Category Archives: Oud Crooswijk

De Hogere Burger School aan de Libanonstraat, 1915

Het Libanon Lyceum is een openbare school voor voortgezet onderwijs voor mavo, havo, en vwo (Atheneum en Gymnasium) in Rotterdam. De school bestaat uit twee gebouwen, de onderbouw (klassen 1, 2 en 3 havo/vwo) krijgt les op de Mecklenburglaan, en de bovenbouw (klassen 3 mavo, 4, 5 en 6) op de Ramlehweg. Het gebouw aan de Ramlehweg is ontworpen door Grandpré Moliere.

Marinus Jan Granpré Molière werd geboren als jongste kind van Abel Cesar Granpré Molière en jonkvrouwe Wilhelmina Stephania Schuurbeque Boeije op 13 oktober 1883 in het Brabantse Oudenbosch.

Granpré werkte van 1910 tot 1914 bij Gemeentewerken Rotterdam. Hij ontwierp onder andere de Libanon HBS aan de Libanonstraat in Kralingen, later Ramlehweg geheten. Zijn eerste grote project was het ontwerp voor een deel van Tuindorp Vreewijk in 1915. Granpré Molière ontwierp het stratenplan van het oostelijk deel van de wijk en de meeste huizen. Vanaf 1924 was Granpré Molière als hoogleraar verbonden aan de Technische Hogeschool Delft, de latere TU Delft.

Als hoogleraar stond Granpré Molière bekend werd om zijn uitgesproken theorieën over architectuur en stedenbouw. Zijn visie was dat de functie van een gebouw duidelijk terug te zien moest zijn in de vorm en dat het gebouw tevens gebaseerd was op universele normen en waarden. Hij vond dit terug in de traditionele plattelandsbouw met zijn grote, heldere bouwvolumen, gevormd door gesloten bakstenen muren en hoge daken. Ook de Romaanse kerk beantwoordde aan zijn ideaal. De kring rond Granpré Molière werd bekend als de Delftse School, een traditionalistische stroming die tegenwicht vormde voor het Nieuwe Bouwen.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Slachthuis Boezemstraat, 1978

De ingang van het slachthuis aan de Boezemstraat, februari-april 1978.

In 1897 bouwde men aan de Crooswijkse Boezemstraat het Rotterdams Openbaar Slachthuis. In de volksmond stond het al gauw bekend als het ‘abattoir’. Het lag dicht in de buurt van de veemarkt. In de loop van de jaren is herhaaldelijk gepoogd het slachthuis naar een ander deel van Rotterdam te verplaatsen. Tot 1981 bleef het echter op de oude plaats in gebruik. In dat jaar verhuisde men naar een nieuw slachthuis in de Spaansepolder. Het oude complex in Crooswijk werd kort daarop gesloopt.

De Boezemstraat is vernoemd naar de hoge boezem. Op 14 januari 1769 werd door de Staten van Holland en West-Friesland octrooi verleend om, tot ontlasting van de gemeene boezem de Rotte, een tweede boezem te maken in de polder Rubroek. Het overtollige water kon door een sluis bij de Oostpoort ontlast worden in de Nieuwe Maas. De aanbesteding van de hoge en de lage boezem en de watermolens vond plaats op 25 april 1772. In 1854 werd nog een Reserveboezem gegraven. N 1897 werden de Hoge en Lage Boezem gedeeltelijk en de Reserveboezem geheel gedempt. De 2de Reserveboezemstraat heette van 1914 tot 1918 Kampioenstraat, een naam die herinnerde aan het door de voetbalvereniging ‘Sparta’ behaalde kampioenschap. Deze vereniging oefende op het nabijgelegen Exercitieveld. De Boezemweg vormde vóór 1973 een onderdeel van de Boezemsingel. Hoewel de naam Hoge Boezem als straatnaam reeds jarenlang in gebruik is, werd hij pas bij bovengenoemd besluit officieel vastgesteld. Op een plattegrond van 1881 komt de Boezemstraat voor onder de naam Abattoirstraat naar het slachthuis of abattoir, dat daar geprojecteerd was. Dit abattoir werd op 1 mei 1883 geopend.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Spiegelnisserkade bij de Meubelstraat en de Van Galenstraat, 1928

De Spiegelnisserkade heet naar de Spiegelnisserpolder in Schieland. De polder heette vroeger ook wel Kleyn-polder of het Oudeland. Reeds in 1392 wordt het ambacht Spiegelnisse in het Oudeland vermeld. Dit ambacht was het noordelijkste gedeelte van de polder Achter-Rubroek of het Oudeland.

De Meubelstraat, een zijstraat van de Spiegelnisserkade, ontleent zijn naam aan de nabijgelegen meubelfabriek van de firma Allan & Co. Bij besluit B&W 10 oktober 1986 werd de naam ingetrokken.

Jan (Johan) van Galen (Essen, 1604/1605 – Livorno, 23 maart 1653) was een vlootvoogd van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Jan van Galen werd in 1604 of 1605 geboren in Essen in het Rijnland. Zijn vader stierf al jong en Jan was door geldnood gedwongen om zijn fortuin op zee te zoeken in de Republiek. Hij trad in 1630, kennelijk meteen als kapitein, in dienst bij de ‘directiekamer van Amsterdam’, de Directie voor Vaart op het Oosten en Noorwegen, een particuliere instantie die de oorlogsvloot moest bijstaan. Hij was op dat moment luitenant-commandeur van een klein schip. Van 1631 tot 1638 voer hij op de konvooidienst in Het Kanaal en de Oostzee. In 1633 viel hij met de Maurits twee Duinkerker kapers en een kaper uit Lübeck aan. Hij veroverde er twee, waarvoor hij een gouden ereketen kreeg. Hij werd in 1635 benoemd tot ordinaris-kapitein, dus in vaste dienst, omdat men bang was dat zo’n bekwaam zeeman anders als kapitein bij een andere marine in dienst zou treden. In 1636 raakte hij voor een paar maanden in Engelse gevangenschap omdat hij een Duinkerker tot in de haven van Helford – nabij Falmouth (Cornwall) – achtervolgde en prijsnam. Na moeizaam diplomatiek overleg werd hij vrijgelaten.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Een rij winkelpanden, aan de Crooswijkseweg, 1973

Een rij winkelpanden, waaronder een schoenenwinkel van Martin, aan de Crooswijkseweg vanaf nummer 130, 26 april 1973.

Omstreeks 1337 komt de heer Van Voorne voor als eigenaar van het huis of de hofstede te Crooswijk. Dit huis kwam later toe aan de graaf van Holland. Het stond waarschijnlijk op de plaats van het oude Duifhuis, een toltoren die door de Romeinen was gesticht. Het huis komt voor op een kaart van 1567 van Jan Potter.

In 1828 kocht de stad de buitenplaats ‘het Huis te Crooswijk’, ook bekend onder de naam van Duifhuis, met de daarbij behorende grond. Het huis werd gesloopt en op het terrein werd een begraafplaats aangelegd. De Crooswijkseweg wordt reeds in 1489 genoemd. Deze liep van de huidige Goudse Rijweg naar de vroegere Oudedijk. Ze kwam ook voor onder de namen Crooswijksche Binnenweg, Goudscheweg, Rubroekscheweg, Oudelandscheweg, Schinkelweg en Gerrit Berchmansweg. De Crooswijksebocht werd voor 1948 alleen aangeduid met de naam Crooswijk.

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen