uitgebreid met een danszaal met een extravagante glazen koepel naar het ontwerp van architect Willem Kromhout.

Op 24 augustus 1922 opende de Rotterdamse horecaondernemer Dirk Reese het Café restaurant Pschorr aan de nieuwe Coolsingel (tussen 1913 en 1921 werd de Coolvest gedempt en werd het de Coolsingel). Hij breidde de zaak al snel uit met grote danszaal met een extravagante glazen koepel. Op 16 april 1924 werd de nieuwe dancing groots geopend met de populaire cabaratier Jean Louis Pisuisse en een jazzband. De belangstelling was overweldigend. Er kwamen internationale muziek- en danceacts en Dirk Reese bleef op zoek naar het nieuwste en modernste. In 1926 kreeg dancing Pschorr een spectaculaire nieuwe dansvloer van glas die was verlicht. Hierna werd Pschorr nog populairder. Conferencier en chansonnier Theo Moens is er de succesvolle artistiek leider die internationale artiesten en bands traden presenteerde zoals Louis Amstrong, Joe Appleton, Bert Ambrose met zangeres Vera Lynn en Coleman Hawkins.

Het cafe-restaurant Pschorr aan de Coolvest was een ontwerp van de architect Willem Kromhout. Het werd gebouwd op een centrale plek tussen het Stadhuis en de Delftse Poort. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Hotel American in Amsterdam, kreeg dit werk nagenoeg geen aandacht in architectuur kringen. Achter de expressieve voorgevel met de voor Kromhout kenmerkende geknikte frontons, lag een indrukwekkende danszaal van zo’n 500 m2 oppervlakte en een glazen koepel van glas in lood. In de jaren 1938-1939 werd Pschorr grondig verbouwd door architect A. Hamaker. De verbouwing riep veel protest op, onder meer van Kromhout zelf maar ook van kennissen van opdrachtgever Dirk Reese.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van http://www.nieuws.top010.nl/dancing-pschorr.htm

Met medewerking van Rotterdam van toen

Henegouwerplein 1934

Het Henegouwerplein, vanuit het westen, 1934. Op de voorgrond het sportterrein van het Marnix Lyceum en daarachter panden aan de Henegouwerlaan. Links de Beukelsdijk.

De naam van het Henegouwerplein herinnert aan het Henegouwse Huis, dat met graaf Jan II, zoon van Jan van Avennes en Aleidis van Holland, in 1299 aan het bewind kwam. Onder het krachtige bestuur van Willem III, de tweede graaf uit dit huis, heeft de ontwikkeling van Rotterdam een aanvang genomen. De vier leeuwen in het Rotterdamse wapen dankt de stad aan de graven uit dit huis.

De naam is ontleend aan het geslacht Bokel of Beukel. Het ambacht Beukelsdijk van heer Ghisebrecht Bokel (Buekel) wordt reeds in 1281 genoemd. De Beukelsdijk, maakt deel uit van de oude zeedijk, die in de 12de eeuw werd aangelegd. Daartoe behoorden ten westen van de Rotte de Blommersdijk en ten oosten van de Rotte de Oudedijk. In 1200 wordt Theodericus Bokel vermeld als getuige voor de graaf van Holland. Door het voltooien van de Rotterdamse Schie na 1340 werd Blommersdijk verdeeld in een oostelijk en westelijk gedeelte. De Beukelsdijksche of West-Blommersdijkscheweg sloot zich bij de voormalige Heulbrug aan bij de Oost-Blommersdijksche- of Bergweg. Een gedeelte van de oude Beukelsdijk heet thans Walenburgerweg. Van 1916 tot 1922 heette de Van Cittersstraat eveneens Beukelsdijk. De huidige Beukelsweg is een deel van de oude Beukelsdijk. De Beukelsbrug is de verkeersbrug over de Delfshavense Schie, die de verbinding vormt tussen de Beukelsweg en de Horvathweg. Deze heette enige tijd Westlandsebrug.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Beursplein 1934

Het Beursplein met onder andere het tramhuisje, 1934-1938.

Dit plein dankte zijn naam aan het oude beursgebouw alhier. Op 9 februari 1635 besloot de vroedschap de vismarkt op het oosteinde van de Noordblaak tot beursgebouw in te richten ter vervanging van de oude Beurs aan het Haringvliet. In de jaren 1722-1736 werd ze verbouwd naar een ontwerp van de beroemde schilder en bouwmeester ridder Adriaan van der Werff (1569-1722). Ze zou ruim twee eeuwen het commerciële centrum van de stad vormen. In het begin van de negentiende eeuw werd de binnenplaats van de Beurs overdekt met een gietijzeren koepeldak.

Na de voltooiing van de Beurs in 1736 werd de oude Gapersbrug over de Blaak vervangen door een nieuwe brug. In 1826 werd deze gesloopt. Hiervoor in de plaats kwam een breed overwelfd brugplein, dat beursbrug en later Koninginnebrug heette. Het pleintje aan de voorzijde van het beursgebouw kreeg de naam Beursplein. Toen door de aanleg van het spoorwegviaduct en de bouw van het Beursstation de brug in 1872 werd afgebroken, ontstond op deze plaats een groot plein dat onder de naam Beursplein bekend werd. Het plein kwam in het begin ook voor onder de naam Dam. De Beurssteeg lag achter het beursgebouw en liep van de Vissersdijk naar het Beursplein. De Beurs werd verwoest tijdens het bombardement van 14 mei 1940. Bij besluit B. 30 juni 1942 zijn de namen Beursplein en Beurssteeg ingetrokken.

In het centrum van Rotterdam staat een gietijzeren gebouwtje: ‘het Oude Tramhuis’. Bij veel mensen is het bekend als nachtcafé, lange tijd was het Oude Tramhuis één van de weinige horecagelegenheden in de stad met een nachtvergunning.

Oorspronkelijk is het geen kroeg. Het tramhuis wordt in 1904 gebouwd speciaal voor de Rotterdamse Electrische Tramweg Maatschappij door de firma Bettenhausen, een werkplaats voor smeedwerken.

Het tramhuis heeft een hele geschiedenis in Rotterdam. Het heeft op zes plaatsen in de stad gestaan.

Het tramhuis doet aanvankelijk dienst als wachthuis voor trampassagiers en wisseljongens op het oude Beursplein. Voor het bombardement op de stad ligt het Beursplein ter hoogte van de huidige Verlengde Willembrug.

Kort na de verwoesting van het stadscentrum door het bombardement in 1940, wordt in overleg met RET besloten het dienstgebouwtje voorlopig ter beschikking te stellen aan de Gemeentelijke Technische Dienst, want er is dringend behoefte aan een centrale meldplaats voor de ploegen die belast zijn met het puinruimen. Het sierlijke bouwwerkje is van het oorlogsgeweld gespaard gebleven en blijkt een zeer nuttige functie te kunnen vervullen.

Nadat het puin is opgeruimd wordt in december de Dienst Wederopbouw Rotterdam (DIWERO) in het leven geroepen, waar enige duizenden arbeiders hun dagelijks brood verdienen. Het wachthuis van de RET blijft ook bij deze nieuwe instantie enige tijd in gebruik en is al spoedig ingeburgerd als het ‘diwerogebouwtje’. Nadat de Gemeentelijke Technische Dienst een nieuw onderkomen aan de Veemarkt betrekt, wordt de vertrouwde wachtkamer weer aan de RET ter beschikking gesteld.

Door wijziging van de sporensituatie bij Beursplein en aanleg van nieuwe verkeerswegen moet de Centrale Post, in de volksmond ‘het Oude Tramhuis’ verhuizen. Op 26 februari 1943 wordt het ruim 50 ton wegende onderkomen naar een nieuwe bestemming ter hoogte van de Spinhuisstraat, op de Coolsingel gerold. Het wordt gebruikt als wachthuis en ook heeft de Vereniging Voor Vreemdelingen Verkeer (V.V.V.) er een informatiekantoor totdat zij een nieuw kantoor krijgen aan de overkant van de Coolsingel.

Tijdens het bouwen van C&A aan het ‘nieuwe’ Beursplein wordt het tramhuisje op 6 februari 1952 opgevijzeld en verrold over de Coolsingel naar het Weena. Hier dient het weer als centrale post en er worden plaatsbewijzen verkocht voor rondritten door de stad. Die zogeheten wederopbouwrondritten kosten dan 1 gulden.

Ook op deze plek blijft het Oude Tramhuis niet staan. De rondritten ter gelegenheid van de wederopbouw eindigen en het tramhuis gaat naar het Kruisplein. Daar krijgt het weer de functie van centrale post en loket.

De centrale post in het tramhuis op het Kruisplein wordt overbodig als de metro in Rotterdam gaat rijden. Eind jaren 60 komt de nieuwe centrale post op het Centraal Station.

Het huisje wordt naar Ommoord gebracht waar het volledig wordt gerestaureerd. Het Oude Tramhuis komt als koffiezaak terug in het centrum. Aan de Mauritsweg bij het Hermesplantsoen gaan de deuren van het Oude Tramhuis in 1971 open.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam en van rijnmond.nl http://www.stadsarchief.rotterdam.nl/straatnam…/beursplein-0 http://www.rijnmond.nl/nieuws/107975/Het-Oude-Tramhuis