Tag Archives: wijnhaven

Bierhaven, 1883

De Bierhaven met links de Oranjestraat en op de achtergrond de Wijnhaven, 1883-1887.

De oorspronkelijke Bierhaven lag ter plaatse van de huidige Jufferstraat. Nadat deze haven gegraven was, werden in mei 1614 de erven aan de oost- en westzijde uitgegeven. De naam Bierhaven komt reeds kort na dat jaar voor. Het is mogelijk dat de haven oorspronkelik als ligplaats voor bierschepen bestemd was. Een andere naam was Oostersche Dwarshaven, zo genoemd vanwege haar ligging ten opzichte van Glas-, Wijn- en Scheepmakershaven. In de eerste helft van de 17de eeuw kwam ook de naam Schijtebotershaven voor, naar kapitein Gillis Gillisz., bijgenaamd ‘Schijteboter’, eigenaar van enige huizen en erven aan de haven. Nadat de haven in 1898 was gedempt ontving deze de naam Gedempte Bierhaven. Oostelijk van de haven werd in het begin van de 17de eeuw een straat aangelegd, die onder de naam Bierstraat bekend werd. Deze straat ligt nog op dezelfde plaats, terwijl de Bierhaven thans een insteekhaven van de Leuvehaven is.

De foto komt uit de collectie topografie en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Regentessebrug, 1933

 

Gezicht op de Regentessebrug over de Wijnhaven, 1933.

Deze brug is vernoemd naar Koningin Emma, 1858-1934, die van 1890 tot 1898 het regentschap voor haar minderjarige dochter Wilhelmina voerde. Tijdens het officiële bezoek van de beide vorstinnen aan Rotterdam op 9 juni 1899 is de brug voor het publiek geopend.

In 1611 en 1613 werden de erven aan de Wijnhaven verkocht, nadat in 1609 de Wijnstraat reeds voor het grootste gedeelte was aangelegd. De haven en de straat ontvingen direct na hun aanleg deze namen. Wat de reden van de naamgeving was, is niet met zekerheid te zeggen. Het is namelijk nergens uit gebleken dat de haven was aangewezen als ligplaats voor schepen, die Franse en Rijnse wijnen aanvoerden. De grote wijn- en bierhandel kan er natuurlijk wel toe geleid hebben om deze haven, alsmede de inmiddels gedempte Bierhaven, te doen graven. De oudste Wijnbrug is tussen 1613 en 1616 gemaakt. In de 17de eeuw komt ze ook voor onder de namen Satersbrug en Duvelsbrug. Volgens de historicus Van Reyn zou deze hooggelegen brug moeilijk te berijden zijn geweest. Vandaar dat men sprak van ‘satansche’ of ‘duivelsche’ brug. Ze werd Groote Wijnbrug genoemd ter onderscheiding van de Kleine Wijnbrug, die tot 1897 bij de Leuvehaven lag.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met mdewerking van Rotterdam van toen

Wijnhaven 1981

De Wijnhaven ter hoogte van de Punt, Scheepmakershaven, Boompjes, Verlengde Willemsbrug en het spoorwegviaduct, 20 mei 1981.

De Scheepmakershaven ligt ten noorden van de Boompjes. In het begin van de 17de eeuw waren er scheepstimmerwerven gevestigd. In 1613 werd besloten deze scheepstimmerwerven van de zuidzijde van de Blaak over te brengen naar de Boompjes en naar de nieuw ‘geraemde Scheepstimmershaven’ en wel van de ‘Schipstimmermansstrate oostwaarts tot aan het oudt Westersche Hooft’. De erven aan de Scheepmakershaven werden uitgegeven en in 1616 werden de kaden ten noorden van de haven aangelegd. De vroedschap besloot in 1703 de scheepstimmerwerven te verplaatsen naar een terrein bij de Zalmhaven. Na de Tweede Wereldoorlog werden ten behoeve van de binnenvaart twee insteekhavens in de Leuvehaven gegraven ten noorden van de Scheepmakershaven. Een van de loskaden ontving de naam Scheepmakerskade.

De Boompjes dankt zijn naam aan de dubbele rij lindenbomen die in 1615 werd geplant. In mei 1613 werden 117 erven langs de muur en de wallen tussen de Leuvehaven en de Oudehaven door de stad voor scheepswerven uitgegeven. Het eerste huis werd daar in 1614 gebouwd en in het daaropvolgende jaar werd een dubbele rij lindebomen geplant. Toen er huizen werden gebouwd is de noordelijkste rij bomen gerooid. In 1619 is de kade bestraat. Het oostelijk gedeelte van de Boompjes werd vroeger Koperroodkade genoemd naar de lading van de schepen die hier aanlegden. Ter gelegenheid van de geboorte van de zoon van Keizer Napoleon in 1811 werd de Boompjes verdoopt in Quai Napoléon of Napoleons Kaay. Deze naam is maar korte tijd van kracht geweest. De Boompjes vormen thans een onderdeel van de Maasboulevard. De lage laad- en loskade langs het water ontving de naam Boompjeskade.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Wijnhaven 1966

De Wijnhaven met de Regentessebrug, 1966-1970. Op de achtergrond het Witte Huis.

In 1611 en 1613 werden de erven aan de Wijnhaven verkocht, nadat in 1609 de Wijnstraat reeds voor het grootste gedeelte was aangelegd. De haven en de straat ontvingen direct na hun aanleg deze namen. Wat de reden van de naamgeving was, is niet met zekerheid te zeggen. Het is namelijk nergens uit gebleken dat de haven was aangewezen als ligplaats voor schepen, die Franse en Rijnse wijnen aanvoerden. De grote wijn- en bierhandel kan er natuurlijk wel toe geleid hebben om deze haven, alsmede de inmiddels gedempte Bierhaven, te doen graven.

De Regentessebrug is vernoemd naar Koningin Emma, 1858-1934, die van 1890 tot 1898 het regentschap voor haar minderjarige dochter Wilhelmina voerde. Tijdens het officiële bezoek van de beide vorstinnen aan Rotterdam op 9 juni 1899 is de brug voor het publiek geopend.

Aan het eind van de 19e eeuw ontwierp de architect Willem Molenbroek, in opdracht van de gebroeders Gerrit en Herman van der Schuyt, een gebouw van elf verdiepingen hoog. Sceptici beweerden dat de slappe bodem van Rotterdam niet in staat zou zijn het gebouw voldoende te ondersteunen.

De aannemer J.H. Stelwagen heeft het Witte Huis tussen 1897 en 1898 voor 127.900 gulden gebouwd, duurder dan de oorspronkelijke plannen. Tijdens de bouw is op 1 augustus 1897, door werking van de grond bij het heien van de benodigde palen, een naastgelegen pand op de hoek van de Wijnhaven en de Geldersekade ingestort. Dit is verder afgebroken en de vrijgekomen grond is gebruikt voor het Witte Huis. De afmetingen zijn 20 bij 20 meter (in plaats van de geplande 15 x 20 meter).

Er zijn 1000 heipalen voor de fundering in de grond geslagen, waardoor de grond een meter hoger werd dan de omgeving. De bouwers hebben een schadevergoeding moeten betalen voor de kademuren van de naastgelegen havens en de Jan Kuitenbrug, die tijdelijk afgesloten moest worden voor het verkeer.

Het in art nouveau-stijl gebouwde Witte Huis is in totaal 43 meter hoog. Op het platte dak bevindt zich een uitkijkplatform, te bereiken met een lift, iets wat in die tijd zeer modern was.

Van de elf verdiepingen die het gebouw telt, bevinden zich drie onder het schuine dak. Er bevinden zich verschillende versieringen in het hardsteen van de begane grond en eerste verdieping: zuilen, bloemmotieven en, aan de basis van de twee hoektorens, gevleugelde draken. Verder is links naast de hoofdingang, in wat een reststrook lijkt te zijn, een strook tegels met bloemmotieven aangebracht. Van de 2e tot en met de 7e etage is het Witte Huis opgetrokken met wit geglazuurde bouwstenen; het wit wordt onderbroken door eenvoudige rechthoekige motieven in geel, blauw en rood. In de bogen die de rijen raampjes bekronen bevinden zich Jugendstilmozaïeken (plantenmotieven); de oostgevel draagt de naam ‘Het Witte Huis’. De inpandige steunmuren zijn 40 tot 140 cm dik. Uit vrees voor brand mocht (en mag) het Witte Huis niet worden bewoond. Het is een kantoorpand, gebouwd van ijzer en cement (dus geen beton). Hout was, ook weer met het oog op brandveiligheid, niet toegestaan voor de bouw.

De vrees voor omvallen bleek ongegrond: Na het bombardement in mei 1940 door de Duitsers stonden het Witte Huis en de – ooit vanwege instortingsgevaar opnieuw gefundeerde en versterkte – Sint-Laurenskerk overeind, terwijl de omliggende bebouwing volledig was verwoest. Dat het Witte Huis bij de strijd om de Maasbruggen onder vuur heeft gelegen is nog duidelijk aan de vele inslagen van kogels aan de gevel te zien. Ze zijn bij de restauratie weggewerkt, maar de grote inslag links, aan de Wijnhavenkant, is gebleven.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen