Category Archives: Centrum

De Oudehaven, 1930

Houtvlotten in de Oudehaven met op de achtergrond het gebouw Plan C en de Mosseltrap, 1930.

In het charter van 25 juli 1328 is sprake van het maken van een haven te Rotterdam en in 1351 vindt men hier reeds een steiger. Deze haven was toen het water, van de Blaak tot het Moriaansplein (de vroegere Kolk), waar zich de Dordtsche Steiger bevond. De uitbreiding van de stad naar het zuiden had ook tengevolge, dat de haven in zuidelijke richting werd verlengd. De kade tussen de Mosseltrap en de Geldersekade ontving in 1884 de naam Oudehavenkade. De huidige Oudehavenkade ligt op dezelfde plaats als haar voorganger.

Plan C was een bedrijfsverzamelgebouw in Rotterdam. Het is in 1880 ontworpen door architect Constantijn Muysken en werd op 4 maart 1889 geopend. Bij het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 is Plan C verloren gegaan.

Plan C was een onderdeel van een stedenbouwkundige ingreep van de directeur van Gemeentewerken Rotterdam, G.J. de Jongh. Het gebied tussen de Kolk en de Oude Haven werd opnieuw ingericht in verband met de verkeersproblemen (op het land én het water) in dit gebied. Plan A en B waren twee bruggen die deel uitmaakten van het plan, Plan C was het bedrijfsverzamelgebouw.

Plan C had een vierhoekige plattegrond. Op de begane grond waren winkels gevestigd. Aan de kant van de Oude Haven en de Kolk waren arcades waardoor mensen bij regen droog konden winkelen. Er was een expeditiehof voor de bevoorrading van winkels. In de twee verdiepingen erboven waren kantoren en woningen. De gevels van Plan C waren opgetrokken in natuursteen en baksteen in Beaux-Arts-stijl.

Onder Plan C waren twee doorgangen voor de scheepvaart tussen de Kolk en de Oude Haven. Aan de noordzijde van de Oude Haven is nog steeds de balustrade van Plan C te zien. De onderdoorgangen zijn na het bombardement afgesloten.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De grote hal van het hoofdpostkantoor PTT aan de Coolsingel, 1973

Het hoofdpostkantoor in Rotterdam is een voormalig postkantoor gelegen aan de Coolsingel nummer 42 en een rijksmonument

Het gebouw werd ontworpen door Gustav Cornelis Bremer en tussen 1915 en 1923 gerealiseerd in een eclectische stijl met classicistische en art déco-elementen. De reliëfs op de gevels zijn van Joop van Lunteren. Door de sterke groei van de stad was het oude postkantoor aan de Noordblaak te klein geworden. Als locatie koos men de pas gedempte Coolsingel. Ongeveer tezelfdertijd werd, vlak naast het postkantoor, ook het Rotterdamse stadhuis gebouwd. Omdat men niet wilde dat het postkantoor even prominent aanwezig was als het stadhuis, plande men het verder van de straat af. De bedoeling om het postkantoor ‘naar achteren’ te halen had volgens sommigen een averechts effect, omdat het postkantoor, anders dan het stadhuis, nu een voorplein kreeg.

Het bombardement in 1940 kwam het Hoofdpostkantoor, net als het stadhuis, relatief ongeschonden door. Wel werden in de Oorlog noodwinkels op het voorplein gebouwd. Deze werden in de jaren zestig op één na, waarin een tabakswinkel was gevestigd, gesloopt. De tabakswinkel verkreeg in de loop der tijd vergunning tot nieuwbouw die niet lang daarna door McDonald’s werd overgenomen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Sociale Academie aan de Nieuwstraat, 1973

Gezicht op Sociale Academie aan de Nieuwstraat, links de Steigerkerk, rechts achterzijde van de Hoogstraat en de Laurenskerk, 1973.

De eerste straat met de naam Nieuwstraat werd in 1586 aangelegd nadat het huis ‘de Starre’ aan de Grotemarkt werd afgebroken. Deze ‘nyewestraet bij ‘t marktveld’ heeft geen eigen naam gekregen. Ze is altijd onder haar voorlopige naam bekend gebleven. Een enkele maal komt ze als Watersteeg voor. Hier in de buurt had men de Starremanssteeg, genoemd naar Frans Cornelisz. Starreman. Deze zal zijn familienaam wel aan het bovengenoemde huis ‘de Starre’ ontleend hebben. Ook de Starregang kwam hier voor. De Nieuwstraat, die bij het bombardement in 1940 verdween, liep van de Grotemarkt naar de Noordblaak. Bij bovengenoemd besluit werd de naam Nieuwstraat gegeven aan een straat die evenwijdig aan de Blaak en de Grotemarkt loopt, ongeveer ter plaatse waar voor het bombardement de oude Vissersdijk liep

De sociale academie is in Nederland de vroegere benaming voor een hogere beroepsopleiding in de sociale sector.

Sociale academies zijn voortgekomen uit de scholen voor maatschappelijk werk. De eerste school voor maatschappelijk werk in Nederland werd opgericht in 1899 door Marie Muller-Lulofs, Hélène Mercier en Arnold Kerdijk. Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden uit deze scholen voor maatschappelijk werk de sociale academies, die breder van opzet waren.

Naast de opleiding voor maatschappelijk werk kenden de sociale academies ook studierichtingen voor sociaal-cultureel werk, opbouwwerk, personeelswerk en kinderbescherming of inrichtingswerk.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bloemenmarkt op de Coolsingel rond Pinksteren, 1963

Rond Pinksteren was er vaak een bloemenmarkt op de Coolsingel. De markt was vaak op Pinksterdrie, de dinsdag na Pinksteren.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Bij Koninklijk Besluit van 20 september 1809 werd het ambacht Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Cool, tot een zelfstandige gemeente verheven. In 1811 werd Cool door Rotterdam geannexeerd.

Naast het ambacht had men ook nog de polder Cool. Deze lag tussen de Rotterdamse en Delfshavense Schie. Deze werd in 1925 opgeheven. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht.

In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt. De naam Coolvest is daardoor verdwenen.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Lange Lijnstraat, 1910

Deze straat dankte haar naam aan de lijnbanen of touwslagerijen die hier sinds het midden van de 15de eeuw voorkwamen. De Lange Lijnstraat liep van de Goudsesingel naar de Bredestraat, de Korte Lijnstraat in het verlengde daarvan vanaf laatstgenoemde straat naar de Hoogstraat. Oorspronkelijk was de naam Lijnstraat, de scheiding in ‘korte’ en ‘lange’ is van later datum. Bij besluit B. 30 juni 1942 werden de namen ingetrokken

De touwslager deed zijn werk in de open lucht, overdekt of in een tentachtig geheel, op een touwslagerij of lijnbaan: een soms wel 300 meter lange, smalle strook grond waarboven vele door een spinner aangeleverde garens, werden uitgeschoren (uitgelopen). Het touw kwam terecht in een “kuil”, een nog steeds bestaande lengtemaat voor touw.

Aan een van de uiteindes van de lijnbaan werden de garens in groepjes aan de haken van een wiel of slagmechanisme (slinger) bevestigd, aan iedere haak een groepje garens. Daar stond ook een teer- en drooghuis.

Aan de andere zijde van de lijnbaan werden de garens allemaal aan de ene haak, de lammeroen, van de lopende bok vast gemaakt. Deze lopende bok was een karretje met twee wielen en een over de grond slepend uiteinde waarop gewichten konden worden gezet, om zodoende de kracht waarmee de garens in elkaar werden gedraaid te kunnen regelen. Zo kon de kracht waarmee de garens tot strengen worden gedraaid worden bepaald en daarmee de uiteindelijke trekkracht en de stijfheid van het touw. Ook bevond zich aan dit uiteinde van de lijnbaan de klos: een taps toelopend en voor iedere groepje garens ingekerfd stuk hout dat hier de garens uit elkaar moest houden.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Wijde Kerkstraat met de boekenmarkt, 1979

De Nauwe en Wijde Kerkstraat komen uit op de Grote Kerk. In 1467 of 1469 werd Erasmus waarschijnlijk in de Wijde Kerksteeg geboren. De straat heette toen vermoedelijk Stoofsteeg.In 1375 wordt voor het eerst de Kerkstraat aangetroffen, die later Oude en daarna Nauwe of Smalle Kerkstraat is geworden. Volgens oude kroniekschrijvers zou deze Kerkstraat oorspronkelijk de verlenging van de Oppert zijn geweest. De Rotterdammers maakten vroeger dan ook graag gebruik van de kortste weg tussen beide straten, die dwars door de kerk liep. De Nieuwe of Brede Kerkstraat, ten westen van de vorige, komt voor in 1543. Deze naam is later vervangen door Wijde Kerkstraat.

De Grote of Sint-Laurenskerk, vaak kortweg Laurenskerk genoemd, is een gotisch kerkgebouw in Rotterdam. Ze is het enige overblijfsel van het middeleeuwse Rotterdamse stadscentrum. De huidige kerk is een kruising tussen een hallenkerk en een kruisbasiliek. In de kerk is in een van de tentoonstellingskapellen nog een knopkapiteel aanwezig van haar voorganger, een tweebeukige hallenkerk zonder koor en toren. De kerk is gewijd aan Laurentius van Rome, de patroon van Rotterdam.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia

Met medewerking van Rotterdam van toen

Vlaggenparade voor het Stationsplein, 1963

Vlaggenparade voor het Stationsplein in het kader van de Havenweek, augustus 1963.

Uit het Vrije Volk van 12 augustus 1963:
Burgemeester dient kritiek van repliek „HAVENWEEK NIET ZIEN ALS MASSAAL GEBEUREN”
Een half uur voor het vlaghijsen had mr. dr. K. P. van der Mandele als voorzitter van de commissie Havenjaar 1963 iets over de achtergrond van het feest verteld. Hij ging honderd jaar terug in de geschiedenis toen Rotterdam steeds heviger werd gekweld door de vraag hoe een deugdelijke verbinding met de zee te krijgen.

„Maar toen bleek wat een man door gedachten en daad tot stand kan brengen: Caland, geniaal als weinigen, wees de weg,” zei de heer Van der Mandele, terwijl hij naar het Calandmonument blikte.

„Wij zouden niet in de geest van Caland handelen als wij vandaag alleen maar terugdachten en alleen maar feestvierden met een gevoel van tevredenheid en glorie over het bereikte om daarna terug te vallen en in elkaar te zakken,” vervolgde hij. Tot slot merkte de heer Van der Mandele op, ,,dat het feest van het Havenjaar allen de weg zal moeten wijzen tot nog grotere daden, nog groter inspiratie, tot nog groter enthousiasme ter ere van de man, die wij hier nog eens onze diepe eerbied en onze diepe erkentelijkheid voor alles wat hij voor ons deed, willen betuigen.”

Te vroeg geuit
De toespraak van mr. Van Walsum, die zich niet onder een paraplu tegen de regen wilde beschermen, bestond voor het grootste deel uit een repliek op de kritiek, die op het feestprogramma geleverd is.

„We zouden geen echte Rotterdammers zijn als we geen kritiek op de opzet hadden,” zei mr. Van Walsum, die zich haastte om de bedoeling van de Havenweek uiteen te zetten. „Men moet deze feesten niet zien als een groot massaal gebeuren. Dat blijkt ook wel uit het bedrag, dat de gemeenteraad beschikbaar heeft gesteld. De havenweek is nodig om de burger enigermate bij de herdenking te betrekken,*’ zei mr. Van Walsum, die liever gezien had dat kritiek na afloop van de week was geuit. Hierna legde de burgemeester, een krans met witte anjers bij het Calandmonument. Na het zwakke gefluit van de scheepssirenes en een kort verblijf in het gebouw van de koninklijke roei- en zeilvereniging De Maas vertrok het gezelschap per bus naar het Stationsplein, waar padvinders, zeeverkenners en zeekadetten na het sein van de burgemeester 300 Rotterdamse en cargadoorsvlaggen omhoog hesen. Het niet zo talrijke publiek genoot van de feestelijke aanblik die de dundoeken boden.

Met de verlichting van de singels vormen de vlaggen een vrolijke entourage voor de festiviteiten in de week.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit het Vrije Volk van 12 augustus 1963.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Mariniersmonument op het Oostplein in afwachting van definitieve plaatsing, 1963

Het Mariniersmonument op het Oostplein in afwachting van definitieve plaatsing, 1963.

Het Mariniersmonument is een oorlogsmonument aan het Oostplein in Rotterdam. Het herdenkt en dankt de mariniers die in de meidagen van 1940 hard voor de stad hebben gestreden.

Het monument, een bronzen beeld van een marinier, is gemaakt door Titus Leeser en werd op 5 juli 1963 door Prins Bernhard onthuld. Het staat aan het Oostplein, recht tegenover de plaats van de voormalige marinierskazerne, die in de meidagen van 1940 werd weggebombardeerd. De kazerne was hier van 1869 tot 1940 gevestigd in het voormalig arsenaal van de Admiraliteit van Rotterdam. Boven de nabijgelegen metro-ingang is het bewaarde zijpoortje van de kazerne aangebracht. Op de muur rond het gedenkteken staan ook de andere wapenfeiten uit de geschiedenis van het Korps Mariniers vermeld, zoals de vierdaagse zeeslag bij Chatham in 1666, Nederlands-Indië, Korea, Cambodja en Uruzgan.

Bij de viering van het 50-jarig bestaan van het mariniersmonument op 4 juli 2013 was oud-marinier Ben Schierboom (80) aanwezig. Hij stond indertijd model voor het monument. Het jubileum vormde de afsluiting van het (verlengde) jubileumjaar van de Stichting Rotterdam en de Mariniers.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Korenmolen de Hoop aan de Coolvest, 1908

Gezicht op de korenmolen de Hoop aan de Coolvest, uit het noorden, 1908.

Korenmolen De Hoop was een stellingmolen aan de Coolvest (na demping daarvan tot Coolsingel hernoemd in 1923) in Rotterdam. De molen werd in 1736 door Gerrit van Driel gebouwd op de plaats van de Roomolen, een poldermolen die in 1619 op de Heer Jan Vettentoren was gebouwd. De molen werd in 1920 gesloopt voor de aanleg van de Coolsingel en de bouw van de huidige Beurs.

De Hoop was een uitzonderlijk hoge molen, volgens het artikel van de Molendatabase bij de sloop de hoogste van Nederland. Op de begane grond was een winkeltje van molenproducten. In 1918 werd de molen door de gemeente Rotterdam onteigend, omdat hij voor de plannen voor demping van de Coolvest en aanleg van een nieuwe verkeersweg (de huidige Coolsingel) in de weg stond. Eigenaar H. Miete kreeg een schadevergoeding van ƒ 60.000 toegewezen. De Hoop werd pas in 1920 daadwerkelijk gesloopt, in de twee tussenliggende jaren verhuurde de gemeente de molen aan molenaars Stok en De Boer uit Hillegersberg. Bij de sloop bleven de baard, de gevelsteen en een bijgebouwtje bewaard. De gevelsteen bevindt zich in Museum Rotterdam, de rest ging in het bombardement in 1940 verloren.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Leeuwenstraat, 1908

Gezicht in de Leeuwenstraat, 1908.

Volgens de kroniekschrijver Nicolaas Zas kwamen in 1584 in de Leeuwenstraat nog enige huizen voor ‘daer leeuwen op de gevels stonden, van dewelcke dese straet sijn naem behouden heeft’. Dat er in de straat enige huizen met leeuwen waren versierd lijkt wat overdreven. Waarschijnlijk is daar vroeger wel een huis ‘Leeuwenburg’ geweest. Ook is het mogelijk dat het bolwerk of de toren aan de stadsvest ten westen van de Leeuwenlaan onder die naam bekend was.

De huidige Leeuwenstraat ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. De Leeuwenstraat kan men vereenzelvigen met ‘een weechtgen, dat men gaet uut der Westewagenstrate totter capellen upt Rodesant’, dat genoemd wordt in de stadsrekening van 1426/27. In het verlengde van de Leeuwenstraat, gelegen tussen Rodezand en de stadsvest, lag vroeger de Leeuwenlaan. Voor Leeuwenlaan en Leeuwenstraat komen in de 16de eeuw de namen Leeuwenburgschelaan of -straat, Nieuwelaan en Scheytlaan voor. De laatste naam ontving ze omdat ze een scheiding tussen twee tuinen vormde. De Leeuwenstraat werd ook wel Dwarszandstraat genoemd.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen