Tag Archives: hertogjansplace

Het Excercitieveld vanaf de Schuttersweg, 1981

Dit veld heet naar de schutters, die vroeger op het hier gelegen Exercitieveld oefenden. Bij besluit van B&W ontving het Excercitieveld officieel de naam Schuttersveld. Onder deze naam was het veld al jarenlang in de volksmond bekend. De naam Excercitieveld werd bij besluit 1 oktober 1993 ingetrokken.

In de tijd van graaf Albrecht van Beieren bestond de Rotterdamsche schutterij uit 200 schutters die in twee gilden waren verdeeld, de Sint Sebastiaans Gilde en de Sint Joris Gilde. De broeders van de St Sebastiaans Gilde oefenden met hun voetboog op een terrein waar later de Lombardstraat kwam en de broeders van de St. Jorisgilde hadden een terrein langs de Delftsche Vaart waar zij met hun Sint Jans- of balansboog konden oefenen.

In 1557 werden de bogen afgeschaft. De St Sebastiaans Gilde werd toegevoegd aan de St Joris Gilde. De heren kwamen niet meer bij elkaar als tijdverdrijf, maar kregen de taak om voor de veiligheid zorg te dragen. De Burgerwacht moest overdag bij iedere poort met zes man de wacht houden, en iedere nacht met veertig man paraat zijn samen met drie leden van de vroedschap. De broeders werden hiervoor betaald uit de helft van de opbrengst van de visafslag. Van het overgebleven geld werd de doelen onderhouden en in 1622 vernieuwd. In 1620 was de schutterij van Rotterdam uitgegroeid tot zes vaandels van 140 man.

De Unie van Utrecht bepaalde in 1579 dat voortaan alle mannen in krijgsdienst moesten. Tot hun taken behoorde de burgerwacht en het blussen van branden. Enkele jaren later werd de leeftijd beperkt tot 18 tot 55-jarigen. In Rotterdam waren twee bataljons, ieder bestaande uit zes compagnieën van ongeveer 100 man. Ze kregen een snaphaan met bajonet, een sabel en een patroontas, en droegen een witte broek en blauwe jas met zilveren knopen, die ze zelf moesten betalen.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het kantoor van Van Ommeren aan de Westerkade, 1967

Het kantoor van Van Ommeren aan de Westerkade op de hoek met de Westerlaan, 1967 (geschat).

De Rotterdamse rederij Van Ommeren beschikte in de jaren vijftig over een hoofdkantoor dat aan de Westerlaan was ondergebracht in een rijtje gedateerde panden aan de Westerlaan, die onderling waren verbonden met trappen en gangen. In 1957 werd besloten tot de bouw van een nieuw modern kantoorgebouw op de zelfde locatie, nadat plannen om dichter bij het centrum of op De Heuvel in Het Park te bouwen niet door gingen.

Het architectenbureau Verhave – Luyt – De Jongh was verantwoordelijk voor het ontwerp van het nieuwe kantoorgebouw bestaande uit een hoge toren en een lang laag blok aan de Westerlaan. Eerst werd op de braakliggende hoek van Westerlaan en Calandstraat de hoogbouw gerealiseerd terwijl de kantoren in de oude panden in gebruik bleven. Deze maakten pas plaats voor de laagbouw toen het torengebouw betrokken kon worden. Dat resulteerde in een lange bouwtijd: de uitvoering door aannemer J.P. van Eesteren begon in december 1958; de toren werd medio april 1962 in gebruik genomen; de laagbouw van het gebouwencomplex werd in 1965 voltooid. De toren was zestien verdiepingen hoog en voorzien van een helikopterplatform, dat overigens al snel onbruikbaar bleek te zijn wegens problemen met turbulentie en andere veiligheidsproblemen. Ook beschikte het bedrijf aan de Westerkade over een nog steeds aanwezig speciaal gegraven haventje voor directie- en inspectievaartuigen. Het aangrenzende kantoorgebouw aan de Westerkade, dat op de begane grond een doorgang heeft naar het achterliggende parkeerterrein van toen nog Van Ommeren is ook in 1965 gerealiseerd door dezelfde architect en aannemer.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Luchtopname van de Zalmhaven, 1947

Luchtopname van de Zalmhaven met links het Willemsplein en op de voorgrond de Leuvehaven, 1947.

De oorspronkelijk Zalmhaven, ook wel ‘Salmgat’ geheten, was het meest zuidelijke deel van de Schiedamsevest buitendijks. In 1612, toen de stad werd uitgebreid langs de Schiedamsedijk en Leuve tot aan de Maas, had men eerst ook het plan nog meer westelijk te gaan. Er waren reeds erven uitgegeven aan een geprojecteerde Vissershaven, Elfthaven en Zalmhaven. Het plan werd niet uitgevoerd en de kopers moesten in 1620 schadeloos worden gesteld. Toch heette het eerdergenoemde gedeelte van de vest voortaan Salmgat, later Salmhaven. Door de verplaatsing van de scheepstimmerwerven van de Blaak naar het Nieuwewerk moest deze haven of dit gat vergroot worden. Toen is de kom gegraven, die in 1693 Salmhaven of Nieuwe Buijsegat’ wordt genoemd. De oude Zalmhaven, die toegang gaf tot de nieuwe, werd voor de behoefte te smal en te ondiep. In 1702 is er een nieuwe doorvaart gemaakt door het Westerse Hoofd, uitkomende in de Leuvehaven. De oude toegang werd in 1782 gedempt. Als Balkengat bleef het oude Salmgat nog tot 1891 bestaan. Toen werden de slikken opgehoogd en op het daardoor verkregen terrein werd de Zalmstraat aangelegd. De haven en straat danken hun naam aan de zalmvisserij op de Maas. Van 1886 tot 1959 liep van de Zalmhaven naar het Nieuwland de Zalmhavensteeg. De haven is gedempt, de naam is op 28 januari 1997 ingetrokken door B&W.

De Willemskade werd in 1847 aangelegd op slikken in het zogenaamde Tweede Nieuwewerk. De erven aldaar werden in 1848 uitgegeven. Kade en plein heetten oorspronkelijk, volgens besluit B&W 3 mei 1850, Westerkade en Westerplein. Naar aanleiding van het bezoek van Koning Willem III op 28 juli 1851, werden de namen gewijzigd.

De foto is gemaakt door KLM Aerocarto en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam

Met medewerking van Rotterdam van toen

Station Blaak en het metrostation, 1985

verzicht vanaf het dak van de gemeentebibliotheek met station Blaak en het metrostation, 13 augustus 1985.

Op de plaats van station Blaak lag voorheen het station Beurs, genoemd naar het tegenoverliggende beursgebouw. Het in 1877 geopende station was onderdeel van het drie kilometer lange luchtspoor dat de stad doorkruiste. Het bombardement van 14 mei 1940 verwoestte station Beurs op de overkapping na. Al vóór het bombardement was men begonnen aan de bouw van het nieuwe Beursgebouw aan de Coolsingel.

Het nieuwe station werd in 1945 de naam Rotterdam Blaak gegeven. Het kreeg in 1953 een nieuwe ontvangsthal naar ontwerp van Sybold van Ravesteyn. Ze was echter geen lang leven beschoren. Op de overkapping na werd station Blaak in 1972 gesloopt voor de aanleg van de metrolijn. Bij de uitvoering ervan werd rekening gehouden met de aanleg van een spoortunnel. Het gebied dominerende luchtspoor werd overbodig door de aanleg van de Willemsspoortunnel. In 1993 werd het luchtspoor, samen met de overkapping van station Blaak, gesloopt. Het nieuwe Station Blaak werd tegelijk met de Willemsspoortunnel op 15 september 1993 door koningin Beatrix geopend.

Station Blaak werd een nieuw knooppunt van vier verschillende vormen van openbaar vervoer. Op het maaiveld bevinden zich de bus- en tramhaltes. Eén niveau lager ligt het metrostation met haaks daaronder de perrons van het NS-station. Architect H.C.H. Reijnders kreeg de opdracht het complex van de boven elkaar liggende stations zichtbaar te maken, rekening houdend met veiligheid en herkenbaarheid.

Het ontwerp kent vele ruimtelijke effecten die versterkt worden door kleur- en lichteffecten. Bovengronds is het station herkenbaar aan de grote transparante schotel met een doorsnede van 35 meter, naar ontwerp van L.I. Vákár. Ze wordt gedragen door een schaalconstructie die is opgehangen aan een boog met een spanwijdte van 62,5 meter. Het geheel oogt als een soort geopende ‘putdeksel’ boven de ingang naar het ondergrondse station. Vandaar de bijnamen ‘vliegende schotel’, ‘putdeksel’ of ‘fluitketel’. In de boog zijn verspringende blauwe en gele neonbuizen aangebracht. De gele gaan branden als een trein richting CS vertrekt, de blauwe zijn voor de richting Dordrecht.

Via roltrappen, liften en vaste trappen komt men via de noordhal naar de 14 meter ondergrondse perrons. Via trappen zijn ze met de kruisende metrobuis verbonden en sluiten aan op de zuidhal. Hier zijn de restanten van de oude stadsmuur te zien die tijdens de werkzaamheden werden blootgelegd. Geluidsoverlast wordt gereguleerd door allerlei technische vindingen, zoals golvende isolatieplafonds en rubberen matten waarop de rails liggen. De open verbinding naar buiten voorziet het station van daglicht, vergroot de veiligheid en vormt een oplossing voor de luchtverplaatsing veroorzaakt door passerende treinen.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Noordplein, 1933

Het Noordplein met de hoek van de Zaagmolenkade, 1933. Op de voorgrond de Rotte.

Dit plein ligt in Rotterdam-Noord en aan de Noordsingel. Van 1884 tot 1892 gold de naam Noordplein alleen voor het gedeelte ten oosten van de Noordsingel, gelegen tussen de Rotte en de Erasmusstraat. Sinds 1902 draagt ook het gedempte deel van de Noordsingel tussen het oude Noordplein en de Hofdijk, deze naam. Dit gedeelte heeft ook nog enige tijd Hofkade geheten.

De Zaagmolenkade is vernoemd naar de houtzaagmolens, die vroeger aan de Rotte stonden. In 1671 kwam de houtzaagmolen bij de buitenplaats ‘Woelwijk’, genaamd ‘de twee Zwanen’ al voor. Verder was hier in 1784 een houtkoperij met twee zaagmolens, ‘de Ooievaar’ en ‘de Zwaan’ geheten. De Zaagmolendrift heette van 1910 tot 1912 Zaagmolenstraat en van 1912 tot 1926 Nieuwe Zaagmolenstraat. De Zaagmolenstraat droeg voor 1897 de naam Van Bommelstraat naar Cornelis van Bommel, die hier o.a. in 1869 bezittingen had. De Zaagmolenbrug was oorspronkelijk een ijzeren ophaalbrug, die in 1895 was gebouwd en tot 1910 ter hoogte van het Noordplein en de Crooswijksesingel over de Rotte lag. Daarna werd ze verplaatst naar de Zaagmolendrift en de Crooswijksestraat. Ze ontving toen de naam Zaagmolenbrug. In 1956 werd ze vervangen door de huidige brug van die naam.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schans, 1953

Huizen aan de Schans met op de achtergrond de Schiedamseweg, 1953.

Op bevel van het Hof van Holland moest Delfshaven in 1573 ‘sterk worden gemaakt’. Er werden schansen en wallen opgeworpen ter bescherming tegen de vijand.

De Schiedamseweg is de naam van de weg, die van Delfshaven naar Schiedam loopt. Bij besluit B&W 19 mei 1933 werd deze naam eveneens gegeven aan het gedeelte van de Mathenesserdijk tussen Marconiplein en de grens van Schiedam.

Delfshaven is gesticht naar aanleiding van het privilege van 8 september 1389, waarbij Hertog Aelbrecht van Beieren aan de stad Delft een vrije vaart vergunde van de stad tot in de Maas, met bepaling dat de vaart en het aanliggende land tot op 14 roeden afstand zouden staan onder de jurisdictie van Schout en Schepenen van Delft. Delfshaven is Delfts gebleven tot de val van de Republiek. Op 24 januari 1795 maakte de Haven zich van de stad Delft los. 19 Januari 1803 nam het Departementaal Bestuur van Holland een Besluit, waarbij werd verklaard, dat Delft en Delfshaven één gemeente gingen vormen met een bestuur dat verplicht bestond uit deels inwoners van Delft en deels inwoners van Delfshaven. Eind 1811 werd Delfshaven door toedoen van de Franse overheersing weer een zelfstandige gemeente. In 1886 werd de zelfstandigheid van Delfshaven voorgoed beëindigd door opname van Delfshaven in de gemeente Rotterdam.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Femina-Ahoy, 1956

Een stand van Excelsior stofzuigers op de Femina, 28 september 1956.

De Femina is ruim vijftig jaar een begrip in Rotterdam. De beurs voor dames wordt in 1949 voor het eerst gehouden in de Rivièrahal in diergaarde Blijdorp. Het initiatief wordt genomen door de Rotterdamse middenstanders.

Het centrum van Rotterdam is in 1949 nog vrijwel leeg. Er staan noodwinkels uit de oorlog maar voor veel spullen moeten Rotterdammers naar een andere stad. Rob Noordhoek van Museum Rotterdam: “De wederopbouw begon in de haven en met de infrastructuur, het centrum volgt pas later”.

De middenstand wil zich profileren en komt met het idee voor de eerste huishoudbeurs in Nederland: de Femina. Het doel is ‘voor publiek zo attractieve vorm van reclame aangepast aan het Rotterdams zakenbelang. Het ligt in de bedoeling de beurs aantrekkelijk te maken door beschaafde attracties, waarbij elk kermiskarakter achterwege zal blijven’.

De Femina in Blijdorp is een succes. De beurs krijgt in 1950 een vervolg. In dat jaar bezoeken ruim 80.000 mensen het evenement in de Rivièrahal. In 1951 wordt de Femina gehouden in de Ahoyhallen op het Dijkzigtterrein.

Daar blijft de beurs jarenlang veel vrouwen trekken. Eind jaren zestig wordt Ahoy afgebroken om plaats te maken voor de medische faculteit. De Femina vindt een tijdelijk onderkomen bij het heliportterrein in het centrum. Vanaf 1970 is de Femina in Ahoy bij Zuidplein in Rotterdam-Zuid.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Rijnmond.nl. Lees verder op https://www.rijnmond.nl/…/Femina-in-1949-beschaafde-attract…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Weena-Hofplein, 1947

In de omgeving van het Weena en het Hofplein grazen ossen om bij te komen, 1947. Op de achtergrond links het ronde Incassobankgebouw aan de Goudsesingel en rechts de gebouwen van de Ammanstichting en de Coolsingel met het stadhuis.

Uit Het Vrije Volk van 13 september 1947:
Doorgaans een aardig schouwspel als troepen lerse ossen over de puinvelden van Rotterdam worden voortgedreven. Fiere dieren zijn het, met hun wijd uitstaande hoorns zien ze er lang niet zo tam uit als ons vee. Maar vrijdag was hun tocht van de Merwehaven, waar ze met de North Down uit Dublin waren gearriveerd, een lijdenstocht. De misère begon al met de eerste van de vier ploegen van ongeveer 75 dieren. In het Westen van de stad bij het Marconiplein viel de eerste os al neer. Volkomen uitgeput. Door de zeereis, door de warmte, en ook, en dat was het treurige, door dorst. De dieren liepen met de tongen uit de bek. Als ze even de kans zagen gingen ze de steen van winkelpuien likken. Op het Burg. Meineszplein liep een os een kruidenierswinkel binnen, vermoedelijk omdat het daar koel was. Het viel niet mee om de os hier om te draaien en weer naar buiten te loodsen. Heel voorzichtig werd er gemanoeuvreerd, maar de drijvers konden toch niet voorkomen dat hij een paar jampotten brak.

Bij de Heemraadssingel en de Diergaardesingel liepen er een paar op het water af en begonnen direct te drinken. Op het Hofplein kon er weer een van uitputting niet verder en viel op de tramrails neer. Het kostte heel wat moeite om hem te verwijderen. Met een wagen van het abattoir, de dieren waren voor slachting bestemd, zijn de uitvallers later opgehaald.

Al met al was het een zielig transport. Zeker, het was „maar” slachtvee, maar dat neemt niet weg, dat deze dieren naar ons gevoel tot de laatste dag recht hebben op een behoorlijke verzorging.

In het bijschrift in het Stadsarchief Rotterdam staat dat deze foto over ossen op doorreis naar Oost-Europa gaat.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit het Vrije Volk van 13 september 1947.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Een parkje langs het Weena, (Ong.)1960

Een parkje langs het Weena met postbestellers, 1960-1970.

Het Weena dankt zijn naam aan het Huis of Hof van Weena, dat ter hoogte van het huidige Station Hofplein lag. Dit kasteel was in het begin van de 13de eeuw gebouwd en werd bewoond door de familie Bokel. Het was vermoedelijk een vierkante woontoren, die op een eilandje lag. Volgens de kroniekschrijver Willem van der Sluys werd het kasteel in 1426 door de Hoekse troepen onder Willem Nagel verwoest. Slechts een gedeelte van de toren heeft hier nog verschillende eeuwen gestaan. Toen de stad in 1590 eigenares van het terrein werd, zijn daarheen de lakenramen overgebracht. Op het grondgebied van het vroegere kasteel lagen van 1854 tot 1956 de 1ste en 2de Weenastraat en het Weenaplein. Deze zijn verdwenen in verband met de aanleg van het vliegveld Heliport. In deze buurt herinneren enige straten aan de heren van Weena, zoals de Almondestraat, de Boekhorststraat en de Roo Valk-straat. De naam Weena is een verbastering van Wedena, dat is afgeleid van het middeleeuwse woord wedeme (morgengave of huwelijksgift).

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Een telefooncel in de Sint-Mariastraat, 1970

Een telefooncel in de Sint-Mariastraat, nabij de splitsing met de Gaffelstraat, 15 augustus 1970.

De Sint-Mariastraat werd naar analogie van de al bestaande Josephstraat vernoemd naar Maria, moeder van Jezus.

De Gaffelstraat loopt gaffelsgewijs uit op de Sint Mariastraat. Voor 1892 droeg de Gaffeldwarsstraat de naam Jan Dijkmansstraat naar een vroegere eigenaar.

In Nederland beheert KPN de openbare telefoon. Telfort heeft vanaf 1999 t/m 2008 ook telefooncellen en -palen gehad op NS-stations. Inmiddels zijn deze allemaal verwijderd. Door de komst van de mobiele telefoon, en eerder al door het opheffen van muntinworp, is het gebruik van telefooncellen sterk verminderd. Vanaf 2011 heeft KPN alleen nog telefooncellen op luchthaven Schiphol, de overige openbare telefooncellen worden door RBL telecom geëxploiteerd. Medio 2015 waren er nog 440 telefooncellen in 64 verschillende gemeenten in Nederland operationeel.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met mdewerking van Rotterdam van toen