Tag Archives: 1970

Een telefooncel in de Sint-Mariastraat, 1970

Een telefooncel in de Sint-Mariastraat, nabij de splitsing met de Gaffelstraat, 15 augustus 1970.

De Sint-Mariastraat werd naar analogie van de al bestaande Josephstraat vernoemd naar Maria, moeder van Jezus.

De Gaffelstraat loopt gaffelsgewijs uit op de Sint Mariastraat. Voor 1892 droeg de Gaffeldwarsstraat de naam Jan Dijkmansstraat naar een vroegere eigenaar.

In Nederland beheert KPN de openbare telefoon. Telfort heeft vanaf 1999 t/m 2008 ook telefooncellen en -palen gehad op NS-stations. Inmiddels zijn deze allemaal verwijderd. Door de komst van de mobiele telefoon, en eerder al door het opheffen van muntinworp, is het gebruik van telefooncellen sterk verminderd. Vanaf 2011 heeft KPN alleen nog telefooncellen op luchthaven Schiphol, de overige openbare telefooncellen worden door RBL telecom geëxploiteerd. Medio 2015 waren er nog 440 telefooncellen in 64 verschillende gemeenten in Nederland operationeel.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met mdewerking van Rotterdam van toen

Plein 1940, 1970

Het Plein 1940 met het monument ‘de Verwoeste Stad’ en Dolfirodam, 29 mei 1970.

De verwoeste stad is een beeld dat Ossip Zadkine maakte naar aanleiding van het bombardement op Rotterdam. Het is op 15 mei 1953 onthuld en staat op het Plein 1940, aan de Leuvehaven, naast het Maritiem Museum in Rotterdam. Het beeld is een Rijksmonument.

Naar verluidt kreeg Zadkine de inspiratie voor het beeld De verwoeste stad toen hij vanuit Parijs onderweg was naar zijn vriend, de arts Hendrik Wiegersma in het Nederlandse Deurne. Toen de trein over het luchtspoor door Rotterdam reed zag hij het weggevaagde centrum van de stad.

Het beeld is van brons en stelt een menselijke figuur voor zonder hart, symbool voor het hart van Rotterdam dat verloren ging bij het bombardement. Rotterdam kreeg het beeld cadeau van de directie van warenhuis De Bijenkorf. Een van de voorwaarden van de schenking was, dat het beeld op die en enkel die plaats zou blijven staan. Dit leidde later nog tot veel discussies.

Het beeld wil de vernietiging van de stad door de Duitsers in herinnering brengen. Zelf zei de kunstenaar over de sculptuur:

“Het [beeld] wil het menselijk lijden belichamen dat een stad moest ondergaan die slechts, met Gods genade, wilde leven en bloeien als een woud. Een kreet van afschuw om de onmenselijke wreedheid van dit beulswerk.”

Voor de aanleg van een nieuwe metroboog werd de sculptuur in 1975 blijvend 60 meter verplaatst. In 2005 moest het beeld vanwege bouwwerkzaamheden tijdelijk aan de kant. Er werd van de gelegenheid gebruikgemaakt groot onderhoud uit te voeren. Ter plaatse was daarvoor een restauratieatelier opgericht. Op 14 mei 2007 gaf burgemeester Opstelten De verwoeste stad zijn prominente plaats op het Plein 1940 terug. De Duitse president Horst Köhler legde er bij zijn staatsbezoek aan Nederland in oktober 2007 zoals velen voor hem een krans.

In de loop der jaren heeft het beeld van de Rotterdammers een rits van bijnamen gekregen. Naast “De verwoeste stad” kent men het beeld als “Stad zonder Hart”, “Zadkini”, “Jan Gat”, Jan met de Handjes” en “Jan met de Jatjes”.

Ter gelegenheid van de manifestatie C70 waarmee Rotterdam 25 jaar de bevrijding en de wederopbouw vierde, werd een nieuwe attractie geplaatst in de vorm van een dolfinarium. De naam voor deze attractie was Dolfirodam.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia en van rijnmond.nl.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Maastunnel (havenstaking), 1970

Grote groepen havenstakers lopen tussen het autoverkeer van de Maastunnel, van zuid naar noord, 3 september 1970.

Uit Het Vrije Volk van 3 september 1970:
Opnieuw is Rotterdam vandaag het toneel geweest van grootscheepse acties en demonstraties van stakende havenarbeiders. Nadat ze zich in de ochtenduren voor een openluchtvergadering op het voorterrein van het Feijenoordstadion hadden verzameld trokken ze in het begin van de middag door de Maastunnel naar het kantoor van de Scheepvaartvereniging Zuid aan de Pieter de Hoochweg. Dit kantoor had de deuren gesloten en de rolluiken neergelaten. De stakers eisten dat drie hunner leden van het comité Arbeidersmacht Haven Rotterdam zouden worden toegelaten om het eisenpakket te overhandigen. Dat gebeurde inderdaad.

De mars van de stakers ontwrichtte het verkeer aan beide zijden van de Maastunnel volkomen, ook al was de politie in een sterke formatie op de been en wist zij de stoet zonder al te veel problemen door de tunnel te leiden. Duizenden stakers liepen er in mee. Sommigen schatten hun aantal zelfs op tienduizend.

Om kwart over een arriveerden de eerste demonstranten bij het SVZ-gebouw. De stoet werd ook nu voorafgegaan door het comité Arbeidersmacht Haven Rotterdam. De meeste stakers gingen op het plaveisel zitten. Een geluidswagen riep nogmaals de eisen om.

Tijdens de bijeenkomst voor het Feijenoordstadion raakte het comité AHR in openlijk conflict met vertegenwoordigers van de Federatieve Havenvakvereniging (FHV). Daar bleek ook dat de meeste stakers het niet eens waren met de mededeling van het hoofdbestuur van de FHV; dat de vereniging bij een eventueel gesprek met de drie erkende vakbonden onder meer zou willen uitgaan van een loonsverhoging van ƒ50 bruto per week. Het bestuur heeft die mededeling aan de pers gedaan.

Het comité Arbeidersmacht Haven Rotterdam riep op in alle bedrijven commissies op te richten, die buiten de erkende vakbonden om moeten ijveren voor de inwilliging van hun eisen. Deze bedrijfscomités zouden contact met elkaar moeten houden om de eisen gelijk te laten lopen. Na de bijeenkomst voor het SVZ-gebouw verspreidden de stakers zich over hun bedrijven. „Houdt de bedrijven plat” riep stakingsleider Wouter ter Braak hen na. “We staan op het punt deze staking te winnen.”

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit Het Vrije Volk van 3 september 1970 (via delpher.nl).

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rijnhotel, 1970

 

Het Rijnhotel met bloembakken van het Schouwburgplein op de voorgrond, 1970 (geschat).

Het Rijnhotel bestond uit een hoogbouw met 140 hotelkamers, een lager blok met een jeugdhotel (kleinere kamers met gemeenschappelijk sanitair) en een laagbouw met restaurant en congres- en sportaccommodatie. Deze algemene ruimtes zijn in de jaren zeventig in gebruik genomen als kantoorruimte en bioscoop. Het betonskelet is hoofdzakelijk bekleed met een verfijnde aluminium vliesgevel. In de gevel aan de Mauritsweg is vormgegeven aan de confrontatie van een orthogonale hoofdopzet met een stomphoekige stedenbouwkundige situatie. Bij een renovatie in 1988 zijn de hotelkamers in het hoofdgebouw vergroot en is de vliesgevel vervangen door een onderhoudsarme gevel met sandwichpanelen. Het gebouw is tezamen met de naastgelegen Pauluskerk in 2007 gesloopt voor het woongebouw Calypso van William Alsop.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van architectuurgids.nl http://www.architectuurgids.nl/…/list_…/typ_id/19/prj_id/178

Lijnbaan, 1970

De Lijnbaan ter hoogte van de Van Oldenbarneveltstraat met Gerzon en Sporthuis Centrum, 30 oktober 1970 (geschat). Links het pleintje met de oude plataan.

De Lijnbaan is genoemd naar de in de 17de eeuw hier gelegen lijnbaan of touwslagerij. Op 23 augustus 1666 werd door Jean Hennequin, koopman te Rotterdam, aan de Vroedschap het verzoek gericht om voor de bouw van een overdekte lijnbaan, waar ‘s zomers en ‘s winters gewerkt zou kunnen worden, een stuk land van het Gasthuis te mogen overnemen. Door het Gasthuis werd op 14 maart 1667 voor dit doel afgestaan een stuk land achter de molen ‘de Witte Leeuw’ en lopende van de Coolscheweg of Binnenweg tot de Kruiskade. Het meest westelijke gedeelte daarvan maakte de koper tot een lijnbaan. In 1845 is het laatste gedeelte van die lijnbaan verkocht; het daarbij behorende garenpakhuis werd ingericht als woonruimte. Reeds in 1671 werd op deze plaats een laan aangelegd, die bekend stond als Lijnbaanslaan. later werd deze laan omgedoopt tot Lijnbaanstraat. De huidige Lijnbaan ligt even ten westen van deze Lijnbaanstraat; laatstgenoemde straat kreeg bij besluit van B&W 26 juni 1951 de naam Hennekijnstraat. De Korte Lijnbaan heette van 1951 tot 1952 Crispijnlaan.

Johan van Oldenbarnevelt (Amersfoort, 14 september 1547 – Den Haag, 13 mei 1619), zoon van Gerrit van Oldenbarnevelt en Deliana van Weede, was raadpensionaris van de Staten-Generaal tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Hij werkte lange tijd samen met Maurits van Oranje (de zoon van Willem van Oranje), maar werd het slachtoffer van een door Maurits beheerst politiek proces en daaropvolgende executie.

In 1570 werd Van Oldenbarnevelt advocaat bij het Hof van Holland. In 1572 sloot hij zich aan bij Willem van Oranje in Delft. Hij verhuisde naar Delft en werd advocaat voor het hoogheemraadschap van Delfland. Echt gevochten in de opstand heeft hij niet. Alleen bij het ontzet van Haarlem (1573) zou hij hebben deelgenomen aan een burgermilitie. Hij werd benoemd tot commissaris voor het doorsteken van de dijken in Zuid-Holland om Leiden te ontzetten. Hij trouwde in 1575 met de rijke Delftse (buitenechtelijke) regentendochter Maria van Utrecht, enig erfgename van vijf heerlijkheden. Een jaar later werd hij Pensionaris van Rotterdam, in die tijd een snel groeiende, maar nog kleine stad. Daar viel hij op vanwege zijn werklust en intelligentie. Als pensionaris van Rotterdam nam hij in de Staten van Holland en West-Friesland deel aan verschillende onderhandelingen. In 1579 werd hij gekozen in de commissies van financiën en marine van de Staten. Nadat Van Oldenbarnevelt in 1582 de vertrouwenspersoon van Willem van Oranje was geworden, en de Staten-Generaal met de prins naar Delft waren verhuisd, groeide de macht van Van Oldenbarnevelt.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bouw Willemsbrug 1980

De Nieuwe Maas met de aanvang van de bouw van de Willemsbrug en links het Witte Huis, 1979-1980.

Al voor de Tweede Wereldoorlog waren er plannen om de oude Willemsbrug te vervangen. Geldgebrek leidde ertoe dat pas in 1981 de nieuwe tuibrug van Cor Veerling van de Dienst Gemeentewerken verwezenlijkt werd. Twee rode jukken van 50 meter hoogte dragen het wegdek. De op- en afritten van de brug zijn enigszins wonderlijk. Ze liggen niet in het verlengde van de brug maar maken een bocht van 90 graden. De brug zou in eerste instantie de Maasboulevard rechtstreeks met de Oranjeboomstraat verbinden. Dat stuitte op bezwaren van omwonenden, die niet wilden dat de Oude Haven zou worden doorsneden en de Oranjeboomstraat tot stadssnelweg getransformeerd zou worden. In 1983 werd de nieuwe brug bekroond met de Nationale Staalprijs.

Het Witte Huis is de naam van een gebouw in Rotterdam dat een tijdlang het hoogste kantoorgebouw van Europa is geweest. Het heeft in 1940 als een van de weinige gebouwen in het stadscentrum het bombardement op Rotterdam doorstaan. In de jaren 1990 werd het zoveel als mogelijk in de oorspronkelijke staat teruggebracht (gevels en dak). Het was de eerste wolkenkrabber van Rotterdam en wordt door sommigen ook als eerste wolkenkrabber in Europa beschouwd (al wordt die titel meestal aan de Boerentoren in Antwerpen toegekend).

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Koperen Ko, Rosener manzstraat 1970

De bekende straatmuzikant Koperen Ko. De foto is gemaakt tussen 1970 en 1980.

Koperen Ko was de bijnaam van de straatartiest Johannes Willem Leiendecker (Duitsland, 29 januari 1909 – Oosterhout, 18 april 1982).

Koperen Ko was een reizend muzikant, die op veel plaatsen optrad. Hij bespeelde ten minste drie instrumenten tegelijk: een accordeon, een trommel, en bekkens of cymbalen. Ook bewoog hij zijn punthoed met bellen.

Koperen Ko heeft 55 jaar op straat gemusiceerd, vanaf zijn 13e jaar. Na vele jaren te hebben rondgetrokken, vestigde hij zich met zijn vrouw Martha in Rotterdam. Gaandeweg ging het hem financieel steeds beter. Enkele malen trad hij op voor de televisie en voor koningin Juliana.

Koperen Ko stond model voor de creatie Nikkelen Nelis van Wim Sonneveld. Het gelijknamige lied beviel hem helemaal niet: Ko meende dat de zin Zij kon het lonken niet laten sloeg op zijn vrouw Martha, die vanwege een oogziekte met haar ogen knipperde. Tekstschrijver Friso Wiegersma heeft dat ontkend, de tekst van het lied was al geschreven voordat Wim Sonneveld besloot zich uit te dossen als straatartiest.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

RDM, Heyplaatweg 1970

De onderzeeër Zwaardvis gaat te water vanuit de bouwloods bij de RDM, 2 juli 1970.

De Hr.Ms. Zwaardvis (S806) was een Nederlandse onderzeeboot van de Zwaardvisklasse. De boot werd gebouwd door de Rotterdamse scheepswerf RDM. Van 1989 tot 1990 werd de Zwaardvis gemoderniseerd.

Na de uitdienstname van de Zwaardvis probeerde de Nederlandse marine de boot samen met Hr.Ms. Tijgerhaai te verkopen of verhuren. Potentiële kopers waren Indonesië, Egypte en Maleisië. Geen van de drie wilde uiteindelijk de boten kopen. Maar in verband met een mogelijke verkoop lagen de boten inmiddels wel al in een Maleise haven.[1] Het Nederlandse ministerie van defensie was bang dat de scheepswerf in Lumut haar vordering voor onderhoud en liggeld via de rechter zou verhalen door de verkoop van de Tijgerhaai. De Nederlandse staat wilde verhinderen dat de boot of onderdelen zoals torpedobuizen of radar in onbevoegde handen zouden geraken. Daarop werd in 2005 een rechtszaak aangespannen tegen RDM die de boten zou verkopen. Op 17 augustus kwam de rechter met de uitspraak dat RDM voor oktober 2005 met de sloop van de boten begonnen zou moeten zijn of dat de boten in november 2005 terug moesten zijn in Nederland.[

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Aegidiusstraat, 1970

De Aegidiusstraat tussen Siondwarsstraat en Lusthofstraat, 1970.

De Aegidiusstraat heet naar Aegidius of Gillis van Voorschoten, onderbaljuw van Zuid-Holland. Het noordelijke gedeelte van de straat heette voordien Lemmstraat, later Oude Lemmstraat; het zuidelijke gedeelte heette Nieuwe Lemmstraat. De straat was aan beide zijden doodlopend. Ze was genoemd naar Theodorus Lemm (1824-1911) die aan de Oostzeedijk een grote smederij bezat. De naam Lemmstraat wordt in 1876 voor het eerst vermeld.

De Siondwarsstraat heet naar de berg Sion bij Jeruzalem. Dit in aansluiting op in deze buurt al bestaande bijbelse straatnamen. De straat ligt op het terrein van de vroegere buitenplaats ‘Het Paradijs’ in Kralingen. Omdat elders in de stad al een Paradijslaan en een Paradijsstraat waren, moest aan de nieuwe straten een andere naam worden gegeven. Zowel de Sionstraat als de Siondwarsstraat zijn bij het bombardement van mei 1940 grotendeels verdwenen. Vooral de Siondwarsstraat, die vroeger van de Sionstraat naar de Lambertusstraat liep, werd zwaar getroffen.

De Lusthofstraat ontleent haar naam aan de vroegere buitenplaats Lusthof. Ze lag ten oosten van de Adamshoflaan aan de Beneden-Oostzeedijk en strekte zich uit tot aan de Groene Wetering. Deze grote buitenplaats komt reeds voor in de 18de eeuw.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Molen de Ster (kralingsebos) 1970

Bezoekers van het Holland popfestival met op de achtergrond molen ‘De Ster’, 26-28 juni 1970.

De organistoren van het popfestival in Kralingen waren de hippie Berry Visser en Georges Knap. Voor Visser leidde het dubbelconcert van The Doors en Jefferson Airplane in het Amsterdamse Concertgebouw in 1969 tot het idee om zelf een grootschalig muziekevenement te organiseren. Uiteindelijk leverde het Amerikaanse Woodstock de inspiratie voor de organisatie van een openluchtfestival op Nederlandse bodem. Hetzelfde gold voor Georges Knap, die de organisatie van het festival financieel mogelijk maakte. Knap was vijftien jaar ouder dan Visser, galeriehouder en directeur van een handelsfirma in medische apparatuur. Daarnaast deed hij in de avonduren jeugdwerk bij hem in de buurt. Knap en Visser ontmoetten elkaar door een journalist die ze aan elkaar voorstelde.

Hoewel de organisatoren geen politieke agenda hadden, klonken er tijdens het festival regelmatig protestliederen tegen de oorlog in Vietnam. Voor de organisatoren ging het naar eigen zeggen slechts om de muziek. “Popmuziek was een subcultuur, nog geen big business”, aldus Visser. Behalve Santana en bands als Jefferson Airplaine waren onder andere The Birds, Ekseption en Dr. John the Nightripper aanwezig.

De fotograaf is H.B. Piebenga en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van https://isgeschiedenis.nl/…/het-holland-pop-festival-nederl…

Met medewerking van Rotterdam van toen