Tag Archives: 1963

Benfica traint naast het Feyenoordstadion, 1963

Benfica traint naast het Feyenoordstadion in de voorbereiding op Feyenoord-Benfica, april 1963. Op de achtergrond de werf van Piet Smit.

Uit het Limburgsch dagblad van 9 april 1963:
De komende dagen zal evenals die vorige keer betrekkelijk licht worden getraind. Het oog zal bijzonder worden gericht op de souplesse en de gezelligheid, die moet beletten, dat de spelers zich te intens met de komende match bezighouden. Daarom ‘s morgens bijtijld op, een paar uurtjes oefenen en voorts volgens het schema: hou je gemak.

Maandagavond werd in de grote zaal van het hotel de film van de finale Real Madrid-Benfica vertoornd en vanavond krijgt het gezelschap twee leuke rolprentjes te zien welke de eigenaar van „Boshek” verwierf. Werd de vorige keer een bezoek aam het bowlingcentrum gebracht, daarvan is ditmaal afgezien omdat men deze sport minder geschikt acht voor voetballers:
het maakt de armen stijf, was de conclusie van de technische heren van Feijenoord.

Spelers en officials van Feijenoord zullen in Breda blijven tot en met woensdagnamiddag ongeveer zes uur. Dan vertrekken zij per bus naar het Rotterdamse Stadion dat die avond een strijdtoneel zal doen aanschouwen, als nooit tevoren.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Limburgsch Dagblad (via delpher.nl).

Met medewerking van Rotterdam van toen

Blaak, 1963

De Blaak met links de afslag naar de Boompjes-Maasboulevard-Willemsbrug en op de achtergrond het kantoor van de Twentsche Bank, 1963 (geschat).

De betekenis van de naam Blaak is niet geheel zeker. Het is heel goed mogelijk dat de naam is afgeleid van het Zuidnederlandse woord ‘blak’, dat stil rustig water betekent. Ook kan gedacht worden aan het Middelnederlandse ‘blec’, dat de betekenis heeft van ‘Land, dat even boven het water uitkomt’.

De Blaak was de oude vest voor de uitleg van de stad in het laatst van de 16de eeuw. In de stadsrekeningen van 1480/81 en 1481/82 wordt deze vest ‘die Blake’ genoemd. Sinds 1577 werden erven aan de Zuidblaak door de stad verkocht als bouwgrond, sinds 1581 ook aan de Noordblaak. Tot 1613 werd de vest voor scheepstimmerwerven gebruikt. In 1867 is een gedeelte van de Blaak gedempt ten behoeve van de bouw van een nieuw postkantoor. Het resterende gedeelte is in 1940 gedempt met het puin van de huizen uit de verwoeste binnenstad. De namen Noord- en Zuidblaak voor de straten ter weerszijden van het water zijn toen vervallen. Sindsdien geldt de naam Blaak voor de brede verkeersweg die door de demping is ontstaan. Later werd de Blaak in westelijke richting doorgetrokken. De nieuwe weg ontving de naam Westblaak.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Automatiek Haes aan de West-Kruiskade, 1963

In Automatiek Haes aan de West-Kruiskade op nr. 25b, 1963-1965.

De Kruiskade komt reeds in 1506 onder deze naam voor. Het was toen nog maar een voetpad. Dit pad werd in de eerste helft van de 19de eeuw door de Rotterdamsche Werkvereeniging verbreed en tot een schelpweg gemaakt. In 1853 werd de weg door de stad overgenomen en bestraat. In 1401 werd ze de ‘Ka tot Rotterdam in Cool’ genoemd.

De oudste kaart waarop de Kruiskade voorkomt dateert uit 1540. Hierop wordt het verlengde van deze kade in westelijke richting tot aan de Delfshavense Schie ‘doorgeghraven oude ka’ genoemd. De kade moet ouder zijn dan 1389, het jaar waarin toestemming werd verleend om deze Schie te graven. De Kruiskade en haar verlengingen (West-Kruiskade, Middellandstraat en Vierambachtsstraat) vormden de zuiddijk van de ambachten Blommersdijk en Beukelsdijk. Voor het graven van de Rotterdamse Schie zal de Kruiskade ten oosten aangesloten hebben op de Hofdijk.

