Category Archives: Centrum

Politiebureau van politie Haagseveer, 1962

Het Haagseveer met rechts het hoofdbureau van politie en de Delftsevaart, gezien vanaf de met sneeuw bedekte Noordmolenwerf, 1962-1966.

Het schippersveer op Den Haag was aan deze kade gelegen evenals het kantoor van het wagenveer. Een huis ”s-Gravenhage’ trof men hier al in 1596 aan. In het midden van de 17de eeuw is er sprake van ‘het Haagscheveer’ op de Delftsevaart, in 1707 is er bijgevoegd ‘naest het Coolhuys’ (de Sint Jorisdoelen). Delftsevaart was vroeger de gewone naam van deze straat. Later sprak men van Delftsevaart, anders genaamd Haagseveer. De laatste naam kwam in de 19de eeuw steeds meer in zwang. Na het bombardement werd het Haagseveer in zuidelijke richting verlengd met een gedeelte van de Westewagenstraat.

De Delftsevaart kan men beschouwen als een gedeelte van de vaart ‘van Rotterdam naar de Schie’, voor het graven waarvan graaf Willem IV op 9 juni 1340 aan Rotterdam vergunning gaf. Zij dankt haar naam aan de stad Delft. In 1368 sprak men van de vaart van der Spoeije en veel later nog, o.a. in 1608, is er sprake van Schieweg W.Z.. aan de Doelweg (Haagseveer). Beide zijden van de vaart hebben lang de naam Delftsevaart gedragen. De kaden werden eerst in het midden van de 16de eeuw bebouwd. Voor die tijd lagen hier slechts tuinen en scheepstimmerwerven. In het begin van de 19de eeuw noemde men het gedeelte dat tussen de Galerij en de Sint Jacobsstraat lag Rijkelui Delftsevaart. Verderop sprak men van de Gemeenelui Delftsevaart.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kruiskade richting het Corsotheater, 1961

De Kruiskade richting het Corsotheater, 28 augustus 1961.

De Kruiskade komt al in 1506 onder deze naam voor. Het was toen nog maar een voetpad. Dit pad werd in de eerste helft van de 19de eeuw door de Rotterdamsche Werkvereeniging verbreed en tot een schelpweg gemaakt. In 1853 werd de weg door de stad overgenomen en bestraat.

In 1401 werd ze de ‘Ka tot Rotterdam in Cool’ genoemd. De oudste kaart waarop de Kruiskade voorkomt dateert uit 1540. Hierop wordt het verlengde van deze kade in westelijke richting tot aan de Delfshavense Schie ‘doorgeghraven oude ka’ genoemd. De kade moet ouder zijn dan 1389, het jaar waarin toestemming werd verleend om deze Schie te graven.

De Kruiskade en haar verlengingen (West-Kruiskade, Middellandstraat en Vierambachtsstraat) vormden de zuiddijk van de ambachten Blommersdijk en Beukelsdijk. Voor het graven van de Rotterdamse Schie zal de Kruiskade ten oosten aangesloten hebben op de Hofdijk. Haar naam dankte ze waarschijnlijk aan de ‘cruyskamp’, een stuk land dat vanaf het einde van de 15de tot in de 18de eeuw in Beukelsdijk in het ambacht van Cool was gelegen. Vroeger was het Kruisplein een pleintje aan het begin van de West-Kruiskade en de Diergaardesingel. Nu is het het lange plein, dat de verbinding vormt tussen het Stationsplein en de Westersingel.

De Kruisstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Kruiskade naar het Stationsplein. Ze lag op de plaats van de oude Koningslaan, die in 1881 door de stad werd overgenomen. De Koningslaan was waarschijnlijk genoemd naar de aanlegger van de laan. In 1648 is er sprake van de Cruyslaan buiten de Delftse Poort. Misschien is dit dezelfde laan. De huidige Kruisstraat is een straat achter het concertgebouw De Doelen, lopende van de Karel Doormanstraat naar het Kruisplein.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met Medewerking van Rotterdam van toen

Stationsplein, 1965

Wachten bij de tramhaltes op het Stationsplein, 1965 (geschat). Hier tram 16 en rechts het Groothandelsgebouw.

In 1878 werd de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM) opgericht. De eerste paardentram in Rotterdam reed in 1879. Later reden er ook stoomtrams in en om de nog niet uitgebreide stad.

Met de invoering van de elektrische tram in 1904 werd er een nieuwe trambedrijf opgericht, genaamd: Rotterdamsche Electrische Tramweg Maatschappij (RETM). Op 18 september 1905 nam de RETM de eerste elektrische tramlijn in gebruik, lijn 1 Honingerdijk – Beurs – Park. In 1906 kwamen er nog vijf lijnen bij. In 1907 en 1908 werden er nog vier lijnen in gebruik genomen.

De RETM droeg na enkele jaren onderhandelen het trambedrijf over aan de gemeente Rotterdam. Op 4 april 1927 valt het Raadsbesluit en op 15 oktober van dat jaar wordt de RETM een gemeentelijk vervoerbedrijf en krijgt het de naam RET, de 1903 werknemers komen in dienst van de gemeente.

Het Groothandelsgebouw is een gebouw en Rijksmonument in het centrum van Rotterdam, ontworpen door de architecten H.A. Maaskant en Ir. W. van Tijen, gelegen aan het Stationsplein naast het Centraal Station van de stad en aan het Weena.

Groothandelsgebouw is zoals de naam in origine werd geschreven. Het was daarmee een “gebouw voor de groothandel”. Begin 21ste eeuw draagt het gebouw een gewijzigde naam, namelijk Groot Handelsgebouw, hetgeen met letters, inclusief de hoofdletters, boven op het gebouw wordt aangegeven.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Blaak, 1965

Kantoorgebouwen van de Algemene Bank Nederland, Gulf en Nederlandsche Middenstandsbank aan de Blaak, 1965 (geschat).

De betekenis van de naam Blaak is niet geheel zeker. Het is heel goed mogelijk dat de naam is afgeleid van het Zuidnederlandse woord ‘blak’, dat stil rustig water betekent. Ook kan gedacht worden aan het Middelnederlandse ‘blec’, dat de betekenis heeft van ‘Land, dat even boven het water uitkomt’.

De Blaak was de oude vest voor de uitleg van de stad in het laatst van de 16de eeuw. In de stadsrekeningen van 1480/81 en 1481/82 wordt deze vest ‘die Blake’ genoemd. Sinds 1577 werden erven aan de Zuidblaak door de stad verkocht als bouwgrond, sinds 1581 ook aan de Noordblaak. Tot 1613 werd de vest voor scheepstimmerwerven gebruikt. In 1867 is een gedeelte van de Blaak gedempt ten behoeve van de bouw van een nieuw postkantoor. Het resterende gedeelte is in 1940 gedempt met het puin van de huizen uit de verwoeste binnenstad. De namen Noord- en Zuidblaak voor de straten ter weerszijden van het water zijn toen vervallen.

Sindsdien geldt de naam Blaak voor de brede verkeersweg die door de demping is ontstaan. Later werd de Blaak in westelijke richting doorgetrokken. De nieuwe weg ontving de naam Westblaak. De Overblaak is de straat die over de Blaak heenloopt, en is een onderdeel van het zogeheten paalwoningencomplex. In de volksmond is hieraan de naam Blaakse Bos gegeven.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Pakhuis De Twee Leeuwen – Leuvehaven, 1932

Pakhuis De Twee Leeuwen, voorheen een brouwerij, op nummer 48 aan de oostzijde van de Leuvehaven, 1932. Links de Twee Leeuwensteeg en op de achtergrond de toren van de Zuiderkerk.

Deze steeg was vernoemd naar brouwerij ‘de twee Witte, klimmende Leeuwen’, ten oosten van de steeg. Zij liep voor het bombardement in mei 1940 van de Jufferstraat naar de Leuvehaven.

Brouwerij de Twee Witte Klimmende Leeuwen aan de oostzijde van de Leuvehaven werd in 1621 opgericht door Jacob Jacobszoon van Couwenhoven. Deze was in dat jaar eigenaar geworden van drie aaneengrenzonde percelen aan deze steeg en had door aantrekking der eigendommen van zijn zwager Dammas Janszoon Pesser het terrein verkregen. Hierop werd de brouwerij met mouterij gesticht. Door latere aankoopen werd het terrein nog flink uitgebreid.

In de eerste helft van de 18de eeuw komt de brouwerij in eigendom aan de familie De Monchy, die er in 1750 een vennootschap van maakte. Op 19 maart 1782 werd de brouwerij door brand geheel verwoest maar spoedig daarna weer herbouwd. Tijdens de herbouw ging de leverantie van bier gewoon door. De hiertoe benodigde voorraden werden door collega’s van de bierbrouwer beschikbaar gesteld. De solidariteit onder de Rotterdammers bleek reeds in die dagen….

In 1833 verkocht Salomon de Monchy, die inmiddels de enige eigenaar was geworden, alles aan Samuel Dunlop, die het brouwbedrijf ophief en het gebouw als pakhuis ging gebruiken.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam en van biernet.nl. Zie https://www.biernet.nl/…/zuid-hol…/rotterdam/twee-leeuwen-de

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht onder het spoorwegviaduct over de Binnenrotte, 1935

De Binnenrotte is de straat tussen de Lombardkade en de Hoogstraat waar de centrummarkt wordt gehouden, oorspronkelijk een gedeelte van de rivier de Rotte.

Op de kruising van de Hoogstraat en de Binnenrotte ontstond rond 1270 op de plek waar de dam in de Rotte werd geslagen de stad Rotterdam. In 1340 ontving Rotterdam het stadsrecht en in 1358 werd de stad omvest. Vanaf 1600, toen de uitleg naar de Maas was voltooid, had de stad Rotterdam de vorm van een driehoek. Ze bestond uit twee delen: het waterrijke deel tussen Maas en Blaak waar zich de haven ontwikkelde (Waterstad), en het ommuurde gedeelte tussen Goudsesingel, Coolsingel en Blaak (Landstad).

Het hart van de oude Landstad heet nu Laurenskwartier, genoemd naar het oudste gebouw: de Laurenskerk. Tussen 1600 en 1650 groeide de bevolking van 13.000 naar 30.000 inwoners. Eeuwenlang vonden de belangrijkste activiteiten plaats rond de Laurenskerk. Tegen 1700 was de stadsdriehoek volgebouwd en Rotterdam een bloeiende koopmansstad.

De Binnenrotte was oorspronkelijk een gedeelte van de rivier de Rotte. Aan de Binnenrotte vond in de negentiende eeuw de grootste verkeersdoorbraak plaats, omdat er een rechtstreekse railverbinding moest komen tussen Antwerpen en Rotterdam met aansluiting op de spoorbrug over de Maas. Men besloot voor een verbinding over een viaduct hoog boven de stad. Daarvoor werd in 1871 de Binnenrotte gedempt. Daarmee kwam er definitief een einde aan het water waarlangs Rotterdam is ontstaan. Voor de doorbraak werden ter hoogte van de Moriaansteeg negentien huizen gesloopt evenals de Korenbeurs aan het Steiger.

Het luchtspoor werd op 1 mei 1877 in gebruik genomen. De bogen van het luchtspoor verschaften niet alleen een droog onderdak aan straathandelaren maar ook voor prostituees was het een perfect werkterrein. In 1993 werd het viaduct gesloopt nadat het overbodig was geworden door de aanleg van de Willemsspoortunnel. Tijdens de werkzaamheden kwam de oude loop van de Rotte weer te voorschijn en speciaal de plaats van de dam.

De Binnenrotte werd een grote open ruimte die sinds 1995 op dinsdag en zaterdag gebruikt wordt door de Rotterdamse Centrummarkt, een algemene warenmarkt met ruim 450 kramen. Tot de afbraak van het viaduct dienden de bogen als plaats voor de weekmarkt, die in 1958 van het Noordplein naar de Binnenrotte was verplaatst. Een tijdelijke verhuizing naar de Mariniersweg vond plaats in 1989 in verband met de aanleg van de Spoortunnel.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam

Met medewerking van Rotterdam van toen

Hofplein,1926

Het Hofplein met op de achtergrond molen De Blauwe Molen en het spoorwegviaduct, 1926.

Het Hofplein herinnert aan de ridderhofstad Weena, die noordoostelijk van het huidige Hofplein was gelegen. De Hofdijk komt al in 1397 in bronnen voor. Het slot wordt reeds in 1306 vermeld. De oorspronkelijke Hofdijk stamde uit de 13de eeuw en strekte zich langs de Rotte uit tot het Zwaanshals en de Oudedijk. Het Hofplein ontstond in de eerste helft van de 19de eeuw nadat de Kolk of Gracht tussen de Delftse Poort en de Hofpoort was gedempt. Van 1853 tot 1875 was het plein als veemarkt ingericht. De oudste naam is Hofpoortplein naar de Hofpoort die daar stond en in 1833 is afgebroken. In 1908 werd aan het plein het station van de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij, de lijn Rotterdam-Scheveningen, geopend.

