Tag Archives: 1956

Femina-Ahoy, 1956

Een stand van Excelsior stofzuigers op de Femina, 28 september 1956.

De Femina is ruim vijftig jaar een begrip in Rotterdam. De beurs voor dames wordt in 1949 voor het eerst gehouden in de Rivièrahal in diergaarde Blijdorp. Het initiatief wordt genomen door de Rotterdamse middenstanders.

Het centrum van Rotterdam is in 1949 nog vrijwel leeg. Er staan noodwinkels uit de oorlog maar voor veel spullen moeten Rotterdammers naar een andere stad. Rob Noordhoek van Museum Rotterdam: “De wederopbouw begon in de haven en met de infrastructuur, het centrum volgt pas later”.

De middenstand wil zich profileren en komt met het idee voor de eerste huishoudbeurs in Nederland: de Femina. Het doel is ‘voor publiek zo attractieve vorm van reclame aangepast aan het Rotterdams zakenbelang. Het ligt in de bedoeling de beurs aantrekkelijk te maken door beschaafde attracties, waarbij elk kermiskarakter achterwege zal blijven’.

De Femina in Blijdorp is een succes. De beurs krijgt in 1950 een vervolg. In dat jaar bezoeken ruim 80.000 mensen het evenement in de Rivièrahal. In 1951 wordt de Femina gehouden in de Ahoyhallen op het Dijkzigtterrein.

Daar blijft de beurs jarenlang veel vrouwen trekken. Eind jaren zestig wordt Ahoy afgebroken om plaats te maken voor de medische faculteit. De Femina vindt een tijdelijk onderkomen bij het heliportterrein in het centrum. Vanaf 1970 is de Femina in Ahoy bij Zuidplein in Rotterdam-Zuid.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Rijnmond.nl. Lees verder op https://www.rijnmond.nl/…/Femina-in-1949-beschaafde-attract…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel (kerst) 1956

De overdracht van de Noorse kerstboom voor het stadhuis, 19 december 1956.

Tegenwoordig krijgt Rotterdam geen boom meer van de Noren. Rijnmond.nl berichtte hierover: Het is gedaan met de traditionele kerstboom bij het Stadhuis in het centrum van Rotterdam. Het sturen van de negentien meter hoge Noorse spar is duur en omslachtig, vindt het stadsbestuur van Oslo.

De burgemeester van de Noorse hoofdstad heeft inmiddels aan zijn collega Aboutaleb een brief gestuurd. Sinds de Tweede Wereldoorlog krijgt Rotterdam elk jaar een gratis kerstboom van Noorwegen. De boom staat altijd pal voor het stadhuis.

De Noren hebben steeds meer moeite om de boom op tijd in Rotterdam te krijgen. Afgelopen december was de boom te laat. Oslo overweergt alleen nog een boom sturen naar Londen om de Engelsen te bedanken voor hun rol in de Tweede Wereldoorlog. De Noorse regering verbleef tijdens WO II ook in Londen.

Burgemeester Aboutaleb vindt het jammer dat Oslo stopt met het sturen van een kerstboom naar Rotterdam, maar is de Noren heel dankbaar. Ook belooft hij de Rotterdammers een boom voor het stadhuis tijdens de kersdagen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van rijnmond.nl

Met medewerking van Rotterdam van toen

Scorebord Sparta bij de wedstrijd Sparta-Eindhoven stand 6-0, 1956.

Scorebord bij de wedstrijd Sparta-Eindhoven met de stand 6-0, 28 oktober 1956.

Uit Het Vrije Volk van 29 oktober 1956:
ER IS FEEST op ‘t Kasteel; blijdschap in de harten van de Sparta-supporters. De roodwitten, sterk op eigen Rotterdamse bodem, behaalden een fiere 6 – 0 overwinning op Eindhoven. De grauwe somberheid van de vorige weken werd in deze snelle overrompelende wedstrijd met een half dozijn voortreffelijke doelpunten uitgewist…

Eindhoven, zwak in de defensie, traag in de voorhoede, werd door de vurige Spartanen volkomen van het veld gespeeld. De 15.000 toeschouwers zagen slechts de onuitblusbare aanvalslust van de Rotterdammers, hun rappe combinaties afgewisseld met razende solo’s van de buitenspelers Van Ede en Geel.

Daniëls, middenvoor, scoorde drie uitstekende doelpunten. Geel, Van Ede en Verhoeven namen het andere drietal voor hun rekening en zij drukten daarmee de grenzeloze activiteit van de gehele aanvalslinie uit.

Bosselaar en Benningshof speelden zoals binnenspelers betaamt: onvermoeibaar zwoegend, voortdurend met goede passes paniek zaaiend in het zuidelijk defensieblok.

De blauw-witte verdedigers raakten reeds in de eerste minuten hun zekerheid kwijt; Een fel doorzettende Benningshof (hij is zijn plaats volkomen waard!) drong door in het strafschopgebied en lanceerde uit een moeilijke positie een lage voorzet. Linksback Tebak en stopper Van Kemenade stonden elkaar in de weg. Tussen de benen van de spil door rolde de bal verder. En daar stond Daniëls. Zijn schot was half-hoog, hard en zuiver! (1—0).
Benningshof zelf knalde van verre afstand op de paal, de goed spelende rechtshalf Verbeek loste een schot, waarmee de jonge Eindhoven-goalie Heijink alle moeite had.

Het Sparta-bombardement verslapte slechts even om doelman Van Dijk gelegenheid te geven een heldenrol te spelen. Driemaal achtereen stond hij pal in de baan van schoten van zuidelijke aanvallers. Een stoere kopbal van middenvoor Louwers (na rust linksbuiten) werkte hij weg, maar voor de voeten van Tielens, die opnieuw inschopt. Van Dijk redde. Ten slotte probeerde Snoek het nog een keer, maar weer die keeper…

Hoofdschuddend trokken de Eindhovenaren terug. Zelfs het uitvallen van Terlouw (beenblessure) kon hen niet inspireren. Zij merkten trouwens snel, dat Hans de Koning ook een stopper van betekenis is. En invaller linkshalf Verhoeven was ook geen verzwakking.

De zuidelijken konden het hoofd blijven schudden. Zij zagen verbaasd toe hoe linksbuiten Peet Geel een formidabele rush ondernam, nadat hij door een pass van Benningshof in de vrije ruimte kwam. Hij omspeelde ook doelman Heijink en het was 2 – 0.

Nog voor rust toen Bosselaar een bekende dieptepass afgaf, die Tebak verkeerd beoordeelde. Daniëls liep door en scoorde heel goed. Tebak verliet kort daarna het veld (Vlemmix nam zijn plaats in). Trouwens alle spelers verlieten de kokende arena, want het was rust.

In de tweede helft geen Eindhovens herstel. Steeds minder bleken Louwers, Snoek c.s. in staat De Koning en zijn makkers te verontrusten, steeds minder vat kreeg de defensie op de niet te stuiten aanvallen van Sparta.

Het doelpuntenfestijn werd na 20 minuten voortgezet toen Tony van Ede (prachtig op dreef) weergaloos snel langs de lijn snelde en van verre voorzette. Keeper Heijink kon er niet bij. Rechtsback v. d. Boomen miste en Verhoeven knalde raak (4 – 0)

Van Ede toonde het verrukte publiek, dat zat te genieten in het heerlijke zonnetje, zijn uitgelezen sprinterskwaliteiten. Hij ving een fraaie hoge pass van Lou Benningshof op, schudde linkshalf Visscher van zich af, gleed vervaarlijk het strafschopgebied binnen en passeerde de arme doelman kansloos (5 – 0).

Weer speelde Van Ede een rol van betekenis, toen hij goed afgaf aan zijn middenvoor Daniëls, die zeer beheerst en zuiver het zesde, klassieke, doelpunt op zijn naam bracht (6 – 0).
En nog wisten de Spartanen niet van ophouden. Zij streden in dit eerlijke, mannelijke duel tot de laatste minuut op volle kracht. Gelukkig bleven ook de zuidelijken vechten voor een doelpunt, waarmee althans een stukje van de eer gered zou zijn. Het lukte niet. Jammer voor de dappere vechters uit het zuiden, die hun bijdrage leverden om deze zondag tot een gloriedag voor Sparta te maken. Een gloriedag, waar rood-wit op heeft zitten wachten, omdat daarmee de periode van herstel ingeluid kan worden.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit Het Vrije Volk van 29 oktober 1956 via delpher.nl

Met medewerking van Rotterdam van toen

Haagseveer 1956

Een waterpolowedstrijd voor het Vakantiebestedingswaterpolotoernooi in de Delftsevaart aan het Haagseveer met op de achtergrond het Stadhuis, 14 augustus 1956.

Uit Het Vrije Volk van 15 augustus 1956:
Waterpolo in Haagseveer
Voor het Vakantiebestedingswaterpolotoernooi in het Haagseveer te Rotterdam werd dinsdagavond een aanvang gemaakt met een driedaags nationaal toernooi tussen SVH, RZC en de R uit Rotterdam en Merwede uit Dordrecht. Het vertoonde spel kwam tot een redelijk peil en met dertien doelpunten kwamen de ruim 3000 toeschouwers ruimschoots aan hun trek.

In de strijd tussen SHV en de R was het een en al spanning. De eindstand werd hier 4 – 4.Een schrille tegenstelling was de strijd tussen RZC en Merwede. De Rotterdammers zwommen de Merwedianen er op alle fronten uit en wonnen met 5 – 0.
Deze laatste strijd gold tevens als eindstrijd voor de bekercompetitie van de ZRO.

Het schippersveer op Den Haag was aan deze kade gelegen evenals het kantoor van het wagenveer. Een huis ”s-Gravenhage’ trof men hier al in 1596 aan. In het midden van de 17de eeuw is er sprake van ‘het Haagscheveer’ op de Delftsevaart, in 1707 is er bijgevoegd ‘naest het Coolhuys’ (de Sint Jorisdoelen). Delftsevaart was vroeger de gewone naam van deze straat. Later sprak men van Delftsevaart, anders genaamd Haagseveer. De laatste naam kwam in de 19de eeuw steeds meer in zwang. Na het bombardement werd het Haagseveer in zuidelijke richting verlengd met een gedeelte van de Westewagenstraat.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en uit Het Vrije Volk via delpher.nl

Met medewerking van Rotterdam van toen

1e Middellandstraat 1956

Gezicht op de Eerste Middellandstraat met op de voorgrond de ‘s-Gravendijkwal, 1956.

De Eerste Middellandstraat is vernoemd naar een onbedijkt stuk land tussen Schoonderloo en Beukelsdijk dat omstreeks 1280 werd bedijkt. Door Ghisebrecht Bokel was in de tweede helft van de 13de eeuw aan Claes de Vriese verboden om een stuk land, dat grensde aan Bokels ambacht, te bedijken. Daardoor bleef midden tussen Schoonderloo en Beukelsdijk een onbedijkt land liggen. Omstreeks 1280 krijgt Jan van Scoenreloo, zoon van Claes de Vriese, toestemming tot bedijken. Dit Middelland heeft waarschijnlijk ongeveer ter plaatse van de huidige straat gelegen. Een ‘Middelwateringhe’ komt aldaar reeds in 1410 voor. Op de kaart van Stampioen (1653) heet deze watering Scheydsloot. Ze vormde de scheiding tussen twee ambachten. In 1906 werd de Middellandstraat in 1ste Middellandstraat verdoopt, terwijl toen tevens de 2de Middellandstraat haar naam ontving. De naam Middelland is later gegeven aan de wijk waarin genoemde straten liggen.

De ‘s-Gravendijkwal is vernoemd naar de vroeger ongeveer op deze plaats gelegen dijk in het ambacht Cool, die al in 1358 onder de naam ‘s-Gravendijkwal voorkomt. De dijk, gelegen ten oosten van het Middelland die later ook wel Dijkwal wordt genoemd, is misschien onder graaf Floris V aangelegd. Voor het gebouw van de voormalige Eerste H.B.S. aan de ‘s-Gravendijkwal staat het monument van de beroemde Rotterdamse scheikundige Dr. Jacobus Henricus van ‘t Hoff 1852-1911. Dit monument werd op 17 april 1915 onthuld.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

MS Willem Ruys 1956

Twee jongens op de dek van de Willem Ruys, kijkend naar de Sibajak, 30 augustus 1956.

Het motorschip Willem Ruys werd in 1938-1947 gebouwd als passagiersschip voor de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd. Als Italiaans cruiseschip onder de naam Achille Lauro is het schip bekend geworden door de kaping in 1985 en de brand en ondergang in 1994.

Het schip was in 1938 door de Rotterdamsche Lloyd besteld bij scheepswerf Koninklijke Maatschappij De Schelde (KMS) in Vlissingen en kreeg daarbij bouwnummer 214. Onder dit bouwnummer, een naam was nog niet bekend, werd op 25 januari 1939 de kiel gelegd. Als gevolg van de Tweede Wereldoorlog en de naoorlogse materiaalschaarste kon het schip niet worden afgebouwd en heeft het zeven en een half jaar op de helling in de Vlissingse binnenstad gestaan. De elektrotechnische installateur verborg veel voor de installatie benodigde materialen in een dichtgelast ruim. Over de rol die het in aanbouw zijnde schip zou hebben gespeeld bij het voorkomen van een door de Duitse bezetter voorgenomen vernietiging van de scheepswerf zijn deskundigen het niet eens. Na de bevrijding van Vlissingen heeft de zoetwaterinstallatie aan boord van het schip twee weken lang drinkwater aan de stad geleverd. Toen in 1944 de dijken van Walcheren op drie plaatsen werden gebombardeerd, waardoor een groot deel van het eiland onder water kwam te staan, werden de sloepen van de Willem Ruys gebruikt voor transport over water.

Het schip was bedoeld als tegenhanger van de Oranje die concurrent Stoomvaart-Maatschappij Nederland in 1937 had besteld. Net als de Oranje had de Willem Ruys een gestroomlijnde bovenbouw met twee zorgvuldig geproportioneerde eveneens gestroomlijnde schoorstenen. Ook de inrichting van het schip was minder uitbundig dan tot het begin van de jaren 30 gangbaar was, maar wel het werk van een ploeg ontwerpers met onder meer de architect Eschauzier. Technisch was het uniek dat de twee schroeven via tandwielkasten werden aangedreven door acht snellopende dieselmotoren. De Willem Ruys was niet zo snel als de Oranje, maar bood plaats aan meer passagiers en lading.

Pas op 1 juli 1946 werd het schip gedoopt en te water gelaten. Het kreeg de naam “Willem Ruys”, naar de in de oorlog gefusilleerde Lloyd-directeur Willem Ruys (1894-1942). Tegelijk verkreeg de Rotterdamsche Lloyd het predicaat Koninklijk. Op 28 september 1947 verliet het schip de werf voor de eerste proeftocht, waarna het aan de Lloydkade in Rotterdam werd afgemeerd voor de laatste afbouwwerkzaamheden. De eerste reis begon op 2 december 1947.

De Willem Ruys was het vlaggenschip van de Koninklijke Rotterdamse Lloyd en voer tot 1958 op de lijndienst die dit bedrijf op Nederlands-Indie en later Indonesië onderhield. In deze periode vervoerde het veel repatrianten die naar Nederland gingen en emigranten uit Nederland naar Australië en Nieuw-Zeeland. Voor veel passagiers markeerde de overtocht met de Willem Ruys het begin van een heel ander leven. In 1953 kwam het schip in de Rode Zee in aanvaring met de Oranje van de Stoomvaart-Maatschappij Nederland, de latere Angelina Lauro, maar de schade viel mee. In totaal maakte het schip tussen 1947 en 1958 64 rondreizen tussen Nederland en Indonesië. Daarna kwam de Willem Ruys samen met de Oranje in een ‘rond-de-wereld’-dienst, waarmee beide Nederlandse rederijen nieuw emplooi zochten voor hun passagiersschepen. Voor dit doel werd het schip verbouwd: beide schoorstenen werden verlengd en het achterschip werd hoger opgebouwd.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Mat medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel 1956

Een vlag op de Bijenkorf-in-aanbouw bij het bereiken van het hoogste punt, 7 juli 1956. Op de achtergrond de Coolsingel, het HBU-gebouw en de oude Bijenkorf.

De Rotterdamse vestiging van De Bijenkorf is één van de drie grootste vestigingen van de warenhuisketen. Het gebouw dateert uit 1957 en is een symbool van de wederopbouw van de stad Rotterdam. Het is met die in Amsterdam en Den Haag een van de drie zogeheten flagship stores, de belangrijkste winkels uit de keten. Geruime tijd waren de vestigingen van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam de enige in Nederland. Eindhoven was in 1969 de vierde vestiging en de eerste buiten de Randstad.

Het gebouw staat prominent tegenover de Beurs aan de Coolsingel, sinds 2012 naast de B’Tower. De huidige Bijenkorf verrees als vervanging van het voormalige gebouw dat door de bombardementen zwaar getroffen was en is ontworpen door de Hongaars-Amerikaanse architect Marcel Breuer (1902–1981).

Eveneens onderdeel van het rijksmonumentale complex is de ernaast gelegen met toegang vanuit de Bijenkorf en gelijktijdig gebouwde bioscoop van Cineac-NRC, vanaf 1977 Cineac Bijenkorf genoemd, in 1989 gesloten en nu een wokrestaurant.

De sculptuur De gestileerde bloem van de hand van Naum Gabo voor het gebouw is gelijktijdig geplaatst. De sculptuur werd geplaatst om aan de gemeentelijke eis van een dubbele rooilijn te voldoen. In het gebouw werd onder meer een replica van de verloren gegane glas-in-loodcompositie V van Van Doesburg geplaatst en een beeld van Henry Moore.

De Bijenkorf in Rotterdam van 1930 was een warenhuisgebouw van de Bijenkorf ontworpen door de architect Willem Dudok. Het stond aan Schiedamse Vest, de zuidkant van het toenmalige Van Hogendorpsplein (ten westen van het Schielandshuis), op de plek van het huidige Churchillplein.

Tijdens het bombardement van 14 mei 1940 werd het gebouw grotendeels verwoest. Het deel dat behouden was gebleven (ongeveer een derde) deed tot de opening van het huidige gebouw van de Bijenkorf in 1956 nog dienst als warenhuis, hierna nog drie jaar als opslagruimte. In 1960 werd het op last van de gemeente – feitelijk net dertig – jaar oud – gesloopt in verband met de aanleg van de Westblaak en de Rotterdamse metro naar Rotterdam-Zuid.
De grondwerkzaamheden begonnen in 1929 en de eerste paal werd geslagen op 13 juni van dat jaar.

De opening op 16 oktober 1930 was een gebeurtenis waar 70.000 mensen op afkwamen. De Bijenkorf van Dudok was voor de oorlog het eerste gebouw in Rotterdam dat de beschikking had over roltrappen en een elektrische vloermat voor het automatisch vegen van den schoenzolen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Beijerlandselaan 1956

Feestverlichting in de Beijerlandselaan ter hoogte van bioscoop Colosseum

Tijd: 26 oktober 1956

De Beijerlandselaan is vernoemd naar het dorp Oud-Beijerland in de Hoeksche Waard.

Nadat Carel van Zwanenburg (1875-1930) rond 1926 zijn Luxor-theater aan de Kruiskade verkocht had maakte hij plannen om een bioscoop in Rotterdam-Zuid te openen. Hij gaf opdracht aan de architecten Ten Bosch en Le Grand voor een ontwerp van een complex met woningen, winkels, het theater en een café. Toen de kosten daarvan te hoog waren, werd het aangepast door P.Dick. Vanwege de ovale vorm die het theater zou krijgen werd door de dochter van van Zwanenburg de naam Colosseum verzonnen. Op 19 december 1929 opende Colosseum de deuren aan de Beijerlandselaan.

De zaal had 1034 zitplaatsen (bruin voor de goedkopere stoelen, groen voor de duurdere) en een groot toneel van 9 meter. Toen in 1930 van Zwanenburg overleed, nam zijn vrouw de exploitatie over en in 1933 besloot ze het te verkopen aan de heer C. van Willigen, die enkele verbouwingen liet uitvoeren. Zo werd er neonverlichting aan de buitenkant van het gebouw bevestigd.

Naast bioscoopfilms (meestal twee op een avond) was er in de beginjaren ook regelmatig variété voorstellingen (tot 1935). Tijdens de oorlog was ook deze bioscoop verplicht diverse Duitse films te draaien. In 1942 werd er een cinema-orgel geplaatst.

Na de oorlog nam het bezoekersaantal weer toe, maar de groeiende populariteit van de televisie betekende echter dat er langzaamaan minder bezoekers kwamen. In 1967 werd de exploitatie door het Cineac-concern voor tien jaar overgenomen. Alhoewel er de eerste jaren nog goede films werden vertoond, begon de kwaliteit langzaam slechter te worden en werden er steeds meer karate- en seksfilms getoond. In maart 1977 viel uiteindelijk het doek voor deze bioscoop. De laatste film was “Op de Chinese vuist”. Daarna werd het theater voornamelijk gebruikt door diverse bijeenkomsten.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotta historica