Haar naam dankte ze waarschijnlijk aan de ‘cruyskamp’, een stuk land dat vanaf het einde van de 15de tot in de 18de eeuw in Beukelsdijk in het ambacht van Cool was gelegen. Vroeger was het Kruisplein een pleintje aan het begin van de West-Kruiskade en de Diergaardesingel. Nu is het het lange plein, dat de verbinding vormt tussen het Stationsplein en de Westersingel. De Kruisstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Kruiskade naar het Stationsplein. Ze lag op de plaats van de oude Koningslaan, die in 1881 door de stad werd overgenomen. De Koningslaan was waarschijnlijk genoemd naar de aanlegger van de laan. In 1648 is er sprake van de Cruyslaan buiten de Delftse Poort. Misschien is dit dezelfde laan. De huidige Kruisstraat is een straat achter het concertgebouw De Doelen, lopende van de Karel Doormanstraat naar het Kruisplein.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Loketten op het Centraal Station, 1963

Drukte voor de loketten op het Centraal Station, 20 juli 1963 (geschat).

Het Station Rotterdam Centraal was een stationsgebouw dat tussen 1957 en 2007 diende als het Centraal Station van Rotterdam. Het gebouw was ontworpen door de architect Van Ravesteyn. Het was onderdeel van de wederopbouw van Rotterdam. Het gebouw werd in 1957 geopend. In 2007 werd het gesloten en het jaar erop gesloopt om plaats te maken voor de nieuwbouw die in 2014 geopend werd. In 2007 maakten dagelijks zo’n 110.000 reizigers gebruik van Centraal Station in Rotterdam.

In 1954 kwam de Nederlandse Spoorwegen met plannen om een nieuw station te bouwen als uiteinde van een nieuwe verkeersader. Het station zou ook het (tweede) Station Rotterdam Delftsche Poort vervangen dat door het bombardement van 14 mei 1940 ernstig beschadigd was geraakt. Tussen 1941 en 1953 maakte architect Sybold van Ravesteyn zijn ontwerpen voor het nieuwe station. Daarvoor had Van Ravesteyn inspiratie opgedaan bij het modernisme dat bij Italiaanse stationsgebouwen gebruikt werd. De inspiratie was terug te vinden in de flauwe bocht van het gebouw aan het het stationsplein en gevelopbouw waarbij gewerkt is met de werking van licht en schaduw. Het hal had een schalenplafond, de betonnen overkapping van het perron was sierlijk. Bij zijn eerste ontwerp had Van Ravesteyn nog een centrale toren, maar de gemeente Rotterdam drong aan om een meer moderne dan klassieke opzet, waardoor Van Ravesteyn in vervolgontwerpen zich meer richtte op het functionalisme. Toen de Nederlandse Spoorwegen in 1954 kwam met de uiteindelijke bouwplannen, duurde het tot 13 maart 1957 voordat het nieuwe station werd opgeleverd. Op 21 mei 1957 werd het officieel geopend.

Voor 2025 werd gerekend op 320.000 reizigers per dag. Om deze toename aan te kunnen was een nieuw station nodig. Ook was het bestaande station, met name de reizigerstunnel, te klein geworden om het grote aantal passagiers te verwerken. In 2004 werd begonnen met een totale herbouw van het station en zijn omgeving om het toenemende verkeer van treinen, bijvoorbeeld de hogesnelheidstrein tussen Amsterdam, Brussel en Parijs, te kunnen verwerken en om de RandstadRail zijn plaats te kunnen geven. In juni 2004 gaven Prorail en de Gemeente Rotterdam de opdracht aan Team CS, een coöperatie tussen Benthem Crouwel Architekten, MVSA Meyer &Van Schooten Architecten, en West 8 om de plannen uit te werken tot een ontwerp voor het nieuwe centraal station.

Op 16 mei 2006 onthulde burgemeester Opstelten een kunstwerk van Onno Poiesz bestaande uit het woord EXIT, dat achter de ramen van de voorgevel bevestigd werd. Een deel van de letters “CENTRAAL STATION” die tot aan de sluiting van het station op het gebouw stonden is door Peter Hopman en Margien Reuvekamp van Bureau Lakenvelder in een andere volgorde gezet zodat zij tot aan de sloop van het gebouw de ode “TRAAN LATEN” toonden. De definitieve sluiting van het verouderde station vond plaats op 2 september 2007, in aanwezigheid van burgemeester Ivo Opstelten, om een begin te kunnen maken met de afbraak. Tussen 16 januari 2008 en eind maart 2008 werd het stationsgebouw geheel afgebroken.
Voor de Tweede Wereldoorlog had Rotterdam geen echt Centraal Station, maar vier stations in en rond het centrum: Delftse Poort (richting Schiedam, Den Haag HS en Amsterdam CS), Beurs (richting Dordrecht), Maas (richting Gouda en Utrecht) en Hofplein (richtingen Den Haag HS/Scheveningen). Treinen uit de richting Utrecht eindigden van 1858 tot 1953 op station Maas. Sindsdien worden zij via de Ceintuurbaan (met stopplaats Rotterdam Noord) naar het Centraal Station geleid.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Brabantse dorp 1963

Gezicht op het Brabantse Dorp vanaf nieuwbouw Ikazia Ziekenhuis met op de achtergrond het Sportfondsenbad, Zuidplein Laag, de Groote Schouwburg en de Zuidpleinflat, 10 september 1963 (geschat).

Het Brabants Dorp was een in 1941 gebouwd complex noodwoningen bij het Zuidplein. In de jaren 1965/66 is dit complex afgebroken. De straten in het ‘dorp’ waren genoemd naar steden en dorpen in de provincie Noord-Brabant. Vernoemd waren Achtmaal, Boxmeer, Breugel, Deurne, Enschot, Geldrop, Gemert, Klundert, Mierlo, Nieuwkuijk, Nispen, Oisterwijk, Raamsdonk, Schijndel, Sprundel, Tilburg, Uitwijk, Vlierden, Vlijmen, Waspik en Woensdrecht.

Het overdekte winkelcentrum Zuidplein is een van de belangrijkste werken van de Rotterdamse architect Hermanus Dirk Bakker (28 augustus 1915 – 12 oktober 1988) en was voor die tijd een zeer modern concept. Aan het winkelcentrum werd gebouwd van 1962 tot 1972 op een grotendeels braakliggend terrein tussen het metroviaduct en een aantal brede verkeerswegen. De Nieuwe kerk moest er echter voor worden gesloopt. In 1972 werd het winkelcentrum geopend door Mies Bouwman. In die tijd bestond een deel van het Zuidplein nog uit winkelkramen. Tussen 1993 en 1995 werd het winkelcentrum in oostelijke richting uitgebreid met circa 11.000m² door architectenbureau Bakker & Partners i.s.m. Chiel Verhoeff. Tussen 1999 en 2003 werd het interieur gerenoveerd zonder noemenswaardige uitbreiding door JHK Architecten uit Utrecht i.s.m. Greig + Stephenson Architects uit Londen. Het onoverzichtelijke centrale plein werd rustiger gemaakt door de vervanging van de wirwar aan oude kiosken door twee nieuwe kiosken.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking Van Rotterdam van toen

Hermesplantsoen 1963

Het bronzen beeldje Fikkie, van de beeldhouwster J. Noorlander-Simàk, wordt op het Hermesplantsoen door Mr. dr. K.P. van der Mandele onthuld, 16 november 1963.

Fikkie is een standbeeld van kunstenares Joeki Simák (Boedapest, Hongarije, 25 januari 1925 – Rotterdam, 8 januari 2015) , dat zich bevindt aan de Oude Binnenweg in Rotterdam. Het beeld is in 1963 aan de stad aangeboden ter ere van het 10e lustrum van het Rotterdamsch Studenten Corps (RSC). Het beeld werd op 16 november 1963 onthuld door Karel Paul van der Mandele, toenmalig voorzitter van het College van Curatoren van de Nederlandse Economische Hogeschool (NEH).

Uit Het Vrije Volk van 18 november 1963:
“In aanwezigheid van vele vooraanstaande Rotterdamse honden is zaterdag in de Maasstad een bronzen Fikkie
onthuld. Het dier staat in het Hermesplantsoen en is aan de stad geschonken door de studenten van de Economische Hogeschool bij hun tiende lustrum, ‘als symbool van het vijftig jaar de beest uithangen dat wij niet hebben gedaan.’

De president-curator van de Hogeschool trok onder tonen van ‘Toen onze mop een moppie was’ het zeildoek weg, waarna andere viervoeters.onmiddellijk kennis kwamen maken met Fikkie. Enkele katten keken op veilige afstand vanuit de dakgoot toe”

Fikkie stond oorspronkelijk op het Hermesplantsoen, vernoemd naar de gelijknamige sociëteit ‘Hermes’ waarin het Rotterdamsch Studenten Corps is gevestigd. Hier was het beeldje in 1966 verzamelpunt voor provohappenings. Het beeld is in 1975 verplaatst naar de Oude Binnenweg.
De drol die voor het beeld ligt hoorde oorspronkelijk niet bij het beeld maar is later aangeboden door de Roteb in het kader van de actie Rotterdam Schoon.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia en uit het Vrije Volk van 18 november 1963 (via delpher.nl)

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lijnbaan 1963

Leerlingen van de Havenvakschool, op de Lijnbaan voor Ruteck’s en naast het beeldje van de Spelende Beertjes, schenken pressepapier aan de winkeliers ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van zowel de Lijnbaan als hun school, 2 oktober 1963.

De Lijnbaan is de winkelstraat tussen het Weena en het Binnenwegplein, genoemd naar de in de 17de eeuw hier gelegen lijnbaan of touwslagerij. Op 23 augustus 1666 werd door Jean Hennequin, koopman te Rotterdam, aan de Vroedschap het verzoek gericht om voor de bouw van een overdekte lijnbaan, waar ‘s zomers en ‘s winters gewerkt zou kunnen worden, een stuk land van het Gasthuis te mogen overnemen. Door het Gasthuis werd op 14 maart 1667 voor dit doel afgestaan een stuk land achter de molen ‘de Witte Leeuw’ en lopende van de Coolscheweg of Binnenweg tot de Kruiskade. Het meest westelijke gedeelte daarvan maakte de koper tot een lijnbaan. In 1845 is het laatste gedeelte van die lijnbaan verkocht; het daarbij behorende garenpakhuis werd ingericht als woonruimte. Reeds in 1671 werd op deze plaats een laan aangelegd, die bekend stond als Lijnbaanslaan. later werd deze laan omgedoopt tot Lijnbaanstraat. De huidige Lijnbaan ligt even ten westen van deze Lijnbaanstraat; laatstgenoemde straat kreeg bij besluit van B&W 26 juni 1951 de naam Hennekijnstraat. De Korte Lijnbaan heette van 1951 tot 1952 Crispijnlaan.

De geschiedenis van Heck’s en Ruteck’s begint bij de oprichting van De Rutten’s Bierbrouwerij ‘De Zwarte Ruiter’. De vennootschap wordt in september 1893 opgericht door vier leden van de Limburgse familie Rutten, die al meer dan twee eeuwen het brouwersambt uitoefent. De vijfde vennoot is de Rotterdamse likeurstoker Henri Franciscus van der Wolk. Als maatschappelijk kapitaal wordt door de familie Rutten de nieuwe brouwerij te Maastricht ingebracht. De bijdrage van Van der Wolk is de likeurstokerij en de 27 koffiehuizen. Als omschrijving van de aard van het bedrijf vermelden de statuten: ‘Fabricatie van allerlei soorten bier, mout, gedistilleerd, likeuren enz. waaronder inbegrepen de exploitatie van daarvoor dienstige installatiën’. Opzet van de vennoten is om de afzet van het Maastrichtse bier in het westen des lands te vergroten. De eigen koffiehuizen zullen hierbij een belangrijke rol moeten gaan spelen. In de loop der jaren wordt ‘De Zwarte Ruiter’ eigenaar of aandeelhouder van vele proeflokalen. Tevens bezit de brouwerij een aantal slijterijen. Naast de productie wordt zodoende een garantie voor de afzet opgebouwd.

In 1915 verhuist het hoofdkantoor van Maastricht naar Rotterdam, waar ook de stokerij van Van der Wolk is gevestigd. Vijf jaar later besluit de directie om de brouwerij in Maastricht te verkopen aan Heineken. De gevolgen van de Eerste Wereldoorlog en de afnemende kwaliteit van het bier wegens
een gebrek aan grondstoffen, liggen hieraan ten grondslag. Bij het afstoten van de brouwerij is het concern op dat moment eigenaar van zo’n 70 koffiehuizen en proeflokalen. De exploitatie hiervan wordt nu de kerntaak van het bedrijf. Drijvende kracht hierachter is medeoprichter Van der Wolk. In 1922 neemt de vennootschap de aandelen over van de slijterijketen A.J. Heck & Co. die o.a. vestigingen heeft in Rotterdam, Dordrecht en Nijmegen. De naam van de slijterij blijft gehandhaafd,
maar bovendien gaan de opnieuw ingerichte koffiehuizen verder onder de naam Heck’s Proeflokaal of Heck’s Monopool. In datzelfde jaar maakt de directie kennis met de lunchrooms van Lyon’s in Londen. Dit concept wordt overgenomen en op Nederlandse leest geschoeid.De naam Ruteck’s is waarschijnlijk een samentrekking van Rutten en Heck’s.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en uit ‘Goed, goedkoop en zo gezellig!, Het succesverhaal van 40 jaar Heck’s en Ruteck’s lunchroom,
Cees Mallander, 2011 Malland Histories, blz. 7-18 en 73’.

Met medewerking van Rotterdam van toen