Tag Archives: centurm

Bierhaven, 1883

De Bierhaven met links de Oranjestraat en op de achtergrond de Wijnhaven, 1883-1887.

De oorspronkelijke Bierhaven lag ter plaatse van de huidige Jufferstraat. Nadat deze haven gegraven was, werden in mei 1614 de erven aan de oost- en westzijde uitgegeven. De naam Bierhaven komt reeds kort na dat jaar voor. Het is mogelijk dat de haven oorspronkelik als ligplaats voor bierschepen bestemd was. Een andere naam was Oostersche Dwarshaven, zo genoemd vanwege haar ligging ten opzichte van Glas-, Wijn- en Scheepmakershaven. In de eerste helft van de 17de eeuw kwam ook de naam Schijtebotershaven voor, naar kapitein Gillis Gillisz., bijgenaamd ‘Schijteboter’, eigenaar van enige huizen en erven aan de haven. Nadat de haven in 1898 was gedempt ontving deze de naam Gedempte Bierhaven. Oostelijk van de haven werd in het begin van de 17de eeuw een straat aangelegd, die onder de naam Bierstraat bekend werd. Deze straat ligt nog op dezelfde plaats, terwijl de Bierhaven thans een insteekhaven van de Leuvehaven is.

De foto komt uit de collectie topografie en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Leuvehavenmond, 1930

Gezicht op sleepboten in de Leuvehavenmond, 1930. Op de achtergrond links het Willemsplein en de westzijde van de Leuvehaven.

Deze haven is vernoemd naar de oude kreek ‘de Leuve’ of ‘de Loeve’, zoals de naam meermalen in de stadsrekening van 1426/27 voorkomt. In de 16de eeuw was de stad eigenares geworden van het land aan de Leuve. Op 23 april 1598 werd aan de westzijde van de kreek de grond in erven uitgegeven. Daarna begon men met het graven van de haven die in 1608 gereed kwam.

In het begin sprak men van Nieuwehaven, doch daar dit verwarring kon geven, werd Leuvehaven al spoedig de enige naam. Over de haven lagen twee bruggen, de Leuvebrug en de Nieuwe Leuvebrug. Eerstgenoemde brug, ook wel Oude of Lange Leuvebrug genoemd, dateerde uit 1609 en werd kort na de Tweede Wereldoorlog gesloopt. De straat die op de brug uitliep heette Leuvebrugsteeg, vroeger ook wel Breede Leuvestraat of Brugsteeg geheten. Bij het bombardement in mei 1940 is de steeg verdwenen. De ten zuiden van de Leuvebrug gelegen Nieuwe Leuvebrug was in 1849 gebouwd. In de jaren vijftig van de 20ste eeuw werd ze afgebroken en vervangen door een nieuwe brede brug die eveneens deze naam kreeg. Het havenhoofd bij de Boompjes, waar het koopvaardijmonument ‘De Boeg’ werd geplaatst, ontving tegelijkertijd de naam Leuvehoofd. De daar gebouwde sluis werd Nieuwe Leuvesluis genoemd. Na het bombardement werd ten zuiden van de Steigersgracht de Leuvekolk gegraven. Via een onderdoorgang onder de Blaak stond dit water in verbinding met de Leuvehaven. Door de aanleg van de oost-westlijn van de metro is deze verbinding vervallen.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel 1937

De Coolsingel met links de hoek van de Aert van Nesstraat, 1937.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt. De naam Coolvest is daardoor verdwenen.

Aert Jansse van Nes (Rotterdam, ged. 13 april 1626 – aldaar, 13 of 14 september 1693) was een Nederlandse marineofficier uit de 17e eeuw.

Aert ging op zijn elfde naar zee. Bij het begin van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog van 1652-1653 had Van Nes zich opgewerkt tot schipper (de hoogste onderofficier) van een gewapende koopvaarder onder bevel van zijn vader. Op 23 augustus 1652 werd Van Nes door de Staten van Holland als directe vervanger van zijn overleden vader tot kapitein van de Gelderland benoemd, toen dat schip enige tijd door de Fransen geïnterneerd was in de haven van La Rochelle. Hij vocht in de Driedaagse Zeeslag, de Zeeslag bij Nieuwpoort en de Slag bij Ter Heijde. Ook deed hij mee aan het ontzet van Danzig in 1656 en aan de expeditie tegen Portugal in 1657. Daarbij won hij twee ‘prijzen’, dat wil zeggen dat hij twee schepen buitmaakte.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Paulus kerk in aanbouw, 1959

Exterieur van Pauluskerk in aanbouw, gezien vanaf Aert van Nesstraat en het Schouwburgplein, 27 augustus 1959. Achter de bouwsteigers is het kunstwerk van Ger van Iersel zichtbaar.

De Pauluskerk is de naam van een kerkgebouw aan de Mauritsweg in het centrum van Rotterdam. De eerste Pauluskerk daar werd in 1960 in gebruik genomen door de hervormde gemeente Rotterdam (thans onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland) en werd in 2007 gesloopt. Op dezelfde plaats hervatte men in 2013 de kerkelijke activiteiten in een nieuw futuristisch ogend bouwwerk, een ontwerp van de Engelse architect Will Alsop.

Het bijbelse motto van de kerk is ontleend aan de brief van Paulus aan de Romeinen: Overwin het Kwade, door het Goede. De kerk werd vooral bekend vanwege de opvang van mensen van de onderkant van de samenleving, waaronder drugsverslaafden, dak-en thuislozen en vluchtelingen, waar vanaf 1980 – onder leiding van dominee Hans Visser – de kerk meer en meer een centrum voor werd.

Het kerkgebouw werd in 2007 gesloopt ten behoeve van de bouw van een appartementencomplex. Afgesproken werd dat er wel weer een nieuw godshuis op ongeveer dezelfde plaats zou verrijzen.

Sinds 2007 was een tijdelijke ruimte in gebruik schuin tegenover de bouwplaats. Het Pauluskerkwerk werd daar deels voortgezet. Er werden kerkdiensten gehouden en hulp geboden, ook werden er regelmatig bijeenkomsten en debatten georganiseerd over thema’s die leven in de samenleving en de doelgroep van de kerk raken. Met de opvang van drugsverslaafden stopte men in 2007.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Shelltoren (Hofpoort) 1974

De bouw van de Shelltoren bij het Hofplein, 1974-1976.

De toren is het voormalig kantoor van oliemaatschappij Shell aan Hofplein 20; kreeg na de uitbreiding in de jaren zeventig van de vorige eeuw de naam ‘Hofpoort’, omdat op deze plek ooit de stadspoort met die naam had gestaan.

De naam ‘Hofpoort’ is in glimmende letters aangebracht boven de ingang van de parkeergarage aan de achterzijde van het gebouw. Ook ‘De nieuwe hoofdpoort’, het gebouw van ‘Stad Rotterdam Verzekeringen’ naast Weena 200 en ‘De Delftse Poort’ van ‘Nationale Nederlanden’ zijn vernoemd naar één van de tien stadspoorten die Rotterdam ooit rijk was.

Het naoorlogse Hofplein kreeg zijn huidige vorm in 1955. Het is gebouwd als een verkeerscirculatieplein en maakt onderdeel uit van een hoofdwegenstelsel in de binnenstad, waarvan ook het Churchillplein en het Oostplein deel zijn. Het eerste naoorlogse gebouw dat aan het Hofplein verrijst, is het Shell-kantoor (1956-1960) van architect C.A. Abspoel. Het vijf verdiepingen tellende gebouw is gelegen tussen Schiekade, Pompenburg en het spoorwegviaduct. Het ontwerp omvat ook een 10 meter brede straat die het Centraal Station met Station Hofplein moest verbinden. Daarom werd het gebouw op 20 granieten kolommen geplaatst, waardoor een doorrijhoogte van 5 meter ontstond. Al tijdens de ontwerpfase werd besloten meerdere organisaties van Shell in het gebouw op te nemen, waardoor het geen vijf maar negen verdiepingen kreeg. Het was de tijd van de wederopbouw met een enorm gebrek aan materialen. De minister van Bouwnijverheid en Wederopbouw eiste dan ook dat in bedrijfsgebouwen zoveel mogelijk materialen moesten worden gebruikt die niet in de woningbouw werden toegepast. Daarom werd voor de vliesgevel gekozen voor een slank aluminium profiel.

Twintig jaar later, tussen 1974 en 1976 werd het Shell-kantoor uitgebreid door ernaast een toren van 26 verdiepingen te realiseren met eronder een parkeergarage. De opvallende spiegelende gevel is uitgevoerd in blauw-groene tinten. Hiermee wilde men aansluiten bij het nieuwe, moderne Rotterdam. De nieuwe toren is ontworpen door ZZDP Architecten en was toen met zijn 95 meter hoogte nummer twee op de lijst van Rotterdams hoge gebouwen. Nummer één was de medische faculteit van de Erasmusuniversiteit met 105 meter. PvdA-wethouder J. Mentink betitelde het gebouw indertijd als ‘de laatste erectie van het grootkapitaal’.

De omgeving van het gebouw bleef nog enige jaren braakliggend terrein. Pas in 1979 werd het terrein rond de voet van de kolos aangekleed met acht winkeltjes, waaronder een autoverhuurbedrijf, een kapsalon, een snackbar en een kiosk. In de jaren ’90 verliet Shell het kantoor aan de Hofplein én Rotterdam. Sinds mei 2012 is de oliemaatschappij weer terug in de stad, niet op de oude locatie maar in een pand aan het Weena.

De fotograaf is Leendert Koote en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Nieuwe Leuvebrug, 1935

Een ambtenaar van de Havendienst, vermoedelijk brugwachter, ter hoogte van de Nieuwe Leuvebrug, 12 januari 1935.

Deze brug werd vernoemd naar de oude kreek ‘de Leuve’ of ‘de Loeve’, zoals de naam meermalen in de stadsrekening van 1426/27 voorkomt. In de 16de eeuw was de stad eigenares geworden van het land aan de Leuve. Op 23 april 1598 werd aan de westzijde van de kreek de grond in erven uitgegeven. Daarna begon men met het graven van de haven die in 1608 gereed kwam. In het begin sprak men van Nieuwehaven, doch daar dit verwarring kon geven, werd Leuvehaven al spoedig de enige naam.

Over de haven lagen twee bruggen, de Leuvebrug en de Nieuwe Leuvebrug. Eerstgenoemde brug, ook wel Oude of Lange Leuvebrug genoemd, dateerde uit 1609 en werd kort na de Tweede Wereldoorlog gesloopt. De straat die op de brug uitliep heette Leuvebrugsteeg, vroeger ook wel Breede Leuvestraat of Brugsteeg geheten. Bij het bombardement in mei 1940 is de steeg verdwenen. De ten zuiden van de Leuvebrug gelegen Nieuwe Leuvebrug was in 1849 gebouwd. In de jaren vijftig van de 20ste eeuw werd ze afgebroken en vervangen door een nieuwe brede brug die eveneens deze naam kreeg. Het havenhoofd bij de Boompjes, waar het koopvaardijmonument ‘De Boeg’ werd geplaatst, ontving tegelijkertijd de naam Leuvehoofd. De daar gebouwde sluis werd Nieuwe Leuvesluis genoemd. Na het bombardement werd ten zuiden van de Steigersgracht de Leuvekolk gegraven. Via een onderdoorgang onder de Blaak stond dit water in verbinding met de Leuvehaven. Door de aanleg van de oost-westlijn van de metro is deze verbinding vervallen.

De foto komt uit de Collectie Koops en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Piccolo theater aan de Karel Doormanstraat, 1984

Het Piccolo theater aan de Karel Doormanstraat, 17 maart 1984.

Vanaf medio 1955 stond aan de Karel Doormanstraat, vlak naast de toenmalige Rotterdamsche Schouwburg het repetitielokaal van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. In 1965 vertrok het orkest naar De Doelen. Decorontwerper Johan Greter en Chiel de Mey, decorschilder, verbouwde de ruimte tot de kleine zaal van het Nieuw Rotterdams Toneel. De opening was op 11 december 1965 met ‘de getatoeëerde roos’ van Tennessee Williams en Ach, arme Fred van James Saunders.

In 1968 werden de zitplaatsen verbeterd. De opstelling was flexibel en de capaciteit was 160 plaatsen. De wanden waren donker geverfd, donkergroene banken met rode en blauwe kussens. Het Piccolo Theater bekleedde in die jaren een belangrijke plaats binnen het opkomende avant-garde toneel.

In 1984 werd het gebouw afgebroken om o.a. plaats te maken voor de nieuwe Rotterdamse Schouwburg.

Karel Willem Frederik Marie Doorman (Utrecht, 23 april 1889 – Javazee, 28 februari 1942) was een Nederlands schout-bij-nacht. De Engelse naam voor zijn rang is Rear Admiral, en zo raakte hij bij de geallieerden onder zijn bevel, en later in de Engels sprekende wereld, bekend als Admiral Doorman. Doorman kwam om tijdens de Slag in de Javazee. Ter nagedachtenis heeft de Koninklijke Marine tot vier keer toe een schip naar hem genoemd, te weten in 1946, 1948, 1991 en 2015.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van theaterencyclopedie.nl http://theaterencyclopedie.nl/wi…/Piccolo_Theater,_Rotterdam

Met medewerking van Rotterdam van toen

Binnenwegplein 1964

Vloerkleed opgehaald na een bezoek aan de opruiming in warenhuis Ter Meulen aan de Binnenweg, 16 juli 1964. Links met de parasols de bekende koffiehoek.

Voormalig warenhuis, van 1951 tot de sluiting in 1993 gevestigd aan het Binnenwegplein. Hein ter Meulen opende op 26 september 1897 een manufacturenwinkel aan de Nieuwe Markt, hoek Halstraat. De zaak ontwikkelde zich tot een goedlopend warenhuis en stond bekend om zijn scherpe prijzen en goede kwaliteit.

Ter Meulen verhuisde in 1903 naar de Gedempte Slaak, in 1912 naar de Hoogstraat en in 1921 Hoogstraat, hoek Sint Janstraat. Bij het bombardement van 14 mei 1940 bleef van de winkel alleen een staketsel van constructiebalken over. In 1948 kregen architecten J.H. van den Broek en J.B. Bakema de opdracht tot de bouw van een nieuw gemeenschappelijk winkelcomplex aan de Binnenweg voor de firma’s H. ter Meulen, N.V. Kledingbedrijven Wassen, N.V. van Vorst schoenmagazijnen en Martin’s Tearoom Restaurant. Van den Broek en Bakema waren ook de ontwerpers van de Lijnbaan (1948-1952), het eerste autovrije winkelgebied in Europa, en andere winkelpanden in het centrum, zoals schoenmagazijn Huf. Het nieuwe winkelcomplex werd op 1 maart 1951 geopend door K.P. van der Mandele, voorzitter van de Kamer van Koophandel en Fabrieken. Ter Meulen telde toen ruim vierhonderd personeelsleden.

Het Ter Meulengebouw vormt een stedenbouwkundige verbinding tussen de vooroorlogse winkelstraat de Binnenweg en de nieuwe winkelstraten de Lijnbaan en de Coolsingel. Het bijzondere van het honderd meter lange en dertig meter brede gebouw was dat het, hoewel het drie winkels herbergde, één geheel was. De afscheidingen tussen de winkels bestonden slechts uit drie grote glaswanden. De ruimtes waren vrij indeelbaar en daardoor flexibel. De overgang van buiten naar binnen was uitnodigend. Verticale glasvlakken in het horizontale gebouw markeerden de drie entrees. De transparante gevel op de begane grond was één grote etalage waarvan de ruiten in de vloer konden verzinken. Bij mooi weer kreeg men de illusie van een overdekte markt. Behalve de begane grond dienden ook de kelder en de eerste verdieping als verkoopruimten. Martin’s Tearoom Restaurant was op de entresol gevestigd. De verdiepingen bereikte men via in het midden aangebrachte roltrappen. Op de tweede verdieping bevonden zich de kantoor-, administratie- en personeelsruimten.

In het hele land was Ter Meulen vooral bekend vanwege zijn in 1954 opgerichte postorderbedrijf. Eind jaren tachtig bleek de Ter Meulen-formule uitgewerkt en in 1993 ging het bedrijf failliet.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Modemagazijn Gerzon Blaak 1970

Gerzon’s Modemagazijnen en rechts daarvan het pand van verzekeraar ‘Stad Rotterdam’, juli-augustus 1970 (geschat).

In 1811, toen keizer Napoleon I besloten had dat iedereen een achternaam moest kiezen, liet Abraham Arons zich op de mairie van Nieuweschans zich inschrijven onder de familienaam Gerzon. Hij besloot tot die naam omdat het de naam was van de oudste zoon uit het geslacht Levi, Gershom.

Abraham Gerzon had 4 zonen en 3 dochters. Eén van zijn zonen, Juda Abraham Gerzon, leerde in Groningen de slagersdochter Sara Schaap kennen. Ze trouwden. Ze kregen 5 zonen en 3 dochters. Juda was meer bezig met het bestuderen van de Joodse religie en de opvoeding van de kinderen kwam vooral op Sara neer. Daarbij stierf Juda in 1878 op 55 jarige leeftijd.

Sara kwam uit een voornaam geslacht en ze wilde dat haar kinderen tot welstand en aanzien zouden komen. Ephraim Juda en Levi Lazarus Gerzon waren 2 van haar zonen en werden geboren in Groningen in 1861 en 1869. In 1889 trokken de broers, inmiddels getrouwd, naar Amsterdam waar ze op de Nieuwendijk op 4 september 1889 onder de naam Eduard en Lion Gerzon een manufacturenwinkel begonnen.gerzonad De zaak was vanaf het begin opgezet als een grootwinkelbedrijf. Dat was voor die tijd heel gewaagd. Maar de opzet slaagde en de drukke winkelstraat werkte goed voor de winkel want al snel konden ze een filiaal openen op Damstraat 11. Al snel daarna kon Damstraat 9 erbij getrokken worden.

In deze periode werkten de broers ook nog voor de Keulse firma Jonas & Sierstadt waarvoor ze vertegenwoordigers waren. Wanneer ze op reis waren, werden de winkels geleid door de zussen Emma en Sophie Gerzon. Deze zussen en broers hebben, mede door hun verschillende karakters en gebruik makend van elkaars kwaliteiten, in zeer korte tijd Gerzon zeer groot gemaakt. Al snel kon men chique zaken openen in Groningen (Vismarkt, 1896), Haarlem (1898), Rotterdam (Blaak, 1896; Vismarkt 1912), Arnhem, Utrecht en Leiden. Men opende filialen in Oost-Indië.

Bij het begin van de 2e Wereldoorlog waren Arthur Marx, Jules Eduard en George Hecht de figuren aan de top van Gerzon. Ze waren allen Joods. In eerste instantie leek het erop dat de Duitsers zich niet bemoeiden met de Joden. Op 12 februari 1941 begon het echter, nog geen maand nadat de registratie ten behoeve van de “Endlösung der Judenfrage” begonnen was. De ochtendpost bracht een brief waarin de komst van een Verwalter gemeld werd, een ariër die de Joodse zaak zou behartigen. Een half uur later marcheerden Herr F W Schönherr, Rijksduitsers Knut en Wolber en de NSB-er Th van Anrooy (die enkele jaren eerder bij Gerzon in Rotterdam ontslagen was) het gebouw aan de Spuistraat binnen. Schönherr had nu de leiding, Jules Eduard Gerzon en Arthur Marx moesten de volgende dag hun kantoor ontruimen en werden enkele maanden later ontslagen. George Hecht is dit bespaard gebleven, hij stierf plotseling op 10 januari 1941. Na de februari-staking werden alle Joodse werknemers een voor een systematisch ontslagen. Zo’n 300 Joodse werknemers hebben de oorlog niet overleefd.

Arthur Marx en zijn vrouw werden gearresteerd en kwamen in de concentratiekampen Barneveld, Westerbork en Theresienstadt terecht. Julius Eduard Gerzon kreeg een telefonisch reddingsaanbod en wist Portugal te bereiken maar is daar onder tragische en ellendige omstandigheden in een ziekenhuis overleden op 14 december 1942. Zijn 20-jarige zoon Arthur Julius Gerzon overleed in dat jaar in een Duits concentratiekamp.

Met het bedrijf ging het ook niet goed. Allerlei constructies zorgden ervoor dat kapitaal onttrokken werd, na september 44 werden goederen en machines stelselmatig naar Duitsland gebracht. Het overgebleven personeel deed ook aan die diefstal mee. De filialen kwamen goed uit de oorlog, het filiaal in het hartje van Rotterdam was de enige overgebleven winkel in dat gebied. Met een totaal gebrek aan historisch besef is Gerzon in 1992 afgebroken om plaats te maken voor de hoogbouw van Fortis. Na de oorlog kwam de zaak weer onder de leiding van nakomelingen van de oprichters, maar de bloeitijd was toen voorbij. In 1964 vierde men het 75-jarig jubileum nog. Eind jaren zestig werd het bedrijf overgenomen en snel daarna was deze winkelketen failliet.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van de fraaie site http://www.joodserfgoedrotterdam.nl/gerzon/

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kikkersteeg 1911

De Kikkersteeg tussen Haagseveer en Coolvest, 1911.

De naam Kikkersteeg is waarschijnlijk terug te voeren op een huisnaam. In de periode 1585-1620 komt naast de naam Kikkersteeg ook die van Hollandsche Nachtegaalsteeg voor naar het huis ‘de Hollandsche Nagtegael’ in deze steeg. In het midden van de 18de eeuw stond op de hoek van het Haagseveer en de steeg een huis met een tegel, waarop drie kikvorsen waren afgebeeld. Het is ook mogelijk dat de steeg deze naam dankte aan de grote hoeveelheid kikkers, die hier vroeger werden aangetroffen. Dat in 1585 Jan Cornelisz. ‘Bouman’ verschillende erven verkocht, wijst op een boerenbedrijf dat daar gevestigd was. Ook kwam in dit gebied in 1812 nog een Kikkersloot voor. De kroniekschrijver Jan Gerritsz. Van Waerschutvermeldt, dat omstreeks 1584 dit gehele terrein nog een laag moeras was. De steeg liep van het Haagseveer naar de Coolvest. Bij besluit B&W 26 maart 1937 werd de naam Kikkersteeg ingetrokken.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen