Tag Archives: hillegersberg

Straatweg, 1972

Café-restaurant Lommerrijk aan de Straatweg 99, winter 1972-1973 (geschat).

Adriana Romein start in 1880 in de achtertuin van haar man een theetuin met kinderspeelplaats. Ze noemt het Plaats Lommerrijk, vanwege de schaduwrijke omgeving onder de kastanjebomen. Gezinnen genieten in haar tuin van het weidse uitzicht over de Bergse Plas. Ze serveert hen melk, limonade, bier en sneetjes boerenbrood met zoetemelksche kaas.

Al snel wordt Lommerrijk een café waar jolige Rotterdammers dansen en drinken. Op feestavonden in de tuin zingen bezoekers een loflied: ‘Komt, jool’ge schaar, vooruit nu maar, we gaan naar Vrouw Romein.’

Vrouwe Romein verkoopt in 1894 haar geliefde Lommerrijk aan de gebroeders Stal. Deze twee broers bouwen een grote zaal voor dansfeesten, congressen, vergaderingen en sportevenementen. Lommerrijk blijft groeien en uitbreiden.

Dan breekt de oorlog uit. Lommerrijk biedt in 1940 onderdak aan gezinnen die zijn getroffen door het bombardement. Ook is Lommerrijk het onderkomen van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. In de tuin aan de plas geven de orkestleden geregeld een concert.

Na de oorlog in 1968 komt Lommerrijk in handen van Sporthuis Centrum, het huidige Center Parcs. Een ongewisse periode breekt aan voor Lommerrijk. Wel weekendhuisjes, geen weekendhuisjes? Met als dieptepunt de brand. In 1976 brandt Lommerrijk af en een jaar later brandt ook het koetshuis af.

Lommerrijk lijkt verdwenen, maar in 1978 herrijst Lommerrijk uit haar as. Er komt een restaurant, vier zalen en twaalf bowlingbanen. Het huidige Lommerrijk zoals we het gebouw nu kennen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van de site lommerrijk.nl https://www.lommerrijk.nl/…/over-lommerri…/onze-geschiedenis

Met medewerking  van Rotterdam van toen

Bergse Dorpsstraat hoek Argonautenweg, 1972

De bouw van een nieuwe autosalon voor Toyotadealer Spiering aan de Bergse Dorpsstraat 150 en de hoek Argonautenweg in Hillegersberg, 1972.

Een van de bekendste verhalen uit de Griekse mythologie is dat van Jason en de Argonauten.

Jason was de zoon van koning Aeson die regeerde over Iolkos. Jason was troonopvolger, echter zette Pelias, de halfbroer van de koning, deze af nog voor Jason geboren was. De moeder van Jason deed alsof hij bij zijn geboorte was gestorven en bracht hem in het geheim naar de centaur Chiron. Daar werd hij opgevoed door diens vrouw Chariclo en diens moeder Philyra. Chiron zelf leerde hem veel over medicijnen.

Alhoewel Pelias niets van Jason wist, kon hij niet rustig slapen, doordat een orakel hem had gewaarschuwd dat hij vermoord zou worden door een familielid en dat hij zichzelf moest beschermen tegen een man met één sandaal.

Na 20 jaar verscheen er op de markt van Iolkos een knappe jongeman met gouden krullen. Hij droeg een huid van een luipaard en had één sandaal aan, de andere had hij verloren bij het dragen van een oude vrouw over een rivier. Deze vrouw was in werkelijkheid Hera. Hierdoor wist Pelias dat dit de man was waarvoor hij gewaarschuwd was.

Toen Pelias de vreemdeling met de ene sandaal zag, werd hij bang. Dit moest de man zijn waar het orakel hem voor had gewaarschuwd. Jason verbleef vijf dagen in het huis van zijn vader, op de zesde dag ging hij naar Pelias om zijn troon op te eisen. Koning Pelias vroeg de vreemdeling zijn naam en waarom hij naar zijn koninkrijk was gekomen. Deze vertelde wie hij was en dat hij de troon kwam opeisen, omdat hij de rechtmatige koning van het land was.

Koning Pelias antwoordde, dat hij afstand zou doen als Jason het Gulden Vlies terug zou halen van het koninkrijk Colchis. Het hangt aan een boom, bewaakt door een draak die nooit slaapt. Alleen een sterk en moedig man kon het Vlies terugbrengen.

Het Gulden Vlies was van de goddelijke ram die Phrixus van Orchomenus een generatie daarvoor naar Colchis had gebracht.

Pelias was zeker dat niemand deze gevaarlijke reis zou overleven. Jason aanvaardde de opdracht die hij als een avontuur en een uitdaging zag.

Jason vroeg aan Argos, een groot scheepsbouwer, hem een schip te maken met 50 roeispanen. Daarna stuurde hij afgezanten naar elk paleis in Griekenland, die vrijwilligers moesten vragen. Het schip werd Argo genoemd. Ter bescherming werd de boeg gemaakt uit een stuk van de Sprekende Eik van Dodona, en bezield door Pallas Athena.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking Rotterdam van toen

Zwembad het Zwarte Plasje aan de Oude Raadhuislaan, 1974

Dit watertje is rond het midden van de 19de eeuw ontstaan. In verband met de noodzakelijke ophoging van de Kerkstraat in Hillegersberg werd een gedeelte van het land, dat ten noorden van de straat was gelegen, uitgegraven. Zo ontstond een drassig plasje, dat vanwege zijn kleur het Zwarte Plasje werd genoemd. In de loop van de jaren ontstonden in dit plasje kleine bronnen, die het water geleidelijk aan zuiverden. In hetbegin van de 20ste eeuw kwam het plasje in trek bij de zwemlustige Hillegersbergse jeugd. Sinds 1914 fungeert het als zwembad van de Sportvereniging Hillegersberg.

De Oude Raadhuislaan is vernoemd naar het voormalige raadhuis van Hillegersberg op de hoek van deze laan en de Kerkstraat. Dit raadhuis werd in 1752 gebouwd op de plaats van het oude 16de eeuwse rechthuis naar plannen van Bart Overgauw. Het bleef tot 1921 als zodanig in gebruik, toen het nieuwe raadhuis aan de Straatweg werd geopend. Deze laan heette van 1916 tot 1926 Raadhuislaan en van 1926 tot 1932 Oude Raadhuisstraat.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Weissenbruchlaan, 1977

De Weissenbruchlaan in Hillegersberg met o.a. de schoenenzaak van J. van Straten, 1977 (geschat).

Hendrik Johannes (Jan Hendrik) Weissenbruch (Den Haag, 30 november 1824 – aldaar, 14 maart 1903) was een Nederlandse kunstschilder. Hij wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste schilders uit de Haagse School.

Het tekenen werd Weissenbruch tussen 1840 en 1843 bijgebracht door J.J. Löw. Van 1843 tot 1850 liep hij op de Haagsche academie waar Bart van Hove zijn leraar was. Onterecht wordt vaak gedacht dat Jan Hendrik Weissenbruch ook een leerling was van Schelfhout. Op aanraden van zijn vriend en schilder Johannes Bosboom is hij niet in de leer gegaan bij Schelfhout. Bosboom vond dat J.H. Weissenbruch ‘uit zijn eigen lens moest zien’, bovendien vond Schelfhout dat er verf werd gemorst met schilderen naar de natuur.[1] Nog voordat Weissenbruch zijn academische opleiding afrondde was hij samen met zijn neef Jan Weissenbruch en Willem Roelofs in 1847 al betrokken bij de oprichting van het artistieke genootschap Pulchri Studio. Van 1857 tot 1861 was hij er zelfs Commissaris van de tekenzaal.

De familie Weissenbruch woonde in de Kazernestraat achter het Lange Voorhout. Kort na zijn overlijden werd het huis afgebroken, maar hij liet een aantal aan het huis en de omgeving herinnerende stemmingstaferelen na: de keuken met het Vermeer-doorkijkje, het kleine bleekveld achter het huis met de achtergevels van het Voorhout, de zolder als atelier voor zijn zoon Willem. (Zijn zoon Willem Johannes Weissenbruch leerde van hem het schildersvak.)

Hoewel er vaak opmerkelijke gelijkenissen zijn met het werk van Andreas Schelfhout zoekt Weissenbruch opvallend het licht op in panoramisch-weidse landschappen, waarbij grijs-zware wolkenluchten meermaals bij uiterst lage horizonten driekwart van zijn doeken vullen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

kruising Rozenlaan – Kleiweg – Uitweg, 1960

Verplaatsbaar verkeerslicht op de kruising Rozenlaan – Kleiweg – Uitweg, eind mei 1960 (geschat).

De Kleiweg werd vroeger wel beschouwd als een onderdeel van een oude zeedijk, die door de Romeinen zou zijn aangelegd. De vroegst bekende dijk dateert echter van de 12de eeuw en bevindt zich bovendien ten zuiden van de Kleiweg. Deze dankt haar naam aan de Kleiweg in het veen (oeverwal van een stroom) waarop zij is gelegen. De naam ‘Cleyweg’ komt voor zover bekend voor het eerst in 1419 voor. De wijk Kleiwegkwartier wordt thans ook aangeduid met Hillegersberg Zuid.

De Uitweg was oorspronkelijk een pad, dat over particulier terrein liep en gebruikt werd om vanaf de Kleiweg op de Ringdijk te komen. Men had hier het recht van uitpad of uitweg. De weg werd door de gemeente Schiebroek in 1926 overgenomen van de Vereenigde Polders Schiebroek, Berg en Broek en 110 Morgen.

De Rozenlaan is vernoemd naar een plant uit de familie der roosachtigen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Electroweg 1932

De Electroweg, vanaf het Bergpolderplein, 1932-1937. Geheel op de achtergrond voorbij de Ceintuurbaan en de spoorbaan een aantal woningen aan de Delfgaauwstraat in het Liskwartier.

De Electroweg is vernoemd naar de aan deze straat gelegen N.V. Electriciteits Maatschappij Electrostroom. Op 5 december 1913 verleende de gemeenteraad van Hillegersberg vergunning aan de N.V. Rotterdamsche Steenhouwerij om langs haar werkplaats een koolasweg aan te leggen. Aan deze weg verrees in 1914 het gebouwencomplex van de N.V. Electriciteits Maatschappij Electrostroom. Naar dit bedrijf ontving de weg zijn naam. In 1930 werd deze verbreed en bestraat. De naam was oorspronkelijk Electroweg; bij besluit B&W 11 maart 1964 werd de naam gewijzigd in Elektroweg.

Het Bergpolderplein ligt in de voormalige Bergpolder. De naam van de polder is afgeleid van Hillegersberg. Het Bergpolderplein heette voordien respectievelijk Noordplein en Ruiterplein.

De naam Ceintuurbaan is ontleend aan de nabijgelegen spoorbaan (Ceintuurbaan).

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kerstant van den Bergelaan 1933

De Kerstant van den Bergelaan, gezien vanaf de heuvel waarop de Nederlandse Hervormde Hillegondakerk staat, 1933 (geschat). In het midden de kruising met de Adriaan van Mathenesselaan, op 16 december 1941 werd de naam gewijzigd in Adriaen van der Doeslaan.

Deze laan draagt de naam van Kerstant van den Berge, ambachtsheer van Hillegersberg. Hij bewoonde het kasteel te Hillegersberg in de eerste helft van de 14de eeuw.

Adriaan van Mathenesse (+1434), was ambachtsheer van Hillegersberg en hoogheemraad van Schieland. Bij besluit B. 16 december 1941 werd de naam gewijzigd in Adriaen van der Doeslaan.

Adriaan van der Does was dijkgraaf en baljuw van Schieland. Van ca. 1565 tot 1576 was Van der Does tevens waarnemend ambachtsheer van Hillegersberg. Voor de annexatie van Hillegersberg heette deze straat Adriaan van Mathenesselaan.

Hillegersberg is vernoemd naar Hildegard van Vlaanderen, echtgenote van graaf Dirk II van Holland en West-Friesland. Deze graaf was in de tiende eeuw eigenaar van Bergan, dat in oud-Hollands versterkte plaats of gehucht betekent.

De oude dorpskern rond de Hillegondakerk is nog goed herkenbaar. Het dorp ontstond op een heuvel, ook donk of morre genoemd. Het is een zandrug in het veengebied, ontstaan uit verstoven zand van drooggevallen rivierbeddingen. De rivierduinen zijn gevormd in de late ijstijd. Vuursteenvondsten duiden op een pre-historische bewoning.Er zijn ook Romeins aardewerk en penningen gevonden, evenals een borstbeeld van keizer Hadrianus.

Volgens de legende van Hillegersberg is de zandberg ontstaan doordat de reuzin Hillegonda zand uit haar schort zou hebben verloren. Op de zandheuvel bouwde zij haar huis en zo ontstond Hillegersberg, de berg van Hillegonda. De reuzin Hillegonda met gescheurd schort siert het Wapen van Hillegersberg

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Plaswijckpark 1936

Overzicht vanaf de uitzichttoren in en op het Plaswijckpark, 1936 (geschat). Op de voorgrond de theeschenkerij en op de achtergond de achtertuinen van panden aan de Jan van Ghestellaan.

Het Plaswijckpark werd in 1923 opgericht in Hillegersberg door de Rotterdamse horecaondernemer C.N.A. Loos, als Theetuin Hillegersberg. De theetuin was een van de vroegst opgezette recreatieparken in Nederland. Het park bestond naast de theeschenkerij uit een Engelse landschapstuin, speeltuin met uitkijktoren en een dierentuin, waar onder meer apen en wallabies te zien waren. Omdat het park in één jaar zoveel bezoekers trok, werd het een jaar later uitgebreid met een bloemen- en plantenkwekerij.

De volledige naam van het ruim opgezette recreatiepark langs de Bergse Achterplas luidde: Plaswijckpark, Wandel- en Dierenpark. Stapsgewijs werd het park uitgebreid met onder andere een rotsplateau, een rosarium, een tuin met een vijver en een café-restaurant . Dit horecapaviljoen met verschillende niveaus en terrassen werd het Amphitheater genoemd.

Het park ontwikkelde de eerste tien jaar goede spel- en sportvoorzieningen. In het park konden roeibootjes en kano’s worden gehuurd, er was een rondvaartboot, plekken voor sportvissers en een deel van het park werd bestemd voor een ijsbaan. In de zomer was het strandbad geopend, dat vanwege het donkere water de Inktpot werd genoemd. Ook was er een tennisbaan, maar daar konden alleen leden gebruik van maken.

De kracht van het Plaswijckpark was de veelzijdigheid van het park. Vanaf het begin waren er speciale attracties voor kinderen, zoals schommels, klimrekken en wippen. Het park vormde een ontspannings- en vermaakcentrum voor het hele gezin. Plaswijck was er om te flaneren, had goede sport- en spelmogelijkheden en speelde een educatieve rol, waarbij de dieren en planten tot kennisvergroting dienden. Naast de vaste attracties waren er ook culturele evenementen, zoals muziekuitvoeringen en poppenkastvoorstellingen.

Door haar veelzijdigheid kon het Plaswijckpark zich meten met de grote Europese stadsparken. Tussen 1923 en 1933 telde het park tweehonderdvijftigduizend bezoekers per jaar. Het park was tegen betaling toegankelijk, of mensen konden lid worden en dan was de toegang gratis. De toegang was relatief laag, zodat het park betaalbaar was voor de meeste Rotterdamse arbeidersgezinnen. Zij maakten in de zomer massaal gebruik van het park.

Vanaf 1927 kreeg het park subsidie van de gemeente Hillegersberg, omdat ze het park zag als een waardevolle culturele voorziening met een grote aantrekkingskracht. De economische malaise en financiële moeilijkheden van Loos zelf in de jaren dertig noopten de horecaondernemer tot verkoop van het Plaswijckpark. In 1937 kocht de gemeente Hillegersberg het park. Een nieuwe bloeiperiode brak na de Tweede Wereldoorlog aan en duurde tot 1962. In 1954 werd het park uitgebreid met wandelmogelijkheden, dieren en kinderattracties.

De neergang van het Plaswijckpark trad in medio jaren zestig. Oorzaken hiervoor waren een toegenomen concurrentie van nieuwe evenementen en een kritischer publiek dat andere eisen stelde aan kindvriendelijkheid van speeltuinen en diervriendelijke dierentuinen. Door de toegenomen mobiliteit van auto’s en scooters ontstonden er in de jaren zestig parkeerproblemen rond het park. Bovendien had het Plaswijckpark ouderwetse speeltuinen zonder mechanisch aangedreven attracties. Het park werd gaandeweg minder aantrekkelijk door veroudering en veel achterstallig onderhoud.

In 1975 werd het park met sluiting bedreigd. Dankzij subsidie van de Gemeente Rotterdam kon het blijven voortbestaan. Het Plaswijckpark probeerde haar oorspronkelijke karakter te behouden. Dit betekende dat er geen ‘harde’ recreatie kwam met mechanische en lawaaierige attracties. De focus bleef gericht op bezoekers met een laag inkomen, en op kinderen tot twaalf jaar. Het park kreeg een aantal nieuwe attracties, waaronder een midgetgolfbaan, manege en een beeldentuin, en organiseerde evenementen, zoals een fuchsiatentoonstelling, huisdierenkeuring en een knuffelberenmarkt.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bergse Dorpstraat 1945

Een paard en wagen voor café A.van Eijk op de Bergse Dorpsstraat voor het personenvervoer tussen Hillegersberg en Hofplein, 1945.

Hillegersberg is vernoemd naar Hildegard van Vlaanderen, echtgenote van graaf Dirk II van Holland en West-Friesland. Deze graaf was in de tiende eeuw eigenaar van Bergan, dat in oud-Hollands versterkte plaats of gehucht betekent.

De oude dorpskern rond de Hillegondakerk is nog goed herkenbaar. Het dorp ontstond op een heuvel, ook donk of morre genoemd. Het is een zandrug in het veengebied, ontstaan uit verstoven zand van drooggevallen rivierbeddingen. De rivierduinen zijn gevormd in de late ijstijd. Vuursteenvondsten duiden op een pre-historische bewoning.Er zijn ook Romeins aardewerk en penningen gevonden, evenals een borstbeeld van keizer Hadrianus.

Volgens de legende van Hillegersberg is de zandberg ontstaan doordat de reuzin Hillegonda zand uit haar schort zou hebben verloren. Op de zandheuvel bouwde zij haar huis en zo ontstond Hillegersberg, de berg van Hillegonda. De reuzin Hillegonda met gescheurd schort siert het Wapen van Hillegersberg.

Op de heuvel bevonden zich een kerk en een kasteel, Huis ten Berghe. De burcht werd voor het eerst genoemd in een oorkonde van 2 november 1269 als in leen bij Vranke Stoep van Hildegardsberg. Ook in lijsten van parochies waar ca. 1270 tienden werden geheven om de kruistochten te financieren wordt onder andere Hildeghersbergh genoemd. In 1343 was Heer Kerstant van den Berge eigenaar van de kerk en de burcht. Naar verluidt is Willem van Hildegaersberch hier geboren. W. van Hildegaersberch (ca. 1350 – ca. 1408) geldt als de eerste middeleeuwse ‘sprookspreker’ van Nederland. Graaf Willem VI krijgt in 1409 een boek aangeboden met “vele scone sproke die Willem van Hillegaersberge gemaakt hadde”.

In 1426 werden kerk en kasteel door de legers van Jacoba van Beieren verwoest, tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten. De restanten van de donjon liggen naast de Hillegondakerk in een hoek van het kerkhof, die in zijn tegenwoordige vorm uit circa 1500 dateert. Bij de herbouw is gebruikgemaakt van de gedeeltelijk gespaarde oude toren. In 1811 scheidde Bergschenhoek zich af van Hillegersberg.

In 1885 telde Hillegersberg 2.000 inwoners, in 1904 waren dat er 7.000. De grens tussen Hillegersberg en Rotterdam lag oorspronkelijk aan het einde van de Bergweg, grote delen van het huidige Rotterdamse Oude Noorden hoorden bij Hillegersberg. Door de ‘overdracht’ van het gebied tussen de Ceintuurbaan en de Heulbrug aan Rotterdam liep het inwonertal weer terug tot 5.000 in 1920. Daarna groeide de gemeente sterk: in 1931 15.000, in 1936 21.000 tot 26.000 in 1941 toen Hillegersberg door Rotterdam werd geannexeerd. Hillegersberg had een grote aantrekkingskracht voor nieuwe welgestelde bewoners, onder andere vanwege de Bergse Plassen, en trekpleisters als het Plaswijckpark en Lommerrijk.

De laatste burgemeester van Hillegersberg was Frederik Hendrik van Kempen (1879-1966). Naar hem is net voor de annexatie door Rotterdam in 1941 een straat in Hillegersberg vernoemd. Evenals naar Adrianus Johannes Breedveld (1873-1962), hij was al vanaf 1918 gemeenteraadslid en was wethouder van 1919-1931, Maarten Dijkshoorn (1848-1930) die van 1887-1927 gemeenteraadslid van Hillegersberg was geweest en eveneens wethouder was, en Johannes van Ballegooij (1889-1970), van 1925 tot aan het eind in 1941 gemeentesecretaris van Hillegersberg.

Het (laatste) raadhuis van Hillegersberg is de villa Buitenlust aan de C.N.A. Looslaan 1. Deze villa is in 1884 gebouwd in de stijl van de neorenaissance door architect J.J. van Waning (1830-1917), in opdracht van de familie De Kat. In de loop van de tijd heeft de villa meer gebruikers en functies gehad. Het huidige pand, tot een recente renovatie nog twee decennia kantoor van de Rotterdamse deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek, was ook het raadhuis van de nog zelfstandige gemeente Hillegersberg tussen 1921 en 1941. Sedert 2014 is een kinderopvang gehuisvest in de villa.
De fotograaf is Hendrik Ferdinand Grimeyer en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.