De oudste vermelding van een molen op deze plaats dateert van 1424, waarschijnlijk kreeg de molen in 1663 zijn latere
vorm. De naam Blauwe molen was misschien afkomstig van een dergelijk gekleurde voorganger, een standerdmolen.
In 1880 werd de molen onttakeld en voorzien van een stoommachine. De molen stond toen ook wel bekend onder de naam De Molen zonder wieken. In 1874 werd de Binnenrotte gedempt. In de romp naast brouwerij De Posthoorn was jarenlang een winkel gevestigd, met een opvallende gevel met Jugendstil-kenmerken. Na het bombardement van mei 1940 werd de molen in de maand juli van hetzelfde jaar gesloopt.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van molendatabase.nl. Lees verder op http://www.molendatabase.org/molendb.php…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Luchtopname van de Zalmhaven, 1947

Luchtopname van de Zalmhaven met links het Willemsplein en op de voorgrond de Leuvehaven, 1947.

De oorspronkelijk Zalmhaven, ook wel ‘Salmgat’ geheten, was het meest zuidelijke deel van de Schiedamsevest buitendijks. In 1612, toen de stad werd uitgebreid langs de Schiedamsedijk en Leuve tot aan de Maas, had men eerst ook het plan nog meer westelijk te gaan. Er waren reeds erven uitgegeven aan een geprojecteerde Vissershaven, Elfthaven en Zalmhaven. Het plan werd niet uitgevoerd en de kopers moesten in 1620 schadeloos worden gesteld. Toch heette het eerdergenoemde gedeelte van de vest voortaan Salmgat, later Salmhaven. Door de verplaatsing van de scheepstimmerwerven van de Blaak naar het Nieuwewerk moest deze haven of dit gat vergroot worden. Toen is de kom gegraven, die in 1693 Salmhaven of Nieuwe Buijsegat’ wordt genoemd. De oude Zalmhaven, die toegang gaf tot de nieuwe, werd voor de behoefte te smal en te ondiep. In 1702 is er een nieuwe doorvaart gemaakt door het Westerse Hoofd, uitkomende in de Leuvehaven. De oude toegang werd in 1782 gedempt. Als Balkengat bleef het oude Salmgat nog tot 1891 bestaan. Toen werden de slikken opgehoogd en op het daardoor verkregen terrein werd de Zalmstraat aangelegd. De haven en straat danken hun naam aan de zalmvisserij op de Maas. Van 1886 tot 1959 liep van de Zalmhaven naar het Nieuwland de Zalmhavensteeg. De haven is gedempt, de naam is op 28 januari 1997 ingetrokken door B&W.

De Willemskade werd in 1847 aangelegd op slikken in het zogenaamde Tweede Nieuwewerk. De erven aldaar werden in 1848 uitgegeven. Kade en plein heetten oorspronkelijk, volgens besluit B&W 3 mei 1850, Westerkade en Westerplein. Naar aanleiding van het bezoek van Koning Willem III op 28 juli 1851, werden de namen gewijzigd.

De foto is gemaakt door KLM Aerocarto en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam

Met medewerking van Rotterdam van toen

Station Blaak en het metrostation, 1985

verzicht vanaf het dak van de gemeentebibliotheek met station Blaak en het metrostation, 13 augustus 1985.

Op de plaats van station Blaak lag voorheen het station Beurs, genoemd naar het tegenoverliggende beursgebouw. Het in 1877 geopende station was onderdeel van het drie kilometer lange luchtspoor dat de stad doorkruiste. Het bombardement van 14 mei 1940 verwoestte station Beurs op de overkapping na. Al vóór het bombardement was men begonnen aan de bouw van het nieuwe Beursgebouw aan de Coolsingel.

Het nieuwe station werd in 1945 de naam Rotterdam Blaak gegeven. Het kreeg in 1953 een nieuwe ontvangsthal naar ontwerp van Sybold van Ravesteyn. Ze was echter geen lang leven beschoren. Op de overkapping na werd station Blaak in 1972 gesloopt voor de aanleg van de metrolijn. Bij de uitvoering ervan werd rekening gehouden met de aanleg van een spoortunnel. Het gebied dominerende luchtspoor werd overbodig door de aanleg van de Willemsspoortunnel. In 1993 werd het luchtspoor, samen met de overkapping van station Blaak, gesloopt. Het nieuwe Station Blaak werd tegelijk met de Willemsspoortunnel op 15 september 1993 door koningin Beatrix geopend.

Station Blaak werd een nieuw knooppunt van vier verschillende vormen van openbaar vervoer. Op het maaiveld bevinden zich de bus- en tramhaltes. Eén niveau lager ligt het metrostation met haaks daaronder de perrons van het NS-station. Architect H.C.H. Reijnders kreeg de opdracht het complex van de boven elkaar liggende stations zichtbaar te maken, rekening houdend met veiligheid en herkenbaarheid.

Het ontwerp kent vele ruimtelijke effecten die versterkt worden door kleur- en lichteffecten. Bovengronds is het station herkenbaar aan de grote transparante schotel met een doorsnede van 35 meter, naar ontwerp van L.I. Vákár. Ze wordt gedragen door een schaalconstructie die is opgehangen aan een boog met een spanwijdte van 62,5 meter. Het geheel oogt als een soort geopende ‘putdeksel’ boven de ingang naar het ondergrondse station. Vandaar de bijnamen ‘vliegende schotel’, ‘putdeksel’ of ‘fluitketel’. In de boog zijn verspringende blauwe en gele neonbuizen aangebracht. De gele gaan branden als een trein richting CS vertrekt, de blauwe zijn voor de richting Dordrecht.

Via roltrappen, liften en vaste trappen komt men via de noordhal naar de 14 meter ondergrondse perrons. Via trappen zijn ze met de kruisende metrobuis verbonden en sluiten aan op de zuidhal. Hier zijn de restanten van de oude stadsmuur te zien die tijdens de werkzaamheden werden blootgelegd. Geluidsoverlast wordt gereguleerd door allerlei technische vindingen, zoals golvende isolatieplafonds en rubberen matten waarop de rails liggen. De open verbinding naar buiten voorziet het station van daglicht, vergroot de veiligheid en vormt een oplossing voor de luchtverplaatsing veroorzaakt door passerende treinen.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Weena-Hofplein, 1947

In de omgeving van het Weena en het Hofplein grazen ossen om bij te komen, 1947. Op de achtergrond links het ronde Incassobankgebouw aan de Goudsesingel en rechts de gebouwen van de Ammanstichting en de Coolsingel met het stadhuis.

Uit Het Vrije Volk van 13 september 1947:
Doorgaans een aardig schouwspel als troepen lerse ossen over de puinvelden van Rotterdam worden voortgedreven. Fiere dieren zijn het, met hun wijd uitstaande hoorns zien ze er lang niet zo tam uit als ons vee. Maar vrijdag was hun tocht van de Merwehaven, waar ze met de North Down uit Dublin waren gearriveerd, een lijdenstocht. De misère begon al met de eerste van de vier ploegen van ongeveer 75 dieren. In het Westen van de stad bij het Marconiplein viel de eerste os al neer. Volkomen uitgeput. Door de zeereis, door de warmte, en ook, en dat was het treurige, door dorst. De dieren liepen met de tongen uit de bek. Als ze even de kans zagen gingen ze de steen van winkelpuien likken. Op het Burg. Meineszplein liep een os een kruidenierswinkel binnen, vermoedelijk omdat het daar koel was. Het viel niet mee om de os hier om te draaien en weer naar buiten te loodsen. Heel voorzichtig werd er gemanoeuvreerd, maar de drijvers konden toch niet voorkomen dat hij een paar jampotten brak.

Bij de Heemraadssingel en de Diergaardesingel liepen er een paar op het water af en begonnen direct te drinken. Op het Hofplein kon er weer een van uitputting niet verder en viel op de tramrails neer. Het kostte heel wat moeite om hem te verwijderen. Met een wagen van het abattoir, de dieren waren voor slachting bestemd, zijn de uitvallers later opgehaald.

Al met al was het een zielig transport. Zeker, het was „maar” slachtvee, maar dat neemt niet weg, dat deze dieren naar ons gevoel tot de laatste dag recht hebben op een behoorlijke verzorging.

In het bijschrift in het Stadsarchief Rotterdam staat dat deze foto over ossen op doorreis naar Oost-Europa gaat.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit het Vrije Volk van 13 september 1947.

Met medewerking van Rotterdam van toen