Category Archives: Heijplaat

SS Rotterdam (RDM-300) in aanbouw – Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, 1958

SS Rotterdam (RDM-300) in aanbouw op helling 7 van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, 4 september 1958.

De Rotterdam uit 1959 is het vijfde schip met die naam, in dienst van de Holland-Amerika Lijn (HAL). Het is een stoomschip met oliegestookte stoomketels en stoomturbines.

Het is een van de bekendste naoorlogse Nederlandse passagiersschepen. Het maakte tussen 1959 en eind 2000 het laatste decennium mee van de trans-Atlantische lijnvaart en was daarna een succesvol cruiseschip. Sinds 4 augustus 2008 ligt het schip als drijvende attractie (rondleidingen, hotel-café-restaurant) aan het Derde Katendrechtse Hoofd in de Maashaven in Rotterdam.

Op 27 oktober 1955 bestelde de Holland-Amerika Lijn het schip bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij NV (RDM) in Rotterdam. Op 14 december 1956 werd onder bouwnummer 300 de kiel van het schip gelegd. De doop en tewaterlating op 13 september 1958 door koningin Juliana was een enorme publiekstrekker, die door tienduizenden belangstellenden aan beide oevers van de rivier werd bekeken en met camera’s vastgelegd. Op 11 juli 1959 vond de eerste proefvaart plaats, van 1 tot en met 6 augustus werden de technische proefvaarten gehouden en op 20 augustus 1959 droeg de werf tijdens de officiële proefvaart, wederom in aanwezigheid van koningin Juliana, het schip aan de HAL over.

De foto komt uit de collectie RDM van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Draaierij RDM, 1946

Een overzichtsfoto met bovenaanzicht op de herstelde draaierij van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, 25 juli 1946. Arbeiders staan aan de werkbanken.

De RDM is een voormalige werf voor scheepsnieuwbouw, – reparatie en machinebouw; werd in 1902 opgericht en is voortgekomen uit de werf ‘De Maas’ in Delfshaven. Deze werf was in 1856 was opgericht door de Schot Duncan Christie. Doordat het erfpachtcontract met de gemeente Rotterdam afliep, moest het bedrijf een andere plaats zoeken. Toen kwam Heijplaat in beeld. Onder de naam Rotterdamsche Droogdok Maatschappij gingen de werfactiviteiten op de linker Maasoever van start.

De naam ‘Droogdok’ geeft al aan dat reparatie en onderhoud van schepen de belangrijkste activiteiten waren, waarmee de werf startte. Tot 1983 zou dit de kurk zijn waarop het bedrijf zou drijven, maar ook nieuwbouw schuwde de RDM niet. Een indrukwekkende reeks nieuwe schepen, waaronder het ss Nieuw Amsterdam (1938) en het ss Rotterdam (1959), beide gebouwd voor de Holland-Amerika Lijn, verliet de werf. In 1925 nam de RDM de Schiedamse Scheepsbouw Maatschappij ‘Nieuwe Waterweg’ over en vanaf 1929 kreeg ze van de Koninklijke Marine orders voor het bouwen van onderzeeërs. Daarnaast leverde ze ook andere schepen af, zoals de kruiser Hr. Ms. De Zeven Provinciën, die na de oorlog lange tijd het meest geavanceerde schip van de vloten van de NAVO zou zijn. De RDM werd grootleverancier van de olieraffinaderijen, ontwikkelde apparatuur voor kernenergie, en bouwde booreilanden, kraanpontons en dergelijke.

Bij oprichting lag de werf bijzonder excentrisch, doordat het gebied was ingeklemd tussen Waalhaven, Heysehaven en Eemhaven. De enige toegangsweg was de Waalhavenweg. Het personeel moest van heinde en verre komen, en het was een wens van directeur ir. M.G. de Gelder om in de nabijheid van het bedrijf woningen te bouwen. Tussen 1914 en 1920 verrees Tuindorp Heyplaat, ontwikkeld door architect H.A.J. Baanders, die ook de werkplaatsen en kantoren had getekend. De op een L-vormige kavel opgetrokken huizen werden gebouwd in verschillende stijlen met vele details. Tegen het silhouet van de oceaanreuzen bloeide het verenigingsleven in het dorp van 2.000 inwoners. Een hechte gemeenschap wist te voorkomen dat in de jaren zeventig Heyplaat zou worden afgebroken.

Kort voor de oorlog hadden RDM en Wilton-Feijenoord de aandelen in handen gekregen van de Machinefabriek en Scheepswerf van P. Smit jr. en de dochtermaatschappij Waalhaven. Het bleek een opmaat te zijn naar de fusie die in 1966 plaatsvond onder de naam Rijn-Schelde Machinefabrieken en Scheepswerven. Na nog toetredingen van onder meer Wilton-Feijenoord ontstond uiteindelijk in 1971 het concern Rijn-Schelde-Verolme (RSV) met meer dan 30.000 werknemers.

Al in 1983 viel het doek voor de RDM, waarmee een belangrijk deel van de zware industrie voor Nederland verloren ging. RDM ging verder met nieuwbouw van onderzeeërs en met de machinefabriek. In de jaren negentig werd de onderneming opgesplitst in RDM Techology en RDM Submarines. Opnieuw lag het tuindorp onder vuur toen b&w bekend maakte dat het na 2005 gesloopt zou worden. En opnieuw wist men afbraak te voorkomen. Momenteel maakt het RDM-terrein een enorme ontwikkeling door en zijn er samenwerkingsverbanden tussen onderzoeks- en onderwijsinstellingen die havengerelateerd onderwijs aanbieden. RDM staat tegenwoordig voor Research, Design & Manufacturing.

De foto komt uit de collectie RDM en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bisonpoort, 1930

Bezoek van de Joegoslavische gezant aan de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, RDM, en Heijplaat, 21 juni 1930. Het gezelschap bij de Bisonpoort.

Het bijzondere van Heijplaat is niet alleen zijn afgelegen ligging, maar vooral de combinatie van tuindorp en scheepswerf is karakteristiek. De wijk, die nog geen 2.000 inwoners telt, ligt ingeklemd tussen Waalhaven, Heysehaven en Eemhaven. De enige toegang is de Waalhavenweg. Heijplaat is als woonwijk opgezet voor de werknemers van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM), die in 1902 begon met de bouw en het onderhoud van schepen.

Het RDM-complex bestaat uit in staal opgetrokken werkplaatsen naast kantoren van baksteen in een massieve expressionistische stijl, ontworpen door architect H.A.J. Baanders. Hij ontwierp in 1914 ook het dorp. Gebouwd op een L-vormige kavel grenst Heijplaat aan de hallen van de RDM. De grens tussen werf en dorp werd opgelost door een soort ‘gebouwenmuur’ met een fraai poortgebouw.

Het dorp kent een gevarieerd grondplan met verspringende rooilijnen en krommingen in de centrale route. De huizen werden opgetrokken in verschillende stijlen met in het oog springende details. Bij oplevering in 1920 telde het dorp ongeveer 400 woningen, drie kerken, twee scholen en een bibliotheek, een vergadergebouw met winkels, een was- en een badgebouw en een ontspanningsgebouw met café (zonder alcohol) en theater. Voor iedere rang was een huizenblok beschikbaar.

Na enkele jaren werd in zuidelijke richting uitgebouwd en in 1930 verrees op de zo geschikt afgelegen plek ook een gemeentelijk quarantaineterrein. Het was bedoeld voor bestrijding van besmettelijke ziekten van schepelingen. Het is echter nooit zodanig gebruikt, wel voor verpleging van tbc-patiënten. De streng geometrische inrichting werd in expressionistische stijl gebouwd door J.G. Snuif van Gemeentewerken. Het complex telde tien gebouwen, waaronder een reinigingsgebouw, een isoleerbarak en een zusterhuis, waarvan er nog negen over zijn. Sinds begin 1980 is het complex in gebruik als atelierruimte voor kunstenaars, die ijveren voor de monumentenstatus van de unieke gebouwen.

RDM ging failliet en in 1990 kwam Heijplaat onder vuur te liggen toen b&w bekend maakte dat het dorp na 2005 zou worden gesloopt om plaats te maken voor havenbedrijven. Na een handtekeningenactie en een protestmeeting werd van sloop afgezien. De wijk werd ingrijpend gerenoveerd. In 2008 werd de veerdienst met Rotterdam, die in 1968 was gesloten, weer hervat in de vorm van de Aqualiner.

Heijplaat zal komende jaren een metamorfose ondergaan. Het hoofdkantoor is inmiddels omgevormd tot onderwijs- en congresgebouw. Momenteel wordt op het RDM-terrein een RDM-campus ontwikkeld: een samenwerkingsverband tussen onderzoeksinstellingen, Havenbedrijf Rotterdam, Hogeschool Rotterdam en het Albeda-college, die havengerelateerd onderwijs aanbieden. RDM staat daarom tegenwoordig voor Research, Design & Manufacturing.

De foto komt uit de collectie RDM en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

RDM, Heyplaatweg 1970

De onderzeeër Zwaardvis gaat te water vanuit de bouwloods bij de RDM, 2 juli 1970.

De Hr.Ms. Zwaardvis (S806) was een Nederlandse onderzeeboot van de Zwaardvisklasse. De boot werd gebouwd door de Rotterdamse scheepswerf RDM. Van 1989 tot 1990 werd de Zwaardvis gemoderniseerd.

Na de uitdienstname van de Zwaardvis probeerde de Nederlandse marine de boot samen met Hr.Ms. Tijgerhaai te verkopen of verhuren. Potentiële kopers waren Indonesië, Egypte en Maleisië. Geen van de drie wilde uiteindelijk de boten kopen. Maar in verband met een mogelijke verkoop lagen de boten inmiddels wel al in een Maleise haven.[1] Het Nederlandse ministerie van defensie was bang dat de scheepswerf in Lumut haar vordering voor onderhoud en liggeld via de rechter zou verhalen door de verkoop van de Tijgerhaai. De Nederlandse staat wilde verhinderen dat de boot of onderdelen zoals torpedobuizen of radar in onbevoegde handen zouden geraken. Daarop werd in 2005 een rechtszaak aangespannen tegen RDM die de boten zou verkopen. Op 17 augustus kwam de rechter met de uitspraak dat RDM voor oktober 2005 met de sloop van de boten begonnen zou moeten zijn of dat de boten in november 2005 terug moesten zijn in Nederland.[

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Poserende mannen bij een schip in aanbouw bij de RDM, 1919

Poserende mannen bij een schip in aanbouw bij de RDM, 1919-1931.

De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) is een voormalige werf voor scheepsnieuwbouw, – reparatie en machinebouw; werd in 1902 opgericht en is voortgekomen uit de werf ‘De Maas’ in Delfshaven. Deze werf was in 1856 was opgericht door de Schot Duncan Christie. Doordat het erfpachtcontract met de gemeente Rotterdam afliep, moest het bedrijf een andere plaats zoeken. Toen kwam Heijplaat in beeld. Onder de naam Rotterdamsche Droogdok Maatschappij gingen de werfactiviteiten op de linker Maasoever van start.

De naam ‘Droogdok’ geeft al aan dat reparatie en onderhoud van schepen de belangrijkste activiteiten waren, waarmee de werf startte. Tot 1983 zou dit de kurk zijn waarop het bedrijf zou drijven, maar ook nieuwbouw schuwde de RDM niet. Een indrukwekkende reeks nieuwe schepen, waaronder het ss Nieuw Amsterdam (1938) en het ss Rotterdam (1959), beide gebouwd voor de Holland-Amerika Lijn, verliet de werf. In 1925 nam de RDM de Schiedamse Scheepsbouw Maatschappij ‘Nieuwe Waterweg’ over en vanaf 1929 kreeg ze van de Koninklijke Marine orders voor het bouwen van onderzeeërs. Daarnaast leverde ze ook andere schepen af, zoals de kruiser Hr. Ms. De Zeven Provinciën, die na de oorlog lange tijd het meest geavanceerde schip van de vloten van de NAVO zou zijn. De RDM werd grootleverancier van de olieraffinaderijen, ontwikkelde apparatuur voor kernenergie, en bouwde booreilanden, kraanpontons en dergelijke.

Bij oprichting lag de werf bijzonder excentrisch, doordat het gebied was ingeklemd tussen Waalhaven, Heysehaven en Eemhaven. De enige toegangsweg was de Waalhavenweg. Het personeel moest van heinde en verre komen, en het was een wens van directeur ir. M.G. de Gelder om in de nabijheid van het bedrijf woningen te bouwen. Tussen 1914 en 1920 verrees Tuindorp Heyplaat, ontwikkeld door architect H.A.J. Baanders, die ook de werkplaatsen en kantoren had getekend. De op een L-vormige kavel opgetrokken huizen werden gebouwd in verschillende stijlen met vele details. Tegen het silhouet van de oceaanreuzen bloeide het verenigingsleven in het dorp van 2.000 inwoners. Een hechte gemeenschap wist te voorkomen dat in de jaren zeventig Heyplaat zou worden afgebroken.

Kort voor de oorlog hadden RDM en Wilton-Feijenoord de aandelen in handen gekregen van de Machinefabriek en Scheepswerf van P. Smit jr. en de dochtermaatschappij Waalhaven. Het bleek een opmaat te zijn naar de fusie die in 1966 plaatsvond onder de naam Rijn-Schelde Machinefabrieken en Scheepswerven. Na nog toetredingen van onder meer Wilton-Feijenoord ontstond uiteindelijk in 1971 het concern Rijn-Schelde-Verolme (RSV) met meer dan 30.000 werknemers.

Al in 1983 viel het doek voor de RDM, waarmee een belangrijk deel van de zware industrie voor Nederland verloren ging. RDM ging verder met nieuwbouw van onderzeeërs en met de machinefabriek. In de jaren negentig werd de onderneming opgesplitst in RDM Techology en RDM Submarines. Opnieuw lag het tuindorp onder vuur toen b&w bekend maakte dat het na 2005 gesloopt zou worden. En opnieuw wist men afbraak te voorkomen. Momenteel maakt het RDM-terrein een enorme ontwikkeling door en zijn er samenwerkingsverbanden tussen onderzoeks- en onderwijsinstellingen die havengerelateerd onderwijs aanbieden. RDM staat tegenwoordig voor Research, Design & Manufacturing.

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Courzandseweg 1925

Het gebouw Courzand aan de Courzandseweg in tuindorp Heijplaat, 1925.
Courzand was een feest- en ontspanningsgebouw dat in 1917 werd geopend als onderdeel van het tuindorp Heijplaat dat was aangelegd als woonwijk voor arbeiders van de toenmalige Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM). Het is tegenwoordig een café-restaurant.
De naam Courzand komt voor het eerst voor als aanduiding van een buitengors of zandplaat die in de Merwe (nu de Nieuwe Maas) was ontstaan bij de uitwatering van het riviertje de Koedood. In 1621 is sprake van de verpachting door de rentmeester der Grafelijkheid aan Hubrecht Cornelisz Visscher. In 1623 wordt het gebied in kaart gebracht door de landmeter Daniël Schellincx (of Van de Schellingh). Zijn kaart toont “de Ruyge Plate groot 31½ mergen genaempt Courzandt”. Het Courzand wordt daarna geleidelijk uitgebreid door bekading, later gevolgd door verpoldering. Het behoudt zijn landschappelijke en agrarische karakter tot de onteigening in 1911 ten behoeve van de uitbreiding van de haven van Rotterdam.
In 1902 was de RDM op de Heijplaat aan de zuidelijke Maasoever begonnen met het onderhoud en later de nieuwbouw van schepen. In 1913 stelde de gemeente ook het aangrenzende terrein ter beschikking van het bedrijf. Directeur M.G. de Gelder (1869-1918) had het plan opgevat om hier naar Engels model een tuindorp bouwen voor zijn arbeiders. Naar ontwerp van de Amsterdamse architect H.A.J. Baanders werden tussen 1914 en 1918 in eerst instantie ongeveer 400 arbeiderswoningen gebouwd. Café’s waren niet gepland, maar er werden wel andere voorzieningen gerealiseerd, zoals winkels, kerken, een zwembad en een muziektent, en ‘last but not least’ een ontspanningsgebouw genaam Courzand.
De feestzaal Courzand werd in 1917 geopend. De gevel van het gebouw is met zijn expressieve gebruik van baksteen een voorbeeld van de Amsterdamse School. In het interieur zijn vooral de Art Deco elementen bepalend. De feestzaal beschikte over een podium waardoor het ook als theater voor toneel- of filmvoorstellingen kon worden gebruikt. Ook waren er kegelbanen. In 1929 werd het gebouw naar een ontwerp van Samuel de Clercq aan de achterzijde uitgebreid met een grote zaal, bestemd voor feesten en allerlei gemeenschappelijke activiteiten.
In 1933 werd Arie den Toom beheerder van het feestgebouw. In het begin van de Tweede Wereldoorlog kreeg hij al spoedig contact met de Landelijke Organisatie en door zijn toedoen werd het gebouw een ontmoetingsplaats voor verzetsmensen. Ook werden er wapens opgeslagen. Op 13 maart 1945 werd hij, na verraad, bij een inval van de SD met twaalf anderen gearresteerd. Hij werd als ‘Todeskandidaat’ opgesloten in een cel van het politiebureau aan het Haagsche Veer. Op 3 april van dat jaar, een maand voor de bevrijding, werd hij samen met nog negen anderen op de Lage Oostzeedijk gefusilleerd. Hij wordt herdacht met een monument aan de Courzandseweg; ook is er een straat naar hem vernoemd, de Arie den Toomweg in Rotterdam.
De neergang van de RDM eindigde met het faillissement op 6 april 1983. Courzand was inmiddels al geruime tijd in particuliere handen gekomen en de nieuwe eigenaar maakte er in 1971 een knus bruin café van – later uitgebreid met een restaurant – door de kleine zaal te verkleinen met een tussenwand en een verlaagd plafond. In 1993 wordt de grote feestzaal afgebroken en met het puin werden de kegelbanen dichtgegooid. In 2017 wordt door een ingrijpende verbouwing de feestzaal teruggebracht in de oorspronkelijke staat en heropend Courzand als café-restaurant.
Het gebouw Courzand heeft geen beschermde status. Het maakt evenwel wel deel uit van de voorgenomen aanwijzing als rijksbeschermd stadsgezicht van het gebied RDM-Heijplaat.
De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen