Tag Archives: 1974

Zwembad het Zwarte Plasje aan de Oude Raadhuislaan, 1974

Dit watertje is rond het midden van de 19de eeuw ontstaan. In verband met de noodzakelijke ophoging van de Kerkstraat in Hillegersberg werd een gedeelte van het land, dat ten noorden van de straat was gelegen, uitgegraven. Zo ontstond een drassig plasje, dat vanwege zijn kleur het Zwarte Plasje werd genoemd. In de loop van de jaren ontstonden in dit plasje kleine bronnen, die het water geleidelijk aan zuiverden. In hetbegin van de 20ste eeuw kwam het plasje in trek bij de zwemlustige Hillegersbergse jeugd. Sinds 1914 fungeert het als zwembad van de Sportvereniging Hillegersberg.

De Oude Raadhuislaan is vernoemd naar het voormalige raadhuis van Hillegersberg op de hoek van deze laan en de Kerkstraat. Dit raadhuis werd in 1752 gebouwd op de plaats van het oude 16de eeuwse rechthuis naar plannen van Bart Overgauw. Het bleef tot 1921 als zodanig in gebruik, toen het nieuwe raadhuis aan de Straatweg werd geopend. Deze laan heette van 1916 tot 1926 Raadhuislaan en van 1926 tot 1932 Oude Raadhuisstraat.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Shelltoren (Hofpoort) 1974

De bouw van de Shelltoren bij het Hofplein, 1974-1976.

De toren is het voormalig kantoor van oliemaatschappij Shell aan Hofplein 20; kreeg na de uitbreiding in de jaren zeventig van de vorige eeuw de naam ‘Hofpoort’, omdat op deze plek ooit de stadspoort met die naam had gestaan.

De naam ‘Hofpoort’ is in glimmende letters aangebracht boven de ingang van de parkeergarage aan de achterzijde van het gebouw. Ook ‘De nieuwe hoofdpoort’, het gebouw van ‘Stad Rotterdam Verzekeringen’ naast Weena 200 en ‘De Delftse Poort’ van ‘Nationale Nederlanden’ zijn vernoemd naar één van de tien stadspoorten die Rotterdam ooit rijk was.

Het naoorlogse Hofplein kreeg zijn huidige vorm in 1955. Het is gebouwd als een verkeerscirculatieplein en maakt onderdeel uit van een hoofdwegenstelsel in de binnenstad, waarvan ook het Churchillplein en het Oostplein deel zijn. Het eerste naoorlogse gebouw dat aan het Hofplein verrijst, is het Shell-kantoor (1956-1960) van architect C.A. Abspoel. Het vijf verdiepingen tellende gebouw is gelegen tussen Schiekade, Pompenburg en het spoorwegviaduct. Het ontwerp omvat ook een 10 meter brede straat die het Centraal Station met Station Hofplein moest verbinden. Daarom werd het gebouw op 20 granieten kolommen geplaatst, waardoor een doorrijhoogte van 5 meter ontstond. Al tijdens de ontwerpfase werd besloten meerdere organisaties van Shell in het gebouw op te nemen, waardoor het geen vijf maar negen verdiepingen kreeg. Het was de tijd van de wederopbouw met een enorm gebrek aan materialen. De minister van Bouwnijverheid en Wederopbouw eiste dan ook dat in bedrijfsgebouwen zoveel mogelijk materialen moesten worden gebruikt die niet in de woningbouw werden toegepast. Daarom werd voor de vliesgevel gekozen voor een slank aluminium profiel.

Twintig jaar later, tussen 1974 en 1976 werd het Shell-kantoor uitgebreid door ernaast een toren van 26 verdiepingen te realiseren met eronder een parkeergarage. De opvallende spiegelende gevel is uitgevoerd in blauw-groene tinten. Hiermee wilde men aansluiten bij het nieuwe, moderne Rotterdam. De nieuwe toren is ontworpen door ZZDP Architecten en was toen met zijn 95 meter hoogte nummer twee op de lijst van Rotterdams hoge gebouwen. Nummer één was de medische faculteit van de Erasmusuniversiteit met 105 meter. PvdA-wethouder J. Mentink betitelde het gebouw indertijd als ‘de laatste erectie van het grootkapitaal’.

De omgeving van het gebouw bleef nog enige jaren braakliggend terrein. Pas in 1979 werd het terrein rond de voet van de kolos aangekleed met acht winkeltjes, waaronder een autoverhuurbedrijf, een kapsalon, een snackbar en een kiosk. In de jaren ’90 verliet Shell het kantoor aan de Hofplein én Rotterdam. Sinds mei 2012 is de oliemaatschappij weer terug in de stad, niet op de oude locatie maar in een pand aan het Weena.

De fotograaf is Leendert Koote en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De skyline van Rotterdam vanaf de Maasboulevard, 1974

De skyline van Rotterdam vanaf de Maasboulevard, maart 1974. Uiterst links het Witte Huis.

De Maasboulevard is de belangrijkste oostelijke toegangsweg van het centrum van Rotterdam. De Maasboulevard ligt langs de rivier de Nieuwe Maas, op de rechteroever, en strekt zich uit van de Oude Haven tot de Honingerdijk, waar de weg overgaat in de Abram van Rijckevorselweg. De Maasboulevard biedt over de grote bocht in de Maas een goed uitzicht op de skyline van Rotterdam.

Tot 1953 lag op de plaats van de Maasboulevard het spoorwegemplacement van station Rotterdam Maas. Na de Watersnood werd besloten de dijken te verhogen. De hoofdwaterkering in Rotterdam is toen verplaatst van de Oostzeedijk naar de Maasboulevard. De Maasboulevard is op deltahoogte gebracht en in 1964 voor het verkeer geopend. De weg telt 2×2 rijstroken voor het autoverkeer.

Tussen de Maasboulevard en de Nieuwe Maas ligt het zwembad Tropicana, dat tot 2010 als zwembad in gebruik is geweest. Verder is er tussen de Maasboulevard en de rivier geen bebouwing, waardoor een vrij uitzicht geboden wordt.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Hr.Ms. Buffel op de Maas 1974

Het ramschip De Buffel op de Nieuwe Maas, 10 juni 1974.

De Hr.Ms. Buffel, HW 12, A 884, is een pantserschip, dat door de scheepswerf Napier & Sons uit Glasgow werd gebouwd. Op 23 juli 1868 werd het schip onder commando van Kltz. J.A.H. Hugenholtz in dienst genomen. Tussen 1896 en 1972 deed het dienst als logementschip. Als marineschip droeg het het predicaat Hr. Ms. Het is nu een museumschip in Hellevoetsluis.
De Buffel heeft een zusterschip: de Schorpioen. Samen vormden zij na 1868 de kern van de vernieuwde Koninklijke Marine.

De Buffel was bedoeld voor de verdediging van de Nederlandse kustwateren. Omdat Nederland zelf over onvoldoende kennis beschikte om pantserschepen te bouwen, vond de bouw plaats in Schotland. Tijdens de bouw van de Buffel werd ervaring opgedaan die voor de bouw van Zr. Ms. Guinea werd gebruikt, later door de Amsterdamse Rijkswerf.

Na een rustige carrière als pantserschip werd de Buffel omgebouwd, vanaf 1896 deed het schip dienst als logementschip. Tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940 was de Buffel nog in dienst als logementschip en lag het in de Rijkswerf Willemsoord in Den Helder. Na de val van Nederland werd het schip door de Duitse bezetter naar Amsterdam versleept, om daar als logementschip dienst te doen.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het schip intact teruggevonden en als logementschip ingedeeld bij de onderzeedienst in Rotterdam. In 1948 keerde het schip terug naar Amsterdam om te gaan dienen als logementschip bij het Marine Etablissement Amsterdam.

Een jaar na de uitdienstname van het schip in 1973 werd de Buffel verkocht aan de gemeente Rotterdam. In Rotterdam werd het schip tot museumschip omgebouwd, waarbij de periodes als oorlogsschip en logementschip worden uitgebeeld. Sinds 1979 was het schip te bezichtigen bij het Maritiem Museum Rotterdam, waar het in de Leuvehaven lag.

Vanwege bezuinigingen in Rotterdam werd de Buffel in het najaar van 2013 verplaatst naar Hellevoetsluis. Vanaf 5 oktober 2013 heeft het schip tijdelijk in het Timmerdok van Droogdok Jan Blanken gelegen. De Buffel had eerder ook al, na omgebouwd te zijn tot logementschip, van 28 mei 1896 tot 5 juli 1919 als logementschip in Hellevoetsluis gelegen. De gemeente Rotterdam is eigenaar van het schip, maar het beheer is door Stichting Museumschip de Buffel overgenomen. Vanaf 7 februari 2015 heeft de Buffel zijn definitieve ligplaats aan de Koningskade in Hellevoetsluis.

De Buffel ligt afgemeerd in Hellevoetsluis in het Maritiem Kwartier. Er liggen daar meer historische schepen, zoals de mijnenveger Bernisse, het lichtschip de Noord-Hinder. Ook is daar het stenen Droogdok Jan Blanken uit 1806 te bezichtigen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Casino de Paris in Villa Parkzicht in het Park 1974

Het Casino de Paris in Villa Parkzicht in het Park, 1974.

In de 18e en 19e eeuw lag hier een buitenplaats. Adriaan van Swijndrecht kocht het terrein in 1723. Hij bouwde hier een buitenhuis. J. Valckenier nam de gronden in de 19e eeuw over en liet het buitenhuis staan. In 1852 werd het terrein aangekocht door de gemeente en werd het oude Heeren Huys vervangen door een officierssociëteit met muziektent en kreeg het muziekkorps van de schutterij toestemming van de toenmalige eigenaar, de gemeente, om het vervallen buitenhuis van Valckenier te gebruiken als officierensociëteit en muziekvoorstellingen te geven in Het Park. Hoewel de schutterij in 1907 werd opgeheven bleef de officierensociëteit in het gebouw gevestigd.

In 1912 werd het huidige gebouw neergezet. In 1931 beëindigde de gemeente het contract met de officierensociëteit. In 1946 heeft de gemeentearchitect Voskuyl het gerenoveerd en van decoraties voorzien. Sindsdien was hier een theeschenkerij, in de zestiger jaren nachtclub Casino de Paris en in de jaren tachtig en negentig was hierin de discotheek Parkzicht gevestigd. Deze discotheek speelde een belangrijke rol in de opkomst van de gabberhouse in Nederland. Na een aantal incidenten werd de discotheek in 1996 gesloten. Tegenwoordig is in de villa een restaurant The Harbour Club Rotterdam gevestigd.

De discotheek in het statige pand bestond al in de jaren 80 onder de naam Parkzicht. In die tijd werd er vooral New wave en punk gedraaid. Aan het einde van de jaren 80 werd de naam ervan veranderd in Ibiza en qua muziekstijl werd er disco, R&B en funk gedraaid.

In 1989 kreeg Ibiza twee nieuwe eigenaren die de oude naam weer aannamen en het ombouwden tot een disco waar iedere vrijdag een band live optrad en maandelijks een speciaal themafeest werd gegeven, zoals jungle-, horror- en schuimfeesten. In tegenstelling tot andere discotheken, waar men enigszins chic gekleed moest gaan om toegang te krijgen, was er bij Parkzicht sprake van een liberaal deurbeleid. Zo mochten de bezoekers op gymschoenen naar binnen.

De vaste dj was Rob Janssen (DJ Rob), die op de vrijdagavond begon te experimenteren met het draaien van de destijds in Nederland opkomende housemuziek. Hij mixte als een van de eerste de ritmes van een drumcomputer door zijn platen heen. Zo creëerde hij een eigen geluid, dat steeds harder werd. Deze nieuwe housestijl sloeg al gauw aan bij het publiek en de vrijdagavonden trokken steeds meer publiek dat van ver buiten Rotterdam op Parkzicht afkwam. Zo werd Parkzicht een housediscotheek die wekelijks uitverkocht was. De househit The beat is flown van DJ Rob en MC Joe (Ludie Smitshoek) werd in deze tijd in Parkzicht opgenomen.

In 1993 was de gabberhouse zo populair geworden dat Parkzicht te klein was geworden voor de vele liefhebbers. Er werden nu grote feesten georganiseerd in zalen als Ahoy en de Energiehal.

Langzaam veranderde de samenstelling van het publiek en de sfeer in Parkzicht. De gabbercultuur had haar intrede gedaan en de zaal liep wekelijks vol met bezoekers gekleed in bij dit publiek populaire trainingspakken.

Onder meer door het vele drugsgebruik ontstonden er een aantal incidenten waardoor Parkzicht een slechte naam kreeg. In 1996 schoot een portier een bezoeker uit noodweer voor de deur dood en korte tijd later volgde nog een schietpartij in de discotheek zelf. Deze schietpartij vond plaats op een bruiloft die daar gevierd werd. Men vond het bij die gelegenheid niet gepast om te fouilleren aan de deur. Hierop besloot het stadsbestuur de zaak definitief te sluiten.

In december 2003 werd de zaak gekocht door de eigenaar van de Rotterdamse Gay Palace die de organisatie Earthquake in de arm nam voor het opnieuw organiseren van dancefeesten. Onder de naam Afterpark werd er drie keer een afterparty georganiseerd op de laatste zondagmorgen van de maand. De gemeente had echter ernstige bezwaren tegen deze feesten en wederom werd de zaak gesloten. Plannen om de discotheek een aantal jaren later weer op te starten werden eveneens door het stadsbestuur tegengehouden.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen