Tag Archives: hoogstraat

Vroom & Dreesmann aan de Hoogstraat, 1951

Nieuwbouw van Vroom & Dreesmann aan de Hoogstraat, 26 maart 1951.

Aan het einde van de 19e eeuw waren Willem Vroom en Anton Dreesmann twee succesvolle zakenlieden in Amsterdam. Beiden hadden manufacturenzaken en waren streng rooms-katholiek. Via een neef maakte Vroom kennis met Dreesmann. Ze raakten bevriend en werden zakenpartners. Vroom trouwde in 1883 met Cisca Tombrock, een zuster van Helena Tombrock, de vrouw van Dreesmann, waardoor de zakenpartners dus zwagers werden.

Dreesmann, en later ook Vroom, gebruikte in zijn winkel een voor die tijd ongebruikelijke strategie: lage en vaste prijzen tegen contante betaling. In die tijd was het namelijk gebruikelijk dat men altijd korting kreeg en op rekening kocht.

Aanvankelijk werkten Vroom en Dreesmann alleen samen op het gebied van inkopen, maar in 1887 leidde dit tot een verregaande samenwerking en op 1 mei dat jaar tot de oprichting van het bedrijf Vroom & Dreesmann “De Zon”. Omdat Vroom de oudste van de twee was, kwam zijn naam vooraan te staan. Hun eerste gemeenschappelijke zaak werd op zaterdag 21 mei 1887 geopend aan de Weesperstraat 70 in Amsterdam. Dreesmann leverde het geld. Er kwam drie man personeel en Dreesmanns jongere broer Nicolaas werd bedrijfsleider. Vroom hield zich vooral bezig met de financiële zaken en de administratie, terwijl Dreesmann voornamelijk de inkoop en verkoop leidde. Aan de plaatselijke Vijzelgracht 21 werd op 27 april 1889 een tweede vestiging geopend met zes personeelsleden.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van  Rotterdam van toen

Moriaansplein (hoek Hoogstraat) 1940

Opname van de C & A aan het Moriaansplein (hoek Hoogstraat) na het bombardement van mei 1940. Op de achtergrond de Sint-Laurenskerk.

Nog steeds zijn alle vragen rond het vernietigende Duitse bombardement op Rotterdam van 14 mei niet beantwoord. Vast staat dat op hoog Duits niveau zo’n zwaar bombardement wordt beschouwd als middel om de Nederlandse overgave te bespoedigen. Dat is ook wat gebeurt, ondanks de voorkeur van de Duitse commandant in Rotterdam, Schmidt, voor een gericht licht bombardement en onderhandelingen met de tijdrekkende Nederlandse legerleiding om Rotterdam tot overgave te dwingen. Op 14 mei, rond half twee ’s middags, worden het centrum, Kralingen, de Provenierswijk, het Oude Noorden en het Liskwartier doelwit van Duitse Heinkel-bommenwerpers. De afgeworpen lading verwoest meer dan 30.000 woningen en panden. In totaal komen als gevolg van dit bombardement 800 tot 900 mensen om.

Direct na het bombardement van 14 mei breken overal branden uit. Een harde wind wakkert het vuur aan en de brandweer kan in deze situatie weinig uitrichten. Veel materieel is verloren, veel waterbronnen zijn onbereikbaar. Tienduizenden vluchten weg uit de inferno die het stadscentrum nu is. Bijna tachtigduizend Rotterdammers raken in één klap hun huis en hun spullen kwijt. In Kralingen en bij de Coolsingel breidt de vuurzee zich verder uit over de stad. Wanneer ’s avonds en ’s nachts de wind draait en nog sterker wordt, vallen andere stadsdelen ten prooi aan de vlammen. Pas op 16 mei zijn de voornaamste branden geblust, maar de verliezen zijn immens. In een gebied van ruim 250 hectare is veel geheel of gedeeltelijk verwoest; het wordt al snel ‘de puin’ genoemd.

In de jaren 2008-2010 is het verwoeste gebied in de stad gemarkeerd na een een reconstructie aan de hand van oude kaarten. Deze markering wordt de brandgrens genoemd.

De foto komt uit de collectie fotografische opnamen van de verwoeste stad en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Hoogstraat 1931

Gezicht in de Hoogstraat, 1931-1933. Rechts de Vlasmarkt en links het Spui.

De naam Hoogstraat komt voor het eerst in 1396 voor. Dit was het gedeelte van de Schielands Hoge Zeedijk, dat tot dan toe Oosteinde (1338), Middeldam (1357) en Westeinde (1359) had geheten. Deze namen hadden echter niet alleen betrekking op de Hoogstraat, maar ook op de straten in het Oost-, Midden- en Westvak gelegen.

De Middeldam, die in 1351 nog Dam heette, is rond het midden van de 13de eeuw aangelegd in de Rotte. Deze mondde met enkele duikersluizen uit in de Maas. De Middeldam strekte zich uit van de oosthoek van de Kerkstraat en de Grotemarkt tot de Lamsteeg. In 1533 besloot de vroedschap de Hoogstraat (in de resolutie Dijkstraat geheten) te verhogen van de Schiedamsepoort tot de Oostpoort. Ook de naam Hooge Dijkstraat komt voor.

Het grootste gedeelte van de Hoogstraat loopt oost-west, een klein gedeelte noord-zuid. Dit laatste gedeelte wordt Korte Hoogstraat genoemd. Vroeger heette dit ook wel Schiedamsedijk. De huidige Korte Hoogstraat ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. De huidige Hoogstraat heeft van de Korte Hoogstraat tot de Botersloot haar oorspronkelijke ligging behouden. Vanaf laatstgenoemde straat tot het Oostplein is ze in noord-oostelijke richting omgebogen.

De Vlasmarkt ontleent haar naam aan de markt voor vlas en garen, die daar vroeger werd gehouden. Volgens verschillende kroniekschrijvers werd deze markt in 1608 voor het eerst gehouden op het overwulfde gedeelte van het Spui. In de transportregisters komt de naam Vlasmarkt voor het eerst voor op 3 juni 1615, toen een huis op de Hoogstraat ten westen van het Spui ‘daer nu de Vlasmarct gehouden wert’ verkocht werd. Door de aankoop van belendende panden in 1664 werd de Vlas- en Garenmarkt aanzienlijk vergroot en van drie overdekte galerijen voorzien. In 1858 werd de overdekking afgebroken. Het oude pleintje van die naam verdween bij het bombardement in mei 1940. De huidige Vlasmarkt ligt iets ten westen van het vroegere pleintje. Het plein is thans veel groter en omvat ook het terrein van het vroegere Spui.

Het Spui liep van de Hoogstraat naar de Sint Laurensstraat, het Spuiwater liep in het verlengde van het Spui van de Sint Laurensstraat naar de Bagijnenstraat. Beide zijn genoemd naar de Spuisluis bij de Vlasmarkt. Spuiwater en Delftsevaart werden vroeger in zijn geheel Spuivaart genoemd. Ook de Rotterdamse Schie kwam een enkele maal onder deze naam voor. Het Spuiwater heette vroeger ook wel Korte Spuivaart of Kortevaart in tegenstelling tot de Delftsevaart, die men met de naam Langevaart aanduidde. De kade langs het Spuiwater kwam ook onder de naam Spuisteeg voor. Bij besluit B. 30 juni 1942 werden de namen Spui en Spuiwater ingetrokken. Een gedeelte van de Vlasmarkt heeft tussen 1942 en 1953 nog de naam Spui gevoerd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Hoogstraat 1963

Schoenenwinkel en pedicure Bata aan de Hoogstraat, 27 mei 1963.

Het bedrijf is opgericht in 1894 te Zlín door Tomáš en Antonin Baťa onder de naam T. & A. Baťa. Toen behoorde Zlín nog tot Oostenrijk-Hongarije. De oprichters kwamen voort uit een geslacht van schoenmakers. In 1895 nam Tomáš de leiding geheel op zich. Het bedrijf streefde ernaar om industriële methoden in te voeren en vernieuwingen door te voeren. Zo kwam in 1897 de Batovka tot stand, de eerste textielen schoen die machinaal werd vervaardigd.

In 1905 werden al 2200 paar schoenen per dag gemaakt en werkten er 250 mensen bij Bata. In 1909 kwamen de eerste exportorders vanuit Duitsland, de Balkan en het Midden-Oosten. Zo werkten er in 1917 al 5000 mensen en werden er jaarlijks 2 miljoen paar schoenen geproduceerd. Bij de vestigingen van Bata verrijzen arbeidersdorpen met scholen en hospitalen. Ook verrijst geleidelijk aan een netwerk van Bata-winkels. In Nederland verscheen de eerste te Amsterdam in 1922.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam Zlín in Tsjechoslowakije te liggen. In 1923 werd een systeem van winstdeling ingevoerd en in 1925 startte een bedrijfsopleiding.

Als reactie op de toegenomen douanetarieven werden in 1929 tal van vestigingen in het buitenland geopend, zoals in Zwitserland, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Joegoslavië, Polen, België, Nederland, de Verenigde Staten en het toen nog Britse India, en later ook in Brazilië en Canada. Tegen het begin van de jaren 30 van de 20e eeuw was Bata ‘s-werelds grootste schoenenexporteur.

In 1932 kwam Tomáš Baťa om bij een vliegtuigongeluk. Hij werd opgevolgd door zijn zoon, Thomas J. Bata (1914-2008). Het bedrijf ging diversificeren en maakte nu ook autobanden, vliegtuigen, fietsen en machines. In 1939 bezat Bata 63 bedrijven die talrijke producten maakten, maar de kernactiviteit bleef de schoenenproductie met een jaarlijkse verkoop van meer dan 60 miljoen paar schoenen in meer dan 30 landen. Omstreeks 1942 werkten er 105.770 mensen bij het concern.

In 1939 brak de Tweede Wereldoorlog uit, en de leiding van Bata week uit naar Canada, waar in Batawa bij Toronto de organisatie opnieuw werd opgestart. Jan Antonin Bata echter ging in 1940 vanuit de Verenigde Staten terug naar bezet Tsjechoslowakije. Dit leidde tot tal van moeilijkheden, zowel met de geallieerde mogendheden, met de bezetter en met de in 1945 aan de macht komende communistische regering. Daarnaast waren er ook aanzienlijke ruzies binnen de familie Bata. In 1945 werden de Oost-Europese vestigingen dan ook genationaliseerd. De naam Bata werd uit de herinnering verbannen, de firmanaam werd omgedoopt in Svit en de naam van Zlín in Gottwaldov. De Svit fabriek produceerde nu voor de binnenlandse markt en werd geleid als een kombinat dat de gehele keten verzorgde. De technologische ontwikkeling van het bedrijf bleef echter achter. Toen het communisme in 1989 werd afgeschaft keerde Thomas J. Bata terug. Het bedrijf werd geprivatiseerd maar was niet in staat de ontwikkelingen te volgen. Het ging failliet in 2000.

Ondertussen werd in Canada een nieuwe organisatie opgezet onder leiding van Thomas J. Bata. Het betrof de Bata Shoe Company of Canada. In 1964 verhuisde het hoofdkantoor naar Toronto en in 2002 naar Lausanne. De leiding kwam in 2001 in handen van Thomas G. Bata, de kleinzoon van de oprichter.

In 1970 werd Bata Industrials opgericht, dat zich ging specialiseren in veiligheidsschoenen en -kousen. Dit bedrijf is wereldwijd actief.

In 2007 telde Bata meer dan 40.000 werknemers, bezat het 40 productiebedrijven in 26 landen, verkocht producten in 50 landen en beschikte over 4.600 speciale winkels.

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen