Tag Archives: 1938

Bergpolderflat aan de Abraham Kuyperlaan, 1938

Links bebouwing aan de Dr. de Visserstraat en rechts de Borgesiusstraat.

De Bergpolderflat in de Rotterdamse wijk Bergpolder (hoek Abraham Kuyperlaan en Borgesiusstraat) is de eerste galerijflat in Nederland.

De flat heeft een staalskelet en werd in 1933/1934 ontworpen door de architect W. van Tijen in samenwerking met architectenbureau Brinkman en Van der Vlugt in de stijl van het Nieuwe Bouwen, functioneel, strak, licht en luchtig. De flat is gebouwd in opdracht van de N.V. Volkswoningbouw Rotterdam en was bestemd voor arbeiders in de lagere huurklasse. Door standaardisatie en prefabricage van de stalen en betonnen onderdelen was het mogelijk lagere huurprijzen te realiseren. Als proefproject werd in 1933 de Parklaanflat gebouwd.

De flat heeft negen verdiepingen en 72 woningen die via een galerij bereikbaar zijn. De oppervlakte van een woning is plusminus 48 m2. Er waren gemeenschappelijke wasruimtes in de kelder en voor die tijd moderne voorzieningen als centrale verwarming en het recht om een gratis emmer warm water af te halen.

In de Bergpolderflat werden voor het eerst zaken toegepast die later algemeen zouden worden, zoals de galerijflat met balkon, het centrale trappenhuis en de open glaswanden. Er is nog wel de traditionele, houten balklaagconstructie, maar om de drie lagen is er een brandwerende betonvloer. De Bergpolderflat heeft geprefabriceerde, houten puien.

Er was wel kritiek op het beperkte aantal slaapkamers. Van Tijen bestreed deze kritiek door aan te geven dat ‘de woningen vooral bedoeld waren voor jonge moderne mensen die houden van eenvoud, licht en ruimte’.

In 1996 werd het gebouw, een rijksmonument, in opdracht van de woningcorporatie Vestia gerenoveerd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lunchpauze tijdens de bouw van de Maastunnel, 1938

De Maastunnel is de oudste afgezonken tunnel van Nederland. Hij verbindt in Rotterdam de oevers van de Nieuwe Maas met elkaar. De tunnel omvat vier buizen: twee voor auto’s, een voor fietsers en een voor voetgangers. De bouw ging in 1937 van start en was in 1942 voltooid.

Dagelijks maken ruim 75.000 motorvoertuigen en een groot aantal fietsers, bromfietsers en voetgangers gebruik van deze tunnel. Daarmee vormt de Maastunnel een belangrijke schakel in het Rotterdamse wegennet. Er geldt een snelheidslimiet van 50 km/h.

De Maastunnel is 3,90 meter hoog. De voorliggende viaducten in de tunneltraverse, onder het Maastunnelplein en het Droogleever Fortuynplein, zijn 3,60 meter hoog. Het komt regelmatig voor dat te hoge vrachtwagens zichzelf onder deze viaducten vastrijden. De architecten waren J.P. van Bruggen en Ad van der Steur.

De Maastunnel werd gebouwd volgens de afzinkmethode. De afzonderlijke segmenten (caissons) voor de Maastunnel werden elders in een droogdok gebouwd, en zijn vervolgens naar de plaats van de tunnel gesleept en daar afgezonken. Deze methode zou later bij talloze andere Nederlandse tunnels worden toegepast. Om lekken te voorkomen is bij de Maastunnel rond de hele betonconstructie een bekleding van aaneengelaste staalplaten aangebracht. De Maastunnel is de eerste onderspoelde tunnel ooit gebouwd; na plaatsing op in de bodem van de Maas werd zand onder en naast de tunnel gespoten. Hierdoor kon de riviertunnel in rechthoekig dwarsprofiel worden uitgevoerd. Voordien hadden dergelijke tunnels altijd een ronde buis.

Elk van de negen afgezonken delen van de Maastunnel heeft een lengte van 61,35 meter, een hoogte van 9 meter en een breedte van 25 meter. Daarin liggen naast elkaar twee buizen voor gemotoriseerd verkeer (met een doorrijhoogte van 4 meter), en daarnaast twee boven elkaar gelegen buizen voor (brom)fietsers en voetgangers, bereikbaar via houten roltrappen. Voor het controleren van de luchtkwaliteit in de tunnel bevond zich een laboratorium in een van de ventilatiegebouwen.

Met medewerking

Inclusief toeritten is de Maastunnel 1373 meter lang. Het gesloten gedeelte is 1070 meter lang. Het diepste punt van de tunnel ligt circa 20 meter onder NAP. Bovengronds is de tunnel te herkennen aan de karakteristieke ventilatiegebouwen op de beide oevers, ook goed zichtbaar vanuit de Euromast, die zich vlak bij de tunnel bevindt. In aansluiting op de Maastunnel is door Rotterdam de Tunneltraverse aangelegd.

De tunnel werd op 14 februari 1942 in stilte geopend. Dit geschiedde zonder ceremonieel, omdat men weigerde er een nazifeest van te maken. De eerste personen die door de Maastunnel gingen waren volgens overlevering Joop Otte, Dirk Bol en Cor Wiegman. Na de opening werd de veerdienst van het wagenveer tussen de Parkkade en Charlois opgeheven.

De foto komt uit de collectie Topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schiekade 1938

De Schiekade vanaf het Hofplein met rechts het Sint Franciscus Gasthuis en links de Ungerpleinflat, 1938.

Het Sint Franciscus Gasthuis is een katholiek ziekenhuis in het noorden van Rotterdam. Het werd opgericht door de Franciscanen in 1892 om de armen gratis te behandelen. Hubertus Kusters, pastoor van de Leeuwenstraat-parochie, nam het initiatief tot de oprichting. In maart 1891 deed Kusters aan de congregatie van de derde orde van Sint-Franciscus van Assisi te Rotterdam het voorstel om de fondsen van de congregatie te besteden aan de oprichting van een katholiek ziekenhuis waar armen gratis konden worden behandeld. Patiënten dienden minimaal de leeftijd van 12 jaar bereikt te hebben en niet ongeneeslijk ziek te zijn of aan besmettelijke ziekten lijden. Er zouden er gelden ingezet moeten worden voor de verpleging aan huis van zieken van elke gezindte. Dit werd de latere wijkverpleging.

Het Sint-Franciscus Gasthuis werd op 26 mei 1892 geopend. Het was gevestigd op de bovenetages van een distilleerderij aan de Oppert nummer 129. De verpleegsters waren de zusters Augustinessen uit Delft. De benauwde bedompte straat met de lucht van de distilleerderij was nog niet echt een aanbeveling.

Vanwege ruimtegebrek werden regelmatig patiënten afgewezen en het pand werd een half jaar later verruild voor de locatie Schiekade nummer 64. Een belangrijke vernieuwing was de inrichting van een operatiekamer. Door aankoop van de belendende panden kon men een paviljoensziekenhuis bouwen. In 1915 maakte een deel van de oude bebouwing plaats voor een nieuwe voorbouw. De grote in jugendstil uitgevoerde hoofdpoort gaf toegang tot het ziekenhuis. In korte tijd groeide het Gasthuis uit tot het grootste particuliere ziekenhuis van Rotterdam, waar patiënten van alle gezindten terecht konden. Na nog verschillende uitbreidingen en inrichtingen waaronder een kraamafdeling, een polikliniek, een paviljoen voor besmettelijke ziekten, een bloedtransfusiedienst en een röntgenafdeling had het Gasthuis, voor de oorlog al, een bijzonder goede reputatie.

De naam van deze kade is ontleend aan de Rotterdamse Schie, de vaart ten gevolge van een handvest van 9 juni 1340 gegraven van Overschie naar Rotterdam. Ze sloot aan op de reeds bestaande Delftse of Oude Schie, die Delft met Overschie verbond. Ter plaatse van het latere Hofplein kwam de Schie uit in de Kolk welke door de Rotte was gevormd. Vanaf dit punt ging de vaart door de stad onder de naam Delftsevaart. Deze was via een spuisluis verbonden met de Merwede (Nieuwe Maas).

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Strevelsweg 1934

De Strevelsweg ongeveer vanaf het eind van de Dordtselaan, 1934.

De Strevelsweg draagt de naam van het gehucht Strevelshoek in de Zwijndrechtsche Waard. De Strevelswijk is onderdeel van de wijk Bloemhof, gelegen tussen de Strevelsweg en de Lange Hilleweg. De straten in deze buurt zijn genoemd naar dorpen, gehuchten, ambachten en polders uit de vroegere Zwijndrechtsche Waard.

De Dordtselaan loopt in de richting van de stad Dordrecht. De Dordtsestraatweg is de oude Charloisse Zeedijk, de noordoostelijke grens van de voormalige polder Charlois. Ze stond vroeger bekend onder de naam Oudeweg. De weg is onder keizer Napoleon bestraat. Vanwege deze betere bestrating heette hij ook wel Koninklijke Straatweg. In 1960 ontving het gedeelte van de Dordtsestraatweg, dat door de wijk Lombardijen loopt, de namen Spinozaweg en Pascalweg. De loop van dit gedeelte van de weg werd enigszins gewijzigd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Spaansekade 1938

Gezicht op de Spaansekade met hotel Weimar en rechts het Haringvliet, 1938.

De Spaansekade dankt zijn naam aan de Spaanse markies Ambrosio Spinola, 1569-1630. Op 31 januari 1608 werd hij met een groot gevolg en met andere onderhandelaars over het Bestand, op doorreis van Dordrecht naar Den Haag, door het stadsbestuur plechtig ontvangen en ingehaald. Hij kwam over het ijs en zette op het Hoofd of Oude Hoofd het eerst voet aan wal. Dit gedeelte van het Oude Hoofd werd eerst omstreeks 1637 Spaansekade genoemd.

De naam Haringvliet werd gegeven aan de vest die in 1575 ten zuiden van de Nieuwehaven werd gegraven. De naam voor deze haven komt al voor in 1596. Omstreeks 1575 werd ten zuiden van de Nieuwehaven een nieuwe vest gegraven. In 1592 werd deze vest als Zuid-Nieuwehaven verbreed en verdiept. Van 1595 tot 1598 werden de kaden aan beide zijden bebouwd. De naam Haringvliet komt voor deze haven reeds in 1596 voor. Aan het feit dat de schepen voor de haringvisserij hier een ligplaats konden vinden, zal deze naam zijn te danken. De nabijheid van het Buizengat wijst ook daarop. Ter ere van de Koning van Rome, de zoon van keizer Napoleon, werd de haven op 9 juni 1811 verdoopt in Quai du roi de Rome. Deze naam is tegelijkertijd met het Franse bewind in 1813 verdwenen. De zuidzijde van de haven werd vanwege de deftige herenhuizen ook wel Rijkeluis Haringvliet genoemd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Keizerstraat 1938

De Keizerstraat, gezien uit het noorden, 1938. Rechts het winkelpand van Gebroeders Haagen op nummer 27 aan de westzijde, links kapsalon Maison Sluys, het café van Rasmussen en de vishandel van Jansen. Op de achtergrond de Keizersbrug en de Lutherse Kerk. Verder kruist de Vissersdijk de Keizerstraat.

De Keizerstraat is vernoemd naar het vroegere huis De Keyzer aan de Blaak. In 1624 kwam, op verzoek van de bewoners van de Wijnstraat, een directe verbinding tot stand tussen de Blaak en de Westewagenstraat. In de jaren 1624 tot 1626 kocht de stad voor dat doel allerlei huizen en erven aan. In 1626 wordt gesproken van de ‘Starremanssteeg, nu genoemt de nieuw geraemde Keyzersstraat’. Deze steeg, lopende van de Zijl naar het Hang, die reeds in 1580 voorkomt en aan Frans Cornelisz. Starreman behoorde, werd verbreed; ze werd een onderdeel van de nieuwe straat. Van het huis De Starre aan de Grotemarkt is Starreman afgeleid. Het huis ‘de Keyzer’ aan de Blaak op de hoek van de straat, komt sinds 1633 in de bronnen voor, doch kan wel veel ouder zijn. In dit stadsgedeelte komt reeds in 1553 een Thonis ‘in de Keizer’ voor. Naar dit huis was ook de Keizersbrug vernoemd. Deze brug lag over de Blaak en vormde de verbinding van de Keizerstraat met de Posthoornsteeg. De huidige Keizerstraat ligt ongeveer op dezelfde plaats als de oorspronkelijke straat van die naam. Ze bestrijkt thans ook het terrein waarop vroeger de Weezenstraat, tussen Hoogstraat en Steiger, lag.

De Lutherse kerk verving kerkjes uit 1617 en 1651. Grote, rechthoekige zaalkerk, bekroond door een koepel met dakruiter, voornamelijk opgetrokken in classicistische trant. Orgel van Christiaan Müller uit 1749, inwendig vernieuwd door de Gebr. Van Oeckelen in 1887. Verwoest bij het bombardement van 14 mei 1940. Na de Tweede Wereldoorlog bouwde de Evangelisch-Lutherse gemeente een nieuwe kerk in de wijk Het Oude Noorden naar een ontwerp van B. van der Lecq.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van reliwiki.nl. Zie http://reliwiki.nl/…/…/Wolfshoek_-_Evangelisch_Lutherse_Kerk

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lamsteeg 1938

De Lamsteeg richting de Hoogstraat, 1938. Op de achtergrond links het kledingmagazijn C&A en het spoorwegviaduct.

De Lamsteeg dankt haar naam aan het huis ‘het Lam’, dat al in 1490 en 1491 voorkomt op de Middeldam of Hoogstraat. De steeg liep van de Boerenvischmarkt naar de Hoogstraat in het verlengde van de 1ste Lombardstraat. In 1505 heet ze ‘de Lombertse steeg upten middeldam binnensdijks’, in 1539 spreekt men over de straat bezijden het Lam. De naam Lamsteeg wordt voor het eerst in 1543 vermeld. ‘Het Lam’ schijnt in die tijd een herberg geweest te zijn. Tot in de 17de eeuw lag over de Botersloot de Lamsbrug, die de Lamsteeg met de Lombardstraat verbond.

De Boerenvischmarkt lag in het verlengde van het Grotekerkplein en de Kaasmarkt. Hier was vroeger een riviervismarkt, waar de visboeren hun vis aan de man brachten. Deze vis was buiten de jurisdictie van de stad gevangen. Na de demping van de Binnenrotte was deze plaats voor dit doel ongeschikt. De straat komt ook voor onder de naam Riviervischmarkt. Bij besluit B. 30 juni 1942 werd de naam ingetrokken.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Wilhelminakade 1938

Luchtopname van de Holland-Amerika Lijn aan de Wilhelminakade, 6 mei 1938. Op de achtergrond de Rijnhaven.

In 1871 werd de vennootschap Plate, Reuchlin & Co opgericht door Antoine Plate F.jn en Jhr. Otto Reuchlin, met als doel een rechtstreekse verbinding met Amerika, uitgevoerd met stoomschepen. In 1873 werd Plate, Reuchlin & Co omgezet in de NV Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij (NASM). Vlak hierna, in 1875, werd de Nieuwe Waterweg geopend, waardoor Rotterdam een belangrijke Europese haven kon worden. In deze periode werd New York een vaste bestemming. Omdat in het spraakgebruik de naam ‘Holland-Amerika Lijn’ (HAL) gebruikelijk was geworden, voegde de NASM deze naam op 15 juni 1896 aan haar statutaire naam toe, zodat de vennootschap sindsdien officieel NV Nederlandsch-Amerikaanse Stoomvaart-Maatschappij ‘Holland-Amerika Lijn’ heet, kortweg HAL. In 1973 werd de naam ingekort tot Holland Amerika Lijn NV, vanaf dat moment zonder streepje tussen Holland en Amerika.

De trans-Atlantische verbinding Rotterdam-New York bestond van 1873 tot 1978, en speelde een grote rol in de landverhuizingen van Europa naar Amerika. De maatschappij bediende ook vrachtlijnen, maar als bijzaak. Door de toenemende concurrentie van het vliegtuig op de trans-Atlantische route, werden de passagiersschepen meer en meer voor de cruisevaart benut. Op 8 november 1971 verliet de Nieuw Amsterdam (II) Rotterdam voor de allerlaatste oversteek. In 1975 werd de divisie Transport (de vrachtschepen) verkocht en ging men zich steeds meer concentreren op de cruisevaart.

De zetel van het passagiersbedrijf was in 1971 al overgeplaatst naar New York. In 1978 werd het hoofdkantoor verplaatst naar Stamford (Connecticut). In 1983 verhuisden beide kantoren naar Seattle (Washington) aan de Amerikaanse westkust, waar al het kantoor van het in 1971 overgenomen Westours Inc. was gevestigd. Op 1 mei 1984 stond het karakteristieke kantoor op de Wilhelminakade te koop: het huidige Hotel New York. De afkorting HAL kreeg een Engelstalige invulling: Holland America Line.

In 1989 werd Holland America Line Inc. ingelijfd bij Carnival Corporation & PLC in Miami, ‘s werelds grootste cruise-consortium waartoe vele rederijen behoren. De Nederlandse oorsprong leeft door in het bekende logo, dat het zeilschip De Halve Maen afbeeldt (het schip waarmee Henry Hudson in 1609 Manhattan ontdekte) met op de achtergrond de boeg van de Nieuw Amsterdam (II), het bekendste schip van de HAL.
Sinds een aantal jaren varen de schepen weer onder Nederlandse vlag, ook heeft men in Rotterdam het vlootkantoor staan omdat men nog steeds overwegend met Nederlandse officieren vaart. Ook is Rotterdam steeds vaker aanloophaven tijdens de cruises die HAL-schepen tijdens de zomermaanden in West-Europa maken. Op 28 februari 2007 opende de HAL zijn Europese hoofdkantoor in Rotterdam in kantoor- en woontoren Montevideo, schuin achter het voormalige hoofdkantoor op de Wilhelminapier op de Kop van Zuid, na 36 jaar afwezigheid in deze stad.

De foto is gemaakt door KLM Aerocarto en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Hofplein 1938

Het Hofplein met op de voorgrond het spoorwegviaduct van de lijn Rotterdam-Dordrecht, 1938. Links de hoek van de Oppert en de Galerij.

Het Hofplein herinnert aan de ridderhofstad Weena, die noordoostelijk van het huidige Hofplein was gelegen. De Hofdijk komt al in 1397 in bronnen voor. Het slot wordt reeds in 1306 vermeld. De oorspronkelijke Hofdijk stamde uit de 13de eeuw en strekte zich langs de Rotte uit tot het Zwaanshals en de Oudedijk. Het Hofplein ontstond in de eerste helft van de 19de eeuw nadat de Kolk of Gracht tussen de Delftse Poort en de Hofpoort was gedempt. Van 1853 tot 1875 was het plein als veemarkt ingericht. De oudste naam is Hofpoortplein naar de Hofpoort die daar stond en in 1833 is afgebroken. In 1908 werd aan het plein het station van de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij, de lijn Rotterdam-Scheveningen, geopend. Bij besluit B&W 13 september 1949 ontving het verkeersplein op het kruispunt Coolsingel, Weena, Schiekade, Pompenburg de naam Hofplein.

Van de Hofpoort naar de Delftsche Poort liep vroeger een met bogen voorziene vestmuur, die bedoeld was om als verdedigingswerk dienst te doen. Later werd ze als kazerne gebruikt. In het laatst van de 18de eeuw is deze muur weggebroken. De naam bleef echter bestaan. Misschien was de ‘galerij’ één van de verdedigingswerken die na de Jonkerfransenoorlog werden gebouwd. Wij weten alleen zeker, dat er een galerij bij de waterpoort tussen twee torens in 1534 bestond, welke toen in betere staat is gebracht. Daar bij de Blauwe toren in het Westnieuwland in 1578 een galerij wordt genoemd, kan deze echter ook bedoeld zijn. Huizen met een galerij kwamen trouwens meer voor in Rotterdam. In de 17de en 18de eeuw treft men minstens zes huizen in verschillende straten aan, die ‘de Gelderij’ heetten. De huidige Galerij ligt iets ten zuiden van de vroegere straat van die naam. Vóór het bombardement in mei 1940 lag over de Delftsevaart een brug die Galerijbrug heette.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Delftsevaart 1938

De Krattenbrug over de Delftsevaart, 1938. Links het pand Spuiwater nummer 1 op de hoek van de Krattensteeg.

De naam van de Krattenbrug verwijst naar de vroegere Krattensteeg en herinnert aan de oude brug van deze naam die voor de Tweede Wereldoorlog over de Delftsevaart lag. De brug moet er in de 15de eeuw al gelegen hebben, evenals een straat die Krattensteeg heette. In 1468 wordt namelijk gesproken van een straat ‘die men coemt uten beghinenstraet over de bruchghe’. Op 9 december 1542 kocht Arie Cornelisz. Crat een huis en erve in de Westbagijnenstraat over de Vaart, aan beide zijden en aan de achterzijde belend door hemzelf. De wielmaker Dirck Jansz. Crat kocht 21 maart 1566 de helft van een steeg, die in 1565 reeds als Krattensteeg bekend was. Zijn huis heette ‘de vergulde cratte’, waarmee het losse achterschot van een wagen kan zijn bedoeld. De steeg kwam ook als Dirck Crattensteeg voor. In het midden van de 17de eeuw is deze ook bekend onder de naam May Baxsteeg naar de vrouw, die in 1634 eigenares van het hoekhuis was. De steeg liep van de Westewagenstraat naar de Delftsevaart in het verlengde van de Leeuwenstraat. De Krattenbrug heette oorspronkelijk Bagijnenbrug.

De Delftsevaart kan men beschouwen als een gedeelte van de vaart ‘van Rotterdam naar de Schie’, voor het graven waarvan graaf Willem IV op 9 juni 1340 aan Rotterdam vergunning gaf. Zij dankt haar naam aan de stad Delft. In 1368 sprak men van de vaart van der Spoeije en veel later nog, o.a. in 1608, is er sprake van Schieweg W.Z.. aan de Doelweg (Haagseveer). Beide zijden van de vaart hebben lang de naam Delftsevaart gedragen. De kaden werden eerst in het midden van de 16de eeuw bebouwd. Voor die tijd lagen hier slechts tuinen en scheepstimmerwerven. In het begin van de 19de eeuw noemde men het gedeelte dat tussen de Galerij en de Sint Jacobsstraat lag Rijkelui Delftsevaart. Verderop sprak men van de Gemeenelui Delftsevaart. Vroeger kwam ze ook voor onder de naam Langevaart, in tegenstelling tot het in het verlengde liggende Spuiwater, dat Kortevaart werd genoemd. Naar de Spuisluis, die Delfsevaart en Spuiwater met de Steigersgracht verbond, heette ze ook wel Spuivaart. Water en kade liepen uit op de Delftsepoort, die aan het begin stond van de weg naar Delft. Dit heeft de naam bepaald. De naam Delftseveer herinnert er aan dat hier het begin was van het beurtveer op de stad Delft. De schippers, die op Delft voeren vestigden zich bij voorkeur in deze buurt.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen