Tag Archives: 1978

Benthuizerstraat hoek Gerard Scholtenstraat, 1978

De kruising van de Benthuizerstraat met de hoek van Gerard Scholtenstraat, 13 september 1978.

Deze straat ontleent haar naam aan het dorp Benthuizen in de provincie Zuid-Holland. De stad Rotterdam kocht in 1692 de ambachtsheerlijkheid Benthuizen voor 27.000 gulden. Daarbij verkreeg de stad de heerlijke rechten. In 1853 verkocht ze de ambachtsheerlijkheid.

Gerard Scholten (1836-1894) was adjunct-directeur van Gemeentewerken 1873-1882, fabrieklandmeter van Schieland en directeur van de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen. Tevens was hij adviseur van verschillende bouwondernemingen, zoals van de maatschappij, die een deel van het (Oude) Noorden exploiteerde. Als waardering voor zijn arbeid verzochten de bouwondernemers na zijn dood zijn naam aan de straat te mogen geven, die sinds juli 1892 Zwarteweg heette. Laatsgenoemde naam was ontleend aan de sintels, die hadden gediend om de weg te verharden.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Westnieuwland met links de Blaak en in het midden de Nieuwstraat, 1978

Het Westnieuwland met links de Blaak en in het midden de Nieuwstraat, 21 oktober 1978.

Het Oost- en Westnieuwland waren zo genoemd, omdat zij ten oosten en westen van de haven lagen. In tegenstelling tot het reeds vroeger bedijkte land ten noorden van Schielands Hoge Zeedijk (Hoogstraat), het eigenlijke oudeland, waren ze in het midden van de 14de eeuw reeds bebouwd. In 1336 treft men huizen aan in het Westnieuwland, aan de ‘Rieddijcke’, in 1385 ook in het Oostnieuwland. Oorspronkelijk behoorde al dit nieuwland aan de graaf. In het charter van 7 juni 1340, waarbij de graaf aan Rotterdam verschillende vrijheden verleende, werd de stadsvrijheid ook 50 gaarden over het nieuwe land uitgestrekt. Het gedeelte tot Blaak en Nieuwehaven viel dus binnen de stadsvrijheid. Op 5 januari 1384 verkreeg de stad het westelijke gedeelte in erfpacht en op 20 augustus 1412 werd de jurisdictie van de stad uitgebreid over het gehele gedeelte, dat zich ten zuiden, tussen het West- en Oostpoorthuis, uitstrekte tot de halve breedte van de Maas. In 1472 kreeg de stad van hertog Karel de Stoute het Westnieuwland in pand en het blijkt niet, dat dit ooit is ingelost.

De betekenis van de naam Blaak is niet geheel zeker. Het is heel goed mogelijk dat de naam is afgeleid van het Zuidnederlandse woord ‘blak’, dat stil rustig water betekent. Ook kan gedacht worden aan het Middelnederlandse ‘blec’, dat de betekenis heeft van ‘Land, dat even boven het water uitkomt’. De Blaak was de oude vest voor de uitleg van de stad in het laatst van de 16de eeuw. In de stadsrekeningen van 1480/81 en 1481/82 wordt deze vest ‘die Blake’ genoemd. Sinds 1577 werden erven aan de Zuidblaak door de stad verkocht als bouwgrond, sinds 1581 ook aan de Noordblaak. Tot 1613 werd de vest voor scheepstimmerwerven gebruikt. In 1867 is een gedeelte van de Blaak gedempt ten behoeve van de bouw van een nieuw postkantoor. Het resterende gedeelte is in 1940 gedempt met het puin van de huizen uit de verwoeste binnenstad. De namen Noord- en Zuidblaak voor de straten ter weerszijden van het water zijn toen vervallen. Sindsdien geldt de naam Blaak voor de brede verkeersweg die door de demping is ontstaan.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Plein 1940. 1978

Het Plein 1940 met het monument De Verwoeste Stad, 16 februari 1978. Op de achtergrond de Coolsingel.

De verwoeste stad is een beeld dat Ossip Zadkine maakte naar aanleiding van het bombardement op Rotterdam. Het is op 15 mei 1953 onthuld en staat op het Plein 1940, aan de Leuvehaven, naast het Maritiem Museum in Rotterdam. Het beeld is een Rijksmonument.

Naar verluidt kreeg Zadkine de inspiratie voor het beeld De verwoeste stad toen hij vanuit Parijs onderweg was naar zijn vriend, de arts Hendrik Wiegersma in het Nederlandse Deurne. Toen de trein over het luchtspoor door Rotterdam reed zag hij het weggevaagde centrum van de stad.

Het beeld is van brons en stelt een menselijke figuur voor zonder hart, symbool voor het hart van Rotterdam dat verloren ging bij het bombardement. Rotterdam kreeg het beeld cadeau van de directie van warenhuis De Bijenkorf. Een van de voorwaarden van de schenking was, dat het beeld op die en enkel die plaats zou blijven staan. Dit leidde later nog tot veel discussies.

Het beeld wil de vernietiging van de stad door de Duitsers in herinnering brengen. Zelf zei de kunstenaar over de sculptuur:

“Het [beeld] wil het menselijk lijden belichamen dat een stad moest ondergaan die slechts, met Gods genade, wilde leven en bloeien als een woud. Een kreet van afschuw om de onmenselijke wreedheid van dit beulswerk.”

Voor de aanleg van een nieuwe metroboog werd de sculptuur in 1975 blijvend 60 meter verplaatst. In 2005 moest het beeld vanwege bouwwerkzaamheden tijdelijk aan de kant. Er werd van de gelegenheid gebruikgemaakt groot onderhoud uit te voeren. Ter plaatse was daarvoor een restauratieatelier opgericht. Op 14 mei 2007 gaf burgemeester Opstelten De verwoeste stad zijn prominente plaats op het Plein 1940 terug. De Duitse president Horst Köhler legde er bij zijn staatsbezoek aan Nederland in oktober 2007 zoals velen voor hem een krans.

In de loop der jaren heeft het beeld van de Rotterdammers een rits van bijnamen gekregen. Naast “De verwoeste stad” kent men het beeld als “Stad zonder Hart”, “Zadkini”, “Jan Gat”, Jan met de Handjes” en “Jan met de Jatjes”.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Ton Menkenhal Weena 1978

Schaatsen In de Ton Menken-ijshal op het Weena, 21 oktober 1978.

De Ton Menken-ijshallen zijn een viertal ijshallen die midden jaren zeventig in Nederland verrezen, in Leiden, Dordrecht, Rotterdam en Enschede. De eerste werd in 1976 in Leiden gebouwd, waar de eerste paal op zaterdag 15 mei geslagen werd door Piet Kleine. Hierna volgden de ijshallen in Dordrecht, Rotterdam en Enschede. Initiatiefnemer en naamgever was de Leidse ondernemer Ton Menken, die afkomstig was uit de ondernemersfamilie Menken en ook enige tijd directielid was geweest van het gelijknamige zuivelbedrijf, ooit het grootste particuliere zuivelbedrijf van Nederland.

De Menkenbanen bestonden uit een middengedeelte van 30 x 60 meter waarop vrij kon worden geschaatst en dat ook voor ijshockey geschikt was, en een buitenring van 220 meter voor de schaatsers op noren.

Voor Leeuwarden werd aan eenzelfde concept gedacht. De IJshal Leeuwarden is in opzet vrijwel identiek aan de hal in Enschede, maar de exploitatie kwam onder beheer van een stichting en niet van Menken zelf.

Met het verdwijnen van de Drechtstedenhal in Dordrecht (gesloopt en vervangen door Sportboulevard Dordrecht) is de Schaatshal Leiden de enige nog in bedrijf zijnde Menkenhal. De IJshal Leeuwarden is op 22 maart 2015 dicht gegaan. In de nabijheid is de Elfstedenhal gebouwd.

De Rotterdamse ijshal werd in 1996 gesloten. Hier vind je nu een parkeergarage.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen