Tag Archives: 1960

Een parkje langs het Weena, (Ong.)1960

Een parkje langs het Weena met postbestellers, 1960-1970.

Het Weena dankt zijn naam aan het Huis of Hof van Weena, dat ter hoogte van het huidige Station Hofplein lag. Dit kasteel was in het begin van de 13de eeuw gebouwd en werd bewoond door de familie Bokel. Het was vermoedelijk een vierkante woontoren, die op een eilandje lag. Volgens de kroniekschrijver Willem van der Sluys werd het kasteel in 1426 door de Hoekse troepen onder Willem Nagel verwoest. Slechts een gedeelte van de toren heeft hier nog verschillende eeuwen gestaan. Toen de stad in 1590 eigenares van het terrein werd, zijn daarheen de lakenramen overgebracht. Op het grondgebied van het vroegere kasteel lagen van 1854 tot 1956 de 1ste en 2de Weenastraat en het Weenaplein. Deze zijn verdwenen in verband met de aanleg van het vliegveld Heliport. In deze buurt herinneren enige straten aan de heren van Weena, zoals de Almondestraat, de Boekhorststraat en de Roo Valk-straat. De naam Weena is een verbastering van Wedena, dat is afgeleid van het middeleeuwse woord wedeme (morgengave of huwelijksgift).

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het clubhuis van Zwart-Wit ’28 op sportcomplex Varkenoord, 1960

Het nieuwe clubhuis van Zwart-Wit ’28 op sportcomplex Varkenoord, 4 november 1960.

R.C.V.V. Zwart-Wit ’28 (Rotterdamse Christelijke Voetbalvereniging Zwart-Wit ’28) is een voormalige amateurvoetbalclub uit Rotterdam-Zuid.

Zwart-Wit ’28 werd op 1 mei 1928 opgericht en speelde op zaterdag. Omdat er ook een zondag voetbalclub met de naam Zwart-Wit was, moest het jaartal van de NVB aan de naam toegevoegd worden. De club speelde op Varkenoord en verhuisde in 1966 naar het nieuwe complex Sportpark De Vaan. De club promoveerde in de jaren 60 meermaals en kwam op het hoogste niveau, de Eerste klasse A (later hoofdklasse).

De grootste successen van de club waren begin jaren ’70 met de kampioenschappen in de Eerste klasse A en de algehele zaterdag kampioenschappen in 1971 en 1972 en het algeheel amateurkampioenschap in 1971. De vrouwentak won in 2000 de KNVB beker.

Vanaf eind jaren 90 ging het financieel slechter met de club en mede door wanbestuur en hoge betalingen aan spelers ging Zwart-Wit ’28 in 2004 failliet. Begin februari werden alle elftallen uit de competitie genomen en enkele dagen later brandde de accommodatie af. Op 24 februari 2004 werd de club officieel opgeheven.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Weena – Karel Doormanstraat, 1960

Verkeersborden met omleidingen wegens de metrobouw, op of nabij het Weena en de Karel Doormanstraat, 1960-1965 (geschat).

De eerste metrolijn, Noord-Zuidlijn genoemd, was tevens de eerste van Nederland, en bij de opening een van de kortste metrolijnen ter wereld: slechts 5,9 kilometer tussen het station Rotterdam Centraal en het station Zuidplein op de linker Maasoever. Op 9 februari 1968 openden prinses Beatrix en prins Claus in het bijzijn van toenmalig burgemeester Wim Thomassen en RET-directeur drs. C.G. van Leeuwen de metrolijn op het Centraal Station met een rit naar Zuidplein. Met de bouw van de lijn, die ruim zeven jaar duurde, was een bedrag van 170 miljoen gulden (ruim 77 miljoen euro) gemoeid, plus twintig miljoen gulden (negen miljoen euro) aan bijkomende werken. Om de Rotterdammers kennis te laten maken met dit nieuwe vervoermiddel, mocht iedere inwoner eenmaal een gratis ritje maken met de metro. De Rotterdamse metro had zijn eerste grote presentatie aan het publiek al in 1960 op de Floriade in de vorm van een 38 meter “bewegende” maquette met modeltreinen.

Het belangrijkste kunstwerk was de tunnel onder de Nieuwe Maas. Deze tunnel (de tweede ondertunneling van de Maas na de Maastunnel voor het auto-, fiets- en voetgangersverkeer) werd gebouwd door middel van geprefabriceerde tunnelstukken die werden afgezonken. Het traject van Rotterdam Centraal tot aan de Maas werd in openbouwputten gerealiseerd. Weena, Hofplein en Coolsingel waren hierdoor jarenlang onbegaanbaar.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Station Hofplein, 1960

Het Hofplein met het spoorwegviaduct en café restaurant de Toog, 1960.

Het Hofpleinlijnviaduct (ook wel de De Hofbogen) is een 1,9 kilometer lang buiten gebruik gesteld spoorwegviaduct in Rotterdam-Noord. Op 1 oktober 1908 werd het in gebruik genomen als onderdeel van de eerste elektrische spoorlijn van Nederland, de Hofpleinlijn van Rotterdam Hofplein naar Scheveningen. Tot 16 augustus 2010 reed RandstadRail over het viaduct.

Het Hofpleinlijnviaduct is de eerste grote constructie van gewapend beton in Nederland en werd gebouwd tussen 1904 en 1908. Het viaduct telt 189 bogen die oorspronkelijk open zouden blijven, maar al in 1909 was een goed deel van de ruimtes onder de bogen als bedrijfsruimte verhuurd. In de jaren dertig waren er zelfs plannen om noodwoningen te maken onder de bogen. Nog steeds zijn de meeste bogen in gebruik als opslagruimte en dergelijke. Halverwege het viaduct ligt het opgeheven station Rotterdam Bergweg.

In juni 2006 is de treindienst van de Nederlandse Spoorwegen over het viaduct opgeheven. Tot 16 augustus 2010 reed RandstadRail nog over het Hofpleinlijnviaduct, waarbij op station Bergweg niet meer wordt gestopt. Na die datum werd gereden door een nieuw aangelegd tunneltraject door Blijdorp en had het viaduct geen spoorfunctie meer.

De fotograaf is P. Visser en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel, 1960

De Coolsingel met het kantoorgebouw van de Eerste Nederlandsche Levensverzekering Maatschappij en de Nieuwe Eerste Nederlandsche Verzekeringsbank, 1960.

De Eerste Nederlandsche Verzekering Mij op het leven en tegen invaliditeit en ongelukken werd opgericht te ‘s- Gravenhage in 1882. Vanaf 1903 genaamd Eerste Nederlandsche Verzekering Maatschappij op het leven en tegen invaliditeit. In 1919 werd deze maatschappij ook houdster van de aandelen Levensverzekering Maatschappij Dordrecht (1873). In 1951 werd de Algemene Levensverzekerings Bank te Rotterdam overgenomen, bekend als een belangrijke Volksverzekering-maatschappij. Dit sloot goed aan bij de toenmalige twee hoofdgroepen, de individuele en de collectieve verzekeringen.

In 1969 werden de Eerste Nederlandsche, de Nieuwe Eerste Nederlandsche en de “Nillmij” samengesmeed tot Ennia.
In 1983 kwam het tot een fusie tussen de Onderlinge AGO en de beursgenoteerde Ennia en ging men verder onder de naam AEGON. AEGON heeft vooral veel bekendheid gekregen door de schaatssport.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Bij Koninklijk Besluit van 20 september 1809 werd het ambacht Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Cool, tot een zelfstandige gemeente verheven. In 1811 werd Cool door Rotterdam geannexeerd. Naast het ambacht had men ook nog de polder Cool. Deze lag tussen de Rotterdamse en Delfshavense Schie. Deze werd in 1925 opgeheven. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt.

De fotograaf is P. Visser en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van http://www.vvmbest.nl/verzekeraarsbeschrijving.asp?id=1205 en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Helikoptervliegveld Heliport aan de Hofdijk, 1960

Overzicht van het helikoptervliegveld Heliport aan de Hofdijk met in de verte de Incasso Bank op de hoek Pompenburg met de Goudsesingel en de achterzijde van de Jonker Fransstraat, 1960-1966 (geschat).

Van 1953 tot 1965 beschikte Rotterdam over een ‘helihaven’ in het centrum van de stad. De landingsplaats van deze heliport lag bij het Hofplein. In dat jaar had Rotterdam namelijk nog steeds geen echt vliegveld. De stad had toestemming van het rijk gekregen om een landingsplaats voor helikopters in gebruik te nemen. Met de landing van twee helikopters van de Belgische luchtvaartmaatschappij Sabena werd de helikopterdienst Rotterdam-Antwerpen-Brussel in 1953 geopend. Een passagiersdienst volgde op 1 september 1953.

De Hofdijk herinnert aan de ridderhofstad Weena, die noordoostelijk van het huidige Hofplein was gelegen. De Hofdijk komt al in 1397 in bronnen voor. Het slot wordt reeds in 1306 vermeld. De oorspronkelijke Hofdijk stamde uit de 13de eeuw en strekte zich langs de Rotte uit tot het Zwaanshals en de Oudedijk. Het Hofplein ontstond in de eerste helft van de 19de eeuw nadat de Kolk of Gracht tussen de Delftse Poort en de Hofpoort was gedempt. Van 1853 tot 1875 was het plein als veemarkt ingericht. De oudste naam is Hofpoortplein naar de Hofpoort die daar stond en in 1833 is afgebroken. In 1908 werd aan het plein het station van de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij, de lijn Rotterdam-Scheveningen, geopend. Bij besluit B&W 13 september 1949 ontving het verkeersplein op het kruispunt Coolsingel, Weena, Schiekade, Pompenburg de naam Hofplein. Zie ook Weena.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Pompenburg, 1960

Gezicht op het Pompenburg en het Hofplein, 1960.

Een goede verklaring van de naam Pompenburg is niet te vinden. De naam wordt eerst in 1589 vermeld, wanneer er sprake is van de stadsvest bij Pompenburg. Oorspronkelijk was Pompenburg slechts de buurt die zich tegenover het Couwenburghseiland bevond. In 1505 had de vroedschap besloten de stad te versterken en verschillende torens aan de vesten te bouwen, o.a. ‘eene toorn in de crimp omtrent die hantboochscuttersdoel’. Zeer waarschijnlijk is deze toren op het latere Pompenburg verrezen en zal hij die naam wel gedragen hebben. In de stadsrekening van 1644 komt de ‘toren van Pompenburg’ voor. In 1638 had men daar ook een korenmolen ‘Pompenburch’. De hoofdlieden van het korenmolenaarsgilde verkochten in 1740 de molenwerf, vanouds genaamd Pompenburch, waarop de molen ‘De Pomp’ had gestaan, met het verbod er ooit weer een molen neer te zetten. In 1837 en latere jaren gold de naam Pompenburg voor een blok huizen. Toen in 1905 de stadsvest ter hoogte van het Pompenburg was gedempt werd de hierdoor ontstane brede weg Pompenburgsingel genoemd. De naam Pompenburg werd in 1949 gegeven aan de weg die ter hoogte van de vroegere Pompenburgsingel is aangelegd.

Het Hofplein herinnert aan de ridderhofstad Weena, die noordoostelijk van het huidige Hofplein was gelegen. De Hofdijk komt al in 1397 in bronnen voor. Het slot wordt reeds in 1306 vermeld. De oorspronkelijke Hofdijk stamde uit de 13de eeuw en strekte zich langs de Rotte uit tot het Zwaanshals en de Oudedijk. Het Hofplein ontstond in de eerste helft van de 19de eeuw nadat de Kolk of Gracht tussen de Delftse Poort en de Hofpoort was gedempt. Van 1853 tot 1875 was het plein als veemarkt ingericht. De oudste naam is Hofpoortplein naar de Hofpoort die daar stond en in 1833 is afgebroken. In 1908 werd aan het plein het station van de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij, de lijn Rotterdam-Scheveningen, geopend. Bij besluit B&W 13 september 1949 ontving het verkeersplein op het kruispunt Coolsingel, Weena, Schiekade, Pompenburg de naam Hofplein.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

kruising Rozenlaan – Kleiweg – Uitweg, 1960

Verplaatsbaar verkeerslicht op de kruising Rozenlaan – Kleiweg – Uitweg, eind mei 1960 (geschat).

De Kleiweg werd vroeger wel beschouwd als een onderdeel van een oude zeedijk, die door de Romeinen zou zijn aangelegd. De vroegst bekende dijk dateert echter van de 12de eeuw en bevindt zich bovendien ten zuiden van de Kleiweg. Deze dankt haar naam aan de Kleiweg in het veen (oeverwal van een stroom) waarop zij is gelegen. De naam ‘Cleyweg’ komt voor zover bekend voor het eerst in 1419 voor. De wijk Kleiwegkwartier wordt thans ook aangeduid met Hillegersberg Zuid.

De Uitweg was oorspronkelijk een pad, dat over particulier terrein liep en gebruikt werd om vanaf de Kleiweg op de Ringdijk te komen. Men had hier het recht van uitpad of uitweg. De weg werd door de gemeente Schiebroek in 1926 overgenomen van de Vereenigde Polders Schiebroek, Berg en Broek en 110 Morgen.

De Rozenlaan is vernoemd naar een plant uit de familie der roosachtigen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Plein 1953, (1960)

Hoog overzicht over Pendrecht richting Plein 1953, Slinge en Groene Kruisweg, 1960 (geschat). Op de achtergrond de Waalhaven.

Pendrecht is genoemd naar een ambacht op het eiland IJsselmonde, ten zuiden van de huidige wijk. Het ambacht Pendrecht was tegen het eind van de achttiende eeuw bijna ontvolkt geraakt (18 inwoners in 1795) en werd in de Franse tijd bij Rhoon gevoegd.

Na de oorlog was er een groot gebrek aan woonruimte in Rotterdam. Bij het bombardement op 14 mei 1940 gingen 25.000 woningen verloren en werden 80.000 mensen dakloos. Tevens had men de verwachting dat de bevolking explosief zou gaan groeien. De opgave was dus nieuwe wijken te bouwen met genoeg woningen voor de toekomst. Een van de gevolgen hiervan was dat hoogbouw in Pendrecht een belangrijke rol zou gaan spelen.

De stedenbouwkundige Lotte Stam-Beese kreeg de opdracht de wijk Pendrecht te ontwerpen. Het was een vooruitstrevende gedachte om woningen te ontwerpen waar gezinnen over 3 tot 4 slaapkamers met een aparte woonkamer zouden kunnen beschikken, voor grotere gezinnen vaak met een eigen tuintje.
Stam-Beese had haar eigen voorstelling van Pendrecht: open straten met veel groen waar verschillende bevolkingsgroepen naast elkaar zouden kunnen leven. Buurtwinkels, wijkwinkels en scholen werden precies gepland. Zelfs de tijd die nodig was om naar school of naar de kerk te lopen werd precies berekend. De wijk werd in feite niet verlaten behalve dan misschien voor grotere aankopen of deelname aan culturele activiteiten. De hele structuur van Pendrecht was gebaseerd op deze wijkgedachte die zijn eigen gezicht zou hebben. Woningen vormden een buurt, buurten een wijk en wijken een stad.

Er werden woningen ontworpen waar bejaarden, kleine en grote gezinnen naast elkaar zouden kunnen wonen. Daardoor zou men elkaar kunnen ondersteunen, de ouderen zouden de jongeren helpen en omgekeerd. De kinderen speelden gezamenlijk op de vele pleintjes en er werd gevoetbald op de kleine veldjes. Men deelde de open grond tussen de huizen met anderen. De bewoners werden in die tijd als één groep gezien die onderling gelijkgesteld was. Om dit mogelijk te maken werd er zelfs een selectie op de bewoners toegepast die zich in de modelwijken wilden gaan vestigen.

De flats hadden ook allemaal dezelfde indeling die handig en praktisch ingedeeld moest worden. Omdat men zo veel mogelijk woningen wilde bouwen, waren de woningen klein van opzet en was de oppervlakte gemiddeld niet groter dan 53 vierkante meter.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Maastunnel 1960

In gebruikneming verkeerslichten bij de inrit noord van de Maastunnel, 1960-1965.

De Maastunnel is de oudste afgezonken tunnel van Nederland. Hij verbindt in Rotterdam de oevers van de Nieuwe Maas met elkaar. De tunnel omvat vier buizen: twee voor auto’s, een voor fietsers en een voor voetgangers. De bouw ging in 1937 van start en was in 1942 voltooid.

Dagelijks maken ruim 75.000 motorvoertuigen en een groot aantal fietsers, bromfietsers en voetgangers gebruik van deze tunnel. Daarmee vormt de Maastunnel een belangrijke schakel in het Rotterdamse wegennet. Er geldt een snelheidslimiet van 50 km/h.

De Maastunnel is 3,90 meter hoog. De voorliggende viaducten in de tunneltraverse, onder het Maastunnelplein en het Droogleever Fortuynplein, zijn 3,60 meter hoog. Het komt regelmatig voor dat te hoge vrachtwagens zichzelf onder deze viaducten vastrijden. De architecten waren J.P. van Bruggen en Ad van der Steur.

Aan de bouw waren jaren van heftige discussies voorafgegaan, tussen 1898 en 1910. Iedereen was het er wel over eens dat een nieuwe oeververbinding nodig was, omdat er files ontstonden voor de Willemsbrug en de Koninginnebrug. De discussie spitste zich dan ook vooral toe op de vraag of er een brug of tunnel moest worden gebouwd. Uiteindelijk is er een tijd een veerdienst geweest die ook auto’s kon vervoeren, maar deze ferry-dienst kon de drukte bij de bruggen niet ontlasten. De gemeente Rotterdam kreeg uiteindelijk eind jaren twintig haar zin: een tunnel bleek financieel aantrekkelijker dan een brug, met name vanwege de grote hoogte, 60 meter, die een brug zou moeten krijgen om het scheepvaartverkeer niet te hinderen.

De Maastunnel werd gebouwd volgens de afzinkmethode. De afzonderlijke segmenten (caissons) voor de Maastunnel werden elders in een droogdok gebouwd, en zijn vervolgens naar de plaats van de tunnel gesleept en daar afgezonken. Deze methode zou later bij talloze andere Nederlandse tunnels worden toegepast. Om lekken te voorkomen is bij de Maastunnel rond de hele betonconstructie een bekleding van aaneengelaste staalplaten aangebracht. De Maastunnel is de eerste onderspoelde tunnel ooit gebouwd; na plaatsing op in de bodem van de Maas werd zand onder en naast de tunnel gespoten. Hierdoor kon de riviertunnel in rechthoekig dwarsprofiel worden uitgevoerd. Voordien hadden dergelijke tunnels altijd een ronde buis.

Elk van de negen afgezonken delen van de Maastunnel heeft een lengte van 61,35 meter, een hoogte van 9 meter en een breedte van 25 meter. Daarin liggen naast elkaar twee buizen voor gemotoriseerd verkeer (met een doorrijhoogte van 4 meter), en daarnaast twee boven elkaar gelegen buizen voor (brom)fietsers en voetgangers, bereikbaar via houten roltrappen. Voor het controleren van de luchtkwaliteit in de tunnel bevond zich een laboratorium in een van de ventilatiegebouwen.
Inclusief toeritten is de Maastunnel 1373 meter lang. Het gesloten gedeelte is 1070 meter lang. Het diepste punt van de tunnel ligt circa 20 meter onder NAP. Bovengronds is de tunnel te herkennen aan de karakteristieke ventilatiegebouwen op de beide oevers, ook goed zichtbaar vanuit de Euromast, die zich vlak bij de tunnel bevindt. In aansluiting op de Maastunnel is door Rotterdam de Tunneltraverse aangelegd.

Na 75 jaar intensief gebruik is de Maastunnel toe aan een grote renovatie. Daartoe is vanaf 3 juli 2017 de tunnel gedurende ruim twee jaar (tot september 2019) voor het verkeer van noord naar zuid gesloten. In noordelijke richting blijft de tunnel in gebruik. In het eerste jaar wordt de westelijke buis onder handen genomen, in het tweede jaar de oostelijk buis. Op sommige dagen wordt de tunnel in beide richtingen gesloten. De fiets- en voetgangerstunnel blijft gewoon geopend tot september 2019, in het jaar daarna wordt deze tunnelbuis gerenoveerd.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen