Tag Archives: coolsingel

Grand Hotel Moderne-hotel Atlanta Coolsingel, 1930

De bouw van Grand Hotel Moderne, later hotel Atlanta op de hoek Coolsingel – Aert van Nesstraat, 1930. Werkzaamheden op het dak.

Hotel Atlanta is een viersterrenhotel in het centrum van Rotterdam, op de hoek van de Coolsingel en de Aert van Nesstraat. De officiële naam van het hotel luidt NH Atlanta Rotterdam.

Het hotel is gebouwd tussen 1929 en 1931 naar een ontwerp van architect F.A.W. van der Togt. Het gebouw had 8 hotelverdiepingen en een café-restaurant op de begane grond. Met een hoogte van 36 meter torende het gebouw aan de toenmalige Coolsingel uit boven de overige bebouwing. Het hotel werd uitgevoerd met een betonnen skelet, bekleed met baksteen en natuurstenen plinten.

In 1938 kwam de Oekraïense nationalist Jevhen Konovalets door een bomaanslag op de Coolsingel om het leven, nadat hij in Hotel Atlanta van NKVD-lid Pavel Soedoplatov een bompakket in de vorm van een doos chocolade had gekregen.

Hotel Atlanta overleefde het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940. In 1950 werd het hotel aan de kant van de Aert van Nesstraat uitgebreid met een nieuwe vleugel die harmonieerde met de rest van het gebouw. In 1965 werd wederom een uitbreiding gebouwd en de begane grond aan de Coolsingel werd verbouwd. Deze uitbreiding werd uitgevoerd met grove betonnen panelen en contrasteert sterk met de rest van het gebouw.

In 1998 werd het gebouw aangewezen als gemeentelijk monument.

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Binnenwegplein, 1976

Op de Coolsingel bij het Binnenwegplein staat een mobiele kraam met Berliner bollen, 27 februari 1976.

Het verlengde van de Oude Binnenweg tussen Coolsingel en Karel Doormanstraat heet sinds 1971 Binnenwegplein. Al in 1454 liep door de Coolpolder een binnenweg van Rotterdam naar Schoonderloo met een afslag naar Delfshaven. Deze heette Coolsche weg of Binnenweg; het laatste gedeelte komt voor als Schoonderloosche of Delfshavensche weg of Binnenweg, maar heet na 1610 gewoonlijk Geldelooze pad. Hier vandaan liep een uitpad over een vonder of passerel naar de Ossewei en daarover naar het Lage Erf. De bebouwing aan de Binnenweg bij Rotterdam had in de 17de eeuw de tegenwoordige Mauritsstraat bereikt; in 1706 werd dit gedeelte bestraat en met bomen beplant. Pas het graven van de Westersingel bracht hierin verandering. Ten westen daarvan op Delfshavens grondgebied kwamen toen ook straten en sinds 1852 bestaan er plannen om de Binnenweg te verbeteren en een betere verkeersweg te maken tussen Rotterdam en Delfshaven.

Berlinerbollen, Berlijnse bollen, Berliner bollen of Boules de Berlin (vooral in Vlaanderen gangbaar) zijn ronde lekkernijen die van gefrituurd gistdeeg gemaakt zijn en met confituur en/of banketbakkersroom worden gevuld. Ook de meeste Duitsers kennen het gebak als Berliner, behalve in Saksen en in Berlijn zelf, waar ze Pfannkuchen (pannenkoeken) worden genoemd en in Zuid-Duitsland, waar ze Krapfen heten. Deze laatste naam wordt ook in Oostenrijk en Italië gebruikt.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden deze bollen in België niet Berlijnse Bollen maar Boules de l’Yser (Bollen van de IJzer) genoemd, naar de rivier de IJzer waarachter het Belgische leger zich teruggetrokken had.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel, 1960

De Coolsingel met het kantoorgebouw van de Eerste Nederlandsche Levensverzekering Maatschappij en de Nieuwe Eerste Nederlandsche Verzekeringsbank, 1960.

De Eerste Nederlandsche Verzekering Mij op het leven en tegen invaliditeit en ongelukken werd opgericht te ‘s- Gravenhage in 1882. Vanaf 1903 genaamd Eerste Nederlandsche Verzekering Maatschappij op het leven en tegen invaliditeit. In 1919 werd deze maatschappij ook houdster van de aandelen Levensverzekering Maatschappij Dordrecht (1873). In 1951 werd de Algemene Levensverzekerings Bank te Rotterdam overgenomen, bekend als een belangrijke Volksverzekering-maatschappij. Dit sloot goed aan bij de toenmalige twee hoofdgroepen, de individuele en de collectieve verzekeringen.

In 1969 werden de Eerste Nederlandsche, de Nieuwe Eerste Nederlandsche en de “Nillmij” samengesmeed tot Ennia.
In 1983 kwam het tot een fusie tussen de Onderlinge AGO en de beursgenoteerde Ennia en ging men verder onder de naam AEGON. AEGON heeft vooral veel bekendheid gekregen door de schaatssport.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Bij Koninklijk Besluit van 20 september 1809 werd het ambacht Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Cool, tot een zelfstandige gemeente verheven. In 1811 werd Cool door Rotterdam geannexeerd. Naast het ambacht had men ook nog de polder Cool. Deze lag tussen de Rotterdamse en Delfshavense Schie. Deze werd in 1925 opgeheven. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt.

De fotograaf is P. Visser en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van http://www.vvmbest.nl/verzekeraarsbeschrijving.asp?id=1205 en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel 1937

De Coolsingel met links de hoek van de Aert van Nesstraat, 1937.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt. De naam Coolvest is daardoor verdwenen.

Aert Jansse van Nes (Rotterdam, ged. 13 april 1626 – aldaar, 13 of 14 september 1693) was een Nederlandse marineofficier uit de 17e eeuw.

Aert ging op zijn elfde naar zee. Bij het begin van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog van 1652-1653 had Van Nes zich opgewerkt tot schipper (de hoogste onderofficier) van een gewapende koopvaarder onder bevel van zijn vader. Op 23 augustus 1652 werd Van Nes door de Staten van Holland als directe vervanger van zijn overleden vader tot kapitein van de Gelderland benoemd, toen dat schip enige tijd door de Fransen geïnterneerd was in de haven van La Rochelle. Hij vocht in de Driedaagse Zeeslag, de Zeeslag bij Nieuwpoort en de Slag bij Ter Heijde. Ook deed hij mee aan het ontzet van Danzig in 1656 en aan de expeditie tegen Portugal in 1657. Daarbij won hij twee ‘prijzen’, dat wil zeggen dat hij twee schepen buitmaakte.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het bronzen Beeld symbool Welvaart ‘Nakie van Blakie’ 1979

Het bronzen Beeld symbool Welvaart van beeldhouwwerk P. Starreveld aan gevel van bankgebouw aan de Coolsingel, 6 december 1979.

In 1953 werd aan de gevel van de toenmalige Amsterdamsche Bank / Incassobank een bronzen beeld onthuld van een bevallige dame, vervaardigd door Piet Starreveld. Dit beeld, officieel De welvaart geheten, kreeg de bijnamen ‘Nakie van Blakie’ of ook wel ‘Jet’, als verkorte vorm van Bank-bil-jet. Het beeld siert sinds 1979 de gevel van de ABN-AMRO Bank aan de Coolsingel, waarmee de tweede bijnaam nog steeds van toepassing is.

Pieter Starreveld (Koog aan de Zaan, 5 mei 1911 – Amersfoort, 18 april 1989) was een Nederlandse beeldhouwer.

Starreveld studeerde aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam. Hij vervolgde zijn opleiding aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam (1929-1932), waar hij een leerling was van Jan Bronner. Hij volgde daarna ook lessen bij Gijs Jacobs van den Hof in Arnhem. Naast zijn beeldhouwwerk was Starreveld actief als medailleur, graficus, kunstschilder en glaskunstenaar.

In de oorlog werkte hij mee aan illegale verzetsuitgaven van Albert Helman. Na de oorlog maakte hij diverse herdenkingsmonumenten. In de jaren vijftig verhuisde hij van Amsterdam naar Amersfoort en had hij zijn atelier in de voormalige Oranjerie van Park Randenbroek, een buitenplaats die ooit door Jacob van Campen werd bewoond.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het nieuwe beursgebouw en de restanten van het Erasmiaans Gymnasium aan de Coolsingel , 1940

Het nieuwe beursgebouw en de restanten van het voormalige Erasmiaans Gymnasium aan de Coolsingel na het bombardement van 14 mei 1940.

De laagbouw van het huidige Beurs-complex is ontworpen door architect J.F. Staal en werd gerealiseerd tussen 1936 en 1940. Bij het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 kreeg het Beursgebouw een aantal treffers, maar deze schade kon vrij snel worden hersteld. In 1941 werd de Beurs aan de Coolsingel heropend. Dit gebouw met talrijke functies bevatte niet alleen vele handelsbeurzen maar ook winkels, vergaderzalen, een bar en kantoren.

Hoewel het Erasmiaans Gymnasium is genoemd naar de Rotterdammer Desiderius Erasmus (1467-1536), bestond ze al lang voor zijn tijd. De school is eind 13e of begin 14e eeuw opgericht als parochieschool. De oudste bekende geschreven vermelding van de school dateert van 1328. Dat jaar wordt daarom aangehouden als het oprichtingsjaar van de school. Daarmee is ‘het Erasmiaans’ een van de oudste scholen voor voortgezet onderwijs en het op twee na oudste gymnasium van Nederland.

Tot 1937 was het gevestigd aan de Coolvest (nu Coolsingel) waar nu het Beursplein ligt. Sindsdien is de school gevestigd aan de Wytemaweg, tegenover het academisch ziekenhuis. Het gebouw, een gemeentelijk monument, is ontworpen door de stadsarchitect Ad van der Steur. In 1995 is het gebouw uitgebreid met een nieuwe vleugel en twee gymzalen. In 2003 is er nog een vleugel bij gekomen, met onder andere een auditorium (de “Leopoldzaal”) en ICT-faciliteiten.

De fotograaf is Jan Willemstijn en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel, 1936

De Coolsingel met voetgangers en mensen op het terras, 12 juni 1936.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Bij Koninklijk Besluit van 20 september 1809 werd het ambacht Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Cool, tot een zelfstandige gemeente verheven. In 1811 werd Cool door Rotterdam geannexeerd.

Naast het ambacht had men ook nog de polder Cool. Deze lag tussen de Rotterdamse en Delfshavense Schie. Deze werd in 1925 opgeheven. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht.

In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt. De naam Coolvest is daardoor verdwenen. De Coolsestraat, vroeger Coolweg geheten, liep vóór de vereniging van Delfshaven met Rotterdam juist op de grens tussen beide gemeenten. Ze ligt, evenals de Coolsedwarsstraat, in het oude ambacht Cool of West-Blommersdijk. De Klein-Coolstraat ligt in de voormalige Klein-Coolpolder. De Coolhaven en -straat liggen eveneens in de vroegere Coolpolder. Voor de Coolhaven werd op 27 februari 1923 de eerste spade in de grond gestoken. De beide bruggen liggen over het binnenhoofd van de Parksluizen. Aan het ambacht of de polder Cool herinnerden vroeger ook nog de Coolhoek, de Coolskade en de Coolsche weg of Coolsche Binnenweg. Cool is nu een woonwijk, gelegen tussen Coolsingel en Schiedamsesingel enerzijds en Mauritsweg en Eendrachtsweg anderzijds.

De foto komt uit de Collectie Koops en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rotterdamsche Bank aan de Coolsingel, 1950

De ingang van de Rotterdamsche Bank aan de Coolsingel met gevelornamenten van Gérard Héman, 1950-1962.

De Rotterdamsche Bank (RB) werd in 1863 opgericht door een groep zakenlieden en bankiers, onder wie Marten Mees, die partner was in R. Mees & Zoonen (RMZ). Mees stond daarmee, zonder dat te beseffen, aan de basis van wat een belangrijke concurrent zou worden van zijn eigen Rotterdamse bank. Doelstelling van de RB was het inrichten van een kredietinstituut voor bedrijven die in Nederlands-Indië actief waren, naar model van de Britse Colonial Bank.

De Rotterdamsche Bank was in 1879 betrokken bij het boekhoudschandaal rondom Lodewijk Pincoffs, en leed daardoor aanzienlijke verliezen. Hierna zou het bedrijf zich noodgedwongen moeten terugtrekken op de Nederlandse markt.

Onder bestuur van Willem Westerman maakte RB een periode van groei door. In 1911 fuseerde RB met de Deposito- en Administratie Bank (opgericht in 1900) tot de Rotterdamsche Bankvereeniging (Robaver). Door fusie met Determeijer Weslingh & Zn. (opgericht in 1765) in hetzelfde jaar werd Robaver een beursgenoteerde bank, de fusie tussen de Rotterdamsche Bank en het Amsterdamse Determeijer Weslingh & Zn. zorgde wel voor commotie, door de aloude rivaliteit tussen de grote steden. Latere overnames waren die van Labouchere, Oyens & Co. (opgericht als Ketwich & Voombergh in 1790), en de Nationale Bank uit Den Haag. Daarnaast werd een groot aantal lokale banken overgenomen. In een paar jaar groeide Robaver sneller dan alle 50 jaren daarvoor, en werd een van de grootste bankbedrijven van het land.

Na de florerende periode die volgde op de Eerste Wereldoorlog werd het economische klimaat meer pessimistisch als gevolg van de Duitse economische problemen. Robaver was een belangrijk slachtoffer van de bankcrisis in de periode 1922 tot 1925. Oorzaak hiervan was het vrijwel ongelimiteerd verstrekken van kredieten, zonder dat daar voldoende reserves tegenover stonden. Vooral de bestuurlijke relaties (“interlocking directorates”) tussen Robaver en Müller & Co. was een bijdragende oorzaak van Robaver’s problemen. Op instructie van minister van financiën Hendrik Colijn sprong De Nederlandsche Bank in 1924 bij, maar moesten wel deelnames in buitenlandse banken worden afgestoten. Vanaf 1927 herstelde Robaver zich, toen het diepste dal van de crisis voorbij was.

Al vanaf juli 1939 hadden RB en de Amsterdamsche Bank (AB) fusieplannen, die nagenoeg geheel waren uitgewerkt. Het naderen van de Tweede Wereldoorlog, en het anticiperen op de gevolgen daarvan voor Nederland dwongen de bedrijven er toe deze plannen voorlopig in de ijskast te plaatsen.

Na de oorlog wijzigde Robaver zijn naam weer naar Rotterdamsche Bank, en in 1960 werd de Nationale Handelsbank overgenomen.

De fusieplannen van voor de oorlog werden begin jaren zestig weer opgepakt, hetgeen leidde in 1964 tot een fusie tot Amsterdam-Rotterdam Bank, beter bekend als AMRO Bank, dat zijn hoofdkantoor in Amsterdam had.

Het bankgebouw van de Rotterdamsche Bankvereeniging stond aan de Boompjes tot aan zijn verwoesting tijdens het bombardement op Rotterdam. In 1941 werd begonnen met de wederopbouw aan de Coolsingel. Het bankgebouw werd pas in 1948 opgeleverd. Na de fusie van 1964 werd het gebouw medio jaren zeventig de hoofdvestiging. Het gebouw kreeg toen een uitbreiding aan de achterzijde. Nadat vele jaren lang de ABN AMRO bank in het pand gevestigd was, werd anno 2014 boekhandel Donner er gevestigd.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel, 1949

De Coolsingel met links de Blaak, daarachter warenhuis de Bijenkorf en rechts de Schiedamse Vest, 1949-1953.

De betekenis van de naam Blaak is niet geheel zeker. Het is heel goed mogelijk dat de naam is afgeleid van het Zuidnederlandse woord ‘blak’, dat stil rustig water betekent. Ook kan gedacht worden aan het Middelnederlandse ‘blec’, dat de betekenis heeft van ‘Land, dat even boven het water uitkomt’. De Blaak was de oude vest voor de uitleg van de stad in het laatst van de 16de eeuw.

De Bijenkorf in Rotterdam van 1930 was een warenhuisgebouw van de Bijenkorf ontworpen door de architect Willem Dudok. Het stond aan Schiedamse Vest, de zuidkant van het toenmalige Van Hogendorpsplein (ten westen van het Schielandshuis), op de plek van het huidige Churchillplein.

Tijdens het bombardement van 14 mei 1940 werd het gebouw grotendeels verwoest. Het deel dat behouden was gebleven (ongeveer een derde) deed tot de opening van het huidige gebouw van de Bijenkorf in 1956 nog dienst als warenhuis, hierna nog drie jaar als opslagruimte. In 1960 werd het op last van de gemeente – feitelijk net dertig – jaar oud – gesloopt in verband met de aanleg van de Westblaak en de Rotterdamse metro naar Rotterdam-Zuid.

De grondwerkzaamheden begonnen in 1929 en de eerste paal werd geslagen op 13 juni van dat jaar. De opening op 16 oktober 1930 was een gebeurtenis waar 70.000 mensen op afkwamen. De Bijenkorf van Dudok was voor de oorlog het eerste gebouw in Rotterdam dat de beschikking had over roltrappen en een elektrische vloermat voor het automatisch vegen van den schoenzolen.

De Schiedamse Vest werd eind 16de eeuw gegraven en kreeg haar naam naar analogie van de nabijgelegen Schiedamsedijk. De Schiedamsedijk vormt een onderdeel van Schielands Hoge Zeedijk, aangelegd in het midden van de 13de eeuw. Een strook grond langs dit gedeelte van de dijk werd in 1598 als bouwgrond uitgegeven. In oude bronnen komt de straat afwisselend voor als Hoogstraat en Schiedamsedijk. In 1610 werd dit gedeelte van de dijk bestraat. Over de Schiedamsedijk en verder over de Schielands Hoge Zeedijk (de latere Westzeedijk) liep de weg naar Schiedam. Het zuidelijke gedeelte van de Schiedamsedijk heette in de 17de en 18de eeuw ook heel vaak Schotschedijk vanwege het grote aantal Schotten dat zich daar had gevestigd. Eveneens in het laatst van de 16de eeuw werd begonnen met het graven van de stadsvest, van de Binnenweg naar het Vasteland. Eerst in 1608 werd ten westen van de vest een weg aangelegd en met bomen beplant, die de Schiedamsesingel werd genoemd. De Schiedamsesingel tussen Binnenweg en Witte de Withstraat werd rond 1900 gedempt. Tot 1930 heette dit gedeelte Schiedamsevest. Daarna sprak men van Schiedamsesingel.De demping van het resterende gedeelte volgde in 1940. In 1949 werd de naam Schiedamse Vest gegeven aan de Schiedamsesingel tussen Binnenweg en Witte de Withstraat alsmede aan de in het verlengde aangelegde weg in zuidelijke richting.

De foto is gemaakt door de Gemeentepolitie Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel (kerst) 1956

De overdracht van de Noorse kerstboom voor het stadhuis, 19 december 1956.

Tegenwoordig krijgt Rotterdam geen boom meer van de Noren. Rijnmond.nl berichtte hierover: Het is gedaan met de traditionele kerstboom bij het Stadhuis in het centrum van Rotterdam. Het sturen van de negentien meter hoge Noorse spar is duur en omslachtig, vindt het stadsbestuur van Oslo.

De burgemeester van de Noorse hoofdstad heeft inmiddels aan zijn collega Aboutaleb een brief gestuurd. Sinds de Tweede Wereldoorlog krijgt Rotterdam elk jaar een gratis kerstboom van Noorwegen. De boom staat altijd pal voor het stadhuis.

De Noren hebben steeds meer moeite om de boom op tijd in Rotterdam te krijgen. Afgelopen december was de boom te laat. Oslo overweergt alleen nog een boom sturen naar Londen om de Engelsen te bedanken voor hun rol in de Tweede Wereldoorlog. De Noorse regering verbleef tijdens WO II ook in Londen.

Burgemeester Aboutaleb vindt het jammer dat Oslo stopt met het sturen van een kerstboom naar Rotterdam, maar is de Noren heel dankbaar. Ook belooft hij de Rotterdammers een boom voor het stadhuis tijdens de kersdagen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van rijnmond.nl

Met medewerking van Rotterdam van toen