Tag Archives: centrum

Oudehavenkade, 1907

Oudehavenkade met links Plan C, 1907. Op de achtergrond de Hoofdsteeg en de Mosseltrap.

De kade tussen de Mosseltrap en de Geldersekade ontving in 1884 de naam Oudehavenkade. De huidige Oudehavenkade ligt op dezelfde plaats als haar voorganger. In het charter van 25 juli 1328 is sprake van het maken van een haven te Rotterdam en in 1351 vindt men hier reeds een steiger. Deze haven was toen het water, van de Blaak tot het Moriaansplein (de vroegere Kolk), waar zich de Dordtsche Steiger bevond. De uitbreiding van de stad naar het zuiden had ook tengevolge, dat de haven in zuidelijke richting werd verlengd.

De Hoofdsteeg of Hoofdstraat behoorde tot de oudste straten van de stad. Al in 1359 wordt haar bestaan bewezen. De oudste benaming was ‘dijck’, daarna sprak men van ‘de strate, die men gaet int Oostnieuwland’, en in 1373 van ‘Oostnieuwelantsbrugghe’. Sinds het midden van de 15de eeuw vinden we Mandemakersstraat of Hordemakersstraat. Eerst in de 16de eeuw is er sprake van Hoofdsteeg. Een enkele maal vinden we ‘Mandemakersstraat, dat men upt thoeft gaet’. Deze laatste plaatsaanduiding kreeg langzamerhand de overhand. Het hoofd, met de Hoofdpoort, was toen bij de Nieuwehavensteeg en is pas bij de nieuwe uitleg na 1574 naar het einde van de Spaansekade verlegd. Het gedeelte van de Hoogstraat naar de Steigersgracht (Middensteiger) stond bekent als de Korte Hoofdsteeg. Hoofdsteeg en Korte Hoofdsteeg zijn in mei 1940 verdwenen. Van 1942 tot 1972 heeft een straat ten westen van deze straten nog de naam Hoofdsteeg gedragen. Een zijstraat van deze nieuwe Hoofdsteeg kreeg de naam Hoofdsteeghof.

De Mosseltrap herinnert aan de mosselmarkt die vroeger in deze buurt werd gehouden en aan de trappen, die naar het water van de Nieuwehaven leidden om de mosselen te lossen. Reeds in 1539 had men het ‘Tonis de Mosselmanshuus an de Poort int Oestnieuwland’. De poort was gelegen bij de Nieuwehavensteeg. Ook de naam Mosselkaey komt voor. De huidige Mosseltrap ligt wat noordelijker dan de vroegere straat van die naam.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schiedamsesingel, 1959

Voetbalwedstrijd op stuk grond aan de Schiedamsesingel, links schoolgebouw van de Rotterdamse Schoolvereniging RSV, 1959 (geschat).

De Schiedamsesingel is de naam van de in 1608 ten westen van de Schiedamsevest aangelegde en met bomen beplante weg. De Schiedamsedijk vormt een onderdeel van Schielands Hoge Zeedijk, aangelegd in het midden van de 13de eeuw. Een strook grond langs dit gedeelte van de dijk werd in 1598 als bouwgrond uitgegeven. In oude bronnen komt de straat afwisselend voor als Hoogstraat en Schiedamsedijk. In 1610 werd dit gedeelte van de dijk bestraat. Over de Schiedamsedijk en verder over de Schielands Hoge Zeedijk (de latere Westzeedijk) liep de weg naar Schiedam. Het zuidelijke gedeelte van de Schiedamsedijk heette in de 17de en 18de eeuw ook heel vaak Schotschedijk vanwege het grote aantal Schotten dat zich daar had gevestigd.

Eveneens in het laatst van de 16de eeuw werd begonnen met het graven van de stadsvest, van de Binnenweg naar het Vasteland. De Schiedamsesingel tussen Binnenweg en Witte de Withstraat werd rond 1900 gedempt. Tot 1930 heette dit gedeelte Schiedamsevest. Daarna sprak men van Schiedamsesingel. De demping van het resterende gedeelte volgde in 1940. In 1949 werd de naam Schiedamse Vest gegeven aan de Schiedamsesingel tussen Binnenweg en Witte de Withstraat alsmede aan de in het verlengde aangelegde weg in zuidelijke richting. Het gedeelte tussen Binnenweg en Westblaak is thans een deel van de Coolsingel.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Nieuwemarkt, 1908

De Nieuwemarkt met het monument ‘Maagd van Holland’, 1908. In het midden het mosselvrouwtje Jannetje Cornelia Visser.

De Nieuwemarkt ligt voor een groot gedeelte op het oude terrein van het Sint Agnietenconvent, dat in 1575 bijna geheel eigendom van de stad werd. In dat jaar werd het ingericht als woning voor de Prins van Oranje en ontving daarbij de naam Prinsenhof. Tot 1645 hield ook de Admiraliteit op de Maze hier haar zittingen. Kort daarop werd hier het plein aangelegd. Op een plattegrond van 1649 komt dit plein reeds voor. In 1660 werd besloten alle huizen ten oosten van het plein af te breken om zodoende het plein te vergroten en tot een grote kaasmarkt in te richten. Als zodanig heeft het plein nooit dienst gedaan. Wel vond op de Nieuwemarkt, zoals het plein werd genoemd, tot 1853 de veemarkt plaats. Een enkele maal wordt het plein onder de naam Prinsenmarkt vermeld.

De Maagd van Holland is een standbeeld in het centrum van Rotterdam op de Nieuwemarkt aan de Gedempte Botersloot. Het is een monument opgericht ter ere van de inneming van Den Briel door de Watergeuzen op 1 april 1572. Het beeld, onthuld in 1874 en officieel bijgenaamd het Vrijheidsbeeld, was bedoeld als centraal decor bij de uitbundige jaarlijkse 1-aprilvieringen. Het werd gemaakt door Joseph Graven.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Plein 1940, 1970

Het Plein 1940 met het monument ‘de Verwoeste Stad’ en Dolfirodam, 29 mei 1970.

De verwoeste stad is een beeld dat Ossip Zadkine maakte naar aanleiding van het bombardement op Rotterdam. Het is op 15 mei 1953 onthuld en staat op het Plein 1940, aan de Leuvehaven, naast het Maritiem Museum in Rotterdam. Het beeld is een Rijksmonument.

Naar verluidt kreeg Zadkine de inspiratie voor het beeld De verwoeste stad toen hij vanuit Parijs onderweg was naar zijn vriend, de arts Hendrik Wiegersma in het Nederlandse Deurne. Toen de trein over het luchtspoor door Rotterdam reed zag hij het weggevaagde centrum van de stad.

Het beeld is van brons en stelt een menselijke figuur voor zonder hart, symbool voor het hart van Rotterdam dat verloren ging bij het bombardement. Rotterdam kreeg het beeld cadeau van de directie van warenhuis De Bijenkorf. Een van de voorwaarden van de schenking was, dat het beeld op die en enkel die plaats zou blijven staan. Dit leidde later nog tot veel discussies.

Het beeld wil de vernietiging van de stad door de Duitsers in herinnering brengen. Zelf zei de kunstenaar over de sculptuur:

“Het [beeld] wil het menselijk lijden belichamen dat een stad moest ondergaan die slechts, met Gods genade, wilde leven en bloeien als een woud. Een kreet van afschuw om de onmenselijke wreedheid van dit beulswerk.”

Voor de aanleg van een nieuwe metroboog werd de sculptuur in 1975 blijvend 60 meter verplaatst. In 2005 moest het beeld vanwege bouwwerkzaamheden tijdelijk aan de kant. Er werd van de gelegenheid gebruikgemaakt groot onderhoud uit te voeren. Ter plaatse was daarvoor een restauratieatelier opgericht. Op 14 mei 2007 gaf burgemeester Opstelten De verwoeste stad zijn prominente plaats op het Plein 1940 terug. De Duitse president Horst Köhler legde er bij zijn staatsbezoek aan Nederland in oktober 2007 zoals velen voor hem een krans.

In de loop der jaren heeft het beeld van de Rotterdammers een rits van bijnamen gekregen. Naast “De verwoeste stad” kent men het beeld als “Stad zonder Hart”, “Zadkini”, “Jan Gat”, Jan met de Handjes” en “Jan met de Jatjes”.

Ter gelegenheid van de manifestatie C70 waarmee Rotterdam 25 jaar de bevrijding en de wederopbouw vierde, werd een nieuwe attractie geplaatst in de vorm van een dolfinarium. De naam voor deze attractie was Dolfirodam.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia en van rijnmond.nl.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolvest, 1917

Bloemenmarkt op de Coolvest, 1917-1921. Bloemenmarkten vonden vaak plaats tijdens Pinksterdrie. Op de achtergrond winkelgalerij de Passage.

Het ambacht Cool komt reeds voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Bij Koninklijk Besluit van 20 september 1809 werd het ambacht Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Cool, tot een zelfstandige gemeente verheven. In 1811 werd Cool door Rotterdam geannexeerd. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht.

De Passage (1879-1940) in Rotterdam was een overdekte winkelgalerij tussen de Coolvest en de Korte Hoogstraat. De Passage werd in 1879 in gebruik genomen naar ontwerp van J.C. van Wijk.

Bij de opening in 1879 bestond de Passage uit twee niveaus. In de benedenverdieping zat echter te weinig ‘loop’. Sinds 1905 was hier een badinrichting gevestigd, die onder meer door de mariniers van het Oostplein werd bezocht.

In 1882 was de Passage het eerste gebouw in Rotterdam dat elektrisch werd verlicht. De Passage werd in mei 1940 tijdens het bombardement op Rotterdam verwoest.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Vogelenzang, 1908

Gezicht op de Vogelenzang, die liep van de Korte Pannekoekstraat naar de Korte Baanstraat, 1908.

De Vogelenzang wordt al genoemd aan het einde van de 15de eeuw. In 1507 werd de stad eigenares van een steeg, lopende van de Pannekoekstraat naar een lijnbaan, waarmee klaarblijkelijk deze steeg bedoeld was. De naam Vogelenzang mag misschien in verband worden gebracht met Jacob Pieter Nachtegaelsz., die in 1507 ten noorden van genoemde lijnbaan woonde. Daar er omstreeks deze tijd slechts lijnbanen en tuinen in dit stadsgedeelte gevonden werden, kunnen we echter ook denken aan de zangvogels die daar in struiken en bomen genesteld zullen hebben. Een andere veronderstelling is dat de straat haar naam dankte aan de daar verblijf houdende vrouwen, die het minder nauw namen met de goede zeden.

Voor de Tweede Wereldoorlog vond men in deze omgeving ook een straat die de naam Nieuwe Vogelenzang droeg. De straat dateerde van 1597. Toen werd de sloot ten oosten van de Pannekoekstraat, naar de mindere frisheid van het water Stinksloot geheten, gedempt. De daardoor ontstane straat bleef in de volksmond Stinksloot, Stinkslootsteeg of Stinksteeg heten. Daarnaast werd ze Nieuwe Vogelenzang genoemd. Ook kwam ze nog voor als Vogelenzangsteeg, omdat ze uitliep op de Vogelenzang. De vooroorlogse Vogelenzang lag ten zuiden van de huidige straat van die naam. Ze liep van de Korte Pannekoekstraat naar de Korte Baanstraat.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Grotekerkplein met het duivenvrouwtje Hanneke van Ham, Ong.1910

Een bekend figuur op het Grotekerkplein was Hannetje van Ham, bijgenaamd het ‘Duivenvrouwtje’. Dagelijks kwam zij daar duiven voeren. De prentbriefkaart komt uit 1900.

Van Rijnmond.nl het volgende stuk:
Hendrikja Tijntje van Ham is geboren in 1870 en begint rond 1910 met het voeren van verwilderde duiven. Dat doet ze op het Grote Kerkplein aan de voet van de Laurenskerk. Duiven nestelen zich in die toren en in de kerk. Het heeft in die tijd zin om vaste voederplaatsen te maken om dat de duiven dan in de stad blijven. Als ze geen eten meer zouden vinden, dan zouden ze de boer op gaan en bijvoorbeeld postduiven in gevaar brengen.

Wilma van Giersbergen van het Stadsarchief Rotterdam heeft zich in ‘het duivenvrouwtje’ verdiept: “Iedere dag, door weer en wind, trok zij met een speciaal karretje langs de graankantoren om graan in te kopen en soms krijgt ze het ook. Het geld dat ze kreeg van de ‘steun’ besteedde ze grotendeels aan het voer. Ze had niet alleen mededogen met de duiven maar ook met allerlei loslopen dieren als honden en katten.”

Kinderen vinden haar vooral heel raar. Trijntje van Ham is toch een beetje raar figuur in de binnenstad van Rotterdam. Ze wordt door de kinderen uitgejouwd en de ruiten van haar huis worden regelmatig ingegooid.

In 1938 moet het duivenvrouwtje stoppen met het voeren van de duiven. Op verzoek van het gemeentebestuur krijgt ze geen voer meer van de dierenbescherming. De uitwerpselen van de dieren veroorzaken schade aan gebouwen en monumenten. De duiven worden langzamerhand een plaag. De gemeente wil ze laten verhongeren om zo van ze af te komen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van https://www.rijnmond.nl/…/Vergeten-Verhalen-het-duivenvrouw…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Blaak, 1963

De Blaak met links de afslag naar de Boompjes-Maasboulevard-Willemsbrug en op de achtergrond het kantoor van de Twentsche Bank, 1963 (geschat).

De betekenis van de naam Blaak is niet geheel zeker. Het is heel goed mogelijk dat de naam is afgeleid van het Zuidnederlandse woord ‘blak’, dat stil rustig water betekent. Ook kan gedacht worden aan het Middelnederlandse ‘blec’, dat de betekenis heeft van ‘Land, dat even boven het water uitkomt’.

De Blaak was de oude vest voor de uitleg van de stad in het laatst van de 16de eeuw. In de stadsrekeningen van 1480/81 en 1481/82 wordt deze vest ‘die Blake’ genoemd. Sinds 1577 werden erven aan de Zuidblaak door de stad verkocht als bouwgrond, sinds 1581 ook aan de Noordblaak. Tot 1613 werd de vest voor scheepstimmerwerven gebruikt. In 1867 is een gedeelte van de Blaak gedempt ten behoeve van de bouw van een nieuw postkantoor. Het resterende gedeelte is in 1940 gedempt met het puin van de huizen uit de verwoeste binnenstad. De namen Noord- en Zuidblaak voor de straten ter weerszijden van het water zijn toen vervallen. Sindsdien geldt de naam Blaak voor de brede verkeersweg die door de demping is ontstaan. Later werd de Blaak in westelijke richting doorgetrokken. De nieuwe weg ontving de naam Westblaak.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Weena – Karel Doormanstraat, 1960

Verkeersborden met omleidingen wegens de metrobouw, op of nabij het Weena en de Karel Doormanstraat, 1960-1965 (geschat).

De eerste metrolijn, Noord-Zuidlijn genoemd, was tevens de eerste van Nederland, en bij de opening een van de kortste metrolijnen ter wereld: slechts 5,9 kilometer tussen het station Rotterdam Centraal en het station Zuidplein op de linker Maasoever. Op 9 februari 1968 openden prinses Beatrix en prins Claus in het bijzijn van toenmalig burgemeester Wim Thomassen en RET-directeur drs. C.G. van Leeuwen de metrolijn op het Centraal Station met een rit naar Zuidplein. Met de bouw van de lijn, die ruim zeven jaar duurde, was een bedrag van 170 miljoen gulden (ruim 77 miljoen euro) gemoeid, plus twintig miljoen gulden (negen miljoen euro) aan bijkomende werken. Om de Rotterdammers kennis te laten maken met dit nieuwe vervoermiddel, mocht iedere inwoner eenmaal een gratis ritje maken met de metro. De Rotterdamse metro had zijn eerste grote presentatie aan het publiek al in 1960 op de Floriade in de vorm van een 38 meter “bewegende” maquette met modeltreinen.

Het belangrijkste kunstwerk was de tunnel onder de Nieuwe Maas. Deze tunnel (de tweede ondertunneling van de Maas na de Maastunnel voor het auto-, fiets- en voetgangersverkeer) werd gebouwd door middel van geprefabriceerde tunnelstukken die werden afgezonken. Het traject van Rotterdam Centraal tot aan de Maas werd in openbouwputten gerealiseerd. Weena, Hofplein en Coolsingel waren hierdoor jarenlang onbegaanbaar.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Station Hofplein, 1960

Het Hofplein met het spoorwegviaduct en café restaurant de Toog, 1960.

Het Hofpleinlijnviaduct (ook wel de De Hofbogen) is een 1,9 kilometer lang buiten gebruik gesteld spoorwegviaduct in Rotterdam-Noord. Op 1 oktober 1908 werd het in gebruik genomen als onderdeel van de eerste elektrische spoorlijn van Nederland, de Hofpleinlijn van Rotterdam Hofplein naar Scheveningen. Tot 16 augustus 2010 reed RandstadRail over het viaduct.

Het Hofpleinlijnviaduct is de eerste grote constructie van gewapend beton in Nederland en werd gebouwd tussen 1904 en 1908. Het viaduct telt 189 bogen die oorspronkelijk open zouden blijven, maar al in 1909 was een goed deel van de ruimtes onder de bogen als bedrijfsruimte verhuurd. In de jaren dertig waren er zelfs plannen om noodwoningen te maken onder de bogen. Nog steeds zijn de meeste bogen in gebruik als opslagruimte en dergelijke. Halverwege het viaduct ligt het opgeheven station Rotterdam Bergweg.

In juni 2006 is de treindienst van de Nederlandse Spoorwegen over het viaduct opgeheven. Tot 16 augustus 2010 reed RandstadRail nog over het Hofpleinlijnviaduct, waarbij op station Bergweg niet meer wordt gestopt. Na die datum werd gereden door een nieuw aangelegd tunneltraject door Blijdorp en had het viaduct geen spoorfunctie meer.

De fotograaf is P. Visser en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen