Tag Archives: centrum

Station Blaak en het metrostation, 1985

verzicht vanaf het dak van de gemeentebibliotheek met station Blaak en het metrostation, 13 augustus 1985.

Op de plaats van station Blaak lag voorheen het station Beurs, genoemd naar het tegenoverliggende beursgebouw. Het in 1877 geopende station was onderdeel van het drie kilometer lange luchtspoor dat de stad doorkruiste. Het bombardement van 14 mei 1940 verwoestte station Beurs op de overkapping na. Al vóór het bombardement was men begonnen aan de bouw van het nieuwe Beursgebouw aan de Coolsingel.

Het nieuwe station werd in 1945 de naam Rotterdam Blaak gegeven. Het kreeg in 1953 een nieuwe ontvangsthal naar ontwerp van Sybold van Ravesteyn. Ze was echter geen lang leven beschoren. Op de overkapping na werd station Blaak in 1972 gesloopt voor de aanleg van de metrolijn. Bij de uitvoering ervan werd rekening gehouden met de aanleg van een spoortunnel. Het gebied dominerende luchtspoor werd overbodig door de aanleg van de Willemsspoortunnel. In 1993 werd het luchtspoor, samen met de overkapping van station Blaak, gesloopt. Het nieuwe Station Blaak werd tegelijk met de Willemsspoortunnel op 15 september 1993 door koningin Beatrix geopend.

Station Blaak werd een nieuw knooppunt van vier verschillende vormen van openbaar vervoer. Op het maaiveld bevinden zich de bus- en tramhaltes. Eén niveau lager ligt het metrostation met haaks daaronder de perrons van het NS-station. Architect H.C.H. Reijnders kreeg de opdracht het complex van de boven elkaar liggende stations zichtbaar te maken, rekening houdend met veiligheid en herkenbaarheid.

Het ontwerp kent vele ruimtelijke effecten die versterkt worden door kleur- en lichteffecten. Bovengronds is het station herkenbaar aan de grote transparante schotel met een doorsnede van 35 meter, naar ontwerp van L.I. Vákár. Ze wordt gedragen door een schaalconstructie die is opgehangen aan een boog met een spanwijdte van 62,5 meter. Het geheel oogt als een soort geopende ‘putdeksel’ boven de ingang naar het ondergrondse station. Vandaar de bijnamen ‘vliegende schotel’, ‘putdeksel’ of ‘fluitketel’. In de boog zijn verspringende blauwe en gele neonbuizen aangebracht. De gele gaan branden als een trein richting CS vertrekt, de blauwe zijn voor de richting Dordrecht.

Via roltrappen, liften en vaste trappen komt men via de noordhal naar de 14 meter ondergrondse perrons. Via trappen zijn ze met de kruisende metrobuis verbonden en sluiten aan op de zuidhal. Hier zijn de restanten van de oude stadsmuur te zien die tijdens de werkzaamheden werden blootgelegd. Geluidsoverlast wordt gereguleerd door allerlei technische vindingen, zoals golvende isolatieplafonds en rubberen matten waarop de rails liggen. De open verbinding naar buiten voorziet het station van daglicht, vergroot de veiligheid en vormt een oplossing voor de luchtverplaatsing veroorzaakt door passerende treinen.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Weena-Hofplein, 1947

In de omgeving van het Weena en het Hofplein grazen ossen om bij te komen, 1947. Op de achtergrond links het ronde Incassobankgebouw aan de Goudsesingel en rechts de gebouwen van de Ammanstichting en de Coolsingel met het stadhuis.

Uit Het Vrije Volk van 13 september 1947:
Doorgaans een aardig schouwspel als troepen lerse ossen over de puinvelden van Rotterdam worden voortgedreven. Fiere dieren zijn het, met hun wijd uitstaande hoorns zien ze er lang niet zo tam uit als ons vee. Maar vrijdag was hun tocht van de Merwehaven, waar ze met de North Down uit Dublin waren gearriveerd, een lijdenstocht. De misère begon al met de eerste van de vier ploegen van ongeveer 75 dieren. In het Westen van de stad bij het Marconiplein viel de eerste os al neer. Volkomen uitgeput. Door de zeereis, door de warmte, en ook, en dat was het treurige, door dorst. De dieren liepen met de tongen uit de bek. Als ze even de kans zagen gingen ze de steen van winkelpuien likken. Op het Burg. Meineszplein liep een os een kruidenierswinkel binnen, vermoedelijk omdat het daar koel was. Het viel niet mee om de os hier om te draaien en weer naar buiten te loodsen. Heel voorzichtig werd er gemanoeuvreerd, maar de drijvers konden toch niet voorkomen dat hij een paar jampotten brak.

Bij de Heemraadssingel en de Diergaardesingel liepen er een paar op het water af en begonnen direct te drinken. Op het Hofplein kon er weer een van uitputting niet verder en viel op de tramrails neer. Het kostte heel wat moeite om hem te verwijderen. Met een wagen van het abattoir, de dieren waren voor slachting bestemd, zijn de uitvallers later opgehaald.

Al met al was het een zielig transport. Zeker, het was „maar” slachtvee, maar dat neemt niet weg, dat deze dieren naar ons gevoel tot de laatste dag recht hebben op een behoorlijke verzorging.

In het bijschrift in het Stadsarchief Rotterdam staat dat deze foto over ossen op doorreis naar Oost-Europa gaat.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit het Vrije Volk van 13 september 1947.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Een parkje langs het Weena, (Ong.)1960

Een parkje langs het Weena met postbestellers, 1960-1970.

Het Weena dankt zijn naam aan het Huis of Hof van Weena, dat ter hoogte van het huidige Station Hofplein lag. Dit kasteel was in het begin van de 13de eeuw gebouwd en werd bewoond door de familie Bokel. Het was vermoedelijk een vierkante woontoren, die op een eilandje lag. Volgens de kroniekschrijver Willem van der Sluys werd het kasteel in 1426 door de Hoekse troepen onder Willem Nagel verwoest. Slechts een gedeelte van de toren heeft hier nog verschillende eeuwen gestaan. Toen de stad in 1590 eigenares van het terrein werd, zijn daarheen de lakenramen overgebracht. Op het grondgebied van het vroegere kasteel lagen van 1854 tot 1956 de 1ste en 2de Weenastraat en het Weenaplein. Deze zijn verdwenen in verband met de aanleg van het vliegveld Heliport. In deze buurt herinneren enige straten aan de heren van Weena, zoals de Almondestraat, de Boekhorststraat en de Roo Valk-straat. De naam Weena is een verbastering van Wedena, dat is afgeleid van het middeleeuwse woord wedeme (morgengave of huwelijksgift).

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel, 1958

De Coolsingel met op de voorgrond een parkeerplaats voor fietsen en bromfietsen voor warenhuis de Bijenkorf en bioscoop Cineac-NRC, 1958-1962.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Bij Koninklijk Besluit van 20 september 1809 werd het ambacht Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Cool, tot een zelfstandige gemeente verheven. In 1811 werd Cool door Rotterdam geannexeerd. Naast het ambacht had men ook nog de polder Cool. Deze lag tussen de Rotterdamse en Delfshavense Schie. Deze werd in 1925 opgeheven. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt. De naam Coolvest is daardoor verdwenen.

De Rotterdamse vestiging van De Bijenkorf is één van de drie grootste vestigingen van de warenhuisketen. Het gebouw dateert uit 1957 en is een symbool van de wederopbouw van de stad Rotterdam. Het is met die in Amsterdam en Den Haag een van de drie zogeheten flagship stores, de belangrijkste winkels uit de keten. Geruime tijd waren de vestigingen van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam de enige in Nederland. Eindhoven was in 1969 de vierde vestiging en de eerste buiten de Randstad.

Het gebouw staat prominent tegenover de Beurs aan de Coolsingel, sinds 2012 naast de B’Tower. De huidige Bijenkorf verrees als vervanging van het voormalige gebouw dat door de bombardementen zwaar getroffen was en is ontworpen door de Hongaars-Amerikaanse architect Marcel Breuer (1902–1981).

Eveneens onderdeel van het rijksmonumentale complex is de ernaast gelegen met toegang vanuit de Bijenkorf en gelijktijdig gebouwde bioscoop van Cineac-NRC, vanaf 1977 Cineac Bijenkorf genoemd, die in 1989 gesloten werd.

De foto is gemaakt door de Gemeentepolitie Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Regentessebrug – Posthoornsteeg met de Lutherse kerk, 1930

Uitzicht vanaf een huis aan de zuidzijde van de Wijnhaven op de Regentessebrug en de Posthoornsteeg met de Lutherse kerk, 1930.

Deze brug is vernoemd naar Koningin Emma, 1858-1934, die van 1890 tot 1898 het regentschap voor haar minderjarige dochter Wilhelmina voerde. Tijdens het officiële bezoek van de beide vorstinnen aan Rotterdam op 9 juni 1899 is de brug voor het publiek geopend.

Deze steeg draagt de naam van de 17de-eeuse brouwerij De Posthoorn. Van deze steeg, waarvan de erven in 1611 werden uitgegeven, heette eertijds het gedeelte van de Zuidblaak naar de Wijnstraat ‘Keizerstraat’, ‘Zuid-Keizerstraat’ of ‘Keizersbrugstraat’. Naar de brouwerij ‘de Oranjeboom’ die ten oosten van deze steeg, tussen de Wijnhaven en de Wijnstraat, lag, komen omstreeks 1620 de namen Oranjestraat, Oranjeboomstraat en Oranjebuurt voor. Tengevolge van de naamsverandering van de brouwerij omstreeks 1636 in ‘de Posthoorn’, kreeg de steeg kort daarna de naam Posthoornsteeg. In de 19de eeuw werd er echter nog steeds gesproken van Oranje- of Posthoornsteeg.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

West-Kruiskade met de rk Sint Josephkerk, 1968

De West-Kruiskade bij de Sint-Mariastraat met de rk Sint Josephkerk, 1968.

De Sint Jopsehkerk was een Neogotische kerk. In 1928 is deze kerk voorzien van een nieuwe voorgevel met een toren, naar ontwerp van H.C.M. van Beers. In het kader van een meer oecumenisch en economisch gebruik van kerkgebouwen is eind jaren 1960 van restauratie van deze kerk afgezien. In 1968 is dit kerkgebouw door de St. Jozefparochie buiten gebruik gesteld.

De parochie is toen mede gebruik gaan maken van de verderop gelegen Oud-Katholieke Paradijskerk aan de Nieuwe Binnenweg. De verlaten St. Jozefkerk is daarna, eind jaren 1960 – begin jaren 1970, nog enkele jaren in gebruik geweest als winkelruimte. Uiteindelijk is deze kerk gesloopt begin 1974.

De Sint Jozefparochie/-gemeenschap heeft van 1968 tot 2015 gebruik gemaakt van de Paradijskerk.

De Kruiskade komt reeds in 1506 onder deze naam voor. Het was toen nog maar een voetpad. Dit pad werd in de eerste helft van de 19de eeuw door de Rotterdamsche Werkvereeniging verbreed en tot een schelpweg gemaakt. In 1853 werd de weg door de stad overgenomen en bestraat. In 1401 werd ze de ‘Ka tot Rotterdam in Cool’ genoemd. De oudste kaart waarop de Kruiskade voorkomt dateert uit 1540. Hierop wordt het verlengde van deze kade in westelijke richting tot aan de Delfshavense Schie ‘doorgeghraven oude ka’ genoemd. De kade moet ouder zijn dan 1389, het jaar waarin toestemming werd verleend om deze Schie te graven. De Kruiskade en haar verlengingen (West-Kruiskade, Middellandstraat en Vierambachtsstraat) vormden de zuiddijk van de ambachten Blommersdijk en Beukelsdijk.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van reliwiki.nl en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Haagseveer en de Kikkersteeg, 1935

Het Haagseveer en de Kikkersteeg, 1935. Op de achtergrond de toren van het stadhuis.

Het schippersveer op Den Haag was aan deze kade gelegen evenals het kantoor van het wagenveer. Een huis ”s-Gravenhage’ trof men hier al in 1596 aan. In het midden van de 17de eeuw is er sprake van ‘het Haagscheveer’ op de Delftsevaart, in 1707 is er bijgevoegd ‘naest het Coolhuys’ (de Sint Jorisdoelen). Delftsevaart was vroeger de gewone naam van deze straat. Later sprak men van Delftsevaart, anders genaamd Haagseveer. De laatste naam kwam in de 19de eeuw steeds meer in zwang. Na het bombardement werd het Haagseveer in zuidelijke richting verlengd met een gedeelte van de Westewagenstraat.

De naam Kikkersteeg is waarschijnlijk terug te voeren op een huisnaam. In de periode 1585-1620 komt naast de naam Kikkersteeg ook die van Hollandsche Nachtegaalsteeg voor naar het huis ‘de Hollandsche Nagtegael’ in deze steeg. In het midden van de 18de eeuw stond op de hoek van het Haagseveer en de steeg een huis met een tegel, waarop drie kikvorsen waren afgebeeld. Het is ook mogelijk dat de steeg deze naam dankte aan de grote hoeveelheid kikkers, die hier vroeger werden aangetroffen. Dat in 1585 Jan Cornelisz. ‘Bouman’ verschillende erven verkocht, wijst op een boerenbedrijf dat daar gevestigd was. Ook kwam in dit gebied in 1812 nog een Kikkerslooot voor. De kroniekschrijver Jan Gerritsz. Van Waerschutvermeldt, dat omstreeks 1584 dit gehele terrein nog een laag moeras was. De steeg liep van het Haagseveer naar de Coolvest. Bij besluit B&W 26 maart 1937 werd de naam Kikkersteeg ingetrokken.

De foto is gemaakt door Volkshuisvesting en Bouwpolitie en komt uit de collectie topografie Rotterdam. De foto en informatie komen uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Nieuwe Oostbrug met de Episcopale kerk aan het Boerengat, 1878

De Nieuwe Oostbrug met de Episcopale kerk aan het Boerengat, 1878-1882.

De Nieuwe Oostbrug is de brug die in de Oostmolenwerf over het Haringvliet ligt. Ze kwam in de plaats voor de gesloopte Nieuwe Oostbrug, die even ten oosten van de huidige brug lag. De eerste brug die hier over het Haringvliet lag, dateerde reeds uit het einde van de 16de eeuw. Op de plattegrond van 1839 wordt ze aangeduid als Nieuwebrug. Bij besluit B&W 15 mei 1959 werd de naam ingetrokken.

Al in de 16e eeuw waren grote aantallen Britten woonachtig in Rotterdam, toen zelfs Klein Londen genoemd, zoals wolhandelaren, militairen en vluchtelingen voor het katholiscisme. In 1699 hebben 17 kooplieden het verzoek om een kerk te mogen bouwen ingediend bij de Vroedschap van Rotterdam. Het verzoek werd ingewilligd en een stuk grond aan het Haringvliet werd in bruikleen gegeven.

De toenmalige priester Dr Thorold heeft in 1706 geld ingezameld voor de bouw van de kerk. Queen Anne en de Hertog van Marlborough (John Churchill) hebben een aanzienlijk bedrag geschonken en als dank daarvoor werd hun wapen in de kerkgevel geplaatst.

St. Mary’s Church is op 22 april 1708 gewijd en heeft vele tegenslagen gehad. In de Napoleontische tijd is het gebouw geconfisqueerd en gebruikt als gevangenis voor Engelse en Russische krijgsgevangenen, later als graanopslag en als laatst door de Russen als stallen en opslag. Het interieur was volledig verwoest maar dankzij giften van de Engelse regering en Koning Willem 1 kon het gebouw weer hersteld worden.

In 1864 werd de toren door de bliksem getroffen en moest verwijderd worden. In 1873 deelde de Britse regering mee dat vanaf dat moment geen enkele financiële steun gegeven kon worden. En dus, door gebrek aan financiën, raakte de kerk verder in verval. In 1878 verscheen de Colonial and Continental Church Society ten tonele en werd eigenaar van het gebouw. Tijdens de gloriejaren van de scheepvaart en handel aan het einde van de 19e eeuw werd door toenemende internationale activiteiten in de havens van Rotterdam een gelegenheid voor de opvang en geestelijke verzorging van buitenlandse zeelui noodzakelijk. St. Mary’s nam deze taak op zich samen met de Schotse kerk, in een gebouw aan de Boompjes. In 1893 nam de Mission to Seamen, een wereldwijde christelijke organisatie deze taak over en zij werkt nog steeds samen met St. Mary’s Church, onze priester verdeelt zijn tijd over beide organisaties.

In het begin van de 20e eeuw bleek de kerk te zeer verzakt om nog veilig te kunnen gebruiken als godshuis, de stukken kalk vielen regelmatig naar beneden. In 1909 dienden St. Mary’s Church en de Mission to Seamen een verzoek in bij het Rotterdamse gemeentebestuur om een stuk grond voor een nieuwe kerk en zeemanshuis. Een stuk grond aan de Pieter de Hoochweg in Delfshaven werd geschonken in ruil voor de grond aan het Haringvliet.

De foto komt uit de collectie topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Reliwiki.nl

Met medewerking van Rotterdam van toen

Slagerij/Butcherij H. van den Hal aan de Boompjes, 1899

Slager H. van den Hal met personeel en kinderen bij de ingang van zijn bedrijf aan de Boompjes, 1899-1902.

Uit het Rotterdamsch Nieuwsblad van 19 mei 1899:
HEROPENING van de geheel naar de eischen des tijds ingerichte BUTCHERIJ op vrijdag 19 Mei. Levering van prima qualiteit RUND-, KALFS-, LAMS en VARKENSVLEES. Prijscourant op aanvraag verkrijgbaar.

Deze straat dankt zijn naam aan de dubbele rij lindenbomen die in 1615 werd geplant. In mei 1613 werden 117 erven langs de muur en de wallen tussen de Leuvehaven en de Oudehaven door de stad voor scheepswerven uitgegeven. Het eerste huis werd daar in 1614 gebouwd en in het daaropvolgende jaar werd een dubbele rij lindebomen geplant. Toen er huizen werden gebouwd is de noordelijkste rij bomen gerooid. In 1619 is de kade bestraat. Het oostelijk gedeelte van de Boompjes werd vroeger Koperroodkade genoemd naar de lading van de schepen die hier aanlegden. Ter gelegenheid van de geboorte van de zoon van Keizer Napoleon in 1811 werd de Boompjes verdoopt in Quai Napoléon of Napoleons Kaay. Deze naam is maar korte tijd van kracht geweest. De Boompjes vormen thans een onderdeel van de Maasboulevard. De lage laad- en loskade langs het water ontving de naam Boompjeskade.

De foto komt uit de collectie topografie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Rotterdamsch Nieuwsblad (via delpher.nl) en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Aert van Nesstraat, 1910

Gezicht op het winkelhuis van J.C. de Lange, bloemenkiosk op de hoek van de Aert van Nesstraat en de Nieuwe Kerkstraat, 1910-1914.

Aert werd in 1626 geboren als zoon van de marinekapitein Jan Jacobse van Nes de Jonge (bijgenaamd “De Jonge Boer Jaap”) en gedoopt op 13 april. Hij was de kleinzoon van marinekapitein Jacob Jansen van Nes, de neef van Jan Jacobse van Nes de Oude (“De Oude Boer Jaap”) met wie hij nog weleens verward wordt en de oudere broer van vice-admiraal Jan Jansse van Nes (1631-1680) en luitenant-ter-zee Cornelis Jansse van Nes. Aert zelf werd kennelijk ook de “Jonge Boer” genoemd, maar kreeg later in lofdichten de krijgshaftiger bijnaam “De Hollandse Ajax”.

Aert ging op zijn elfde naar zee. Bij het begin van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog van 1652-1653 had Van Nes zich opgewerkt tot schipper (de hoogste onderofficier) van een gewapende koopvaarder onder bevel van zijn vader. Op 23 augustus 1652 werd Van Nes door de Staten van Holland als directe vervanger van zijn overleden vader tot kapitein van de Gelderland benoemd, toen dat schip enige tijd door de Fransen geïnterneerd was in de haven van La Rochelle. Hij vocht in de Driedaagse Zeeslag, de Zeeslag bij Nieuwpoort en de Slag bij Ter Heijde. Ook deed hij mee aan het ontzet van Danzig in 1656 en aan de expeditie tegen Portugal in 1657. Daarbij won hij twee ‘prijzen’, dat wil zeggen dat hij twee schepen buitmaakte.

De Nieuwe Kerkstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Kruiskade naar de Van Oldenbarneveltstraat. Bij besluit B&W 16 juni 1950 werd de naam ingetrokken. Op 10 maart 1626 werd een stuk land in het ambacht Cool aan de Singel gekocht door kerkmeesters van de stad Rotterdam. Ten westen van dit land werd in het daaropvolgende jaar een gemeenschappelijke laan gemaakt. In een akte van 13 januari 1629 wordt gesproken van Kerklaan. Een gedeelte heet thans Ammanstraat.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen