Tag Archives: stieltjesstraat

De Binnenhavenbrug over de Binnenhaven, 1938

De Binnenhavenbrug over de Binnenhaven met daarachter het Poortgebouw aan de Stieltjesstraat, 1938. Rechts de Koningshaven en het Noordereiland.

Het Poortgebouw is een gebouw in Rotterdam-Zuid, dat over de Stieltjesstraat heen is gebouwd. Het ligt aan de brug over de Binnenhaven. Sinds 1986 is het opgenomen in het register van rijksmonumenten.

Het Poortgebouw werd in 1879 opgeleverd als hoofdkantoor van de Rotterdamsche Handelsvereeniging (RHV) van Lodewijk Pincoffs. De architect was J.S.C. van de Wall. In 1882 kwam het onroerend goed van de Rotterdamsche Handelsvereeniging, waaronder het Poortgebouw, in handen van de gemeente Rotterdam. Het havencomplex aan de Binnenhaven en de Spoorweghaven werd toen de Gemeentelijke Handelsinrichtingen. De directie ervan werd in het Poortgebouw gevestigd. De ruimte die over bleef, werd aan derden verhuurd. Onder meer aan de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij, nu de Holland-Amerika Lijn, die er tussen 1889 en 1901 onderdak voor de directie en het vrachtbureau vond.

In 1932 werd het na zijn oprichting het hoofdkantoor van het Havenbedrijf der Gemeente Rotterdam, waarin de Gemeentelijke Handelsinrichtingen opgingen.

Oorspronkelijk stond er aan de andere zijde van de brug over de Binnenhaven nog een tweede, veel kleiner poortgebouw, dat uitsluitend als poort diende. Deze poort heeft echter een relatief kort bestaan gehad.

Het Havenbedrijf der Gemeente Rotterdam, sinds 2004 het Havenbedrijf Rotterdam N.V., bleef er tot 1977 gevestigd.

In 1980 is overwogen een eroscentrum in te richten in het Poortgebouw. Dit plan is echter niet tot uitvoering gekomen. Tussen 1980 en 1982 werd het gebouw gekraakt, waarna er met de krakers een huurovereenkomst werd afgesloten. In 2005 is het slecht onderhouden gebouw aangekocht door een projectontwikkelaar, die het wilde renoveren en omvormen tot kantoorruimte. Op 30 maart 2010 oordeelde de rechtbank in Den Haag dat de eigenaar de huidige bewoners niet mocht uitzetten.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Koffiehuis van de Volksbond tegen Drankmisbruik aan de Stieltjestraat, 1950

De Volksbond tegen Drankmisbruik werd in 1875 door Louis Philippona opgericht als de Multapatior’s Bond ter bestrijding van bedwelmende dranken. In 1882 werd de naam veranderd in Volksbond, Vereeniging tegen Drankmisbruik.

Louis Philippona (1827-1879) werd in Rotterdam geboren, maar groeide na het overlijden van zijn vader op in een kostschool in Roosendaal en een klooster in Uden. In 1863 begon zijn loopbaan als journalist, eerst bij de liberale Nieuwe Noordbrabander, in 1868 bij het Handelsblad. Hij schreef onder de naam Multapatior (vertaling: ik lijd veel). Hij was zeer sociaal bewogen en richtte in 1875 de Multapatior Bond op. Na zijn overlijden werd hij opgevolgd door mr H. Goeman Borgesius.

De naam van de bond werd al gauw vereenvoudigd. Doel was door opvoeding en ontwikkeling van het volk het drankmisbruik te bestrijden. Er werden koffiehuizen, wacht- en schaftlokalen opgericht, waar alcoholvrije dranken te verkrijgen waren. Ook werd aandacht geschonken aan lichamelijke activiteiten en het stimuleren van hobby’s. Er werden lezingen gegeven en bibliotheken opgericht.

De bond had in 1875 vijf afdelingen, in 1878 waren er al zeventien afdelingen bijgekomen. De nieuwe voorzitter, Goeman Borgesius, was tevens lid van de Tweede Kamerlid voor de Liberale Unie. Hij gaf de aanzet tot de standkoming van het drank-vergunningenstelsel.

In het begin van de 20ste eeuw werd vooral veel aandacht geschonken aan het gezin. Vaak waren er financiële problemen door het drankgebruik van de vader. Er kwamen kooklessen en kookboeken om te leren goedkope maar gezonde maaltijden te maken. Er werden woningbouwverenigingen opgericht en volkstuintjes ter beschikking gesteld.

Na de Tweede Wereldoorlog nam het alcoholgebruik weer toe. In 1969 werd het eerste alcoholvrije wegrestaurant geopend. Toen de Volksbond zijn eeuwfeest vierde en het predicaat Koninklijk kreeg verleend, waren er 300 kantines die door de bond beheerd werden. De omzet was onder meer 48.000.000 kopjes koffie per jaar.

In 1972 werd de Volksbond België opgericht, die ook alcoholvrije wegrestaurants oprichtte, maar in België waren financiële problemen waardoor de bond daar in 1986 weer werd opgeheven.

Tegenwoordig is de bond opgesplitst in enkele zelfstandige organisaties, zoals de Stichting Volksbond Amsterdam en de Stichting Volksbond Rotterdam.

De Volksbond was ook actief betrokken bij de opvang van oud KNIL-militairen in tehuizen zoals Bronbeek te Arnhem en het “Grijze Huis” te Putten. Het Grijze Huis had een groot exploitatietekort en werd gesloten en in 1973 afgebroken. De bewoners werden overgeplaatst naar Bronbeek.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

 

Stieltjesstraat, 1990

De Stieltjesstraat ter hoogte van de muur van het voormalig gemeentelijk Vrij Entrepot terrein, waarop o.a. loods 24 stond, 23 februari 1990.

Loods 24 was een havenloods in gebruik voor de opslag van tabak op het terrein van de Gemeentelijke Handelsinrichtingen tussen de Binnenhaven en de Spoorweghaven in Rotterdam. Deze loods werd in de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter gebruikt als verzamelplaats voor de deportatie van Joden.

In Rotterdam woonden in 1941 nog 11.000 Joden. Voor de oorlog waren dit er 13.000. Tussen 30 juli 1942 en 22 april 1943 werden door 8 transporten 6.790 mensen via Loods 24 gedeporteerd. Het overgrote deel van de Joden die via Loods 24 werden afgevoerd, werd in Sobibór en Auschwitz-Birkenau vermoord. Uit onderzoek in 2000 is gebleken dat 144 personen de deportaties hebben overleefd.

Op 29 juli krijgen 2.000 Joden een oproep voor de Arbeidseinsatz. Er meldden zich de volgende dag op 30 juli 1942 1.100 mensen om zes uur bij Loods 24. In twintig personenwagons werden ze midden in de nacht getransporteerd naar Westerbork. Bij de tweede oproep voor zondag 2 augustus 1942 meldden zich 800 Joden, bij de derde oproep slechts 500. In september 1942 werden Joden, als zij zich niet zelf melden, door middel van razzia’s opgehaald.

Op 4 oktober werden vrouwen en kinderen van Joodse arbeiders die in de werkkampen zaten opgehaald. Enkele dagen later, op 8 oktober 1942 werden Joodse Rotterdammers vanaf 60 jaar naar Westerbork en van daar naar de vernietigingskampen afgevoerd.

Op 26 februari 1943 werden het Joods weeshuis, het Joodse bejaardenhuis aan de Claes de Vrieslaan en het Joods ziekenhuis aan de Schietbaanlaan ontruimd: 269 wezen, zieken en bejaarden gingen op transport naar Westerbork.

Op 22 april 1943 moesten de laatste tientallen Joden in Zuid-Holland, waaronder de leden van de Joodse Raad bureau Rotterdam, zich in Vught melden. In de zomer van 1943 moesten de overgebleven Portugese Joden weg. In 1944 werden nog eens 254 arrestanten, voornamelijk ondergedoken Joden, aan de Duitsers overgedragen.

In de jaren vijftig werd de loods afgebroken. Een stukje muur van de toenmalige omheining van de Gemeentelijke Handelsinrichtingen op het haventerrein aan de Stieltjesstraat herinnert vandaag nog aan de reis die vanuit deze plaats begon. Bij de plannen van de Kop van Zuid werd besloten om de voormalige plek van de loods zelf open te houden met de naam Plein Loods 24. Het herdenkingsplein omvat een oplopend grasveld ter bezinning en rust, een stenen bank op de plek van de voormalige loods en een in 1999 geplaatst lichtmonument bestaande uit vijf masten. Op 28 juli 2005 is een gedenkmuur met plaquette onthuld. In 2013 is bij de oude muur van het voormalige haventerrein het Joods Kindermonument onthuld.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen