Tag Archives: 1957

2e Schansstraat, 1957

De 2e Schansstraat bij het hoekpand nummer 45 op de hoek van de Bingleystraat, 1957. Op de achtergrond rechts de Spanjaardstraat.

De 2e Schansstraat is vernoemd naar de schansen en wallen waarmee Delfshaven op bevel van het Hof van Holland in 1573 tegen de vijand diende te worden versterkt. De 1ste Schansstraat komt onder de naam Pietersstraat reeds voor op een plattegrond van omstreeks 1670. Voor deze naam is geen verklaring gevonden. Ook de naam Stinckershoeck voor deze straat komt in die tijd voor. Hierbij moet gedacht worden aan de haringplaats, die volgens de plattegrond van 1573 naast de steeg lag. In het begin van de 18de eeuw komt ze als Schanssteeg voor. Onder de naam Bleekersteeg staat de straat in de 19de eeuw ook wel bekend. Deze naam dankte ze aan de stadsbleek aan de overzijde van de Molen- of Kreeksloot, waarop de steeg uitliep. Verder zullen de Breede Westerhoofdstraat (1684) en Oude Westerhoofdsteeg (1693) ook wel namen voor de 1ste Schansstraat zijn geweest. In 1910 ontvingen de Schanssteeg en de twee daaraan evenwijdig lopende straten de naam Schansstraat; ter onderscheiding is daarbij de benaming 1ste, 2de en 3de bijgevoegd.

De Bingleystraat heet naar de Rotterdamse toneelspeler Ward Bingley (1757-1818).

De Spanjaardstraat herinnert aan de bezetting door de Spanjaarden. Zij hielden van 10 april tot 21 juli 1572 verschrikkelijk huis in Delfshaven. Na hun vertrek werd de havenplaats rondom met wallen en schansen versterkt.

De foto komt uit de collectie Topografie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Scalatheater aan de Westblaak, 1957

Het nieuwe Scalatheater aan de Westblaak, 12 december 1957.

De eerste bioscoop aan de Kruiskade, het Luxor, verrees in 1917 naast hotel Allard. De straat kwam pas echt tot leven vanaf 1927 toen ze werd geasfalteerd ter verbetering van de doorstroming van de verkeersdrukte. Hotel Central werd geopend op de plaats van hotel Allard en het geheel vernieuwde Luxor, ook Luxor-palast genoemd, verrees. Luxor zou in 1985 zijn deuren sluiten.

De bioscopen aan de Kruiskade kwamen dus pas na 1917 in opmars. De tweede bioscoop die daar opende was het Soesman Theater in 1922, dat in datzelfde jaar om onbekende reden al weer werd gesloten. Het was een ontwerp van architect L.C. van der Vlugt, de architect van de Van Nellefabriek en het Feijenoordstadion. Eigenaar was Ph. Soesman, ondernemer in ‘publieke vermakelijkheden’. Soesman was een bekende vooroorlogse Joodse theaterfamilie in Rotterdam. Zo was Samuel Soesman de directeur van Casino Variété.

Het Soesman Theater werd in 1923 voortgezet als Scala-Theater. In 1936 dreigde opheffing voor Scala en werd openbaar geveild. Op het laatste nippertje besloot de directie toch de exploitatie voort te zetten. Scala werd in 1940 verwoest tijdens het bombardement en na de oorlog herbouwd aan de Westblaak. Het werd in 1957 geopend en sloot al een jaar later. Het Scala-theater werd omgebouwd tot Cinerama, voor de vertoning van de zogeheten Cineramafilms, een systeem dat vanaf 1952 werd gebruikt. Naoorlogse bioscopen aan de Kruiskade waren Thalia, die in 1955 opende, en Corso uit 1961. Beide sloten in 1997 hun deuren.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Sparta – DOS 1957

Jayne Mansfield zoent Spartaspeler Rinus Terlouw voor de aftrap van Sparta – DOS op 13 oktober 1957.

Via de site van Radio 1:
Voor veel Sparta-fans was het een legendarische gebeurtenis, die aftrap op 13 oktober 1957. Mansfield sloot het voetbalmoment af met een zwoele kus op de mond van aanvoerder Rinus Terlouw. Het elftal was daarvan zo onder de indruk, dat ze onderuit gingen met 7-1.

Herman Kuiphof, die bij de wedstrijd was, zou er in 1992 over vertellen in NRC. “Een van de weinige keren dat hij echt faalde, was in een vriendschappelijke wedstrijd tegen het Utrechtse DOS. Maar dat kwam waarschijnlijk doordat hij rond de aftrap een kusje had gekregen van de Amerikaanse sexbom-filmster Jayne Mansfield. Het werd 7-1 en `de rots’ was die dag van bordpapier.”

De historische aftrap nam Mansfield overigens in een even zo historisch stadion: Het Kasteel bestaat al meer dan 100 jaar. Tot april dit jaar was Mansfield te bewonderen op een groot billboard nabij het stadion, maar een voorjaarsstorm maakte daar een einde aan.

De Amerikaanse overleed tien jaar na de aftrap ten gevolge van een auto-ongeluk. Ze was op weg naar een nachtclub in Mississippi, waar ze zou optreden als zangeres. Ze was nog maar 34 jaar.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van https://www.nporadio1.nl/…/6227-deze-dag-toen-jayne-mansfie…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lijnbaan 1957

Flamingo’s op de Lijnbaan ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Diergaarde, 6-18 mei 1957.

Rond 1855 richtten twee spoorwegbeambten een spoortuintje in de Rotterdamse binnenstad in om hun verzameling exotische vogels onder te brengen. Deze hobby-vogeltuin werd een groot succes en leidde tot de oprichting van de ‘De Rotterdamsche Diergaarde’ in 1857. De eerste directeur was Henri Martin, oorspronkelijk leeuwentemmer van beroep. Aanvankelijk mochten alleen leden van de vereniging de dierentuin bezoeken.

In 1857 kreeg J.D. Zocher van de gemeente de opdracht om de tuin voor de Diergaarde aan te leggen. De bedoeling was om op een aangename wijze kennis van dieren en planten te bevorderen. Zocher voerde het plan uit samen met zijn zoon Louis Paul. De Diergaarde was een enorm succes. Tijdens de aanleg kon men de dieren al bezichtigen en binnen acht maanden tijd leverde dat ruim twaalfduizend bezoekers op. Daaronder bevonden zich bijna vierduizend stadgenoten die geen lid waren. Het lidmaatschap was namelijk erg duur, maar eenmaal per jaar, tijdens de kermis, kon de gewone man voor een gereduceerd tarief de dierentuin bezoeken.

De ingang van de Diergaarde was aan de Kruiskade. Rondom het terrein was een fraai hek geplaatst. De dierenverblijven en andere gebouwen werden ontworpen door de architecten A.W. van Dam en H.J. de Haas. In 1862 werd de Diergaarde uitgebreid, waarbij opnieuw de hulp van Zocher werd ingeroepen. Dit gedeelte, dat bekend werd onder de naam Nieuwe Tuin, sloot naadloos aan bij het oude gedeelte. De Diergaarde kon zich meten met die van Amsterdam en Antwerpen dankzij de smaakvolle aanleg van Zocher.

In 1937 besloot het gemeentebestuur van Rotterdam dat de Diergaarde uit het stadscentrum moest wijken voor stedelijke bebouwing. Vanwege het steeds drukker wordende verkeer werd de Diergaarde verplaatst naar de wijk Blijdorp. Het jaar erop begon men met de bouw van de nieuwe Diergaarde ‘Blijdorp’, genoemd naar de polder Blijdorp, waar de tuin nog steeds gehuisvest is. Architect S. Van Ravesteyn kreeg de opdracht voor het ontwerp.

Toen de verhuizing naar Blijdorp in volle gang was, bombardeerden de Duitsers op 14 mei 1940 de binnenstad en daarmee ook de Diergaarde. De chaos was enorm en vele dieren overleefden het bombardement en de vuurzee niet. Voor zover mogelijk werden de overlevende dieren overgebracht naar Blijdorp, waar men nog volop bezig was met de bouw van de nieuwe tuin. Op 7 december 1940 werd de nieuwe Diergaarde officieel geopend.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

met medewerking van Rotterdam van toen

Kerstverlichting in de Peppelweg, 1957

De Peppelweg heet naar een boom, meestal populier genaamd en behorend tot de wilgenfamilie.

Schiebroek was oorspronkelijk een ambachtsheerlijkheid die reeds in het begin van de 14de eeuw bestond. Ze kwam in die tijd voor onder de naam Broek (moerasland). Later sprak men over Schiebroek vanwege haar ligging in Schieland. De heerlijkheid bestond uit een tussen 1772 en 1779 drooggemaakte polder en een woonbuurtje bij de Kleiweg. In 1941 werd Schiebroek door Rotterdam geannexeerd. Met uitzondering van de Schiebroekselaan en -straat liggen de bovengenoemde straten enz. in en bij de voormalige buurt. Het Schiebroeksepark is het recreatiegebied, dat ten noordoosten van de ‘tuinstad’ ligt. De Schiebroekse Ringvaart is het water dat ten tijde van de inpoldering van het moerasgebied in de 18de eeuw is gegraven. Van deze vaart bestaat alleen het gedeelte langs Ringdijk en Erasmussingel nog. Voor 1983 heette deze alleen Ringvaart.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Wolphaertsbocht 1957

De Wolphaertsbocht met op de achtergrond een schip in een dok, oktober 1957.

Wolphaert Jansz. was één van de mannen, die in 1410 van de heer van Putten verlof kregen om Katendrecht te bedijken. Samen met Jan Wolphaertsz. werd hij tevens tot ambachtsheer aangesteld. Vóór de vereniging van Charlois met Rotterdam droeg de Wolphaertstraat de naam Groote Singel.

De Doklaan herinnert aan de hier gelegen voormalige Dokhaven. De haven werd in 1881 gegraven en ongeveer een eeuw later gedempt. Ze dankte haar naam aan de gemeentelijke dokken en veren, die hier lagen. Op het gedempte terrein zijn woningen gebouwd en is het Dokhavenpark aangelegd. Vóór de demping lag ten zuiden van de haven de Dokhavenkade.

Charlois (spreek uit: sjaarloos) en de Riederwaard (Reijerwaard) behoorden vroeger tot het land van Putten, een geheel onafhankelijk gebied met een eigen regering en een eigen recht. In 1456 ging dit gebied over van de heren van Gaesbeek op de hertog van Bourgondië, die er zijn zoon Karel de Stoute, graaf van Charollois (een graafschap in Bourgondië), mee beleende. Door de vele hoge vloeden in de 14de en 15de eeuw liep dit gebied regelmatig onder water. Karel de Stoute wilde in 1460 ‘die lande, slijck, uterwairt ende Rietbroek, geheiten Riderwairt’ laten bedijken. Als voorwaarden werden daarbij gesteld dat dit land niet meer Riederwaard, doch Charlois zou heten, en dat er een kerk gesticht zou worden, gewijd aan Sint Clemens.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Karel Doormanstraat 1957

Een wederopbouwrit op de Karel Doormanstraat met de in aanbouw zijnde Lijnbaanflats, 1 juni 1957.

De Karel Doormanstraat draagt de naam van zeeofficier Karel Willem Frederik Marie Doorman (1889-1942). Hij voerde in 1942 als schout bij nacht het bevel over het Nederlandse vlooteskader. De Nederlandse vloot ging in de strijd met de Japanse vloot in de nacht van 27 op 28 februari 1942 in de Javazee ten onder. De straat ligt ongeveer ter plaatse van de vooroorlogse Tuinderstraat en Diergaardekade.

In tegenstelling tot de traditionele Nederlandse winkelstraat zijn woningen en kantoorruimtes bij de Lijnbaan niet boven de winkels geplaatst maar in aparte gebouwen erachter. De winkels worden bevoorraad vanuit een expeditiestraat aan de achterzijde, die eveneens de toegangsstraat voor de woonbebouwing vormt. Deze bestaat uit blokken van resp. drie, dertien en negen lagen, die een gemeenschappelijk groengebied omsluiten. Het ontwerp stond onder supervisie van H.A. Maaskant, die zelf de losstaande Cityflat ontwierp. De unieke stedenbouwkundige opzet van voetgangersgebied, expeditiestraat en hoogbouw aan woonhoven heeft een van de weinige geslaagde vormen van stedelijk wonen opgeleverd, en blijkt ook kantoorkolossen uit de jaren zeventig moeiteloos te incorporeren.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van http://www.architectuurgids.nl/…/list_p…/typ_id/3/prj_id/171

Met medewerking van Rotterdam van toen

Centraal Station 1957

Het Centraal Station ter hoogte van de loketten, 1957.

Het Station Rotterdam Centraal was een stationsgebouw dat tussen 1957 en 2007 diende als het Centraal Station van Rotterdam. Het gebouw was ontworpen door de architect Van Ravesteyn. Het was onderdeel van de wederopbouw van Rotterdam. Het gebouw werd in 1957 geopend. In 2007 werd het gesloten en het jaar erop gesloopt om plaats te maken voor de nieuwbouw die in 2014 geopend werd. In 2007 maakten dagelijks zo’n 110.000 reizigers gebruik van Centraal Station in Rotterdam.

In 1954 kwam de Nederlandse Spoorwegen met plannen om een nieuw station te bouwen als uiteinde van een nieuwe verkeersader. Het station zou ook het (tweede) Station Rotterdam Delftsche Poort vervangen dat door het bombardement van 14 mei 1940 ernstig beschadigd was geraakt. Tussen 1941 en 1953 maakte architect Sybold van Ravesteyn zijn ontwerpen voor het nieuwe station. Daarvoor had Van Ravesteyn inspiratie opgedaan bij het modernisme dat bij Italiaanse stationsgebouwen gebruikt werd. De inspiratie was terug te vinden in de flauwe bocht van het gebouw aan het het stationsplein en gevelopbouw waarbij gewerkt is met de werking van licht en schaduw. Het hal had een schalenplafond, de betonnen overkapping van het perron was sierlijk. Bij zijn eerste ontwerp had Van Ravesteyn nog een centrale toren, maar de gemeente Rotterdam drong aan om een meer moderne dan klassieke opzet, waardoor Van Ravesteyn in vervolgontwerpen zich meer richtte op het functionalisme. Toen de Nederlandse Spoorwegen in 1954 kwam met de uiteindelijke bouwplannen, duurde het tot 13 maart 1957 voordat het nieuwe station werd opgeleverd. Op 21 mei 1957 werd het officieel geopend.

Voor 2025 werd gerekend op 320.000 reizigers per dag. Om deze toename aan te kunnen was een nieuw station nodig. Ook was het bestaande station, met name de reizigerstunnel, te klein geworden om het grote aantal passagiers te verwerken. In 2004 werd begonnen met een totale herbouw van het station en zijn omgeving om het toenemende verkeer van treinen, bijvoorbeeld de hogesnelheidstrein tussen Amsterdam, Brussel en Parijs, te kunnen verwerken en om de RandstadRail zijn plaats te kunnen geven. In juni 2004 gaven Prorail en de Gemeente Rotterdam de opdracht aan Team CS, een coöperatie tussen Benthem Crouwel Architekten, MVSA Meyer &Van Schooten Architecten, en West 8 om de plannen uit te werken tot een ontwerp voor het nieuwe centraal station.

Op 16 mei 2006 onthulde burgemeester Opstelten een kunstwerk van Onno Poiesz bestaande uit het woord EXIT, dat achter de ramen van de voorgevel bevestigd werd. Een deel van de letters “CENTRAAL STATION” die tot aan de sluiting van het station op het gebouw stonden is door Peter Hopman en Margien Reuvekamp van Bureau Lakenvelder in een andere volgorde gezet zodat zij tot aan de sloop van het gebouw de ode “TRAAN LATEN” toonden. De definitieve sluiting van het verouderde station vond plaats op 2 september 2007, in aanwezigheid van burgemeester Ivo Opstelten, om een begin te kunnen maken met de afbraak. Tussen 16 januari 2008 en eind maart 2008 werd het stationsgebouw geheel afgebroken.

Voor de Tweede Wereldoorlog had Rotterdam geen echt Centraal Station, maar vier stations in en rond het centrum: Delftse Poort (richting Schiedam, Den Haag HS en Amsterdam CS), Beurs (richting Dordrecht), Maas (richting Gouda en Utrecht) en Hofplein (richtingen Den Haag HS/Scheveningen). Treinen uit de richting Utrecht eindigden van 1858 tot 1953 op station Maas. Sindsdien worden zij via de Ceintuurbaan (met stopplaats Rotterdam Noord) naar het Centraal Station geleid.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Proveniersplein 1957

 

Het Proveniersplein bij de achterzijde van het Centraal Station, na 1957. Op de achtergrond het Groothandelsgebouw.

De naam van dit plein is afkomstig van het nabijgelegen Proveniershuis aan de Schiekade. Oorspronkelijk was dit een Leprooshuis, waarvan het bouwjaar niet bekend is, doch dat reeds in 1438 bestond. Al in 1542 werden in dit huis proveniers of ‘kostkopers’ opgenomen. Het aantal leprozen werd steeds minder, zodat uiteindelijk alleen de proveniers overbleven. In 1806 werden de bejaarden uit het Oudemannenhuis aan de Hoogstraat in het Proveniershuis ondergebracht. Het oude huis aan de Schiekade werd in 1898 vervangen door een nieuw gebouw, het Heilige Geesthuis, aan de Gerard Scholtenstraat. Daarna werd het pand gesloopt.

In 1954 kwam de Nederlandse Spoorwegen met plannen om een nieuw station te bouwen als uiteinde van een nieuwe verkeersader. Het station zou ook het (tweede) Station Rotterdam Delftsche Poort vervangen dat door het bombardement van 14 mei 1940 ernstig beschadigd was geraakt. Tussen 1941 en 1953 maakte architect Sybold van Ravesteyn zijn ontwerpen voor het nieuwe station. Daarvoor had Van Ravesteyn inspiratie opgedaan bij het modernisme dat bij Italiaanse stationsgebouw gebruikt werd. De inspiratie was terug te vinden in de flauwe bocht van het gebouw aan het het stationsplein en gevelopbouw waarbij gewerkt is met de werking van licht en schaduw. Het hal had een schalenplafond, de betonnen overkapping van het perron was sierlijk. Bij zijn eerste ontwerp had Van Ravesteyn nog een centrale toren, maar de gemeente Rotterdam drong aan om een meer moderne dan klassieke opzet, waardoor Van Ravesteyn in vervolgontwerpen zich meer richtte op het functionalisme. Toen de Nederlandse Spoorwegen in 1954 kwam met de uiteindelijke bouwplannen, duurde het tot 13 maart 1957 voordat het nieuwe station werd opgeleverd. Op 21 mei 1957 werd het officieel geopend.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen